Milquet en de Syriëgangers, deel 2

Print
7 MEI 2013 - Zo'n tachtig tot honderd Belgische jongeren trokken tot nu toe naar Syrië om daar mee te vechten bij de oppositie tegen het regime van president Assad. Een groot deel sloot zich aan bij jihadistische brigades, gewelddadige extremistische moslims. Volgens het federaal parket zouden 33 van deze Syriëgangers lid geweest zijn van Sharia4Belgium. In dit artikel in twee delen belichten we deze problematiek samen met de Belgische specialist in contraterrorisme, professor Rik Coolsaet (Universiteit Gent). In dit tweede deel gaan we in gaan we in op het beleid van de regering. We bekijken daarbij zowel het repressieve als het preventieve beleid van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) en leggen dat voor aan professor Coolsaet. In een eerste deel vroegen we ons af wie de Belgische Syriëstrijders zijn en waarom ze gaan. We zien hun actie als een vierde fase in het Belgische jihaditerrorisme. We belichten ook een pas gepubliceerd overzichtsonderzoek over jihaditerroristen en over hoe je dergelijke terroristen kan bekeren (ontradicaliseren) en hoe je kan voorkomen dat jongeren op het terroristische pad geraken. Dat eerste deel leest U hier.

Wat deed de regering toen de problematiek van de Syriëstrijders aan het licht kwam. Wat deed meer bepaald de bevoegde minister, Joëlle Milquet (cdH) van Binnenlandse Zaken?

Toen de Syriëproblematiek bekend werd, nam Milquet een aantal maatregelen. Op voorstel van senator Filip Dewinter (VB) kwam er een centraal contactpunt voor de ouders van vertrokken minderjarigen: zij kunnen zo worden ondersteund en geïnformeerd. Milquet richtte bovendien een werkgroep op om de problematiek op de voet te volgen. Ook pleegde ze overleg met de burgemeesters om de mogelijke Syriëgangers te ontmoedigen. Een aantal politiezones kregen een refentiepersoon "Syrië", ze vroeg aan de burgemeesters om een preventieplan op te stellen en de families te helpen. Ook werd de opleiding van de politie versterkt. En ze kwam met een preventieplan, dat door de ministerraad werd goedgekeurd. Momenteel zoekt de minister geld om de burgemeesters van de "bedreigde" steden (Antwerpen, Mechelen, Vilvoorde, Maaseik…) financieel te ondersteunen in hun plannen. We bekijken meer specifiek twee van haar plannen: haar repressief plan en haar preventieplan.

1. MILQUET'S REPRESSIEF PLAN

Milquet kwam met een repressief plan om de trek naar Syrië aan te pakken. Dat bestond uit tien punten. Twee ervan werden op 19 april afgewezen door het kernkabinet, acht andere werden naar een werkgroep van experten gestuurd.

1.1. AFREIZEN STRAFBAAR MAKEN?

Milquet had voorgesteld om de huurlingenwet van 22 april 2003 aan te vullen met een koninklijk besluit dat vertrekken naar Syrië om daar te gaan vechten strafbaar stelt. Er zou tussen de drie maanden en de twee jaar cel op komen.

1.1.1. PRO

Ze wees erop dat dit voorstel ontradend zou werken en bovendien zou het misdrijf makkelijker te bewijzen zijn dan de misdrijven uit de terrorismewet, waarvoor men sommige Syriëgangers nu wil vervolgen. Dat zou zeker zo zijn als de feiten in Syrië zouden vallen onder het internationaal humanitair recht (genocide, oorlogsmisdaden e.d.). Bovendien vond ze dat haar voorstel maatregelen mogelijk zou maken tegen jongeren die uit Syrië terugkomen, want nu is dat niet zo. (Wel besloot haar collega van Justitie Annemie Turtelboom dat minderjarige jihadi's die uit Syrië terugkomen als jongeren in een problematische opvoedingssituatie zullen worden beschouwd en dus naar de jeugdrechter zullen worden gestuurd, nvdr). Tenslotte wees ze erop dat de regeling al bestaat in Nederland.

1.1.2. CONTRA

De Kern volgde haar niet. Hij vond dat de tegenargumenten het zwaarst doorwogen. Welke argumenten waren dat?

