Belgische soldaten op transport naar Soltau

Belgische soldaten op transport naar Soltau

Belgische soldaten op transport naar Soltau

Print
Toen de oorlogsdreiging elke dag groter werd verscheen in augustus 1914 volgend bericht in de Gazet van Mechelen. 'In tijd van oorlog mogen alleen maar soldaten vechten. Een burger, bijvoorbeeld, die op den vijand revolverschoten zou lossen, zou de oorzaak van het platbranden en uitmoorden zijner gemeente kunnen zijn. Men weet dat de Duitschers voor zulke gruwelen niet achteruitgaan.'

"En net een dergelijke aanval van vermeende burgers was oorzaak dat de Duitsers in Zemst moorden en brandden en een hele groep mannen naar Soltau deporteerden", zegt Roger Van Kerckhoven, amateur geschiedkundige en schrijver van Een dorp in een wereldoorlog.

"Het is dinsdag 25 augustus en hoogzomer. In de vroege ochtend trekken Duitse Ulanen te paard vanuit Vilvoorde naar het centrum van Zemst. Belgische soldaten die er ingekwartierd liggen worden verrast. Halfaangekleed beschieten ze de verkenners. De Duitsers die kunnen ontkomen houden de halfaangeklede soldaten voor burgers. Ze komen terug en moorden en branden met de wijk De Brug als doelwit. Een twintigtal mannelijke gijzelaars uit Zemst en meer dan honderd uit Eppegem moeten voor hen uitlopen als ze terugtrekken. In de parochiekerk van Peutie krijgen 5 gijzelaars de zegen van priester Engelbert Beelaerts. Daarna worden Corneel Van Messem, Petrus de Greef, Louis Alcide, Jan Beullens, Frans de Wit en Mechelaar Oppens weggeleid. Ze moeten een kuil graven en worden doodgeschoten. De anderen worden in Schaarbeek op transport gezet naar Soltau in het hart van de Luneburgerheide."

De meesten moeten er onder de blote hemel slapen. De mannen timmeren barakken en plaatsen prikkeldraad. Ze moeten werken op soep van bieten, visresten en slachtafval. De zwakkeren sterven. Zo ook voor de 77-jarige Gust Beuckelaers uit Eppegem die in een jutte zak in Soltau begraven wordt.

"Florimond Becq, herbergier en muzikant bij de fanfare Sint Pieter schrijft het Soltaulied in het frans en op de tonen van Sur les ponts de Paris. De Duitsers begrijpen niets van het spotlied. Begin december mogen de jongens tot zestien jaar naar huis en in februari 1915 ook alle anderen. De gemeenschap die in Soltau wordt gevormd blijft na de oorlog verder bestaan met de oprichting van de Mannen van Soltau met een eigen vaandel en een jaarlijks teerfeest. De laatste overlevende Soltauman, Louis Verlooy sterft op 9 februari 1989 in Mechelen.

Aantal gesneuvelden aan het front:41

Aantal gesneuvelde burgers: 38

Schade : Kerk van Zemst vernield, toren van kerk Elewijt en dak. Weerdemolen stukgeschoten, Kerk Weerde beschadigd, Laremolen en 's Gravenmolen platgebrand.

Juliaan Deleebeeck

Foto GvA (boven): De Mannen van Soltau

MEEST RECENT