Kamer keurt nieuw tuchtstatuut voor magistraten goed

Print
17 JUNI 2013 - De Kamer keurt donderdag na vier jaar palaveren het nieuwe tuchtstatuut voor de magistraten goed. Er komt één tuchtrechtbank per regio om deontologische vergrijpen af te straffen. Die rechtbank moet ervoor zorgen dat het vertrouwen in justitie stijgt. De burger moet de indruk krijgen dat fouten van het gerecht niet onder de mat worden geveegd. Of dat doel zal worden bereikt met deze hervorming is maar zeer de vraag. Het tuchtstatuut moest strenger worden, maar het is op een aantal punten zelfs soepeler geworden. De berg heeft een muis gebaard. Een overzicht van de discussie.

Waarover gaat het? Momenteel wordt het tuchtrecht van de magistratuur geregeld door de wet van 7 juli 2002, die op 14 februari 2005 in werking is getreden. Momenteel beslist de korpschef over een rechter die een scheve schaats rijdt. Hij kan een tuchtstraf opleggen. Als de zaak heel ernstig is beslist het Hof van Beroep. Al vele jaren is hierop kritiek: er heerst een "ons kent ons"-sfeertje, men dekt potjes toe en er worden maar weinig tuchtstraffen opgelegd. Dat wilde het parlement veranderen. In 2009 had toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) in het zogenoemde Atomiumoverleg bijna een akkoord bereikt over het tuchtstatuut. Maar toen verliet de N-VA het overleg. Het voorstel-De Clerck werd na de verkiezingen door senator Francis Delpérée (cdH) ingediend in de Senaat. Die discussieerde er drie jaar over en keurde het dan gemandeerd goed. Na een vaak erg warrige discussie in de Kamercommissie Justitie werd de wet ook daar gestemd. En donderdag gebeurt dat in de plenaire zitting. Daarna moet het ontwerp nog opnieuw naar de Senaat.

Dit artikel heeft vijf grote onderdelen: eerst schetsen we de huidige tuchtprocedure; vervolgens belichten we de cijfers; daarna volgen de kritieken op de huidige wet; vervolgens belichten we de nieuwe wet; tenslotte geven we enkele kritische bedenkingen. Die laatste komen er op neer dat de wet niet veel verandert en eerder een versoepeling dan een verstrenging is.

I. HOE IS HET TUCHTSTATUUT NU?

Grof gezien werkt het tuchtstatuut nu zo. Je hebt lichte en zware sancties. Lichte sancties zijn: waarschuwing en berisping. Zware tuchtstraffen zijn o.a.: inhouding van de wedde voor maximum 2 maanden; schorsing voor maximum 1 jaar met verlies van 20% van de brutowedde; intrekking van het mandaat; ontslag; afzetting.

De korpschef start de tuchtprocedure en legt ook de lichte tuchtsancties op. Over de zware tuchtsancties beslist het Hof van Beroep (of de procureur-generaal), na advies van de Nationale Tuchtraad, die de zaak eerst onderzoekt.

II. HOEVEEL TUCHTSTRAFFEN?

Het hoeft niet te verbazen, maar…men weet het niet exact. De cijfers zijn heel gebrekkig. Er zijn cijfers van voormalig justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) en recentere cijfers die huidig justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) in de Kamercommissie Justitie heeft rondgedeeld. Die cijfers kloppen niet met elkaar, maar niemand die er zich druk over maakte.

II. 1. DE CIJFERS VAN TURTELBOOM

Op vraag van een aantal parlementsleden gaf de minister van Justitie eerst een mondelinge uitleg over de toepassing van de tuchtwet, die in de notulen werd opgenomen en daarnaast deelde ze cijfers uit.

== In haar mondelinge uitleg zegde Turtelboom dat er sinds 2005 30 dossiers "hangende zijn" bij alle tuchtoverheden. (Die tuchtoverheden moeten de minister van justitie volgens artikel 405ter van het Gerechtelijk Wetboek immers inlichten van tuchtzaken die ze opstarten,nvdr). Volgens Turtelboom waren er van 2005 tot nu 22 waarschuwingen, 19 blamen, 5 inhoudingen van wedde, 2 ontslagen van ambtswege en 1 ontzetting uit het ambt. De laatste twee sancties werden later vernietigd. Er was, volgens Turtelboom, geen enkele afzetting.

== De minister deelde echter ook schriftelijk cijfers uit aan de parlementsleden over dezelfde periode en die verschilden grondig. Hoewel dié cijfers slechts over een beperkt onderdeel van het aantal tuchtdossiers gingen, toch waren ze hoger (drie keer zo hoog!) dan het totaal aantal tuchtdossiers dat blijkbaar sinds 2005 was opgestart.

Die schriftelijke cijfers hebben een aantal beperkingen. Ze gaan slechts over de adviezen van de beide Nationale Tuchtraden. Deze organen worden echter slechts ingeschakeld als de korpschef denkt dat een zware tuchtstraf moet worden opgelegd. Vermoedelijk is dat een kleine minderheid van de gevallen. Hoeveel lichte tuchtstraffen (waarschuwing en blaam) worden gegeven blijkt niet uit deze cijfers.

De cijfers leggen evenmin uit wat de hogere korpschefs daarna doen met het advies van de NTR en CND.

En de cijfers leren ook niet of de beslissingen van de korpschefs later eventueel werden vernietigd of niet door het Hof van Cassatie.

