Vlaams Parlement kiest voor interfederaal antidiscriminatiecentrum

Print
2 DECEMBER 2013 - Het nieuwe interfederale antidiscriminatiecentrum zal voorlopig niet bevoegd worden voor discriminaties op grond van taal en gender (vrouwen, transseksuelen, travestieten). Dat bleek vorige week tijdens de debatten over de oprichting van het IFC in het Vlaams Parlement. De Commissie Gelijke Kansen keurde het samenwerkingsakkoord dat zo'n IFC opricht goed en liet daarmee een kans liggen om een Vlaams antidiscriminatiecentrum op te richten. Een overzicht van het Vlaamse debat.

Het Vlaams Parlement debatteert momenteel over de oprichting van dat interfederaal antidiscriminatiecentrum. Dat wordt bevoegd voor álle discriminaties in België (behalve die op grond van taal en geslacht). Het huidige CGKR is alleen bevoegd voor discriminaties in federale zaken, niet voor discriminaties in "Vlaamse zaken". Niet dus voor discriminaties bij de Lijn, de VDAB, het Vlaams onderwijs, de Vlaamse administratie of rusthuizen. En evenmin voor soortgelijke diensten in Wallonië, Brussel of Duitstalig België.

Er komt nu een samenwerkingsakkoord tussen acht overheden. Dat richt een Interfederaal antidiscriminatiecentrum (IFC) op. Dat IFC wordt bevoegd voor alle discriminaties. Dat akkoord moet in het Vlaams parlement worden goedgekeurd door een decreet. Het is al goedgekeurd door wetten in Kamer en Senaat. In beide parlementen was er amper debat. In het Vlaams parlement was dat wel even anders. (Zie hier voor de volledige inhoud en kritieken op het akkoord dat het IFC opricht, nvdr).

Vlaanderen had voor zijn bevoegdheden ook een eigen antidiscriminatiecentrum kunnen oprichten, het zou de logica zelf geweest zijn. Het Vlaams Parlement organiseerde hierover zelfs hoorzittingen en daaruit bleek dat sommige gehoorde getuigen impliciet een duidelijke voorkeur hadden voor een apart Vlaams antidiscriminatiecentrum. Maar de Vlaamse regering, met daarin de N-VA, deed dat niet. Ze koos voor een interfederaal centrum. (Alle voors en tegens een apart Vlaams antidiscriminatiecentrum, leest U hier, nvdr).

In dit stuk behandelen we eerst het nieuwe advies van de SERV en vervolgens het debat in het Vlaams Parlement.

1. DE VISIE VAN DE SERV

Het Vlaams Parlement kreeg een advies binnen van de Commissie Diversiteit van de SERV (Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen). Dat advies is positief, maar het bevat toch volgende bedenkingen:

* Er zal een extra samenwerkingsakkoord nodig zijn om de rechten van gehandicapten onder het nieuwe interfederale centrum te brengen.

* Het valt te betreuren dat het IFC niet bevoegd is voor discriminatie op basis van gender. Voor die groep (vrouwen, transseksuelen, travesties) is immers het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen bevoegd. "Dat leidt tot versplintering van expertise en coördinatie." Het druist verder in tegen het principe van het eenheidsloket. Bovendien zullen de 13 Vlaamse lokale meldpunten in de toekomst niet meer bevoegd zijn voor genderdiscriminatie, terwijl ze daar nu wel bevoegd voor zijn.

* Er is momenteel geen instituut bevoegd voor taaldiscriminatie. Ook het IFC wordt dat niet.(Het CGKR is onbevoegd voor taaldiscriminatie, maar volgens sommige deskundigen interpreteert het die onbevoegdheid te ruim. Zo zouden bv. discriminaties van Vlamingen in Brusselse OCMW-ziekenhuizen geen discriminatie op grond van taal zijn, maar wel communautaire discriminaties op grond van ethnische afkomst (tegen de Vlamingen dus). Althans de antidiscriminatiedeskundigen Jogchum Vrielink en Dajo De Prins vinden dat. Het CGKR betwist die visie, nvdr.)

* Het IFC zou in de toekomst de parlementen ook moeten inlichten over belangrijke rechtspraak en het zou de knelpunten in de discriminatiewetten en - decreten jaarlijks moeten evalueren. (Tot op heden heeft het CGKR nog altijd niet gereageerd op het indrukwekkende onderzoek van Jogchum Vrielink over de werking van de antiracismewet, hoewel dat onderzoek al meerdere jaren oud is, nvdr).

