Tussen Antwerpen en Bagdad: Op zoek naar liefde in tijden van oorlog

Print

Tussen Antwerpen en Bagdad: Op zoek naar liefde in tijden van oorlog

Zelfa Madhloum (foto boven), een 24-jarige Antwerpse studente, keert voor het eerst terug naar haar roots. Een land dat ooit het mooie Mesopotamië was, is nu het explosieve Irak. Ze dompelt zich onder in de schokkende wereld die ooit haar lot had kunnen zijn.

Deel 2: Uitgaan en relaties in Bagdad

De toekomst ziet er somber uit in Irak. Jonge meisjes durven geen kinderen op de wereld te zetten. De mannen zijn gefrustreerd en willen emigreren. Liefde in Irak is het enige wat mensen bij elkaar houdt. Want alles kan in één moment uiteenspatten.

Mesopotamië, het Bijbelse land van melk en honing, betekent in het Oud- Grieks ‘ tweestromenland’. De rivieren Tigris en Eufraat bevloeien het gebied en vormen voor de omringende landen de belangrijkste bron van water. De Soemeriërs en Babyloniërs hebben het spijkerschrift uitgevonden, de literatuur ontwikkeld, de tijd verdeeld in minuten en seconden, en de kalender uitgevonden. Zij waren het eerste volk dat steden bouwde, kanalen voor landbouw aanlegde en succesvol handel dreef. Mesopotamië, het huidige Irak, wordt door historici gezien als de bron van de westerse beschaving. De bakermat van de geschiedenis.

Het romantische beeld dat ik over Irak had, is aan scherven geslagen. De realiteit is hard en confronterend. Ik accepteer dat het land zo veel heeft meegemaakt. Maar ik aanvaard niet hoe het er nu aan toegaat. De meest belangrijke archeologische sites ter wereld zijn vernield, waardevolle historische voorwerpen gestolen. De enige schatten die alles hebben doorstaan, zijn de twee stromen. Zij zijn er altijd geweest.

De straten van Bagdad zijn nog steeds een puinhoop. Tien jaar later is er amper iets heropgebouwd. Overal zie je littekens van de oorlog. Kogels in de muren, verwoeste gebouwen en verminkte kinderen. Met meer dan twee miljoen weduwes is dit de prijs die Irak betaalt. Het zwarte goud en kinderbloed stromen tegelijkertijd.

In de wijk Mansour, bekend als een van de rijkste buurten van Bagdad, is Nadi al Sayd gevestigd. Dat is een club waar families en jonge mensen naartoe komen om er zich te ontspannen. Je vindt er cafés, tennisvelden en bowlingpistes. Het is ook alleen bestemd voor de rijke families die jaarlijks een duur abonnement kunnen betalen.

Via-via mag ik er ook binnen. De club is verdeeld in een familie- en een mannengedeelte. Ik ontmoet hier straks Nour en Ali, die ik via een vriendin heb leren kennen. Ik ben benieuwd hoe zij hier leven. Het is erg moeilijk om verliefd te zijn in Irak. Zielsverwanten blijven voortdurend met elkaar in contact via sms-berichten of telefoontjes. Het is het enige medium dat hen nog een beetje bij elkaar houdt.


Het koppel Ali en Nour in gesprek met Zelfa Madhloum (links)

Huiszoeking midden in de nacht

Wanneer ik Nour en Ali ontmoet, blijkt dat ze nog maar heel recentelijk getrouwd zijn en dat ze elkaar tijdens hun studies rechten hebben leren kennen. “De enige plaats om als meisje van straat te geraken, is de universiteit.” Ze lacht. Nour is 24, even oud als ik en al een jaar getrouwd. “We hadden eerst een soort afstandsrelatie, een periode waarin we alleen oogcontact hadden”, vertelt ze. “Het was niet gemakkelijk en dat geldt voor alle jongeren hier. We hebben geen uitgaansgelegenheden. We kunnen nergens naartoe om ons te ontspannen. Alleen in dit café kunnen we terecht. Maar dat zijn we ondertussen al wat beu gezien.”

