Bouckaert maakt brandhout van nieuw antidiscriminatiecentrum

Bouckaert maakt brandhout van nieuw antidiscriminatiecentrum

Bouckaert maakt brandhout van nieuw antidiscriminatiecentrum

Print
In een uitvoerige en grondig gedocumenteerde toespraak maakte Vlaams parlementslid en professor Boudewijn Bouckaert (LDD) zopas het samenwerkingsakkoord dat een interfederaal antidiscriminatiecentrum (IFC) wil oprichten, met de grond gelijk.

Het Vlaams Parlement debatteert momenteel over de oprichting van dat interfederaal antidiscriminatiecentrum. Dat wordt bevoegd voor álle discriminaties in België (behalve die op grond van taal en geslacht). Het huidige CGKR is alleen bevoegd voor discriminaties in federale zaken, niet voor discriminaties in "Vlaamse zaken". Niet dus voor discriminaties bij de Lijn, de VDAB, het Vlaams onderwijs, de Vlaamse administratie of rusthuizen. En evenmin voor soortgelijke diensten in Wallonië, Brussel of Duitstalig België. Er komt nu een samenwerkingsakkoord tussen acht overheden om het IFC bevoegd te maken voor alle discriminaties. Dat akkoord is al goedgekeurd door de Kamer en vandaag gebeurde dat ook door de Senaat. In beide parlementen was er amper debat. In het Vlaams parlement is dat wel even anders.

Lees alles over dit akkoord: Naar een interfederaal antidiscriminatiecentrum

Vlaanderen had voor zijn bevoegdheden ook een eigen antidiscriminatiecentrum kunnen oprichten, het zou de logica zelf geweest zijn. Maar de Vlaamse regering, met daarin de N-VA, deed dat niet.

Gedachtenpolitie

Tijdens het debat noemde Bouckaert het "politiek verwerpelijk" dat meningen kunnen worden vervolgd en het nieuwe IFC blijft "een gedachtenpolitie blijft". Het feit dat private burgers niet mogen discrimineren bij huur of tewerkstelling vond hij een "inbreuk op het eigendomsrecht".

Verzuring

Hij noemde het hele "antidiscriminatie-instrumentarium inefficiënt". "Heeft al één allochtoon een woning of een baan gevonden door al die wetten? Welnee, ze creëren alleen maar verzuring en onrealistische verwachtingen bij allochtonen. De overheid moet hier niet repressief optreden, maar sensibiliseren".

Volgens Bouckaert is het IFC "helemaal niet verplicht door Europa. De Europese richtlijn gaat heel wat minder ver dan wat de regering voorstelt, men heeft van alles aan toegevoegd aan de richtlijn terwijl dat helemaal niet nodig was".

Hakblok

De prof, die in het Vlaams Parlement tevens voorzitter is van de Commissie Gelijke Kansen, stelde dat als er dan toch een antidiscriminatiecentrum moet komen, "het dan een Vlaams moet zijn". "Door dit interfederaal orgaan te creëren heeft de Vlaamse regering vrijwillig het hoofd op het hakblok gelegd. Dat orgaan is nu gecreëerd door een verdrag, dat alleen nog kan gewijzigd worden door de acht ondertekenende partijen samen. De erg kleine Brusselse gemeenschappelijke gemeenschapscommissie kan zo iedere verandering blokkeren".

Hysterie

Een Vlaams centrum was volgens Bouckaert des te meer nodig omdat "Vlamingen en Franstaligen heel anders denken over racisme. In Franstalig België heerst er een hysterie rond dit thema. De Franstaligen hebben duidelijk een verborgen agenda om Vlaanderen een collectief schuldgevoel aan te praten, om hen als racisten te definiëren".

Ziel verloochenen

De prof zegt dat hij "begrijpt dat de N-VA compromissen moet sluiten in de Vlaamse regering, maar je mag bij een compromis nooit je ziel verloochenen en dat heeft N-VA toch wel enigszins gedaan".

Verder viel de prof uit tegen de vele taalfouten in het "verdrag". "Het is een vertaalverdrag, letterlijk uit het Frans". Hij hekelde het feit dat het IFC zich zal kunnen burgerlijke partij stellen op grond van wetten waarin dat niet mogelijk is, hij vroeg zich af waarom discriminatie van vrouwen niét onder de bevoegdheid van het IFC valt.

Confederale logica?

Bouckaert hekelde het feit dat de raad van bestuur van dit IFC paritair wordt samengesteld uit Vlamingen en Franstaligen. "Hier hanteert men een confederale logica. Iedereen wijst die af, maar als hij in het voordeel van de Franstaligen is, dan mag het. In België is iedereen Belg en dan zou men zo'n raad van bestuur moeten samenstellen op basis van de structuur van de bevolking, met 60% Nederlandstaligen dus. En niet 50-50."

De prof wilde ook weten hoe men de onafhankelijkheid van de bestuursleden zal garanderen van de vier Vlaamse leden die het Vlaams parlement moet aanduiden: "Er mogen geen parlementsleden inzitten. OK, maar waarom dan wél provincieraadsledenen of schepenen? Een schepen van Gent is belangrijker dan een parlementslid".

Minister van Gelijke Kansen Pascal Smet (sp.a) antwoordt op 5 december.

JDW

Foto Photo News

.

Nu in het nieuws