== Tussen 2005 en 28 maart 2013 werd de NTR 90 keer om advies gevraagd. In iets meer dan de helft van de gevallen (51) stelde de NTR een zware tuchtstraf voor. De adviezen gingen over 20 zetelende rechters en 10 parketmagistraten. Zij tekenen voor 33% samen van alle adviezen. Al de rest betrof lager personeel.

De Franstalige magistratuur tekent voor bijna twee keer zoveel adviezen (nl. 20, waarvan 13 voor de zetel en 7 voor het parket) als de Nederlandstalige (nl. 10, waarvan 7 voor de zetel en 3 voor het parket). De zetel tekent eveneens voor dubbel zoveel adviezen (20) als het parket (10).

Bij de zetel ging het meestal om een zware sanctie, bij de parketten was er een betere spreiding over de sancties.

Er werd voor 28 personeelsleden (31%) een ontslag voorgesteld. Onder hen: 4 zetelende rechters en één parketmagistraat. Al de rest was lager personeel. In 18 gevallen werd geen advies gegeven omdat er geen deontologische fout was, omdat de raadsheer met pensioen was gegaan, omdat het dossier opnieuw onderzocht moest worden.

== In 2012 kregen de tuchtraden tien zaken binnen en ze gaven acht adviezen: zes Nederlandstalige en twee Franstalige. Er was slechts één magistraat bij: een Nederlandstalige rechter. Hier werd ontslag voorgesteld wegens schriftvervalsing en schending van het beroepsgeheim.

== In de eerste drie maanden van 2013 kreeg de NTR drie zaken binnen. Die gingen alledrie tegen lager personeel. Twee waren Franstalig. Er werd nog maar een advies gegeven: ontslag wegens onverantwoorde afwezigheden.

De cijfers zijn onvolledig, maar duidelijk is wel er weinig tuchtsancties worden geadviseerd. Gemiddeld zo'n 11 per jaar. Slechts een derde betreft magistraten. Twee keer zoveel Franstalige als Nederlandstalige magistraten krijgen een advies voor een tuchtsanctie mee. Net zo krijgt dubbel zoveel zetelende rechters een negatief advies dan parketmagistraten. Bij het gerecht werken zo'n 12.000 personeelsleden, onder wie 2.600 magistraten.

II.2. DE CIJFERS VAN DE CLERCK

Er zijn vollediger cijfers voor de periode 2005-2010. Voormalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) bezorgde die aan Senator Yves Buysse (VB) op 14 januari 2011. Wat bleek uit deze cijfers?

In die vijf jaar werden 114 tuchtprocedures gestart "tegen magistraten" (dat is dus slechts een beperkt deel van het gerechtelijk personeel). De aard van de feiten is onbekend. Er werden 25 lichte tuchtstraffen uitgesproken, waarvan 12 waarschuwingen en 13 berispingen. De Nationale Tuchtraden moesten tussen 2005 en 2010 adviseren over 14 Franstalige en 6 Nederlandstalige zaken. Voor 6 Franstaligen en 3 Nederlandstaligen stelden zij een zware tuchtstraf voor.

Er werden uiteindelijk drie zware tuchtstraffen (inhouding van wedde) werden uitgesproken wegens nalatigheid in dossiers, verduistering van documenten en schending van het beroepsgeheim, te grote achterstand bij het afhandelen van dossiers.

Hier gaat het dan weer duidelijk alleen maar om de tuchtsancties tegen magistraten. De cijfers, die Turtelboom schriftelijk aan de parlementsleden bezorgd heeft, tonen aan dat dit slechts een klein deel van het totaal aantal tuchtzaken is.

III. WAT ZIJN DE KRITIEKEN OP DE HUIDIGE WET?

De Hoge Raad voor Justitie zette de kritieken op de huidige tuchtwet eerder op een rijtje:

* Tuchtstraffen zijn tijdrovend, ze duren heel lang omdat men soms op het einde van een strafprocedure moet wachten.

* Voor lichte feiten is het dezelfde persoon die de vordering opstelt, de feiten onderzoekt en de straf oplegt.

* Er is geen regeling voor parketjuristen bij het federaal parket.

* De straffen kunnen niet met uitstel worden opgelegd.

* Als de korpschef een zwaarder feit aanklaagt, wordt hij achteraf niet ingelicht van het gevolg.

* Eerder hadden het parket-generaal bij het Hof van Cassatie en de NTR ook al op andere onduidelijkheden gewezen: zo kan het parket niet in beroep gaan als de korpschef weigert om een tuchtprocedure te starten; de wetgeving rond de NTR bevat bovendien onduidelijkheden inzake onverenigbaarheden en inzake de mogelijkheid om tuchtrechters te wraken.

IV. WAT ZEGT DE NIEUWE WET?

IV.1. DE TUCHTRECHTBANKEN

Magistraten die een deontologische fout maken komen voortaan voor een tuchtrechtbank.

IV.1.1. Waar?

Er komen twee tuchtrechtbanken met elk drie rechters: een Nederlandstalige in Gent en een Franstalige in Namen. Waarom deze rechtbanken daar komen is niet duidelijk. Er is geen motivering voor.

"Brussel is al overbelast, we konden het daar niet doen", zegde justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld). "Waarom dan niet Antwerpen? Want dat ligt veel centraler en is voor Limburgers veel handiger. In het verleden moesten de Limburgers al naar de strafuitvoeringsrechtbank in Gent rijden voor vrijlatingen van gedetineerden uit hun gevangenissen en iedereen vond dat toen te ver. Het werd na kritiek dan ook veranderd en de strafuitvoeringsrechtbank voor de Limburgse gevangenissen is nu in Antwerpen. Met de tuchtrechtbank doet men nu precies hetzelfde. Waarom?", vroeg Schoofs.