“Ik werk bij een wisselkantoor en kijk de hele week uit naar de dag om naar hier te kunnen komen”, vertelt Ali. “Ook al is het hier elke week hetzelfde. Maar hier ben ik tenminste alleen met mijn vrouw en kan ik met haar flirten.”

Ali kijkt nog eens naar haar en krult een lok van haar haren. De meeste jonge getrouwde stellen blijven bij hun familie wonen, omdat dat in hun cultuur gebruikelijk is. In Irak speelt het familieleven nog een grote rol. “Weet je, ik heb een goeie job en mijn vrouw studeert nog. Maar ik wil echt graag weg uit Irak.”

Het leven in Irak is er ook een van voortdurende bezorgdheid en op je hoede zijn. “Je ziet ook wel hoe het er hier aan toegaat”, zegt Ali. “Vorige maand zijn er soldaten bij ons binnengevallen en hebben ze mijn vrouw vastgepakt. Je wil niet weten wat er toen in mij omging. En ik kon niets doen, want ze hadden mij ook vast. Het ging uiteindelijk om een stomme huiszoeking en wij hadden niet eens iets gedaan. Ze vallen gewoon midden in de nacht binnen, onverwacht.”

Nour kijkt lief naar haar man en legt haar hand op zijn hand, omdat Ali zich zo opwindt. “Je wil niet weten hoe moeilijk het is om elke dag met spanning af te wachten of hij nog gaat thuiskomen of niet”, zegt ze. “Het is hier geen leven. Jonge mensen hebben toch recht op vrijheid en ademruimte?”

Ali begint te zweten en is erg gefrustreerd. “Het enige wat we hier kennen, is angst”, pikt hij in.

“Hoe kan ik nu in deze tijden aan kinderen beginnen? Ik wil geen oorlogskind in mij. Ik wacht tot de situatie verbetert”, verklaart Nour. “Vroeger schrok ik toen ik een lijk op straat zag liggen. Nu ben ik het gewend. Bomaanslagen zijn dagelijkse routine, zoals eten en slapen.”

Straat der minnaars

Aan de oever van de Tigris ligt de meest romantische plek van Bagdad. Abu Nawas is een van de oudste straten van het historische centrum en staat bekend als de ‘straat der minnaars’. Langs de rivier loopt een met bloemen versierd paadje waar verliefde koppeltjes ooit langs kuierden. Straks gaat de zon onder en ik zet me even op een bankje.

Er hangt een raar sfeertje. Ik beeld me in dat ik in de Babylonische tijd zit en dat er gespierde mannen in vlotjes op de rivier varen. Een diepe mannenstem brengt me terug naar de realiteit. “Wat doe je hier? Zie je niet dat hier niemand is. Het is hier niet de ideale plek om te dromen.”

Verward kijk ik op. Uit mijn ooghoeken loer ik naar hem. Hij ziet er oké uit. “Waarom komt hier niemand meer?”, vraag ik hem geïnteresseerd.

“Ha, je bent zeker niet van hier. Ik zag het al aan je zonnebril”, zegt de man. “Niemand durft hier nog te komen. Dat komt door de spanningen hier, de situatie in haar geheel. De tijden zijn veranderd.”

Zijn wenkbrauwen fronsen, ik vermoed dat hij rond de dertig jaar is. “Was het vroeger dan anders?”, vraag ik.

“Ja, vroeger kwam ik hier als kind voetballen, met mijn familie picknicken of met mijn vrienden uitgaan.”

Hij stamelt en kijkt sip. Ik durf hem niets meer te vragen. Overal waar je een huis binnengaat in Bagdad, is er leed, heeft de familie iemand verloren. Hetzij door de massale executies van Saddam Hoessein, de voormalige president van Irak, de Golfoorlogen, de invasie van Amerika of de huidige oorlog.

“Waar kom je eigenlijk vandaan?”, vraagt de man. “Je lijkt niet echt een Iraakse, veeleer een Pakistaanse.”

Verdorie, waarom lijk ik niet Iraaks, denk ik bij mezelf. “Ik ben Iraakse van origine, maar in België geboren. Ken je dat?”

“Echt? Ben jij van België? Jullie hebben het beste staal ter wereld! Wist je dat er hier veel Belgisch staal wordt gebruikt in de industrie? Trouwens, weet je waar deze straat naar vernoemd is?”

“Straat van de liefde of zoiets?”, doe ik een gok.

“Ja, maar weet je ook waarom? Zie je dat standbeeld daar?” Hij wijst achter mij. “Dat is Abu Nawas, een van de belangrijkste klassieke Arabische dichters uit de achtste eeuw. Zijn gedichten gaan vaak over wijn, maar zijn ook erotisch getint, vooral voor jongens.”

Hij lacht. “Hoewel hij zelf ook wel in God geloofde, was hij gewoon een stoute jongen in zijn tijd. Hij schreef over alles open en bloot. Hier zie je trouwens Sheherazade en de koning. Dat verhaal ken je toch?”

1001 Nachten

Sheherazade, de vertelster uit de verhalen van 1001 Nachten, is heel mooi met haar grote ogen en lange haren. Het beeldhouwwerk is prachtig en ik blijf er eventjes naar staren.

“Waar ga je nu dan uit?”, vraag ik hem. “Er zijn niet veel mogelijkheden meer. Vroeger was alles anders. Nu is er amper nog iets open. Iedereen heeft schrik voor aanslagen. Het leven draait hier om toeval. Ben je toevallig op de foute plaats op het foute tijdstip, dan ga je eraan. Ik heb genoeg mensen verloren. Als ik hun lot volg, dan is dat maar zo. Ik ben niet meer waard dan zij. Ondertussen hebben we dat hier allemaal geaccepteerd. We leven van dag tot dag.”

Ik krijg het benauwd en kijk hem emotioneel aan.

“En dan is er die vervelende avondklok tussen middernacht en 5u ’s morgens. En trouwens, waarom zou ik uitgaan? Er zijn toch geen meisjes...”

Ik kan mezelf niet meer bedwingen, dit is mijn kans. Met een krop in mijn keel. “Is liefde dan onmogelijk hier?”

Hij wordt even stil en antwoordt luid en diep, met een paar seconden tussen elk woord: “Ik wil niet elk uur, elke minuut en elke seconde van de dag leven met het gevoel dat het toeval mijn geliefde weer afpakt.”


Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.


Bio Zelfa Madhloum

- Geboren in Antwerpen, van origine Iraakse
- Mentaliteitsmix: 50 procent Iraakse en 50 procent Vlaamse
- Vlaamse helft: frietjes, op café hangen en Humo lezen
- Iraakse helft: theedrinken, gastvrij en te laat komen
- Geboortedatum: 4 mei 1989
- Studie: journalistiek
- Hobby's: paardrijden, poëzie, kokkerellen, reizen, voetbalscheidsrechter
- Interesses: voetbal, mediterrane landen, auto's, films
- Houdt van: azuurblauwe zee, donkere chocolade, Game of Thrones, uitdagingen
- Karaktereigenschappen: sociaal, dominant, ambitieus, sterk, levenslustig
- Belangrijk in mijn leven: familie, vrienden, liefde
- Wat drijft mij: mijn nieuwsgierigheid in alles en de passie voor journalistiek
- Wat miste ik het meest in Irak: uitgaansleven, frietjes met mayonaise, gezelschap
- Motto: het beste moet nog komen
- Volgende uitdaging: paardrijden in de woestijn en van het nomadenleven proeven

Nu in het nieuws