* De families van de jongeren die willen vertrekken zouden ontmoedigd worden om radicalisering te melden. Een celstraf zou jongeren ontraden om terug te keren, hen in de clandestiniteit dwingen en ze moeilijk opspoorbaar maken.

* Zo'n verbod kan worden begrepen als een signaal dat het verzet tegen het regime van de Syrische president Assad niet terecht is en dat klopt niet met het Belgische en Europese standpunt.

* Zo'n koninklijk besluit zou maar een beperkt ontradend effect hebben.

* Er zijn bewijsproblemen. Het is zeker niet altijd mogelijk om een link met een gewapende verzetsgroep in Syrië te leggen omdat sommigen zeggen dat ze in Syrië zijn voor humanitaire redenen.

* De vraag rees ook of het om een algemeen besluit moest gaan ("het wordt verboden aan élke Belgische onderdaan om op buitenlands grondgebied te gaan vechten als hij niet in een leger of bewakingsfirma zit"), dan wel om een tijdelijk besluit voor Syrië alleen. En als men voor het laatste koos: moet het dan gaan om een verbod om in Syrië te gaan vechten zonder meer, dan wel om in Syrië te gaan vechten bij radicale, terreurgroepen.

* Tenslotte rezen er vragen over de mensen die al vertrokken zijn: mogen zij nog terugkeren en binnen welke termijn?

De Kern besloot dat er géén KB komt. De nieuwe terrorismewet, die op 14 maart van kracht werd, moet volstaan. Volgens die wet wordt het ronselen, uitlokken en opleiden van terroristen strafbaar met tien jaar cel en 30.000 euro boete. Ook wie een opleiding heeft gevolgd kan die straffen krijgen. (Wat deze wet verder nog zegt, leest U hier, nvdr).

1.2. IDENTITEITSKAART INTREKKEN?

Een ander voorstel van Milquet, dat eigenlijk van de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte (sp.a) kwam, haalde het ook niet. Ze wou de identiteitskaart van minderjarigen die naar Syrië wilden afreizen intrekken omdat daardoor het aantal vertrekken drastisch zou bemoeilijkt worden. Vanaf 15 jaar moet een Belg een identiteitskaart hebben en zonder die kaart geraakt hij niet buiten het land.

Dat voorstel wilde de Kern ook niet realiseren. Het zou de markt van valse en gestolen identiteitskaarten aanzwengelen en misbruik bevorderen. In de plaats daarvan zal men nu vertrekkers sneller signaleren in de "Schengenzone". Dat zijn de landen van de Europese Unie, behalve Engeland, Ierland, Roemenië en Bulgarije. Maar wel met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein erbij.

1.3. VERDERE REPRESSIEVE VOORSTELLEN

Milquet had nog een reeks andere repressieve voorstellen, die allen naar een werkgroep werden verwezen.

* Zo wilde ze dat minderjarigen die niet vergezeld zijn van hun ouders een schriftelijke toestemming van hun ouders moeten kunnen voorleggen om naar het buitenland af te reizen en de vliegtuigmaatschappijen zouden die toestemming moeten controleren. Dat zou het moeilijker maken om naar Turkije te reizen.

* Ze wilde meer grenscontroles in België, maar ook in Turkije. Om van daaruit naar Syrië te gaan volstaat een identiteitskaart en 15 euro voor een visum. Te gemakkelijk vond Milquet. Er moest diplomatieke druk op Turkije komen om de controle te versterken. Ook de ouderlijke toestemming moest daar worden gecontroleerd. Als de minderjarige die niet bij zich had zou hij naar België terugmoeten.

* Er moest volgens Milquet ook meer diplomatiek personeel naar Turkije om daar vertrekkers op te sporen en hun families bij te staan.

* Verder wilde ze een lijst van contactpersonen in Syrië, die zouden kunnen helpen bij de repatriëring van de Syriëstrijders en ze wilde een mobilisatie op het niveau van de Europese Unie.

* Ze vond ook dat aan het Syrisch verzet moet worden meegedeeld dat Europese strijders moeten worden geweerd uit hun rangen. Europa moet dat doen en als de EU dat niet wil, dan moet België het zelf doen.

