Regering verdeeld over discriminatie op grond van taal

"Er is binnen de regering geen akkoord om een instelling aan te duiden die rechtszaken voor taaldiscriminatie kan starten." Dat zei minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) zopas in de Kamer aan Olivier Maingain (FDF).

jatimmermans

Maingain (foto) was "verontwaardigd over de schandalige beslissing van het Antwerpse OCMW dat geen leefloon wil toekennen aan mensen die geen Nederlands willen leren". Dat is volgens hem "een extreme discriminatie op grond van taal". Hij hekelde het feit dat momenteel geen enkele instelling uit naam van het slachtoffer een rechtszaak kan starten als die discriminatie gebaseerd is op taal, terwijl dat wél kan voor discriminatie op grond van racisme, seksuele voorkeur, geslacht, gezondheid, leeftijd e.d.

Centrum Gelijke Kansen

Milquet antwoordde dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) inderdaad niet bevoegd is voor discriminatie op grond van taal. "Door een eenvoudig koninklijk besluit zouden we een instelling kunnen aanwijzen, die dat wél zou zijn. Dat zou idealiter de Vaste Commissie voor Taaltoezicht zijn. Maar er is binnen de regering geen akkoord daarover."

Interfederaal centrum

"Toen we het CGKR hebben omgevormd tot een interfederaal centrum, werd tussen alle overheden beslist om dit centrum niet bevoegd te maken voor taaldiscriminatie", zo zei Milquet.

Lees ook: Naar een interfederaal antidiscriminatiecentrum

"Wij zijn hierdoor nog altijd niet in orde met de Europese regels", antwoordde Maingain. Toen vanuit de plenaire vergadering werd geroepen dat in Brussel Nederlandstaligen in allerlei overheidsinstellingen al jarenlang gediscrimineerd worden omdat ze Nederlands spreken zei Maingain: "Wel steun mij om een instelling op te richten om naar de rechter te stappen. We zullen dan wel zien wie er gelijk heeft".

JDW

Archiefbeeld Belga

MEER OVER Joëlle Milquet