"Moordenaar heeft 34 jaar aan mijn hart gevreten"

Print

Moordenaar heeft 34 jaar aan mijn hart gevreten

Schoten - Nadat hij vorige maand al eens onterecht dood was verklaard, is Jan Caubergh (80) nu écht overleden. De moordenaar richtte in 1979 een bloedbad aan in Schoten. Meer dan 45 jaar van zijn leven sleet hij tussen vier gevangenismuren, waarvan de laatste 34,5 jaar onafgebroken. Dat maakte van hem de langstzittende gedetineerde van ons land. Zijn slachtoffers bleef hij al die jaren psychisch kwellen.
Namen als Horion, Pandy en Dutroux zitten in ons collectief geheugen, maar ook Jan Caubergh behoorde tot de grootste psychopatische moordenaars van ons land ooit.

In oktober 1964 schoot de uit Lanaken afkomstige Caubergh bij een overval op een kindertehuis in Rekem (Limburg) een jonge monitrice in de rug. De vrouw raakte verlamd en pleegde uit wanhoop zelfmoord. Caubergh kreeg 25 jaar dwangarbeid.

Na elf jaar kwam hij in augustus 1977 vervroegd vrij. Nog geen twee jaar later, in februari 1979, vermoordde hij in de Van Beethovenlei in Schoten zijn zwangere buurvrouw Yvonne Smits (19). Thuis in de Van Eyckstraat vermoordde hij zijn vriendin Rina Van Geldorp (24) en hun vijf maanden oude zoontje Nicky.

Onuitwisbaar


Leo Gauwloos uit Schoten was in 1979 adjunct-commissaris. Die bewuste ijskoude februarinacht, het vroor min tien, was hij van dienst, samen met agenten Hendrickx en Schuermans. Elk detail kent hij nog haarscherp uit zijn hoofd, wat iets zegt over de onuitwisbare indruk.

"Wij werden opgeroepen naar de Van Beethovenlei. Een man had er zijn vrouw dood aangetroffen. Ik vertrok gewoon in mijn burgerkledij. Zo ging dat toen. Wij dachten dat we naar een CO-dode vertrokken, want zoiets leek het. Tot we bij de man binnenkwamen. Overal plakte bloed tegen de muur, de kat was met zijn kop doodgeklopt tegen de muur. Ik zag dat de man bloed aan zijn handen had. Achteraf bleek dat hij van de stress bij de aanblik van het drama zijn vingernagels helemaal kapot had gekrabt."

Rifle


"Een gebuur vertelde dat hij Jan Caubergh eerder die avond het appartement had zien verlaten. Caubergh had vroeger naast Yvonne Smits gewoond, de vrouw die daar dood in de zetel lag. Nadien was hij enkele straten verderop verhuisd. Toen we naar zijn huis trokken, waren we in de veronderstelling dat we hem gewoon als getuige zouden ondervragen."

"Bent u Jan Caubergh, de man die vandaag in de Van Beethovenlei is geweest?", vroeg mijn collega toen hij de deur opende. Ik herinner me hoe we met ons drieën in die smalle gang stonden van het appartement. Caubergh woonde op het gelijkvloers. Met een ietwat vreemd Limburgs accent zei hij iets bevestigends. Maar lang duurde het gesprek niet. Vanachter de deur haalde hij ineens twee geweren tevoorschijn, een Long Rifle en een geweer dat hij zelf verbouwd had. Caubergh was een wapenfreak."

Lever


34 jaar later begrijpt Leo Gauwloos nog altijd niet hoe hij het incident overleefd heeft. "Hij schoot op ons zoals in een kermiskraam. Het was duidelijk dat hij ons allemaal wou 'liggen' hebben. Wij doken van links naar rechts in die smalle gang."

"Inspecteur Herman Schuermans kreeg drie kogels in de buik en leeft vandaag nog steeds met een niet verwijderbare kogel aan zijn lever. Schuermans is 'ne speciale'. Hoe harder hij geraakt werd, hoe woester hij Caubergh aanvloog. Zelfs in die mate dat Caubergh precies schrik kreeg en terug naar binnen ging."

Western


Leo Gauwloos deed zijn anorak uit en legde die onder het hoofd van agent Schuermans. "Toch spijtig dat mijn vrouw zo vroeg weduwe moet worden, zei hij, terwijl het bloed uit zijn buik gutste. Gsm's bestonden nog niet. Ik liep naar buiten om de rijkswacht te bellen, maar dat scheen eindeloos te duren."

"Toen ik de deur van ons dienstvoertuig, een VW Kever, opende, sprong het lichtje binnen in de auto aan. Ineens zag Caubergh mij in het volle licht staan, middenin de nacht. Vanuit zijn raam begon hij op mij te schieten. Onze politie-auto was doorzeefd. Wat ik die nacht heb meegemaakt, was precies een western."

Zelfverdediging


Op een gegeven moment hoorde Gauwloos de garagepoort opengaan. "Langs daar moet hij ontsnapt zijn. Ik heb nog op hem geschoten. Maar gelukkig heb ik hem niet geraakt. Waarom gelukkig? Omdat het geen wettige zelfverdediging zou zijn geweest, want hij was aan het vluchten."

"Ik ben daar achteraf nog voor op de rooster gelegd door de gerechtelijke. Ikke met mijn revolverke, tegenover Caubergh met zijn plastieken zak met twee Long Rifles en tweehonderd kogels. Ongelooflijk hè?"

