Tussen Antwerpen en Bagdad: Allochtoon in eigen land van herkomst

Print

Tussen Antwerpen en Bagdad: Allochtoon in eigen land van herkomst

Zelfa Madhloum, een 24-jarige Antwerpse studente, keert voor het eerst terug naar haar roots. Een land dat ooit het mooie Mesopotamië was, is nu het explosieve Irak. Ze dompelt zich onder in de schokkende wereld die ooit haar lot had kunnen zijn. Deel 1: de eerste dag in Bagdad.

Bagdad, bekend als de romantische sprookjesstad uit de vertellingen van 1001 Nachten, is na Caïro de stad met de hoogste geletterdheid van de Arabische wereld. Onze eerste kennismaking met de stad speelt zich af in het historische centrum. Hier voel je het culturele hart van Bagdad kloppen.

Mijn eerste stappen op Iraaks grondgebied. Heel mijn leven heb ik hier naar uitgekeken. Naar dit moment om Irak te leren kennen. Ik stap uit het vliegtuig en voel een hittegolf over mij heen gaan. Er is weinig zuurstof en ik hap naar adem. Ik kijk om me heen en voel me wat onwennig worden. De eerste druppels zweet raken de Iraakse grond. Het is 46 graden.

Op het eerste gezicht lijkt het me een typisch Arabisch land. De palmbomen, dragers van onrijpe dadels, verwelkomen me. Ik schrik wel even als we om de kilometer moeten stoppen bij checkpoints. Op elke hoek van de straat staat een legerpost met tanks. De zwaarbewapende soldaten bekijken me alsof ik een buitenaards wezen ben. Zo veel militairen had ik hier niet verwacht. De oorlog was toch voorbij? Toch heeft de Iraakse overheid beslist om op elke nieuwe weg checkpoints te plaatsen om voertuigen te controleren op bommen en mogelijke terroristen op te pakken.

Veiligheidsgordel is gevaarlijk

Vanuit de luchthaven nemen we een taxi naar het centrum van Bagdad. In de taxi doe ik automatisch mijn gordel om. "Ben je gek geworden?", snauwt de chauffeur. "Waarom mag ik geen gordel omdoen?" vraag ik hem een beetje naïef. "Hier draagt niemand een gordel. Als je dat wel doet, is het voor de checkpoints duidelijk dat je een buitenlander bent."

Great, hier word ik dus ook als een buitenlander gezien. "Waarom mogen checkpoints dan niet weten dat ik van het buitenland ben?" De chauffeur zucht en staart suf voor zich uit. Zijn gezicht is bezweet door de warmte. "Mag ik nu weten wat er dan zo gevaarlijk is aan het dragen van een gordel?", zeur ik verder. Intussen rijdt hij ook nog eens door het rood en word ik ongeruster. "Als ze zien dat je een buitenlandse bent, dan krijg ik extra controle op mijn dak. En dan word jij nog eens extra gecontroleerd op het dragen van bommen."

"Waarom rijd jij door het rood? En wat heeft een veiligheidsgordel nu met bommen te maken?" vraag ik hem verward. "Wie een gordel draagt, is duidelijk niet van hier en komt zenuwachtig over. Dat wordt geassocieerd met het dragen van een bomgordel. Trouwens, niemand houdt zich aan de verkeerslichten, die zijn maar decor. En durf ook geen foto's te nemen van het leger hier of checkpoints, want dan hang je. Voor de rest wens ik je een prettige reis." Ik slik en doe mijn gordel uit.

Elke vrijdag vinden er demonstraties plaats nabij het historische centrum. Met een bootje steken we de rivier Tigris over om in de Mutanabbi-straat te geraken. Die staat bekend als de belangrijkste en oudste ontmoetingsplaats voor artiesten, schrijvers en kunstenaars. Er worden miljoenen oude boeken op de grond verkocht en er zijn straatoptredens van artiesten. Ik lijk wel in een andere wereld te vertoeven. Een intellectuele omgeving waar artiesten zichzelf kunnen zijn zonder bekritiseerd te worden.

In de verte zie ik zingende jongeren de straat opkomen met vlaggen en borden waarop staat 'Ik ben tegen het sektarische geweld'. Iemand anders draagt een bord met de slogan 'Ik ben soenniet', een jongen die naast hem staat, draagt een bord dat zegt 'Ik ben sjiiet'. De groep vormt een grote cirkel. Ik aarzel even of ik er wel tussen mag staan omdat ik geen meisjes zie, maar de nieuwsgierigheid trekt me er naartoe.

Straattoneel tegen censuur

Ik vraag een jongeman naast mij wat er gaat gebeuren. Hij draagt een bord met de tekst 'De kunst op straat is ons leven'. Hij kijkt even en glimlacht. "Weet jij dan niet wat er vorige maand gebeurd is?"

Nee dus. "De directeur van het nationale theater werd ontslagen door de overheid omdat een Duitse actrice naakt had opgetreden."
"Dus protesteren jullie tegen de overheid?"

"Het strippen hoorde bij de opvoering en de overheid wil zich ermee bemoeien. Wij protesteren tegen de religieuze druk van de overheid. We willen vrijheid op het vlak van kunst en cultuur. We willen niet dat er censuur komt op onze kunst. Dat vermoordt onze persoonlijke vrijheid."

De jongeman klemt zijn bord harder tegen tegen zich aan en kijkt naar wat er in de cirkel gebeurt. Om de beurt geeft een artiest een optreden. Het zijn allemaal korte satirische toneelvoorstellingen. Dit is hun manier om protest te uiten.

