Straffen voor schending van het beroepsgeheim moeten omhoog

Straffen voor schending van het beroepsgeheim moeten omhoog

Straffen voor schending van het beroepsgeheim moeten omhoog

Print
"Het beroepsgeheim is er voor de burgers, niet voor de beroepsgroep die het heeft. Schending van het beroepsgeheim moet dan ook best een klachtmisdrijf worden en de straffen moeten aangepast aan die op vergelijkbare misdrijven". Dat besluit rechter Frederic Blockx in een boek over het beroepsgeheim, dat gisteren werd voorgesteld in Antwerpen.

Blockx maakte een indrukwekkende en grondig gedocumenteerde studie van hoe het beroepsgeheim momenteel functioneert. Hij vertrekt vanuit het medisch beroepsgeheim om dan verder andere groepen te belichten. Het boek is een bewerking van zijn doctoraat aan de Universiteit van Antwerpen bij professor medisch recht Thierry Vansweevelt.

Monopolie

Blockx:"Het beroepsgeheim is gekoppeld aan het monopolie dat de wet aan bepaalde beroepsgroepen geeft. Dan denk ik aan artsen en geneeskundige zorg, aan advocaten en bijstand in een rechtszaak. Maar hierdoor hebben zij automatisch de mogelijkheid om te weigeren getuigenis af te leggen. Men vermengt beide en dat maakt de discussie oneigenlijk".

Volgens Blockx leidt dit tot een te ruime toepassing van het beroepsgeheim. "Het is juist dat advocaten een beroepsgeheim hebben als zij hun cliënt in een rechtszaak verdedigen, maar niét als zij een bedrijf of iemand anders enkel maar adviseren en al zeker niet als ze lobbyen bij de Europese Commissie. Nochtans vinden veel advocaten dat dit wél zo is, terwijl het indruist tegen de fundamenten van de wet".

Fortiszaak

"Net zo hadden de rechters Christine Schurmans en Ivan Verougstraete nooit mogen worden vervolgd voor schending van hun beroepsgeheim in de Fortiszaak. Zij hadden immers iets verteld uit de beraadslaging in de raadkamer en dat heeft niets met het verdedigen van belangen van burgers in een rechtszaak te maken."

"En net zo heeft een architect geen strafrechtelijk beteugeld beroepsgeheim als hij plannen maakt om een huis te verbouwen, alleen als hij meewerkt aan de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, want dan moet de burger verplicht op hem een beroep doen".

Spreekrecht

Blockx keert zich ook tegen het voorstel van de Commissie Seksueel Misbruik in de Kerk, dat een spreekrecht invoerde voor houders van een beroepsgeheim die misbruik van kwetsbare personen, zoals kinderen, vaststellen. "Dat wekt de indruk dat het beroepsgeheim er is voor de hulpverleners, want zij krijgen immers een nieuw 'recht'. Nee, het beroepsgeheim is er voor de burgers".

Blockx vindt dat spreekrecht trouwens contraproductief. "Hulpverleners kunnen hun zwijgplicht al doorbreken als er een ernstig en onmiddellijk gevaar dreigt voor een persoon. Dat is de noodtoestand. Er moet niet nog eens een apart spreekrecht in de wet komen. Want het gevolg hiervan is dat vele hulpverleners nu niet meer weten wanneer er een noodtoestand is. Men zou hierover dringend wat algemene informatie moeten verspreiden".

Straffen verzwaren

De Antwerpse magistraat suggereert dat schending van het beroepsgeheim een klachtmisdrijf wordt. Dan kan het alleen nog maar worden vervolgd na een klacht. Zo zal het belang van de burger en niet dat van de dokter, advocaat of hulpverlener beter centraal staan. Blockx wil verder dat de straffen voor schending van het beroepsgeheim worden aangepast aan de straffen die nu op vergelijkbare misdrijven staan. Hij denkt dan aan de boetes uit de privacywet (maximum 100.000 euro) en de afschaffing van de (lage) gevangenisstraf, die toch nooit effectief wordt uitgesproken, laat staan uitgevoerd. Eerder pleitte de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois voor een strafverzwaring tot vijf jaar cel (nu: zes maanden maximum).

BLOCKX, FREDERIC, Beroepsgeheim, Intersentia, Antwerpen, 2014

Archieffoto Belga
JDW

MEEST RECENT