Over de Syriëgangers, deel 1

Print
7 MEI 2013 - Zo'n tachtig tot honderd Belgische jongeren trokken tot nu toe naar Syrië om daar mee te vechten bij de oppositie tegen het regime van president Assad. Een groot deel sloot zich aan bij jihadistische brigades, gewelddadige extremistische moslims. Volgens het federaal parket zouden 33 Syriëgangers lid geweest zijn van Sharia4Belgium. In dit artikel in twee delen belichten we deze problematiek samen met de Belgische specialist in contraterrorisme, professor Rik Coolsaet (Universiteit Gent). In dit eerste deel vragen we ons af wie de Belgische Syriëstrijders zijn en waarom ze gaan. We zien hun actie als een vierde fase in het Belgische jihaditerrorisme. We belichten ook een pas gepubliceerd overzichtsonderzoek over het jihaditerrorisme in het algemeen en over hoe je dergelijke terroristen kan bekeren (ontradicaliseren) en hoe je kan voorkomen dat jongeren op het terroristische pad geraken. In een tweede deel gaan we in op het beleid van de regering. We belichten daarbij zowel het repressieve als het preventieve beleid van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) en leggen dat voor aan professor Coolsaet. Dat tweede deel leest U hier.

 

1. WIE ZIJN DE SYRIEGANGERS?

 

Wie zijn de Syriëstrijders? Wat is tot nu toe over hen geweten? Nogal wat, want de meesten zijn bekend bij de veiligheidsdiensten.

Coolsaet: "De meesten zijn twintigers, of zelfs tieners vanaf 16 jaar Behalve dat ze jonger zijn dan de vorige generatie terroristen is er eigenlijk geen standaardprofiel. Er zitten zowel jongeren met een strafblad als zonder strafblad bij, nogal wat bekeerlingen ook, jongeren uit gemengde en niet-gemende huwelijken, jongeren die godsdienstig gedreven zijn en politiek gedrevenen."

"De eerste vertrekken dateren al van de lente of zomer 2012, maar het fenomeen werd pas in maart 2013 bekend gemaakt door Eurojust. We kunnen drie golven onderscheiden: aanhangers van Sharia4Belgium uit Antwerpen, Vilvoorde en Brussel (geschat op 33), aanhangers van van de Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi (een oude bekende van de Belgische veiligheidsdiensten), enkele individuen uit de omgeving van vrijgekomen oud-leden van de GICM (de Groupe Islamique Combattant Marocain, die de sharia wil invoeren in Marokko) uit Maaseik."

"In de voorbije twee decennia waren al eerder Belgen naar buitenlandse strijdtonelen getrokken. Maar sinds 2010 waren er maar weinig vertrekken nog vanuit België. Toen werd Sharia4Belgium opgericht en zij hebben blijkbaar een vacuum opgevuld. De hele problematiek heeft veel te maken met een specifieke jeugdcultuur, aan de rand van de samenleving en buiten de gewone kanalen, zoals jeugdgroepen, moskeeën of het middenveld. uitgeslotenen in de marge, die behoefte hebben aan helden."

"De Syriëgangers hebben heel uiteenlopende individuele behoeften. Ze willen ergens bijhoren, ze zoeken een nieuwe familie of een nieuwe kick. Het gaat zowel om bekeerlingen, als om jongeren die met hun familie gebroken hebben en om eenzame figuren. Ook willen ze zin geven aan hun leven, ze willen "iemand zijn" en strijden tegen "onrecht". En zoals alle jongeren willen ze kunnen opkijken naar helden en voorbeelden. "

"In hun omgeving ervaren ze dagelijks allerlei onzekerheden: ze zijn onzeker of ze werk zullen vinden (tot nu toe was er maar één werkende bij), of ze een lief zullen vinden. Ze hebben een gebrek aan perspectieven. Ze hebben een behoefte aan houvast en duidelijkheid. Dertig jaar geleden zouden deze mensen bij extreem-links terecht gekomen zijn."