In 2007 vond hier een aanslag plaats waarbij meer dan dertig mensen het leven lieten, honderden mensen gewond raakten en duizenden historische boeken in rook zijn opgegaan. Ik spreek een oude man aan die oude postkaartjes en paternosters in edelstenen verkoopt. Ik vraag hem wat de Mutanabbi-straat voor hem betekent. "In dit gedeelte van Bagdad speelt je religieuze afkomst geen rol. Het maakt hier niet uit of je christen of moslim bent. We delen dezelfde passie, en dat is literatuur en kunst. Ze kunnen hier nog zo veel aanslagen plegen als ze willen, de literatuur kunnen ze niet vernietigen. We geloven in de kracht van het woord en ja, ik voel mij hier veilig tussen de boeken."

De man lacht. Ik snuister in de spullen die hij verkoopt en bekijk de postkaartjes. Zelfs Michael Jackson en Che Guevera zitten ertussen! Ik beslis een oude aansteker van hem te kopen. Wanneer ik hem het geld wil geven, merk ik dat de verkoper blind is, want hij steekt zijn hand uit alsof hij niet weet waar mijn handen zich bevinden.

Ik overhandig hem het geld en sta op. "Koop je geen paternoster met echte Braziliaanse stenen? Dat vinden ze leuk in jouw land", roept hij me na. Hoe weet deze blinde man dat ik uit het buitenland kom? Het zal wellicht aan mijn Europese Iraakse accent liggen. Op de hoek van Mutanabbi-straat heb je café Shahbander, een ontmoetingsplaats voor schrijvers, filosofen en voor iedereen die interesse heeft in literatuur. Hier kan je theedrinken en waterpijp roken.

Er hangen overal foto's aan de muur over de geschiedenis van Bagdad. Vroeger kwamen hier koninklijke families theedrinken. Een druk café waarvan je de vergane glorie kan ruiken. Ik ontmoet er Hamid Al-Obaidy, een fotograaf en regisseur.

Hij wil een foto van me maken die ik volgende week kan ophalen, want hij drukt ze af op filmrolpapier. "Ik heb een heel archief aan foto's van Bagdad sinds 1950", vertelt hij trots. "Ik was vroeger de vaste fotograaf van koning Faisal. En ik heb hier ook bekende Iraakse politici op filmrol vastgelegd. Kan je even in een koninkijke houding zitten?"

Ik lach even en vraag hoe ik me moet zetten. "Je moet rechtop zitten, je hand tegen je kin leggen en glamoureus voor je uitkijken... Ziezo, je kan de foto volgende week voor twee dinar komen afhalen." Dat is niet eens 1 cent!

De voorbije twee jaren waren redelijk rustig in Bagdad, maar de voorbije maanden is de onrust weer opgeflakkerd. Juni, juli en augustus waren de meest bloederige maanden sinds 2007. Er vinden dagelijks aanslagen plaats. De mensen zijn het intussen gewend. Ze hebben geen keuze.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Bio Zelfa Madhloum

- Geboren in Antwerpen, van origine Iraakse
- Mentaliteitsmix: 50 procent Iraakse en 50 procent Vlaamse
- Vlaamse helft: frietjes, op café hangen en Humo lezen
- Iraakse helft: theedrinken, gastvrij en te laat komen
- Geboortedatum: 4 mei 1989
- Studie: journalistiek
- Hobby's: paardrijden, poëzie, kokkerellen, reizen, scheidsrechter (voetbal)
- Interesses: voetbal, mediterrane landen, auto's, films
- Houdt van: azuurblauwe zee, donkere chocolade, Game of Thrones, uitdagingen
- Karaktereigenschappen: sociaal, dominant, ambitieus, sterk, levenslustig
- Belangrijk in mijn leven: familie, vrienden, liefde
- Wat drijft mij: mijn nieuwsgierigheid in alles en de passie voor journalistiek
- Wat miste ik het meest in Irak: uitgaansleven, frietjes met mayonaise, gezelschap
- Motto: het beste moet nog komen
- Volgende uitdaging: paardrijden in de woestijn en van het nomadenleven proeven


Droom is sterker dan angst

Dit jaar wordt het geen zomer als een andere. Ik ruilde de Zomer van Antwerpen in voor een avontuurtje in Irak. Iedereen verklaarde me voor gek. Mijn ouders en familie gingen niet akkoord. Het is er te gevaarlijk. Maar ik moest gaan. Het werd tijd om het land te ontmoeten waarvan ik afkomstig ben en dat ik nog nooit gezien had. Hoewel ik in Antwerpen ben geboren, heb ik altijd al die drang gehad. Hoe Vlaams ik me ook voel, ik miste een stukje van mijn identiteit. Het was een deel van mijn hart dat ontbrak en waar ik altijd al naar op zoek was. Tegen de wil van iedereen heb ik de routine de rug toegekeerd om mijn lot tegemoet te gaan in Irak. Ik bereidde me op alles voor. Ik moet eerlijk toegeven dat ik bang was. De dagelijkse aanslagen en de bloederige foto’s die ik elke dag in de media zag, bleven door mijn hoofd spoken. Maar de droom om Irak te bezoeken, was sterker dan die angst. Het was een mengeling van nieuwsgierigheid en spanning. Ik ruimde mijn kamer op, verborg er afscheidsbrieven aan mijn geliefden, legde zakjes klaar en bepaalde wie welke spullen kreeg voor het geval dat ik nooit meer zou terugkeren. Ik nam afscheid van mijn familie en vrienden , en vertrok met een kloppend hart naar de luchthaven.

Nu in het nieuws