"Het is een keuze", zegde Turtelboom droogjes. Schoofs diende toch een amendement in om de tuchtrechtbank in Antwerpen te vestigen. Maar dat werd door alle partijen weggestemd.

Stefaan Van Hecke (Groen) wees erop dat de procureur van Gent àlle tuchtzaken zal moeten vervolgen. Hij krijgt dus een bevoegdheid die geen enkel ander Vlaams parket krijgt. "Is nagegaan of Gent dit wel zal aankunnen? Is de werklast niet te zwaar?", zo wilde Van Hecke weten. Turtelboom: "Sinds 2005 werden slechts 30 tuchtzaken opgestart. In 2012 waren er dat tien. Zo zwaar zal dat werk wel niet zijn", zegde de minister.

IV.1.2. Voor wie?

De tuchtrechtbanken zijn bevoegd voor al het gerechtelijk personeel: rechters, parketmagistraten, griffiepersoneel, parketsecretarissen e.d. Ze zijn niet bevoegd voor de leden en het personeel van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State omdat die niet tot de rechterlijke macht behoren.

IV.1.3. Hoe samengesteld?

* De tuchtrechtbank is samengesteld uit twee rechters en één assessor. Die laatste is een vertegenwoordiger van de beroepsgroep waarvan iemand terechtstaat (bv. een rechter, een parketmagistraat, een griffier, een parketsecretaris al naargelang wie terechtstaat). Daarnaast zetelt ook nog een stafhouder in de tuchtrechtbank, maar die mag niet meestemmen.

De tuchtrechtbank zetelt niet constant, maar "ad hoc", als er een probleem is dus. Er komt een "pool" van leden om in deze tuchtrechtbanken te zetelen.

IV.1.4. Hoe word je rechter of assessor in de tuchtrechtbank?

Daarvoor wordt een pool samengesteld en het systeem verschilt voor rechters en assessoren.

== De twee rechters in de tuchtrechtbank moeten tien jaar ervaring hebben en ze worden gekozen door de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, zowel voor de tuchtrechtbank als voor de "tuchtrechtbank in beroep". Hun mandaat duurt 7 jaar en is niet hernieuwbaar.

== De assessoren moeten ook tien jaar ervaring hebben. Zij hebben maar een niet-hernieuwbaar mandaat van 5 jaar. Per hof van beroep worden vier assessoren aangeduid per beroepsgroep. Maar het is niet nodig dat de assessoren gespreid worden over de verschillende rechtbanken (eerste aanleg, koophandel, vrede- en politierechters, hof), ze mogen ook alle vier uit éénzelfde rechtbank komen, zo legde minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) uit. Dit laatste onderdeel van de wet werd heel verschillend geïnterpreteerd. Sonja Becq (CD&V) meende dat de 4 assessoren wel degelijk netjes gespreid moesten zijn over de rechtbanken. Andere parlementsleden dachten dat er per beroepsgroep 4 assessoren per rechtbank moesten worden aangewezen en niet per Hof. Turtelboom bleef bij haar standpunt, maar beloofde een en ander te verduidelijken in een begeleidende nota, niét in de wet. "De regeling moet flexibel blijven. Als die vier vertegenwoordigers uit iedere beroepsgroep telkens ook nog moeten worden gespreid over de verschillende rechtbanken, dan kan het soms erg moeilijk worden om een tuchtrechtbank samen te stellen".

== Waarom mandaten van 7 jaar voor de rechters en 5 jaar voor de assessoren? Dat gebeurde op advies van de Raad van State, die wilde verhinderen dat de tuchtrechtbanken in hun geheel plots zouden moeten worden vervangen. Dat is nu niet het geval.

Er is voor beide groepen ook géén regeling bepaald die zegt dat de rechters of assessoren verplicht uit een ander hof van beroep moeten komen dan dat waartoe de aangeklaagde behoort. Sonja Becq (CD&V) had hier nochtans erg op aangedrongen. Ze wilde zo de onpartijdigheid bevorderen.

IV.1.5. Externen of niet?

Er was veel discussie over de vraag of externen (professoren, mensen uit de samenleving) in de tuchtrechtbank mochten zitten. Dat vonden velen nodig omdat alleen zo de indruk van een "ons-kent-ons"- en een doofpotmentaliteit kan worden vermeden.

== De Hoge Raad voor Justitie was voor externen omdat hij meende dat hijzelf het tuchtorgaan voor het gerechtelijk personeel moest worden. De HRJ vond zichzelf de beste garantie voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij wees erop dat men in het buitenland steeds meer buitenstaanders bij de tuchtrechtspraak betrekt. Dat is zo in Italië, Spanje en Frankrijk en Portugal. Hij wees erop dat de Conseil consultatif de juges européens (CCJE), een adviserend orgaan van rechters uit de Raad van Europa, vond dat niet-magistraten in tuchtorganen "het gevaar op corporatisme voorkomen".

Ook de griffiers en het gerechtspersoneel waren voor externen in de tuchtrechtbank. De rechters zelf waren tégen, net als de Adviesraad voor de Magistratuur, die adviseert over personeelsproblemen van rechters.