Sharia4Belgium jutte ze op?

Coolsaet: "Er waren twee jaar lang zo goed als geen vertrekken meer, maar S4B vulde het gat op. Het socialiseerde deze mensen in een jihad-ideologie. S4B heeft de geesten doelbewust gekneed. Het gaf ze het gevoel dat ze ergens bij hoorden en functioneerde eigenlijk zoals een sekte. Maar…het discours van S4B werd steeds meer gewelddadig. S4B legde de nadruk op de "vernedering" en de "onderdrukking" van moslims wereldwijd en bereidde de mensen voor op het martelaarschap ("iemand zijn", "jezelf overstijgen")."

"Maar toch moeten we een onderscheid maken tussen een harde kern en een groep die zich op sleeptouw laat nemen. Die laatste groep was aanvankelijk zeker niet in se religieus gemotiveerd. Het is een typisch voorbeeld van zelfradicalisering van individuen in kleine vriendenkringen, waarbij de harde kern van S4B de marsrichting aangaf, letterlijk en figuurlijk."

Waarom heeft Syrië zo'n succes?

Coolsaet: "Om twee redenen. Omdat het makkelijk te bereiken is via de Turkse grens. Het is veel moeilijker om naar Mali of Somalië te gaan. Het komt ook dagelijks in het nieuws en het is een ogenschijnlijk simpel conflict tussen een brutaal sjiïetisch regime (de Syriëstrijders zijn soennieten, de grote tegenstanders van sjiïeten binnen de islam) en de bevolking. Tweede reden: de Syriëgangers krijgen het gevoel aan de kant van de geschiedenis te staan. Hun fysieke deelname kan in hun ogen het verschil maken. Maar net zoals de Internationale Brigadisten die in de jaren dertig naar Spanje trokken om mee te vechten in de burgeroorlog niet allemaal communisten waren (maar ook: mensen met een strafregister zonder perspectief in hun land, avonturiers e.d.) is dat hier zo."

"Toch verschilt de Syriëkwestie van eerdere vertrekgolven van het afgelopen decennium, die amateuristischer en minder ideologisch omkaderd waren."

 

2. WAT IS DE HISTORIEK VAN HET BELGISCH JIHADISME?

 

"Het Belgisch jihadi-terrorisme kent verschillende fases. Typisch voor België en Frankrijk is dat het veel vroeger begon dan in de buurlanden."

2.1. HET ISLAMO-NATIONALISME

"In het midden van de jaren tachtig was er ten gevolge van de Iranese revolutie in 1979 al een staatgestuurd sjiïetisch terrorisme dat leidde tot aanslagen in Parijs in 1986. Er waren ook ondersteunende cellen van dit Fouad Ali Saleh-netwerk in België. Toen startte de Belgische rijkswacht met een cel die het radicaal islamisme moest bestuderen."

"In de jaren negentig ontdekte men in België soortgelijke ondersteuningscellen voor de Algerijnse GIA, de Groupe Islamique Armé. In 1995 werd een eerste netwerk ontmanteld in België. Hier waren ook al Afghaanse veteranen in een belangrijke rol aan het werk. In deze periode ontdekten Belgische speurders het eerste terroristische handboek: 8.000 pagina's en gemaakt door de diensten van ene Osama bin Laden".

2.2. AFGHANISTAN ALS BAKERMAT

"In een tweede fase werd Afghanistan de bakermat van het jihadi-terrorisme. In 1998 werd in België het Mellouk-netwerk opgerold. Nieuw hier was dat het jihadi-terrorisme nu multinationaal was geworden. Er waren deelnemers zowel uit Bosnië als van de Taliban. Afghanistan werd echter het centrum van het netwerk. Net na 9/11 werd Nizar Trabelsi aangehouden. Hij was het prototype van de tweede generatie jihadi's: gerecruteerd in het Westen, een uitstap naar een belangrijk jihadi-centrum voor opleiding en netwerking (Afghanistan) en dan terugkeer naar het westen met duidelijke marsorders om hier aanslagen te beramen."

