De zes koningen van België

Print
In 1830 scheidden de Zuidelijke Nederlanden zich af van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De natie koos voor een constitutionele monarchie, met een koning die dus gecontroleerd zou worden door het parlement. Wij lijsten de zes koningen die ons land tot nu toe heeft gehad op.


Leopold I (1831-1865)

Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld (16 december 1790-10 december 1865) legde na discussies binnen het Nationaal Congres op 21 juli 1831 de eed af als eerste koning der Belgen. Die datum werd vanaf dan de nationale feestdag.

Leopold I was niet meteen een voorstander van de constitutionele monarchie maar moest zijn pijlen eerder richten op de Nederlandse koning Willem I. Zijn troepen wisten in amper tien dagen tijd de Belgische opstandelingen te verslaan. Met Franse en Britse hulp kwam het op 12 augustus 1831 al tot een wapenstilstand. Pas in 1839 erkende Willem I in het Verdrag van Londen de Belgische staat.

Koning Leopold verloor zijn eerste vrouw, de Engelse kroonprinses Charlotte Augusta, in 1817 na een zware bevalling. Hij hertrouwde in 1832 met Louise van Orléans, de dochter van de Franse koning Lodewijk Filips. Met haar kreeg hij vier kinderen: Lodewijk Filips (1833-1834), Leopold (II) (1835-1909), Filips (1837-1905) en Charlotte (1840-1927).



Leopold II (1865-1909)

Leopold II (9 april 1835-17 december 1909) volgde na de dood van zijn vader op 17 december Leopold I op. Eigenlijk moest prins Filip, de broer van Leopold I, de troon bestijgen maar de eerste koning der Belgen vond hem geen goede opvolger.

Leopold II was getrouwd met Maria Hendrika van Oostenrijk, de kleindochter van keizer Leopold II. Samen hadden ze vier kinderen: Louise (1858-1924), Leopold (1859-1869), Stefanie (1864-1945) en Clementine (1872-1852).

De tweede koning der Belgen raakte in heel Europa berucht om Kongo-Vrijstaat, zijn privékolonie. Leopold II wilde een kolonie in Afrika en stuurde onder meer Henry Morton Stanley op verkenningstocht. Op de Conferentie van Berlijn (1884-1885) haalde hij zijn slag thuis: de internationale grootmachten gaven Kongo aan hem.

Tijdens zijn bewind vonden miljoenen Kongolezen de dood door slavernij, onthoofdingen en martelingen. Vooral het afhakken van handen was een vaak toegepaste martelmanier. In 1908 moest Leopold II, onder zware internationale druk, de kolonie afstaan aan de Belgische staat. Een jaar later overleed de koning.



Albert I (1909-1934)

Albert I (8 april 1875-17 februari 1934) werd al sinds de dood van zijn oudere broer Boudewijn (1891) klaargemaakt voor de troon. Hij was de zoon van prins Filip, de broer van Leopold II. Albert I trouwde in 1900 met Elisabeth, met wie hij drie kinderen had: Leopold (III) (1901-1983), Karel (1903-1983) en Marie-José (1906-2001).

Koning Albert staat bekend als de 'koning-ridder'. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bezocht hij regelmatig de troepen. Daarnaast was hij ook een echte promotor van wetenschappen. Zo gaf hij in 1927 een beroemde toespraak in Seraing, waar hij woorden sprak die nu nog steeds regelmatig worden geciteerd: “Er heerst in België een echte crisis der wetenschappelijke instellingen en laboratoria”.

Op 17 februari 1934 stierf de vorst na een val van de rotsen in Marche-les-Dames (Namen).



Leopold III (1934-1951)

Leopold III (3 november 1901-25 september 1983) moest onverwachts zijn vader opvolgen. Hij was in 1926 in het huwelijksbootje gestapt met de Zweedse prinses Astrid. Zij hadden drie kinderen: Josephine Charlotte (1927-2005), Boudewijn (1930-1993) en Albert (II) (1934). Een jaar na zijn troonsbestijging verloor de koning zijn vrouw in een auto-ongeluk.

De Tweede Wereldoorlog begon voor de koning meteen met een breuk met de regering. Die had hem op 28 mei 1940 zijn bevoegdheden ontnomen omdat hij te snel gecapituleerd zou hebben, iets waar een groot deel van de bevolking wel anders over dacht.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hertrouwde Leopold II met Lilian Baels, van wie hij in 1942 een zoon, Alexander, kreeg. Dat werd hem niet in dank afgenomen door een groot deel van de bevolking. Hij verbleef tijdens de oorlog in België, maar werd uiteindelijk in 1944 door de Duitsers gedeporteerd.

Na de oorlog verhuisden Leopold III en zijn gezin naar Zwitserland. In België werd zijn broer Karel aangeduid als prins-regent. In 1950 werd er een referendum georganiseerd. Bijna 58 procent van de Belgen wilde dat Leopold III koning bleef, maar in Wallonië en Brussel was meer dan de helft tegen die terugkeer. Daarop gaf hij de scepter door aan zijn zoon Boudewijn.

Leopold III en prinses Lilian verhuisden pas in 1960 naar het kasteel van Argenteuil in Waterloo. Ze kregen nog twee dochters: Marie Christine (1951) en Marie Esmeralda (1956). In 1983 overleed de voormalige koning.



Koning Boudewijn (1950-1993)

Boudewijn (7 september 1930–31 juli 1993) kwam op de troon na de Koningskwestie in 1951. Hij trouwde in 1960 met de Spaanse Fabiola.

Tot 1960 kreeg Boudewijn af te rekenen met heel wat strubbelingen in Belgisch-Congo, dat na rellen in Leopoldstad in 1959 gedekolonaliseerd werd.

In 1990 volgde een nog grotere crisis. Boudewijn weigerde de door het parlement gestemde abortuswet te ondertekenen. Premier Wilfried Martens achtte dat de koning in de "feitelijke onmogelijkheid om te regeren" was. Daarom werd Boudewijn voor 36 uur "ontslagen" zodat de regering de wet kon bekrachtigen.

In 1993 stierf Boudewijn tijdens een vakantie in Spanje.



Albert II (1993-2013)

Omdat zijn broer geen kinderen had, volgde Albert II zijn broer op. Vtm maakte een reportage over het leven van de zesde koning der Belgen:

FiVr
Archieffoto's

.

Nu in het nieuws