1 / 2

"Aalstenaars werden als levend schild gebruikt"

Het Duitse leger trok op 21 augustus Aalst een eerste keer binnen. De maand daarna waren nu eens de Duitsers, dan weer de Belgen baas. Dat verover- en heroverspelletje eindigde op 27 en 28 september 1914 toen de Duitsers er niet voor terugdeinsden om Aalstenaars als levend schild te gebruiken bij de verovering van de Zwarte Hoekbrug. Een aantal Aalstenaars, waaronder Charles Louis Saeys, sneuvelde daarbij door Belgische kogels.

Van den Bogaerd Lieven

"We schrijven eind september 1914. Na een maand van strijd, wilden de Duitsers voorgoed komaf maken met de tegenstand in Aalst. Maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het Belgische leger had zich ingegraven aan de achterzijde van het station, om zo de strategisch belangrijke Zwarte Hoekbrug in Belgische handen te kunnen houden. De Duitsers waren woedend omdat ze de Dender niet over raakten. Om hun woede te koelen, trokken ze naar de Drie Sleutelsstraat iets verderop", weet de Aalsterse historicus Dirk Meert. Hij deed jaren onderzoek naar de geschiedenis van Aalst tijdens de Eerste Wereldoorlog in het stadsarchief en het museum van het Belgisch leger in Brussel.

"Op bevel van Oberleutnant Karl von Kohlenberg van het 73ste regiment van het Duitse leger werden heel wat huizen in de straat kort en klein geslagen en in brand gestoken. Ook het huis van herbergier Charles Louis Saeys, geboren op 12 december 1849 in Moorsel, moest eraan geloven. Zijn huis en meubels werden in brand gestoken en hijzelf werd weggevoerd", gaat Meert voort.

Schrik van zijn belagers leek Saeys niet te hebben, want getuigen vertelden dat hij zijn vrouw en dochter geruststelde. "Wat kunnen ze met een oude man als ik?" Charles Louis Saeys was toen 64 jaar.

Jammer genoeg kreeg hij ongelijk. Emiel Van de Meersche, die zich verstopt had in de fabriek Roos, Geerinckx & De Naeyer vlak naast de Zwarte Hoekbrug, vertelde later hoe Saeys in elkaar werd geslagen. "Hij kreeg wel 70 slagen met de kolf van een geweer, op weg naar de brug is hij driemaal gevallen, zijn hele lichaam was bont en blauw", getuigde hij.

"Het Duitse leger duwde de weggeleide Aalstenaars voor zich uit naar de brug. De Belgische soldaten lieten zich echter niet intimideren en riepen de Aalstenaars toe dat ze zich moesten laten vallen. De jongeren onder hen deden dat, maar Charles Louis Saeys en een aantal anderen sneuvelden door Belgische kogels. Pittig detail: de Duitse opdrachtgever voor de raid in de Drie Sleutelsstraat liet diezelfde dag ook het leven. Hij werd geraakt door een brandende dakgoot. Rechtvaardigheid bestaat dus toch... ", besluit Dirk Meert.

LIEVEN VAN DEN BOGAERD

Foto GvA (boven): Charles Louis Saeys

Foto GvA: Drie Sleutelstraat

MEER OVER De Grote Oorlog

Nu in het nieuws