* Er moet een doorzichtige, formele en openbare procedure komen om de leden van de Raad van Bestuur te selecteren en te benoemen. Die is er in het huidige akkoord niet.

Het systeem van onverenigbaarheden tussen een mandaat als bestuurslid van het IFC en andere mandaten is onvolledig. Hierover moet een studie worden gemaakt.

* Het nieuwe IFC moet een duidelijke procedure uitwerken voor de afhandeling van klachten. Wanneer stapt het IFC over van bemiddeling naar klacht? Hoe is de verhouding tot de ombudsdiensten? Het slachtoffer dat niet akkoord gaat met de manier waarop het IFC een klacht afhandelt moet daar tegen in beroep kunnen gaan. (Merkwaardig genoeg geldt dat niet voor de "dader". Deze kritiek wordt al jarenlang op het CGKR gegeven, mar een transparante procedure is er nog steeds niet, nvdr).

* De Commissie Diversiteit van de SERV gaat ermee akkoord dat de 13 Vlaamse lokale meldpunten naar het IFC worden overgedragen, maar dat moet nog worden uitgewerkt. In ieder geval zullen de meldpunten op dezelde manier moeten gaan werken.

* Er is een structurele overeenkomst nodig met de sociale partners, de middenveldorganisaties en alle groepen die actief zijn op mensenrechtenvlak (Kinderrechtencommissariaat e.d.). Er moet een taakverdeling tussen deze organisaties komen.

* De SERV hoopt dat het IFC op zeer korte termijn kan evolueren naar een volwaardig mensenrechteninstituut. zoals dat door de VN wordt gevraagd. In de federale Kamer ondervroeg Bruno Tuybens (sp.a) vorige week nog justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) hierover naar aanleiding van de kritiek van de VN op ons land. Turtelboom zegde toen dat een werkgroep hiermee bezig is, maar volgens Tuybens is die nog niet samengekomen. Er is dus nog geen duidelijke timing voor de oprichting van dat mensenrechteninstituut.

2. HET DEBAT IN HET VLAAMS PARLEMENT

In tegenstelling tot in Kamer en Senaat was er in het Vlaams Parlement wel een debat, dat in de Commissie Gelijke Kansen over drie zittingen was gespreid.

CD&V, sp.a, Open Vld en Groen waren altijd al voor een interfederaal centrum. Alleen N-VA, LDD en VB waren voor een Vlaams antidiscriminatiecentrum, in sterk afgezwakte vorm. De N-VA keurde echter het samenwerkingsakkoord dat een interfederaal centrum oprichtte mee goed en hinkte dus op twee benen, die soms volledig in tegengestelde richting marcheerden. In dit onderdeel gaan we in op de visie van de N-VA, de visie van professor Boudewijn Bouckaert, de enige tegenstemmer in de Commissie Gelijke Kansen (omdat het VB bij de stemming afwezig was), de visie van de andere partijen, de reactie van Pascal Smet.

2.1. DE VISIE VAN DE N-VA

De N-VA nam een dubbel standpunt in. Enerzijds was de partij voor de afschaffing van het huidige CGKR en dus zeker niet voor een interfederaal centrum. Anderzijds keurde ze de oprichting van het IFC toch mee goed als regeringspartij op Vlaams niveau.

2.1.1. Tegen het IFC

De N-VA outte zich in de media als een groot tegenstander van het CGKR. Dat gebeurde bij monde van André Gantman, de fractieleider van de N-VA in de Antwerpse gemeenteraad. Hij zat eerder een tijdje in het bestuur van het CGKR zat bij de oprichting ervan en hij bepleit nu de afschaffing ervan.

"Het CGKR bestaat nu twintig jaar. De economische migratie uit de Maghreb landen is veertig jaar bezig; thans is er een soortgelijke migratie uit voormalige Oostbloklanden. CGKR-directeur Jozef De Witte zegt bij herhaling dat het racisme niet afneemt en dat de muticulturele maatschappij mislukt is… Uit de studies van professor Mark Elchardus blijkt dat de problemen met allochtone jongeren alleen maar toegenomen zijn en nog zullen toenemen. Bij die jongeren groeit het racisme zelf. Maar over die studies zwijgt men. Dus: het resultaat van twintig jaar centrum is minimaal, het is zelfs contraproductief".