== Bij de politici in de Senaat, waar het voorstel eerst werd besproken, was vooral cdH radicaal tegen omdat dit niet zou mogen van de grondwet. Die visie is volgens de Hoge Raad voor Justitie evenwel "omstreden". N-VA-er Karel Vanlouwe was dan weer helemaal pro externen en Open Vld ook, te meer daar rechtsprofessoren nu ook al ingeschakeld worden in de Nationale Tuchtraad (o.a. professor Paul Van Orshoven). Martine Taelman (Open Vld) bereikte een compromis waar tenminste de meerderheid zich achter kon scharen: er komt naast die drie rechters ook één stafhouder (een advocaat dus) in de tuchtrechtbank. Die mag mee beraadslagen, maar niet mee beslissen. Voor N-VA was het niet genoeg.

== In de Kamer laaide de discussie opnieuw op. Open Vld liet niets meer van zich horen. Maar Groen, N-VA, VB en Renaat Landuyt (sp.a) waren voor externen in de tuchtrechtbank. Landuyt ging niet akkoord met de visie van de Senaat, hij meende dat de Grondwet niét moet worden herzien om externen in de tuchtrechtbank toe te laten. "Dit is een rechtsleer waar ik niet mee akkoord ga", zo zegde hij. Landuyt daagde om die reden niet op bij de stemming.

Stefaan Van Hecke (Groen) wees erop dat er een voorstel is ingediend om de Grondwet te herzien zodat externen in de tuchtrechtbank zouden zetelen. Hij stelde voor om dat voorstel te koppelen aan het voorstel om een tuchtrechtbank voor het gerechtelijk personeel op te richten. Maar dat wilde de meerderheid niet doen. Van Hecke besloot: "Er komen dus geen externen in de tuchtrechtbank, niét omdat dit juridisch gezien niet kan, maar omdat de meerderheid het niet wil". Algemeen wordt aangenomen dat vooral cdH en PS deze hervorming blokkeren.

== En nog dit. Al in 1986 pleitte de huidige minister van financiën, Koen Geens, in zijn doctoraat voor meer externen in de tuchtraden. Dat doctoraat ging toen wel over de Ordes (advocaten, artsen, architecten…), maar uiteindelijk controleren die net zo goed de deontologie van hun beroepsgroep als de tuchtrechtbank dat doet door de rechters. Geens zegde op 4 maart 1999 o.m. dit over de hervorming van de Orde van Advocaten: "Persoonlijk ben ik voor meer externen in de tuchtraden. Zo is er meer garantie voor onpartijdigheid bij de beslissingen. Want het gevaar bestaat dat de ordes syndicale allures krijgen of hun eigen winkel gaan afschermen. En dat is de bedoeling niet: ordes moeten geen vakbond spelen. Mijns inziens zouden ook representatieve vertegenwoordigers van de consumenten bij de tuchtrechtspraaak kunnen worden betrokken. Daarbij kan gedacht worden aan afgevaardigden van Test-Aaankoop, van de justitiehuizen, de centra voor slachtofferhulp e.d." Visionaire woorden, die nu nog altijd niet gerealiseerd zijn.

IV.1.6. Vrouwen/Mannen

Van Hecke wilde ook nog dat minstens 30% van de tuchtrechtbank "uit leden van het andere geslacht" zou bestaan. Maar dat wees iedereen af. Minister Turtelboom beklemtoonde dat de verdeling mannen-vrouwen in de magistratuur momenteel 50-50 is: "Er is geen gevaar dat niet voldoende vrouwen in de tuchtrechtbanken zullen zetelen. Maar de eis van 30% opleggen zou in bepaalde gevallen ertoe kunnen leiden dat geen tuchtrechtbank kan worden samengesteld".

Christian Brotcorne (cdH) voegde er aan toe dat deze regeling nooit alleen in de tuchtrechtbank kan worden ingevoerd. "Dat zou discriminerend zijn. Als er quota komen, dan in alle rechtbanken en zoiets is momenteel onwerkbaar", betoogde hij.

IV.2. WELKE TUCHTSANCTIES?

IV.2.1. Welke tuchtvergrijpen?

Het ontwerp bevat geen lijst van tuchtvergrijpen. Stefaan Van Hecke had er op aangedrongen om de deontologische code die de Hoge Raad voor Justitie in april 2012 heeft opgesteld voor magistraten in de wet op te nemen. Maar op voorstel van justitieminister Turtelboom gebeurde dat niet. "Het is niet opportuun", zo betoogde ze.

IV.2.2. Welke sancties zijn er?

De lichte tuchtsancties zijn een terechtwijzing en een blaam. De zware tuchtstraffen zijn: inhouding van maximum een vijfde van de wedde voor maximum een jaar; tuchtschorsing met verlies van 20% brutowedde voor maximum een jaar; lagere inschaling in de hiërarchie en verlies van de laatste weddeverhoging; terugzetting in een lagere graad; ontslag van ambtswege (met behoud van rustpensioen); afzetting.

IV.2.3. Overplaatsing als straf?

Aanvankelijk stond ook de overplaatsing als tuchtstraf in het ontwerp. De magistratuur en de Hoge Raad voor Justitie waren daar totaal tegen. In de Senaat waren vooral Philippe Mahoux (PS), Rik Torfs (CD&V) en Karl Vanlouwe (N-VA) tegen overplaatsing als tuchtstraf.

Wat vonden de tegenstanders?

De tegenstanders van overplaatsing als tuchtstraf voerden drie redenen aan:

* Deze groep vond dat overplaatsing ongrondwettelijk is. De Grondwet leert dat rechters onafzetbaar zijn en enkel met hun toestemming kunnen worden overgeplaatst.