Crown Cork


Nadat hij zich even verborgen had gehouden op binnenschepen op het Albertkanaal en in de fabriek Crown Cork in Deurne waar hij werkte, werd Caubergh gevat in een hotelletje in Antwerpen. "Hij had zich gewoon ingeschreven op zijn eigen naam. Niet slim, want het hele land was naar hem op zoek."

"Slachtofferhulp bestond nog niet. Ik heb één nacht vrijgekregen, maar de nacht daarop kon ik weer gaan werken. "Is de bruine streep al uit uw broek?", kreeg collega-agent Hendrickx twee dagen later lachend van een schepen in Schoten te horen. Dát was slachtofferbejegening toen. Maandenlang raakte ik pas in slaap nadat ik een halve fles whisky had leeggedronken. Toen ik vijf jaar geleden getroffen werd door een hersenbloeding, was het opnieuw Cauberghs gezicht dat ik zag. Ik ben nadien commissaris geworden. Dat Schoten een van de eerste politiekorpsen in het land was met kogelvrije vesten, is geen toeval."

Monkellachje


Elk detail van die bewuste nacht, staat Gauwloos nog haarscherp voor de geest. "Zonder twijfel een psychopaat, die eigenlijk in een gesloten psychiatrie in plaats van in een gevangenis thuishoorde. Ik herinner me heel goed hoe hij de gezichten van al zijn slachtoffers had afgedekt met een sprei of een doek. Zelfs over de kop van de kat die hij had doodgeslagen tegen de muur, had hij een doekje gelegd. Alsof hij niet kon verdragen dat die gezichten hem aankeken."

Vlak na zijn arrestatie verzon Jan Caubergh een verhaaltje dat zijn vrouw Rina alle moorden had gepleegd en nadien zelfmoord had gepleegd. "Maar bij de reconstructie bleek al gauw dat dat geen enkele steek hield. Op de rechtbank weet ik nog hoe hij de mensen strak aankeek, altijd met zo'n monkellachje om de mond."

Picknick


"De strafuitvoering in België is een lachertje", vindt Gauwloos. "Zogezegd omdat hij zo'n voorbeeldige gedetineerde was, mocht hij achteraf nog op uitstap, en heeft hij in 2003 tijdens een picknick in de duinen zijn gevangenisbegeleider nog kunnen neersteken met een mes. Als slachtoffers wisten wij niet eens dat hij nog uitgaanspermissie had."

Opluchting


Paul M., de weduwnaar van Yvonne Smits, woont intussen in Merksem en is hertrouwd. Na 34 jaar krijgt hij de naam van Caubergh nog altijd niet over zijn lippen. "Toen ik maandag vernam dat hij eindelijk officieel dood is, heb ik direct gezegd dat ik daar een pint op ging drinken. Het is een opluchting. Al die jaren heeft het aan mijn hart gevréten dat hij nog lucht inademde. Toen vorige maand foutief zijn dood werd gemeld in de media, was ik echt ontgoocheld te vernemen dat hij tóch nog leefde. Ik kan alleen maar hopen dat hij die laatste weken nog heel hard heeft afgezien."

"Dat beeld van hoe ik mijn vrouw die nacht heb aangetroffen, staat op mijn netvlies. Ik kan dat niet vergeten. Ik werkte bij de Spoorwegen en stond met de late shift."

"Eigenlijk hoopte ik dat Yvonne nog wakker was. Toen ik binnenkwam, lag ze onder een sprei op de zetel. Hij had haar truitje over haar hoofd getrokken. Van de wetsdokter heb ik achteraf vernomen dat zij na de moord nog verkracht was geweest. Hij was dus ook nog necrofiel. De dag van mijn eerste huwelijksverjaardag, op 4 maart 1979, heb ik mijn eerste vrouw moeten begraven."

Eerste kindje


"Ze was in verwachting van ons eerste kindje. Op het proces hoorde ik hoe hij met zijn twee duimen het keeltje van zijn eigen babyzoon had dichtgeknepen. Van mij mogen ze hem met zijn gezicht naar beneden in de grond steken, zonder kist."

"Als ik over het plaatstekort in de gevangenissen lees, denk ik altijd: steek die erge gevallen in de koolmijnen, en laat ze werken. En het geld dat ze verdienen, kunnen ze naar de slachtoffers sturen. Ik vind het erg dat hij tachtig jaar is mogen worden, en mijn vrouw maar 19. Voor zulke zware gevallen mogen ze van mijn gerust de doodstraf weer invoeren. "

Wet-Lejeune


Jan Caubergh kwam in 1977 vervroegd vrij met de Wet-Lejeune. "Hij mocht niet meer in de provincie Limburg wonen omdat hij daar zijn eerste misdrijf had gepleegd, en kwam dan maar Schoten", vernam Paul achteraf.

"Hij woonde eerst vlak naast ons appartement. Ik kende hem als gebuur en heb hem nog helpen verhuizen toen hij verderop in de Van Eycklei ging wonen. Wij wisten niet dat hij een strafblad had."

Verleden


Leo Gauwloos van de politie Schoten, die tijdens de moordnacht werd opgeroepen, wist evenmin iets van Cauberghs strafblad. "Die gebuur die nacht had het over Jan Cauwenbergs. We konden ook niet gauw iets in de computer opzoeken, zoals nu."

Paul vermoedt wel dat de wijkagent op de hoogte was. "Alles nog rustig in de wijk?, kwam hij geregeld polsen. Hadden wij maar iets geweten welk verleden hij meesleepte."

Kristin Matthyssen

Foto's Dirk Kerstens

MEEST RECENT

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio