Tussen Antwerpen en Bagdad: Op bezoek in school voor kansarme kinderen

Print

Tussen Antwerpen en Bagdad: Op bezoek in school voor kansarme kinderen

Zelfa Madhloum, een 24-jarige Antwerpse studente, keert voor het eerst terug naar haar roots. Een land dat ooit het mooie Mesopotamië was, is nu het explosieve Irak. Ze dompelt zich onder in de schokkende wereld die ooit haar lot had kunnen zijn.

"Voetbal is het enige wat ons gelukkig maakt"

Voetbal is het middel bij uitstek voor de Irakezen om zich te verenigen. Vandaag is er voetbal op tv. Een speciaal gevoel hangt in de straten van Bagdad. Voetbal, een feest. Dat bewijst ook de voetbalschool voor kansarme kinderen die we bezoeken.

Vandaag speelt Irak tegen Engeland voor de FIFA Wereldbeker -20. Dat is een grote belevenis en iedereen is gespannen. Voetbal is de nationale sport van Irak. Iedereen houdt ervan. Zelfs de oude vrouwen volgen het. Er worden grote schermen op allerlei pleintjes gezet om de voetbalwedstrijd te volgen. De overheid neemt extra veiligheidsmaatregelen, want er komt dan veel volk op straat. Als voetbalfanate ga ik de match bij kennissen volgen.

Vreugdeschoten

Terwijl Irak geteisterd wordt door het sektarische geweld, wordt er ondertussen een ander beeld gegeven op het voetbalveld. Het Iraakse voetbalteam bestaat uit sjiieten, soennieten, Koerden en christenen. In het voetbal verenigen ze zich, dan maakt etniciteit of religie niets uit. Alles draait om de bal en de goal. En niet om de etnische afkomst van de voetballer.

We zitten allemaal gekluisterd aan de televisie. De match begint, iedereen is gespannen. Het is stil op straat. De wedstrijd wordt gratis uitgezonden op een kanaal dat normaal gezien betalend is. Wanneer de Irakezen tijdens de eerste helft scoren, hoor je meteen de eerste vreugdeschoten. Als Irakezen gelukkig zijn, dan schieten ze kogels in de lucht. Dat is hier gebruikelijk. Er wordt nog een goal gemaakt, en dan valt de elektriciteit uit.

“Verdomme!” Hassan, mijn kennis, wordt kwaad. “Die elektriciteit hier trekt op niks, altijd hetzelfde probleem”, foetert hij. Hassan staat op en gaat naar het dak om de antenne te controleren. We wachten allemaal vol spanning. Tijdens de invasie van Amerika werden stroomnetten gebombardeerd.

Tien jaar later is er nog altijd geen deftige elektriciteit. De stroom valt hier om de twee tot drie uur uit. En dat is overal zo. (Ook bij mijn bezoek aan de kapster valt de elektriciteit uit. Ik moet wachten tot ze weer stroom heeft om mijn haren verder te brushen.)

Na een halfuur is er weer elektriciteit. De voetballende sterren verschijnen opnieuw op het scherm. Iedereen is opgelucht en Hassan zit zo dicht bij de tv dat hij mijn zicht belemmert. “Hassan, kan je een beetje naar achteren zitten?” Hij antwoordt niet. Hij gaat zo fel op in de match. “Komaan, komaan, verdomme!”

Hassan wordt rood, hij is bezweet. Hij rookt de ene sigaret na de andere. De Irakezen missen een open doelkans. Hassan zit nog dichter bij het scherm: de televisie kan hem bijna opeten. Wanneer de Engelsen scoren, staat hij vloekend op en gaat naar buiten.

Wat hij gaat doen, snap ik niet. Ik heb tenminste het scherm voor mezelf. De Irakezen houden vol en spelen dapper voort. Ik wist niet dat ze zo goed waren. De match eindigt in een gelijkspel: 2 - 2. Voor Irak staat dat gelijk met een overwinning, want het is een match tegen een voetbalgrootheid en hiermee heeft Irak zich gekwalificeerd voor de volgende ronde. Maar tijdens de match is vijf keer de elektriciteit uitgevallen.

De vreugdeschoten weerklinken weer. Auto’s toeteren luid, muziek schalt door de straten. Mensen dansen, juichen en omhelzen elkaar emotioneel. De hele stad staat in rep en roer. Het is feest. Hassan heeft een grote glimlach op zijn gezicht, hij omhelst zijn vrouw en gaat dan naar buiten. Hij gaat de overwinning vieren met zijn vrienden. Dat betekent dus in auto’s met luide muziek rondtoeren en met de vlag wapperen.

Sara, de vrouw van Hassan, pinkt een traantje weg. “Ik ben zo blij voor hen, echt waar. Voetbal is het enige wat ons gelukkig maakt in Irak. Het is het enige oprechte moment van geluk.”

Inclusief zwembad

In een arme buurt van Bagdad bezoek ik nadien een voetbalschool. De school is met hoge muren afgebakend en heeft drie voetbalvelden en een klein zwembad. De oprichter, Falah Ashoor, woonde vroeger in Denemarken. Hij werkte er als sportleerkracht en toen hij met pensioen ging, besliste hij om terug naar zijn land van herkomst te keren en er een voetbalschool op te starten.