Hoe komt dat volgens Gantman? "Het CGKR en het Vlaams Belang zijn eigenlijk objectieve bondgenoten. Terwijl het VB mensen wil uitsluiten, zorgt het CGKR ervoor dat diezelfde mensen niet worden ingesloten. Het CGKR staat met zijn standpunten een harmonieuze integratie in de weg. Zo verzet het CGKR zich tegen het verplichten van cursussen Nederlandse taal aan nieuwkomers. De taal kennen is echter de sleutel tot tewerkstelling in Vlaanderen en een essentiële vereiste tot integratie. Voor mij kan het niet dat mensen werkloos zijn omdat ze de taal niet kennen."

"Volgens mij heeft het CGKR absoluut niet bijgedragen tot de integratie, het is er zelfs een hindernis voor. Het is helemaal geen uitgesproken pleitbezorger van bijvoorbeeld de aanvaarding van onze waarden over de scheiding van kerk/godsdienst en staat, de neutraliteit van de ambtenarij en de gelijkheid van man en vrouw. Bovendien bevestigt het CGKR door zijn houding de traditionele machtsstructuren binnen de islam en zo belet het de integratie.

"Het CGKR moet afgeschaft worden wegens contraproductief. Om de problemen aan te pakken moet men overigens niet werken met dergelijke bureaucratische mastodontinstituten en met juridische en strafrechtelijke sancties. De morele opvoeding van de jeugd is belangrijk. En dat kan zo'n bureaucratie niet doen. Dat moet veel kleinschaliger op een lager niveau gebeuren bijvoorbeeld op het niveau van de steden waar de middelen doelgericht kunnen worden aangewend. Een dergelijke politiek is veel efficiënter dan de publicatie van brochures en opiniestukken door de directie van het CGKR."

2.1.2 Voor het IFC

In het Vlaams Parlement heeft de N-VA drie jaar lang de visie bepleit dat er een ontvet Vlaams antidiscriminatiecentrum moest komen. Geen interfederaal dus, maar een Vlaams. Maar de partij ging uiteindelijk overstag voor de meerderheid, die een "interfederaal centrum" wilde.

De N-VA-tussenkomsten in het Vlaams Parlement waren dan ook low profile. Kris Van Dijck noemde het "absurd om in het Vlaams Parlement niet goed te keuren, wat de N-VA in de Senaat ondanks vele kritieken wel had goedgekeurd, te meer daar het om de realisatie van een punt uit het Vlaams regeerakkoord gaat". In Kamer en Senaat hadden de N-VA-politici evenwel verwezen naar het standpunt van hun partij in de Vlaamse regering om het IFC mee goed te keuren.

Helga Stevens, zowel lid van de federale Senaat als van het Vlaams Parlement, noemde het positief dat de raad van bestuur niet meer door de regering, maar door het parlement wordt benoemd en ook dat het IFC jaarlijks een evaluatierapport zal moeten voorleggen aan de parlementen. Ze vond verder dat het CGKR tot nu toe te weinig heeft gedaan voor gehandicapten en dat het IFC daarin verandering moet brengen: "Alle discriminaties moeten op dezelfde manier worden bestreden", zo luidde het.

De N-VA hield dus erg korte tussenkomsten. De nationalistische partij kreeg veel kritiek van Wim Wienen (VB), die haar standpunt "schizofrenie ten top" noemde en haar opriep om het akkoord niet goed te keuren. Maar kritiek was er ook van Boudewijn Bouckaert (LDD): "Ik begrijp dat de N-VA compromissen moet sluiten in de Vlaamse regering, maar je mag bij een compromis nooit je ziel verloochenen en dat heeft N-VA toch wel enigszins gedaan".

2.2. DE VISIE VAN BOUDEWIJN BOUCKAERT (LDD)

Professor Boudewijn Bouckaert (LDD), tevens voorzitter van de Commissie Gelijke Kansen, was de enige die het akkoord niet goedkeurde. Dat kon omdat het VB afwezig bleef bij de stemming. Omdat de kritieken van Bouckaert veruit het best gemotiveerd waren, gaan we hier wat uitvoeriger op in.

* Bouckaert gaf eerst en vooral zijn algemene visie op de manier waarop wij in België discriminatieproblemen afhandelen. Hij noemde het "politiek verwerpelijk" dat meningen kunnen worden vervolgd en dat het nieuwe IFC blijft "een gedachtenpolitie blijft". 78% van de zaken die vervolgd worden zijn uitingsdelicten, zo toonde onderzoek van Jogchum Vrielink aan. Ook het feit dat private burgers niet mogen discrimineren bij huur of tewerkstelling vond Bouckaert niet goed. "Het is een inbreuk op het eigendomsrecht".