* In België zelf moet de terrorismecel van de Brusselse federale politie versterkt worden om info over Syriëstrijders in te zamelen en mee te delen en bepaalde individuen op te volgen.

Al deze voorstellen werden naar een werkgroep verwezen voor "bestudering". Niets van het repressieve plan van Milquet is dus gerealiseerd.

Coolsaet hierover: "Dit repressief aspect van de plannen van Milquet was echt paniekvoetbal. Natuurlijk kan je de Syriëgangers niet bestraffen op basis van de huurlingenwet. Ze doen het toch niet voor het geld!".

Eerder kwam Milquet overigens met een voorontwerp van wet om organisaties als Sharia4Belgium te verbieden, maar ook dat overleefde de ministerraad niet. En ook dat werd door omzeggens alle deskundigen, onder wie professor Coolsaet, als overbodig van de kaart geveegd. (Lees hier alles over deze discussie,nvdr).

2. MILQUET'S PREVENTIEPLAN

2.1. WAT LEERT HET PLAN?

Milquet ontwikkelde ook een preventieplan. Dat moet zowel extremisten "ontradicaliseren" als gewelddadige radicalen voorkomen terwijl het nog kan. Haar preventieplan heeft zes grote assen.

2.1.1. De kennis en de expertise over gewelddadige radicalisering moet worden versterkt.

Concreet: * tegen einde mei stelt Binnenlandse Zaken een lijst op van contactpersonen en verenigingen die zich met preventie van radicalisering bezighouden.

* Alle expertise over dit thema wordt gecentraliseerd in een nieuw op te richten cel "preventie van radicalisering" op Binnenlandse Zaken.

* Alle subsidiebronnen voor onderzoek moeten worden aangeboord.

2.1.2. De voedingsbodem voor gewelddadige radicalisering moet worden beperkt.

Concreet: * diversiteit moet overal worden bevorderd en 2014 wordt uitgeroepen tot het jaar van de diversiteit.

* Tegen einde 2013 komt er een Charter voor Burgerzin, met daarin de gemeenschappelijke waarden van onze cultuur.

2.1.3. De weerbaarheid van kwetsbare individuen, voornamelijk jongeren, moet worden verhoogd.

Concreet: * er komt een diepgaande studie over de effecten van internet en sociale media op radicalisering.

* De onrechtvaardigheidsgevoelens van de jongeren moeten worden "geheroriënteerd" naar "grootschalige, exclusief humanitaire projecten die werken rond de problemen waar zij mee bezig zijn".

* De kennis van uitgetreden extremisten moet hierbij worden gebruikt.

2.1.4. De lokale overheden moeten worden ondersteund.

Concreet: * elke gemeente moet een preventiestrategie tegen radicalisering uitwerken en daarvoor een verantwoordelijke persoon of dienst aanduiden. Ook de religieuze vertegenwoordigers moeten hierbij worden betrokken.

* Wie in de toekomst nog een veiligheidscontract wil zal een plan voor preventie van radicalisering moeten hebben.

* De gemeenten moeten ook een antiracismeplan ontwikkelen.

* "Buurtmentoren" kunnen radicale risicojongeren coachen, zoals dat bv. in Denemarken gebeurt met al wie wil uittreden uit extremistische groepen.

* Sleutelfiguren die een probleem kunnen signaleren en een aangepast "tegendiscours" (een aanvaardbare theorie met argumenten die van radicalisering doen afzien) moeten worden aangeworven.

* "Peer educators" (opvoeders uit de eigen groep, maar het komt eigenlijk uit gevangenisprojecten, nvdr) moeten in de wijken burgerdebatten organiseren met de lokale gemeenschappen.

* Er komen opleidingen voor leraars en scholen zodat die radicalisering vlugger zullen ontdekken.

* Er komt een zes maanden durende rondetafel met de media. Die moeten leren om "met respect, sereniteit en nuancering en bovendien positief, in een geest van constructieve en verenigde samenwerking over interculturaliteit te berichten". Ze moeten ook "ingaan tegen stereotypen". (Hoe dit kan gebeuren zonder de grondwet te wijzigen is niet duidelijk. De grondwet verbiedt immers iedere censuur en dat is dit voorstel natuurlijk wel, nvdr).

* De imams moeten radicale discours zelf melden. (Een merkwaardig voorstel als je weet dat de enquête van GVA nog maar pas uitwees dat liefst 25% van de moslimjongeren tussen 15 en 25 jaar al radicale ideeën heeft horen spuien door imams zelf, nvdr). Op lokaal niveau is sytematisch overleg met de moskees nodig.

* De ouders van radicaliserende jongeren moeten worden aangemoedigd om de banden met hun kinderen niet te verbreken.

2.1.5. Inzicht verwerven in het internet.

Concreet: * Europol en Interpol moeten specifieke cellen met specialisten oprichten om haatdiscours op het internet op te sporen.

* Met Google en Facebook moeten overeenkomsten worden afgesloten om haatsites op het internet te beperken of te verbieden. (Ook hier stelt zich het probleem van het grondwettelijk gewaarborgd censuurverbod, nvdr).

* In België is meer personeel nodig om haatsites op te sporen. Er moet ook een partnerschap komen met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen om maatregelen te nemen tegen zulke haatsites.

* Er moet een "tegenbetoog" worden opgezet tegen racistische of radicale opmerkingen op het net. Daarvoor moeten twintig personen extra worden aangeworven, van wie minstens tien allochtonen.

2.1.6. Er moet een preventieplan in de gevangenissen komen.

Concreet: * Radicale gedetineerden moeten worden tegengesproken in godsdienstlessen van gematigde imams.

* De cipiers moeten worden opgeleid om radicalisering te herkennen.

* De selectie en opleiding van imams in de gevangenissen moet worden verbeterd.

2.2. KRITISCHE EVALUATIE VAN HET PREVENTIEPLAN

Wat vindt de Belgische specialist in het contraterrorisme, Rik Coolsaet van dit plan? We legden het hem voor.

Coolsaet: "Vooraleer hierop commentaar te geven is het goed om even terug te gaan in de geschiedenis."

"België had nl. een grote voorsprong in de strijd tegen het jihaditerrorisme omdat de rijkwacht al in de jaren tachtig begonnen was met een cel die de band tussen de islam en het terrorisme bestudeerde. Toen 9/11 plaatsgreep had België dus een expertise over jihaditerrorisme die weinig landen hadden. Bij het tot stand komen van de contraterrorismestrategie van de Europese Unie in 2005 heeft België dan ook vaak concrete input kunnen geven. Zo heeft het Belgische contraterrorismebeleid vroeger sterk de nadruk gelegd op de 'grondoorzaken' van het terrorisme: waarom doen terroristen wat ze doen? Want zolang we dat niet weten, kennen we de kweekvijver niet en zolang de kweekvijver niet drooggelegd wordt, zullen individuen blijven radicaliseren tot terrorist. Die benadering is ook de vinden in de EU-strategie. Onder Bush wilden de Verenigde Staten niet weten van 'grondoorzaken'. Pas met Obama is de Amerikaanse houding verschoven in de Europese richting."

"In 2006 werd dan het OCAD, het centraal Belgische antiterreurorgaan, operationeel, en kwam er een plan tegen radicalisering. Dat plan focuste op het in kaart van de radicalisering, het opsporen van mogelijk gevaarlijke individuen, de manier waarop jongeren radicaler werden. Allemaal noodzakelijk, maar een echt preventieluik bevatte het plan niet."

"Vanaf 2007 kwamen we vervolgens in België in één lange politieke crisis. De regering vond blijkbaar dat ze met de oprichting van het OCAD voldoende had gedaan en de aandacht voor de grondoorzaken verdween. Het Belgische contraterrorismebeleid verloor daarmee zijn voorsprong, terwijl landen als Nederland en Groot-Brittannië veel in het onderzoek naar radicalisering en terrorisme begonnen te investeren."

"Een voorbeeld. Nederland had maar 5 terroristen in de bajes van Vught, maar het beschikte wel over een deradicaliseirngsplan voor die groep. België had tien keer zoveel jihaditerroristen in de gevangenis zitten, maar men deed er niets mee. De GICM-groep van Maaseik werd in 2006 veroordeeld, ze vlogen in de gevangenis, er gebeurde niets mee en toen sommigen vrijkwamen vertrokken ook mensen vanuit Maaseik naar Syrië. Ongelofelijk".

Maar er was in die periode toch CoPPRa?

"Ja. Community Policing for Prevention of Radicalisation was een Zweeds initiatief uit 2009 dat door de Europese Unie werd gepromoot. Bedoeling was aanvankelijk om te onderzoeken hoe de lokale politie kon meehelpen in het voorkomen van radicalisering. In 2010 nam ons land het over, maar het "preventieve" luik raakte ondergesneeuwd en alles werd ingezet op de versterking van de informatiepositie van de politie door wijkagenten te trainen in het herkennen van tekens en symbolen van radicale groepen en gedragingen. Zo moesten de wijkagenten leren om op basis van allerlei plotse veranderingen (jongeren die plots lange baarden en djellabah's dragen of plots gezamenlijk gaan bidden) radicalisering bij jongeren te herkennen. Dat systeem werd in Antwerpen uitgetest en wordt nu veralgemeend. Maar eigenlijk is het geen preventie. Dat kon ook niet want er bestond geen preventieplan. Zo komen we tot de situatie dat we nu weten wie allemaal naar Syrië is vertrokken, maar de diensten wisten er geen blijf mee, want er bestond geen preventieplan - tot het plan-Milquet van afgelopen maand." (Meer over CoPPra, leest U hier, nvdr).

"In die zin is het preventieplan van Joëlle Milquet echt te verwelkomen. Voor het eerst heeft België nu een uitgeschreven preventiestrategie om gewelddadige radicalisering te voorkomen en extremisten te deradicaliseren. Het plan bevat bijzonder goede aanzetten, uitstekende voornemens, maar geeft niettemin de indruk snel en onder tijdsdruk bij elkaar geschreven te zijn. Sommigen passages zijn weinig doorgedacht. En hoe die voornemens in realiteit worden omgezet, dat is de echte hamvraag waarmee Joëlle Milquet en haar medewerkers de komende maanden geconfronteerd zullen zijn. Met wat intussen geweten is over 'derad' - deradicalisering in het jargon - in het buitenland, zie ik alvast drie tekortkomingen."

Welke drie tekortkomingen?

"1. Het plan vermengt jihadi-terrorisme met salafisme (een extreem ortodoxe strekking in de islam, die wil leven zoals in de tijd van Mohammed met lange baarden, witte gewaden, zonder alcohol en volgens de sharia, nvdr). België worstelt nog steeds met die theoretische verwarring, ook binnen onze veiligheidsdiensten. Daardoor hebben we intussen vijf jaar achterstand opgelopen op Nederland en Groot-Brittannië. Salafist word je om andere redenen dan terrorist. Salafist word je omdat je op zoek bent naar zekerheid, naar zingeving en je een houvast mist in een drukke, complexe wereld. Sommige mensen hebben behoefte aan duidelijke regels. Dat op zich stelt helemaal geen probleem. Een probleem kan onstaan als mensen zich zouden opsluiten in hun eigen grote gelijk en zich afsluiten van de rest van de samenleving. Dat kan een cultureel getto opleveren, en dat stelt een samenlevingsprobleem - maar géén veiligheidsprobleem. Strikt religieuze moslims zijn immers tegen geweld en vaak apolitiek. Overigens hou ik niet van die term 'salafisme'. Dat is vandaag een containerbegrip geworden. Iedereen verstaat er iets anders onder, zodat amalgamen snel gemaakt zijn - want dan ten onrechte afstraalt op de Islam als godsdienst."

"Met terrorisme heeft dat allemaal niets te maken. Terrorist word je na een min of meer lang proces dat begint omdat je een bepaalde situatie als onrecht ervaart en dat politiek vertaalt. Dat iemand politiek radicale standpunten inneemt, is niet onwettig. Maar het wordt een probleem als die politieke radicalisering extremisme wordt, wat vervolgens bij enkelen kan uitmonden in terrorisme. En die hanteren vandaag een religieus discours, omdat dit in de tijdsgeest past. Het jihadisme heeft daarmee het marxisme vervangen als de belangrijkste ideologie van het verzet."

"Beide processen moeten dus goed onderscheiden worden."

"In London heeft men met salafisten samengewerkt om jihaditerrorisme te voorkomen. In het preventieplan-Milquet mis ik dat onderscheid tussen salafisten en jihaditerroristen. Pas door dat onderscheid te maken kunnen we de vraag beantwoorden of we hier ook moeten proberen wat de Britten gedaan hebben."