“Ik had twee opties: ofwel blijf ik in Denemarken en breng ik daar de rest van mijn leven door, ofwel kom ik terug naar Irak en kan ik hier nog iets betekenen in de maatschappij.”

Ik kijk naar de voetballende kinderen, die keurig hun outfitjes aan hebben. Ik voel het: hier zijn ze veilig, verwijderd van al het kwade van buitenaf. “We houden elke dag trainingen. Op elk uur is er een training voor de verschillende leeftijdsgroepen”, legt Falah uit. De eerste groep zijn de kinderen van vier tot zes jaar. “Hier komen kinderen van allerlei etniciteit samen”, vertelt Falah Ashoor.

“Er zitten kinderen tussen die hier blootsvoets toekomen en helemaal niets hebben. Wij geven ze voetbalschoenen en voetbalkleren die ze zelf mogen uitkiezen. Iedereen is hier welkom. Elke dag komen er kinderen bij.”

Ik ben ontroerd door het engagement van deze man en wat hij voor de Iraakse maatschappij betekent. “Ik ben zelf een grote voetbalfan en ik wil die passie delen met de straatkinderen”, zegt Falah. “Het belangrijkste voor mij is dat ik deze kinderen van de straat hou. Weg van de terroristen en het gevaar. Hier kunnen ze zichzelf zijn. Kind zijn en doen wat ze graag doen zonder bang te zijn.”

“We hebben ook een groepje meisjes die hier komen trainen”, zegt Falah trots. “We geven ze tijdens de pauze drinken en fruit. Alleen water of fruitsap: dat is gezonder dan cola en andere frisdranken.”

Rare naam

Overweldigd door deze fantastische locatie beslis ik om met de kinderen mee te gaan voetballen. “Laat de Engelse passeren”, commandeert een jongetje aan de rest van de groep. Ik kijk naar hem en glimlach. “Ik ben geen Engelse, hoor, ik ben Irakees zoals jij. ”

“Oh ja, maar je naam is zo raar. Ik heb nog nooit van een Zelfa gehoord hier”, zegt hij.

“Trouwens, ben jij supporter van Barcelona of Madrid?” Zijn ogen glinsteren in de zon.
“Ik ben voor Barcelona. Wat is je naam, jongeman?”
“Ik heet Kadum Jafer Jawad”, zegt hij.
“Hoe vaak kom je hier en vind je het hier leuk?”
“Ja, natuurlijk”, zegt de jongen meteen.
“Het is hier keileuk en ik kan met mijn vrienden spelen. Ik kom hier elke dag. Alleen in het weekend spijtig genoeg niet, want dan moet ik thuis helpen. En dan kijk ik superhard uit naar de training van maandag.”
“Waarmee help je dan thuis?”, vraag ik hem.
“Ik moet spulletjes op de markt verkopen om wat geld te verdienen.”
Ik heb een zwak voor kinderen. Deze jongeman heeft volledig mijn hart veroverd.
“Pas op! Je moet nu al dribbelend naar de overkant!”
Ik doe wat hij zegt en eenmaal aan de overkant spreek ik een andere jongen aan.
“Woont Kadum met zijn familie hier in de buurt?”
De jongen kijkt op en antwoordt: “Kadum woont met zijn zussen in een straat hier een beetje verder.”
“Waar zijn zijn ouders dan?”
“Die heeft hij niet.” Mijn ogen worden nat. Ik wil Kadum meenemen naar België.

Elk kind zijn verhaal

Na de training keer ik terug naar Falah. “Falah, zijn alle kinderen hier arm?”
“De meeste zijn weeskinderen, maar er zijn ook kinderen die uit normale gezinnen komen”, vertelt hij.
“Wat is hier het strafste verhaal?”

Falah kijkt op. “Elk kind heeft een verhaal en heeft al veel meegemaakt. Er zijn kinderen van wie de vaders elkaar hebben uitgemoord omdat ze soenniet en sjiiet zijn, maar die dat zelf niet weten en hier samen voetballen. Kinderen zijn kinderen. Ze komen hier om te voetballen. Elk boompje dat je hier ziet, is geplant door een kind en stelt zijn nieuwe leven voor dat hij hier begonnen is. Het gras waar je nu op loopt, is ook geplant door de kinderen zelf. Heel dit complex hebben we samen gebouwd."

"Onlangs hebben we hier ook een zwembad gebouwd omdat een van de kinderen in de oevers was verdronken. Voortaan kunnen ze hier ook veilig zwemmen.”

Falah fluit en uit de verte komen zestien honden aangelopen. “Dat is nog een van mijn hobby’s”, lacht hij.

Het voetbalproject past in de Denemarkse Cross Cultures Project Association, die kansarme kinderen wereldwijd een nieuw leven biedt door middel van voetbal. Falah opende de eerste school in Irak in 2003.

Vandaag zijn er meer dan 36 voetbalscholen die kansarme kinderen van de gevaarlijke straten in Irak houden.

http://ccpa.eu

Lees eerdere afleveringen:

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Nu in het nieuws