Hij noemde het hele "antidiscriminatie-instrumentarium inefficiënt". "Heeft al één allochtoon een woning of een baan gevonden door al die wetten? Welnee, ze creëren alleen maar verzuring en onrealistische verwachtingen bij allochtonen. De overheid moet hier niet repressief optreden, maar sensibiliseren".

Net zoals Wim Wienen (VB) eerder beklemtoonde ook Bouckaert dat het IFC "helemaal niet wordt verplicht door Europa. De Europese richtlijn gaat heel wat minder ver dan wat de regering voorstelt, men heeft van alles aan toegevoegd aan de richtlijn terwijl dat helemaal niet nodig was".

* De prof stelde dat als er dan toch een antidiscriminatiecentrum moet komen, "het dan een Vlaams moet zijn". "Door dit interfederaal orgaan te creëren heeft de Vlaamse regering vrijwillig het hoofd op het hakblok gelegd. Dat orgaan is nu gecreëerd door een 'verdrag', dat alleen nog kan gewijzigd worden door de acht ondertekenende partijen samen. Iets veranderen, zelfs een klein detail, wordt zo heel moeilijk. De erg kleine Brusselse gemeenschappelijke gemeenschapscommissie kan zo iedere verandering blokkeren".

Een Vlaams centrum was volgens Bouckaert - net als eerder voor het VB - des te meer nodig omdat "Vlamingen en Franstaligen heel anders denken over racisme. In Franstalig België heerst er een hysterie rond dit thema. De Franstaligen hebben duidelijk een verborgen agenda om Vlaanderen een collectief schuldgevoel aan te praten, om hen als racisten te definiëren".

* Verder viel de prof uit tegen de vele taalfouten in het "verdrag", zoals hij het akkoord noemde. "Het is een vertaalverdrag, letterlijk uit het Frans". Hij hekelde het feit dat het IFC zich zal kunnen burgerlijke partij stellen op grond van wetten waarin dat niet mogelijk is, hij vroeg zich af waarom discriminatie van vrouwen niét onder de bevoegdheid van het IFC valt en vond dat die regeling onconsequent was toegepast.

* Bouckaert was verder kritisch omdat de raad van bestuur van dit IFC paritair wordt samengesteld uit Vlamingen en Franstaligen. "Hier hanteert men een confederale logica. Iedereen wijst die af, maar als hij in het voordeel van de Franstaligen is, dan mag het. In België is iedereen Belg en dan zou men zo'n raad van bestuur moeten samenstellen op basis van de structuur van de bevolking, met 60% Nederlandstaligen dus. En niet 50-50."

De prof wilde ook weten hoe men de onafhankelijkheid van de bestuursleden zal garanderen van de vier Vlaamse leden die het Vlaams parlement moet aanduiden: "Er mogen geen parlementsleden inzitten. OK, maar waarom dan wél provincieraadsleden of schepenen? Een schepen van Gent is belangrijker dan een parlementslid".

2.3. DE VISIE VAN DE OVERIGE PARTIJEN

Op het VB na, hadden de overige partijen weinig kritiek op het IFC en steunden het volmondig. Ze schaarden zich wel achter de commentaren van de SERV, betreurden dat het IFC niet bevoegd wordt voor gendervraagstukken en vroegen wanneer het IFC een volwaardig mensenrechteninstituut zal worden.

Deze kritieken werd ook gedeeld door Ann Brussel (Open Vld). Zij hekelde echter verder het beleid van huidig CGKR-directeur Jozef De Witte: "Hij heeft bijgedragen tot een foute perceptie. Nu leeft de indruk dat het CGKR vooral ijvert voor gediscrimineerde allochtonen en voor mensen die gediscrimineerd worden op grond van religie. Maar minder voor andere groepen. Het IFC moet dat anders aanpakken, het mag niet als politiek wapen dienen".

Brusseel had vernomen dat Jozef De Witte geen kandidaat is om directeur te worden van het IFC. "Ik zou het sterk betreuren als de toekomstige directeur van het IFC dezelfde taal zou hanteren als mevrouw Charkaouï, de coördinator van het (door de Vlaamse regering gesubsidieerde, nvdr) Minderheden forum. Ze gaf onlangs te kennen dat alle Vlaamse ondernemers discrimineren en dat geen van de Vlaamse politici iets onderneemt".