"2. Een tweede onderscheid dat het plan niet maakt is dat tussen deradicalisering en uittreding uit de terreurgroep ("disengagement"). Dat onderscheid is cruciaal bij het uittekenen van een werkbare strategie. Bij "deradicalisering" wil je de mensen overtuigen dat hun ideeën fout zijn. Milquet wil dat doen door o.a. de imams in te schakelen. Daarvan weten we intussen dat je meestal een blauwtje oploopt. Zulke imams bereiken doorgaans die radicale jongeren niet meer, want die komen niet meer naar de moskee, ze stellen zelf hun eigen "islam" samen."

"Als je "disengagement" als uitgangspunt neemt en dus focust op "afzien van geweld", dan blijken de kansen op succes groter te zijn. Je probeert jongeren die aan het radicaliseren zijn, ervan te overtuigen geen geweld (meer) te gebruiken. En dat kan succes hebben als je deze jongeren au sérieux neemt, ze positief benadert en ze uit hun foute vriendenkring tracht te halen en een alternatieve omgeving biedt. Dat is niet eenvoudig en de kansen op mislukking zijn minstens zo groot als de kansen op succes - maar het lijkt de meest beloftevolle weg."

"3. En een laatste zwak punt is de precieze verhouding tussen wat federaal en wat lokaal moet gebeuren. De meest beloftevolle aanpak van wie aan het radicaliseren is (of wie terugkeert uit een strijdtoneel zoals Syrië) gebeurt zo dicht mogelijk bij de betrokkene en daarbij moeten zowel de lokale autoriteiten als de omgeving betrokken worden. Dat kan het federale niveau niet organiseren. Het federale niveau moet een algemeen kader schetsen en praktische voorbeelden uit het buitenland groeperen en aanbieden. Elementen hiervan zitten in het plan, maar hoe en of dat gaat werken, wordt niet uitgestippeld."

"Maar dat het plan er nu eindelijk is, is positief. Maar naar mijn bescheiden mening moeten we in de huidige situatie vooral inzetten op wie terugkeert. Dat is het dringendst. Dat zijn allemaal geen doorgewinterde terroristen. Velen zullen ontmoedigd, gedesillusioneerd, gefrustreerd terugkeren. Wie oorlogsmisdaden begaan heeft, moet gestraft worden. Maar ze hebben daarnaast een nieuw perspectief nodig. En hier kunnen buitenlandse voorbeelden helpen. Uit Deense precedenten blijkt dat je 24 uur op 24 uur moet inspelen op deze kwetsbare personen, om het risico op gewelddaden terug te dringen. Dat werk moet op lokaal niveau gebeuren en liefst niet onder leiding van de politie, want dat schrikt af. Je moet nu eenmaal het vertrouwen winnen van de jongeren die je wil weghouden van gewelddadige acties. Beter is dus de leiding toe te vertrouwen aan de cel diversiteit van de gemeente. Er moet ook een ondersteunend netwerk zijn. De moskees zijn niet voldoende, ook het middenveld is nodig. Maar dan nog heb je geen garantie op succes. Want het is een werk van lage adem en soms in ieder geval verschillend. Soms zullen de moslimgemeenschappen de moslimgemeenschappen een hulp kunnen zijn, soms niet."


*****************************************


Lees alles over wie de Syriëstrijders zijn, waarom ze het doen en hoe je hen volgens het wetenschappelijk onderzoek kan ontradicaliseren in het eerste deel van dit artikel. Dat vind je hier.


*****************************************


Lees ook:

De geschiedenis van het terrorisme volgens professor Burleigh

Heinsohn verklaart het terrorisme demografisch

Federaal parket evalueert terrorismewet

Wijkagent moet moslimextremisme leren herkennen

Over het verbod van Sharia4Belgium

De problemen van Fouad Belkacem in negen vragen

Het proces tegen Sharia4Belgium

Wat is nu al mogelijk tegen Sharia4Belgium?

Wat zegt de nieuwe terrorismewet?

Belgische inlichtingendiensten kunnen moslimextremisme nog altijd niet volgen


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************


Nu in het nieuws