* Ze vond bovendien dat de rechtbank waarnaar de gestrafte rechter wordt overgeplaatst een "groot managementsprobleem" zal hebben. Wat moet zij gaan doen met een rechter die een zware tuchtstraf heeft opgelopen? Kan hij zomaar in een andere rechtbank vonnissen gaan vellen?

* Het voorstel strookt niet met huidige regels om rechters te benoemen en al evenmin met de door de wet vastgelegde "kaders" (het aantal rechters, parketmagistraten en gerechtspersoneel waarop een bepaalde rechtbank wettelijk gezien recht heeft). Er is momenteel helemaal geen regeling om die overplaatsing uit te voeren.

Wat vonden de voorstanders?

* Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) wees erop dat er een voorstel was ingediend om de Grondwet op dat punt te herzien. Volgens haar was er geen probleem met de overplaatsing als tuchtstraf omdat het magistraten zelf zijn die een andere magistraat overplaatsen. "Het beginsel van de scheiding der machten wordt dus niet geschonden".

* Ook de doorgaans erg conservatieve senator Francis Delpérée (cdH) vond dat overplaatsing als tuchtstraf perfect zou kunnen. "De tuchtrechtbank kan magistraten zelfs afzetten, waarom zou ze dan geen lichtere straf, de overplaatsing kunnen opleggen", betoogde hij. Delpérée zegde dat de overplaatsing een "tussenliggende straf" is, tussen de lage en hoge tuchtsancties. "Ze maakt een betere gradatie in de straffen mogelijk. De tegenstanders van deze straf moeten dan maar eerst met een degelijk alternatief komen".

Dat laatste gebeurde niet en uiteindelijk schrapte de Senaatscommissie de overplaatsing als tuchtstraf uit de tuchtsancties. In de Kamer werd hierop niet meer teruggekomen.

IV.2.4. Pensioenverlies als sanctie?

In de Kamer discussieerde men des te meer over een andere sanctie. Een rechter die uit het ambt werd ontzet zal zijn magistratenpensioen nog altijd verliezen. Ook na de nieuwe wet. Bij wijze van sanctie krijgt hij het maximumpensioen van een werknemer uit de privésector. Vooral na de afzetting van de Mechelse SM-rechter Koenraad Aurousseau vonden velen dat het verlies van pensioenrechten te ver ging. Onder hen Renaat Landuyt (sp.a), maar blijkbaar ook de latere justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V), want in zijn aanvankelijke ontwerp was uitdrukkelijk bepaald dat een afgezette rechter zijn pensioenrechten behield.

Dat idee sneuvelde in de Senaat, omdat "deze regeling ook voor andere ambtenaren gold en men kan geen uitzondering alleen voor rechters maken".

In de Kamer vond vooral Stefaan Van Hecke (Groen) dat dit verlies van pensioen niet meer van deze tijd is. Hij vreesde zelfs dat het een schending van de eigendomsrechten was.

Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) legde uit dat de afname van het rustpensioen gebeurt op grond van de wet van 21 augustus 1844. Maar op basis van de wet van 5 augustus 1968 krijgen de afgezette rechters dan wel nog het pensioen van een werknemer uit de privésector. De magistraten verliezen dus het voordeliger pensioen van ambtenaren omdat ze afgezet zijn en dus geen ambtenaar meer zijn. Maar omdat anders hun recht op eigendom zou zijn geschonden en een regeling zonder pensioen de Straatsburgse rechtspraak (zaak tegen hoofdgriffier Lalouax, 9 maart 2006) en die van de Raad van State (Zaak-Dassonville, 24 mei 2007) niet zou overleven, vallen ze terug op het maximumpensioen uit de privésector. Een pensioen dat de meeste gepensioneerden uit de privésector niet eens halen. De minister vond dat deze regeling niet kon worden veranderd. En de meerderheid volgde haar.

IV.2.5. Uitstel

Alle tuchtstraffen kunnen voortaan met uitstel worden opgelegd. De tuchtrechtbank kan de uitspraak ook opschorten. Dat kon vroeger allemaal niet. Vooral de magistratuur zelf en de Hoge Raad voor Justitie hadden hierop aangedrongen.

IV.3. DE TUCHTPROCEDURE

IV.3.1. Wie start de procedure?

== De korpscheffen kunnen een tuchtonderzoek starten. Zo'n onderzoek mag niet langer dan drie maanden duren. Als na drie maanden niets is gebeurd met een klacht, dan kan de klager naar het parket van de aangeklaagde stappen om de tuchtvervolging alsnog op te starten.

De Hoge Raad voor Justitie kan dus geen tuchtonderzoek starten. Een burger ook niet. Beiden kunnen wel klacht indienen bij de korpschef en als daar na drie maanden niets van gekomen is, bij het parket.

== De klagende burger moet door het parket op de hoogte worden gehouden van twee dingen: of de zaak is doorgestuurd naar de tuchtrechtbank (of naar de korpschef) voor onderzoek en wat de inhoud van de eindbeslissing is. De motivering van de uitspraak moet aan de klager niet worden meegedeeld, evenmin als de data waarop de zaak behandeld is.

Voor Stefaan Van Hecke is dit "een minimumvisie". En in 1986 gaf huidig minister van Financiën Koen Geens hem gelijk, weliswaar voor klachten tegen advocaten. Geens zegde op 4 maart 1999 in Gazet van Antwerpen: "De klager zou systematisch moeten worden geïnformeerd over het verloop van zijn geding en bovendien zou hij ook een recht op beroep moeten krijgen. Nu stelt de klager gewoon vast dat een zaak tuchtrechtelijk wordt geseponeerd of dat iemand wordt vrijgesproken. Maar hij kan niet in beroep gaan. Dat zou kunnen veranderen". Deze bedenkingen gaan wel over de Orde van Advocaten, maar ze kunnen net zo goed gelden voor het tuchtstatuut van magistraten.

== In de Senaat was veel herrie was over de vraag of de minister van Justitie zelf het bevel mag geven om een tuchtzaak te starten. In het aanvankelijke voorstel van Stefaan De Clerck (CD&V) uit het Atomiumoverleg was dat nog uitdrukkelijk bepaald. De vraag was: kan de minister haar injunctierecht gebruiken om een tuchtzaak te starten? Yoeri Vastersavendts (Open Vld) wilde dat de minister dit kan doen. De minister zou ook moeten kunnen optreden als het tuchtorgaan binnen drie maande niets heeft gedaan met een binnengekomen klacht én als de tuchtstraf in eerste aanleg te laag is. Na veel gepalaver binnen de meerderheid verviel dat allemaal.

Nu zal de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie (voor parketpersoneel dat een scheve schaats rijdt) én de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie (voor zetelende rechters en griffiepersoneel die een scheve schaats rijden) de opdracht kunnen geven aan de tuchtrechtbank om voort te doen met een dossier dat na drie maanden nog is blijven liggen. Maar ze kunnen geen tuchtzaak starten en ook niet bevelen om in beroep te gaan tegen een te lage straf. De Senaat noemt dit "een positief injunctierecht" voor beide functies bij Cassatie, maar de vraag rijst of dit nu eigenlijk al niet zou kunnen in het kader van de toezichtsfunctie van het parket-generaal van Cassatie op lagere rangen van het Openbaar Ministerie.

== In de Kamer vond Stefaan Van Hecke (Groen) dat ook de stafhouder van de balie een tuchtonderzoek tegen een magistraat moet kunnen starten. Ook alle collega's van een rechter of een ander gerechtelijk personeelslid zouden dat moeten kunnen doen. Volgens hem kunnen alleen zo misstanden echt worden aangepakt. De meerderheid vond het echter voldoende dat de korpschef een tuchtonderzoek kan starten.

IV.3.2. Injunctie bij ordemaatregelen

Als een personeelslid van het gerecht of een rechter worden strafrechtelijk of tuchtrechtelijk vervolgd, dan kan de korpschef hem volgens de nieuwe wet tijdelijk schorsen tot het onderzoek is afgelopen. Betrokkene verliest dan 20% van zijn brutowedde. In de Senaat was hierover amper discussie, maar in de Kamer wel.

In de wet komt namelijk ook dat de Minister van Justitie via haar "injunctierecht" het parket bij een rechtbank kan bevelen om aan de korpschef de schorsing van de aangeklaagde persoon te eisen in het belang van de dienst. Het is wel de korpschef die hierover beslist. Stefaan Van Hecke (Groen) vond dit niet kunnen "omdat de minister hierdoor tussenbeide komt in de rechterlijke macht en dat schendt de grondwet". Merkwaardig genoeg vond de CD&V dat niet. Stefaan De Clerck eiste dat het injunctierecht behouden bleef. "We kunnen niet de minister van Justitie verantwoordelijk stellen telkens iets misloopt bij het gerecht als we haar niet de mogelijkheden geven om op te treden". Renaat Landuyt (sp.a) vond dat ook.

Dat leidde tot een babylonische verwarring. Minister van Justitie Annemie Turtelboom zat met leedvermaak te glimlachen. "Ik heb een flashback. Toen ik mijn ontwerp over de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor heel zwaar gestraften indiende, was de CD&V toch tégen een injunctierecht van de minister. Nu maakt de partij een bocht van 180 graden." - "Nietes", stelde Sonja Becq. "Toen ging het over een tussenkomst bij de strafuitvoeringsrechtbanken, nu om om een tussenkomt bij een tijdelijke ordemaatregel in een tuchtdossier". Turtelboom bleef echter glimlachen en deed er nog een schep bovenop door zelf ook een bocht te maken: "Het injunctierecht dient niet om het te gebruiken. De minister moet het zo weinig mogelijk benutten. Want als de minister dat veel doet, dan wordt het parket niet voor zijn eigen verantwoordelijkheid geplaatst. De procureur weet dan immers dat er nog altijd de minister van justitie is, hij kan moeilijke keuzes dan doorschuiven. Ik kan ermee leven dat het injunctierecht hier zou worden geschrapt", zo zegde ze sarcastisch. Uiteindelijk gebeurt dat niet. De minister behoudt haar injunctierecht en dat blijft hier ook uitdrukkelijk in de wet staan in het onderdeel over de ordemaatregel.

IV.3.3. Wie legt straffen op?

* De korpscheffen kunnen - net zoals nu - nog altijd zelf de lichte tuchtsancties (blaam en waarschuwing) opleggen. Dat was in het aanvankelijke ontwerp niet zo. De reden die daarvoor werd opgegeven was: het is een vermenging van functies. De korpschef start een tuchtprocedure en legt dan zelf de tuchtstraf op. Daarom wilden het Atomiumoverleg en ook het voorstel-Delpérée alle tuchtsancties naar de tuchtrechtbank sturen.

De Senaat besloot om de korpscheffen toch bevoegd te laten voor de lichte tuchtsancties om hen "toch nog een tuchtbevoegdheid te geven". Er zal in de toekomst tegen hun beslissing wél beroep mogelijk zijn bij de tuchtrechtbank.