2.4. DE REACTIE VAN MINISTER SMET

In zijn repliek ging Vlaams Minister voor Gelijke Kansen Pascal Smet (sp.a) op een beperkt aantal bedenkingen in, zeker niet op alle. Hij zegde o.m. het volgende:

* "De federale regering is het niet eens over de manier waarop het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) moet worden hervormd. Ik hoop dat de federale regering op dit vlak nog tot een beslissing komt, al vrees ik dat deze hoop ijdel is ", zo zegde Smet. Eerder had zijn federale collega Joëlle Milquet (cdH) aangekondigd dat zij het IGVM wilde interfederaliseren naar het model van het IFC, zodat er dus twee instituten naast elkaar zouden blijven bestaan. Maar daarover is dus geen eensgezinheid.

Milquet liet zelf weten dat het IFC ook niét bevoegd word voor taaldiscriminatie. "Door een eenvoudig koninklijk besluit zouden we een instelling kunnen aanwijzen, die dat wél zou zijn. Dat zou idealiter de Vaste Commissie voor Taaltoezicht zijn. Maar er is binnen de regering geen akkoord daarover. Toen we het CGKR hebben omgevormd tot een interfederaal centrum, werd tussen alle overheden beslist om dit centrum niet bevoegd te maken voor taaldiscriminatie", zo zei Milquet aan Olivier Maingain (FDF) in de federale kamer. "Wij zijn hierdoor nog altijd niet in orde met de Europese regels", antwoordde Maingain.

Taal en gender blijven dus buiten het IFC en daardoor is ons land niet in orde met de Europese regels, omdat geen enkel instituut bevoegd is voor taaldiscriminatie in België en omdat geen enkel instituut bevoegd is voor genderdiscriminaties in Vlaamse materies. Sterker: de lokale Vlaamse centra voor gelijke kansen moeten die genderbevoegdheid zelfs opgeven na dit akkoord.

* Het Waals Gewest heeft het instemmingsdecreet dat het IFC opricht vorige week (unaniem) aanvaard in de commissie sociale zaken.

* De minister noemde het "een vergetelheid" dat een partijvoorzitter die geen politiek mandaat heeft kan worden benoemd als bestuurslid van het IFC. "Ik reken erop dat dit niet gebeurt, het zou contraproductief geweest zijn om het dossier opnieuw naar de onderhandelingstafel te sturen voor deze vergetelheid".

* Smet vond het goed dat het IFC zich in de toekomst ook burgerlijke partij kan stellen en zelf strafzaken kan opstarten. "In 17 van de 25 Europese landen kunnen de gelijkheidscentra slachtoffers vertegenwoordigen of in eigen naam optreden in een rechtszaak", zo zegde hij. Maar desgevraagd gaf zijn perswoordvoerster toe dat "optreden in een rechtszaak" niet noodzakelijk betekent dat zo'n gelijkheidscentrum zelf een strafzaak kan opstarten buiten het parket om of zich burgerlijke partij kan stellen in een strafzaak. Volgens haar kunnen deze laatste twee dingen ook maar in een "minderheid van landen".

* Smet riep parlementsvoorzitter Peumans (N-VA) op om een overleg tussen de (8) verschillende parlementen op te starten om te vermijden dat meerdere parlementen dezelfde personen zouden voordragen in het bestuur van het IFC. Hij pleitte voor een interparlementair overleg.


*****************************************


Lees ook:

Naar een interfederaal antidiscriminatiecentrum

Naar een Vlaams antidiscriminatiecentrum?

Het debat over het antidiscriminatiebeleid van Milquet in 2012

Di Rupo I over justitie en discriminatie

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast"

Het CGKR en de vrijheid van meningsuiting

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2010

Het CGKR en de homohaat

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2009

Professor Marc De Vos over de antidiscriminatiewet

Het racismerapport van het CGKR voor 2008

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2007

CGKR: "Discriminatie op werkvloer is torenhoog"

Professor Storme becritiseert de antidiscriminatiewet

Pleidooi voor een recht op discriminatie


*****************************************


Het recentste nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site of op "Google geavanceerd zoeken" de letters JDW en Uw gezocht item in te tikken.


*****************************************


.

Nu in het nieuws