Herentse pastoor Van Bladel doodgeschoten omdat hij zeurde

Print

Herentse pastoor Van Bladel doodgeschoten omdat hij zeurde

Herent was, met zijn ligging op de weg tussen Mechelen en Leuven, aan de spoorverbinding Leuven-Brussel, van grote militaire betekenis. Begin augustus 1914 zagen de inwoners dan ook heel wat militairen voorbij trekken toen de mobilisatie een feit was. Enkele weken later, rond de 18e, zou het beeld echter veranderen.

"Toen waren het doodvermoeide soldaten van de 1ste legerdivisie die uit Tienen waren weggevlucht, die door de straten sjokten", zegt heemkundige Luc Vandeweyer. "De volgende dag trokken ze zo snel mogelijk verder in de richting van Mechelen. Voor de wat rijkere inwoners was dit het sein om op de vlucht te slaan. De meeste mensen bleven echter ter plekke. Later die dag arriveerde de Duitse voorhoede en Herent werd zonder slag of stoot veroverd."

De hoofdmacht van het Duitse leger trok meteen verder, en het bezette dorp kwam achter de linies te liggen. Een deel van de troepen bleef echter achter om te beletten dat het Belgische leger, dat zich in de Antwerpse vestigingen had teruggetrokken, opnieuw zuidwaarts zou kunnen oprukken. Pogingen daartoe volgden ook effectief: na de beruchte slachtpartij in de Henegouwse Sambervallei die de Bataille des Frontières werd genoemd, zag de Belgische infanterie zijn kans schoon om de aanvoerlijn van de Duitsers, die naar Leuven liep, te doorsnijden.

"Dat ze ook effectief tot op het grondgebied van Herent doordrongen maakte de Duitse bevelhebbers hoogst zenuwachtig", zegt Vandeweyer. "En ook de soldaten in het dorp werden nerveus: ze kenden het terrein niet, en toen in het donker versterkingen vanuit het Oosten aankwamen, schoten ze in verwarring op elkaar. Om de Belgische legerleiding en regering te straffen, besloot het Duitse leger om de burgerbevolking te doen boeten, zeker nadat de soldaten elkaar opjutten met verhalen over onwettige vrijschutters die hen zouden belagen. Daarom staken ze in Herent massaal huizen in brand."

"Wie kon sloeg op de vlucht. Grote groepen mensen werden gevangen genomen. Sommigen werden gedwongen om naar de buurdorpen te trekken, bewaakt door woedende en onberekenbare soldaten. Dat was ook het lot van de bejaarde pastoor Van Bladel, een man van 71 jaar oud. Hij moest te voet mee met een grote groep naar Rotselaar en nadien naar Leuven. De man was fysiek gehandicapt omwille van een slecht genezen kniebreuk en begreep de ernst van de situatie niet goed: hij trok voortdurend de aandacht door zijn gejammer en zijn luide protesten. Dat was geen goed idee want hij was immers een katholieke priester terwijl de Duitse soldaten protestanten waren. Op de duur waren ze hem beu en zij schoten hem zonder pardon dood."

"Pas op 15 januari werd het lijk van Van Bladel weer opgegraven, geïdentificeerd en deftig ter aarde besteld", concludeert Vaneweyer. "Heel de dorpsgemeenschap werd door die rampzalige dagen van eind augustus dus verstrooid."

Aantal gesneuvelden aan het front: 22

Aantal gesneuvelde burgers: 72

Schade: 50 van de 84 woningen in Buken brandden uit. In Herent werden 312 van de 1317 woningen tot as herleid. Ongeveer 200 huizen werden geplunderd.

Matthieu Van Steenkiste

Foto GvA (boven): Pastoor Van Bladel

Foto GvA: Het gemeentehuis van Herent, uitgebrand op 26 augustus 1914.

Nu in het nieuws