* Voor de zwaardere sancties (inhouding van wedde, schorsing, ontslag, afzetting...) is de tuchtrechtbank bevoegd.

IV.3.4. Tucht en evaluatie

Aanvankelijk stelde het Atomiumoverleg voor dat wie drie negatieve evaluaties kreeg automatisch naar de tuchtrechtbank zou worden gestuurd. In het wetsvoorstel-Delpérée werd dat zelfs na twee negatieve evaluaties al zo.

Op voorstel van Philippe Mahoux (PS) en met steun van Delpérée, Alain Courtois (MR) en Rik Torfs (CD&V) werd dit punt in de Senaat uit het voorstel helemaal geschrapt "om tucht en management (evaluatie) niet met elkaar te verwarren". Het gaat om "verschillende procedures, verschillende zaken, verschillende overheidsinstanties en verschillende maatregelen", betoogde Delpérée. En Courtois voegde er aan dat een tuchtstraf niet aangewezen is "als een magistraat er niet in slaagt om zijn dossiers tijdig te verwerken en als die situatie twee jaar lang aansleept". Minister Turtelboom, Karl Vanlouwe (N-VA), Yoeri Vastersavendts (Open Vld) en Bart Laeremans stonden achter het aanvankelijke voorstel, maar ze haalden bakzeil.

In de Kamer sneden Renaat Landuyt (sp.a) en Bert Schoofs (VB) dit thema opnieuw aan, maar het veranderde niets meer aan wat de Senaat had gestemd.

IV.3.5. Hoe lang duurt de procedure?

Binnen de zes maanden na de kennisname van de feiten moet er een uitspraak zijn. Dat laatste kan grote problemen geven als het parket bv. na vier maanden beslist om een strafonderzoek te starten. Dan wordt de hele tuchtprocedure weliswaar geschorst tot er een definitieve uitspraak van de strafrechter is, maar dan zouden er daarna nog maar twee maanden overblijven om een tuchtstraf op te leggen.

Stefaan Van Hecke (Groen), die het dossier zeer grondig had voorbereid, stelde in de Kamer voor om de tuchtprocedure dan niet te schorsen, maar wel te stuiten. Noch de huidige minister van Justitie, noch de vorige minister van Justitie (Stefaan De Clerck) begrepen aanvankelijk het probleem, maar na overleg met haar kabinet gaf Turtelboom Van Hecke gelijk. Bij een schorsing stopt de verjaringstermijn op een bepaald moment en loopt hij daarna gewoon door. Bij een stuiting start gewoon een nieuwe verjaringstermijn. In het hoger genoemde voorbeeld zou de tuchtoverheid na een strafrechtelijke veroordeling nog 6 maanden de tijd hebben voor een tuchtsanctie bij een stuiting in plaats van nog twee bij een schorsing. Het amendement van Van Hecke werd door de meerderheid goedgekeurd. Het is hoogst uitzonderlijk dat een inhoudelijk amendement van de oppositie wordt goedgekeurd.

IV.3.6. Openbaar of niet?

De zittingen van de tuchtrechtbank zijn in principe openbaar, maar in de praktijk zullen ze allemaal achter gesloten deuren zijn. Iedere verdachte kan immers de sluiting van de deuren vragen en dan moét de rechtbank daar op ingaan, behalve als de openbare orde in gevaar zou komen. Dat laatste is bijna nooit het geval. Gesloten deuren kunnen natuurlijk de indruk van een doofpot wekken.

In het aanvankelijke ontwerp stond dan ook duidelijk in dat alle zittingen openbaar waren. Maar op voorstel van Zakia Khattabi (Ecolo) en de PS werd dit in de Senaat veranderd. Zij stelden:

== dat anders de privacy van de verdachten te veel geschonden zou worden;

== dat mogelijk uit geheime lopende strafonderzoeken zou worden geciteerd door de verdediging; ze verwezen daarbij naar de tuchtzaak tegen onderzoeksrechter Jean-Claude Leys in de KB-Lux-zaak (in de erbarmelijke Nederlandse vertaling van het debat in de Senaat heeft men het over "het koninklijk besluit-Lux-dossier", nvdr), waaruit Leys moest citeren;

== dat alle tuchtprocedures tegen ambtenaren en de politie ook achter gesloten deuren zijn.

== PS-senator Philippe Mahoux wilde zelfs niet dat de deuren open zouden blijven als het "openbaar belang" dat vereist omdat voor hem "volstrekt onduidelijk is wat het openbaar belang precies betekent" (sic).

Omdat de Grondwet vereist dat zittingen van een rechtbank openbaar zijn, blijft dat dus zo, maar iedere verdachte zal de sluiting kunnen vragen. De uitspraak blijft wel openbaar.

In de Kamer kwam niemand er nog op terug, behalve Bert Schoofs (VB) en Renaat Landuyt (sp.a). Deze laatste wilde volledige openbaarheid en noemde de voorgestelde regeling "heel pijnlijk". "Maar stem dan maar een slechte wet, bij justitie is toch iedere verandering een verbetering", zo zegde Landuyt met een mengeling van verbittering en sarcasme.

IV.4. EN VERDER….

IV.4.1. Beroep?

Tegen alle straffen is beroep mogelijk bij een "tuchtrechtbank in hoger beroep" in Brussel. Men noemt dit geen "tuchthof". Ook dat was "een keuze", zonder motivering dus. Maar dat beroep zal de beslissing die de tuchtrechtbank nam niét schorsen.

