Frans Bosmans rust in Nederland

Frans Bosmans rust in Nederland

Frans Bosmans rust in Nederland

Print
Frans Bosmans rust sinds 1919 op een Nederlandse begraafplaats. De Herenthoutse soldaat stierf na de oorlog in een land dat er geeneens bij betrokken was. Eén van de allereerste oorlogsgewonden is Jozef Bosmans. Daarom meldt zijn jongere broer Frans zich aan als plaatsvervangend oorlogsvrijwilliger.

"M.F. Bosmans, 20 december 1890, 12 januari 1919", vermeldt het oorlogsgraf op de oude begraafplaats van Dokkum. Hoe vond een soldaat uit Herenthout zijn laatste rustplaats op een Fries kerkhof? Het verhaal van Martinus Franciscus Bosmans begint in augustus 1914. De Duitsers vallen via Wallonië ons land binnen. Eén van de allereerste oorlogsgewonden is Jozef Bosmans, oudste zoon uit het bakkersgezin van Petrus Bosmans en Dorothea van Hove uit de Molenstraat in Herenthout. Jozef raakt gewond aan de arm. Daarom meldt zijn jongere broer Frans zich aan als plaatsvervangend oorlogsvrijwilliger. De 23-jarige meubelmaker vertrekt als soldaat 4504 naar het front in Luik.

Wanneer begin oktober Antwerpen valt, vluchten honderdduizenden burgers en dertig duizend militairen naar het neutrale Nederland. Strompelend bereikt Frans op 12 oktober een oude kazerne in Harderwijk. In vier dagen overspoelen 13.000 Belgen het kleine Nederlandse garnizoenstadje van amper 7.500 inwoners. Eind december verhuist Frans naar een interneringsdepot aan de rand van de stad. Een inderhaast opgetrokken nooddorp met ziekenverblijven, werkplaatsen, een schooltje, kantine, bibliotheek en kerk. De Herenthoutenaar zit drie jaar vast in kamp Harderwijk. Sleur en verveling zijn de grootste vijanden. Frans probeert de tijd te doden met muziek. Samen met tientallen landgenoten sticht hij de fanfare van kamp Harderwijk. Eén keer probeert Frans te ontsnappen. Hij wil weer aansluiten bij zijn strijdmakkers achter de Ijzer. De douane betrapt hem en Frans vliegt terug naar Harderwijk.

Langzaam beseft de Nederlandse overheid dat militairen achter prikkeldraad houden verre van ideaal is. Soldaten mogen daarom werk zoeken buiten het kamp. Frans gaat in maart 1917 aan de slag bij manden- en meubelmaker Jan Hoekstra in Dokkum. In dat kleine dorpje vindt Frans de liefde van zijn leven. Op 28 oktober 1917 trouwt de Belg met de 22-jarige Jeltje Kramer. Negen maanden later bezegelt dochtertje Emmy hun prille geluk. Baas Hoekstra koopt voor het jonge gezinnetje zelfs een bescheiden huisje aan de Parksteeg.

Als op 11 november de vrede valt, keert Frans te voet honderden kilometers terug naar Herenthout. Het weerzien is vreugdevol want heel het gezin Bosmans overleefde de oorlog. Frans herneemt de terugtocht om vrouw en kind op te halen. De Herenthoutenaar zwerft door op drift geraakte gebieden vol honger, armoede en Spaanse griep. De gevreesde microbe haalt hem in en op 12 januari 1919 sterft Frans Bosmans in zijn huisje in Dokkum. Vrouw Jeltje en dochter Emmy zijn ook besmet, maar overleven als bij wonder.

Jeltje en Emmy verhuizen naar België. De ouders van Frans voeden de kleine Emmy op in Herenthout. Jeltje studeert in Antwerpen voor vroedvrouw en gaat aan de slag in Afrika en Amerika. Emmy trouwt in 1939 in Friesland met Sake Woudstra, die ze leerde kennen tijdens een vakantie. Samen baten ze jarenlang een café uit. Emmy Bosmans overleed in 2012. Jeltje stierf onverwachts op 16 maart 1958. Ze ligt begraven naast Frans, zoals die vlak voor zijn dood wenste. Uit respect voor die laatste wens weigert de familie om het stoffelijk overschot van Frans Bosmans te herbegraven op een militaire erebegraafplaats in Harderwijk. Frans en Jeltje rusten samen, voor eeuwig zij aan zij in Dokkum.

Stefan LAENEN

Foto GvA (boven): Frans, Jeltje en de kleine Emmy eind 1918.

MEEST RECENT