1 / 3
thumbnail: null
thumbnail: null
thumbnail: null

Overleven op gebraden rattenbillen

Gevochten is er niet in Brecht tijdens de Eerste Wereldoorlog, hoewel het wel bezet gebied was. Maar inwoners kennen nog verhalen van familieleden die naar het front aan de IJzer trokken zoals Frederik Berkvens die vrijwillig als trompettist in de oorlog diende.

Lamens Elke

Frans (85), Cecile (78) en Reinhilda (66) Berkvens uit Brecht, Sint-Job en Sint-Antonius -dat vroeger tot Brecht behoorde- herinneren zich nog goed de verhalen van hun vader Frederik (°1895) die met zijn twee broers Leonard (°1885) en Philemon (°1888) gestreden heeft in de Westhoek. Leonard verhuist al in 1911 naar Canada, maar komt met het Canadese leger terug naar België om er te vechten in 1914.

"Hij wilde dat ook, want hij vond het verschrikkelijk dat zijn familie hier in de oorlog verwikkeld was. Hij foeterde nogal op de 'moffen'", herinnert Reinhilda zich uit een brief van Leonard. "Hij is in de oorlog ernstig gewond geraakt en terug naar Canada gerepatrieerd. Daar heeft hij een jaar in het ziekenhuis gelegen. Hij heeft zijn ouders nooit meer teruggezien."

Philemon volgt het voorbeeld van zijn oudere broer op 26-jarige leeftijd, hoewel hij geen militaire plicht heeft. "Hij heeft de dienst afgekocht van een rijke kerel voor 1800 Belgische frank. Dat was een fortuin in die tijd. Hij kon er een boerderij met twee koeien van kopen", lacht Cecile. "Het geld kon hij goed gebruiken, want Philemon was nogal avontuurlijk aangelegd en hield wel van een pintje. Hij moest het front bevoorraden met eten. Onderweg met paard en kar in 1917 ontplofte er vlakbij hem een obus waardoor het paard opschrikte, op Philemon sprong en zijn borstkas plette. Drie dagen later is hij overleden."

Als jongste van de drie wil Frederik in 1915 in de voetsporen van zijn twee broers treden, ook al heeft hij totaal geen militaire opleiding. "Toen hij negentien was, sloot hij zich aan bij een groep vrijwilligers die erin slaagden om de dodendraad in Maxburg, tussen Loenhout en Hoogstraten op de grens met Nederland, door te steken. Nederland was toen neutraal gebied, en van Breda nam hij de trein naar Vlissingen. Per boot ging het dan naar Engeland om dan in Frankrijk te belanden waar hij een militaire opleiding kon krijgen en aan de IJzer gaan vechten. Een hele omweg, maar er was geen doorkomen aan in het bezette België", vertelt Cecile.

"Hij heeft drie jaar in de loopgraven gelegen en veel ontbering gekend. Omdat de bevoorrading aan het front heel moeizaam verliep, beslisten ze om 's avonds als het donker was aan de oevers van de IJzer ratten te gaan vangen. De beesten werden dan gevild en de billen op een vuurtje gebraden. Zo hebben ze het overleefd." In het leger leert Frederik ook trompet spelen en als trompettist wekt hij de troepen bij een nakende aanval. "Mijn vader was muzikaal begaafd en kon goed zingen." En dat heeft impact gehad op zijn verdere leven. Na de oorlog wordt Frederik eerst douanier in Gooreind, maar leert dan orgel spelen en zo is hij 40 jaar koster geweest in Gooreind.

De herinnering aan honderd jaar Eerste Wereldoorlog leeft dan ook sterk bij de familie Berkvens. "De trompet heeft een speciale plaats gekregen in een kast in onze woonkamer", bekent Reinhilda. "Onze vader heeft ook een oorkonde gekregen als brigadier-trompettist en zes medailles voor onder meer oorlogsvrijwilliger, artillerie, een zegemedaille en herinneringsmedaille. Uiteraard zijn we daar heel trots op. Elk jaar ging hij ook naar de IJzerbedevaart, dat vond hij heel belangrijk, en wij gingen wel eens mee. Zoiets blijft toch hangen."

Elke Lamens

Foto boven GvA: De broers Berkvens

Foto's GvA: Trompet Frederik Berkvens

MEER OVER Brecht