IV.4.2. Uitwissing?

Nieuw is ook de soepele regeling voor uitwissing van tuchtsancties. In het ontwerp van de Senaat zouden de lichtste tuchtsancties al na 9 maanden gewist worden en de zwaarste na drie jaar. Dat vonden Koenraad Degroote (N-VA) en Stefaan Van Hecke (Groen) echt veel te soepel. Zij bepleitten een systeem waarbij de lichte tuchtstraffen na drie jaar zouden worden gewist en de zware niet (zoals nu het geval is, maar iedereen kan wel na 6 jaar eerherstel vragen). De meerderheid in de Kamer ging ermee akkoord om de lichte straffen te wissen na drie jaar en de zware na zes jaar. Van Hecke: "Een enorme versoepeling in vergelijking met nu".

IV.4.3. Overplaatsing binnen de rechtbank zelf

Nieuw is ook dat wie - zoals bv. de voormalige Antwerpse strafrechter Walter De Smedt - bij wijze van gewone "ordemaatregel" binnen dezelfde rechtbank van de ene kamer naar de andere (van een strafkamer naar een echtscheidingskamer) wordt geplaatst, hiertegen voortaan in beroep gaan bij de tuchtrechtbank, als hij meent dat dat die ordemaatregel een vermomde tuchtstraf is. Nu kan dat nog niet.

V. BEDENKINGEN

V.1. "Meten is weten", zo luidt de mantra die de politici met een regelmaat van een klok opzeggen. Maar hij gold zeker niet helemaal voor deze wet. De rondgedeelde cijfers over het aantal opgelegde tuchtsancties liepen nogal uiteen en dat is een eufemisme. De magistraten konden tijdens de hoorzittingen ook geen precies antwoord geven. Heeft de administratie onvoldoende competent personeel op statistisch vlak? Houdt de administratie de precieze stand van tuchtstraffen tegen het gerechtelijk personeel niet goed bij? Licht de administratie de minister foutief of nonchalant in als zij om cijfers vraagt? Worden de afgeleverde cijfers wel voldoende gecontroleerd door de beleidscel van de minister? We weten het allemaal niet. Het is waarschijnlijk een combinatie van redenen. Misschien zijn er duidelijke cijfers over dit probleem, maar ze waren alvast niet beschikbaar voor het parlement. En nog minder voor de publieke opinie, die toch moet overtuigd worden dat deze wet de vermeende doofpotten binnen het gerecht zal wegwerken.

Als de nonchalance over statistieken bij zulke eenvoudige zaken en bij zulke beperkte aantallen al zo groot is, dan rijst de vraag hoe het moet zijn bij complexere statistieken. België stond in de negentiende eeuw internationaal aan de spits op het vlak van statistiek. Nu bengelt het in Europa helemaal onderaan, zo blijkt uit evaluatierapporten van de Raad van Europa. Dat is al vele jaren gezegd, maar niemand die er iets aan verandert.

In ieder geval was er ook niemand in het parlement die veel problemen had met de afgeleverde cijfers. De juristen van de parlementaire commissies vinden het niet echt nodig om de werkelijkheid te kennen vooraleer ze haar met nieuwe regeltjes willen veranderen.

V.2. Zal deze wet nu haar doel bereiken? Ze moet het vertrouwen in Justitie herstellen, ze moet duidelijk maken dat rechters en personeelsleden van het gerecht die een fout maken ook daadwerkelijk worden aangepakt.

Uiteindelijk is het parlement veel softer geweest dan aanvankelijk was beslist in het Atomiumoverleg onder minister Stefaan De Clerck of dan nu al het geval is.

* Er komen géén externen in de tuchtrechtbank. Atomium had geen externen voorgesteld, maar een grote groep parlementsleden en de Hoge Raad voor Justitie wél. Momenteel zitten externen (universiteitsprofessoren en advocaten) in de Nationale Tuchtraad. De professoren verdwijnen eruit, ze komen niet in de tuchtrechtbanken, die hierdoor corporatistischer samengesteld worden dan nu het geval is;

* de tuchtrechtbanken zullen in de praktijk allemaal achter gesloten deuren zijn;

* na twee negatieve evaluaties ga je nog altijd niet naar de tuchtrechtbank, zoals Atomium bepaalde; evaluatie en tucht worden volledig gescheiden;

* de meeste tuchtsancties (nl. de kleine) zullen nog altijd door de korpschef in alle stilte worden genomen;

* de tuchtstraffen worden in vergelijking met andere groepen snel uitgewist en in ieder geval sneller dan nu het geval is. Terwijl men vroeger voor de zware straffen na zes jaar eerherstel kon aanvragen, maar daarom niet kreeg, worden die zware straffen nu na zes jaar automatisch gewist.

* de tuchtstraffen zullen nu met uitstel kunnen worden opgelegd; men zal de uitspraak in een tuchtzaak kunnen opschorten, zelfs voor de zwaarste deontologische vergrijpen.

De berg heeft na vier jaar weeën en bevallingspijnen een muis gebaard. In die mate zelfs dat de vraag rijst of de wet niet eerder een versoepeling dan een verstrenging van het huidige tuchtstatuut. Was al dit werk nodig voor dit kleine resultaat?


*****************************************


Lees ook:

De Clerck hervormt tuchtstatuut magistraten

Rechters erg sceptisch over hervorming tuchtstatuut

De juridische problemen van de SM-rechter


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************


MEEST RECENT