"De hele periode 1998-2004 was het hoogtepunt van het Al Qaida-terrorisme. Al Qaida was toen nog een strikt hiërarchisch netwerk dat alle aspecten van de aanslagen van bovenaf coördineerde. Na 9/11 begon Al Qaida te verbrokkelen, eerst door de oorlog in Afghanistan en de anti-terrorismecampagnes, vervolgens door de groeiende weerzin binnen de moslimgemeenschappen, waar de meeste slachtoffers vielen."

2.3. BOTTOM-UP TERRORISME

"De oude persoonlijke banden die de jihadi's wereldwijd in Afghanistan hadden gelegd, ontrafelden steeds meer. Het resultaat was dat steeds meer kleine jihadistische groepjes ontstonden die los van elkaar een eigen ideologie in elkaar knutselden en zich op Al Qaida beriepen (soms om zich groter voor te doen dan ze in werkelijkheid waren) zonder er echte banden mee te hebben. Prototype hiervan is het Maaseik-netwerk dat in 2004 werd opgedoekt. Dit was een mengelmoes van buitenlanders en eigen inwoners, Marokkanen en Belgen. Sommigen waren in Afghanistan getraind, anderen hier gerecruteerd. De derde generatie jihadi's werkte gedecentraliseerd, ze miste het netwerk van contacten van de vorige generaties en ze miste ook de inwijding in de gemeenschap van moedjahedin, die een verblijf in Afghanistan of Pakistan met zich meebracht. Het ging om bottom up-terrorisme in tegenstelling tot het top down-terrorisme van de vorige fase."

"Tot deze kleine groepjes behoorde ook dat rond Muriel Degauque, een Belgische bekeerde vrouw die als zelfmoordterroriste in Irak om het leven kwam. Dit netwerkje financierde zichzelf en was helemaal in België gemaakt."

"Ook de club rond Malika El Aroud was hiervan een voorbeeld. Er zijn hier geen buitenlanders meer die jihadi recruteren, de leden van het groepje recruteren zichzelf. De belangrijkste push-factor naar gewelddadige acties waren familiale en vriendschapsbanden. Toen de club in Afghanistan aankwam werd ze trouwens met groot wantrouwen bejegend en ze moest haar eigen eten en wapens betalen. De meesten keerden gedesillusioneerd terug naar België."

"De club rond El Aroud illusteert de beperkingen van de mobilisatie via het internet. Hoe sterk die ook is, in België is geen enkel geval bekend waar het net de enige bron van radicalisering was. Face-to-face-relaties zijn veel belangrijker om het gewelddadig terrorisme te verklaren."

2.4. DE SYRIESTRIJDERS

"Onderzoeker Jason Burke waarschuwde in 2010 voor een volgende fase van "loners", eenzame wolven, individuen die op eigen houtje aanslagen plegen. Maar in België kwam dat tot nu toe niet voor, radicalisering zat hier altijd ingebed in een groep."

"De vierde fase is dus de huidige, die van de Syriëgangers en Sharia4Belgium."

 

3. WAT KUNNEN WE LEREN UIT DE GESCHIEDENIS?

 

Wat kunnen we hier nu uit leren?

Coolsaet: "Verschillende dingen. Eerst en vooral dat het jihadi-terrorisme na 2005 over zijn hoogtepunt is, het neemt wereldwijd af. Na een bloedige aanslag in Jordanië in 2005 op een huwelijksfeest waarvan enkel Jordaniërs het slachtoffer waren daalde de populariteit van Osama bin laden en het jihadisme in de hele moslimwereld pijlsnel. Overigens verliezen we vaak uit het hoofd dat de overgrote meerderheid van aanslagen in Europa separatistisch geïnspireerd zijn: in 2012 was dat zelfs 76% van de 219, tegen 9 % van extreemlinkse signatuur en 3 % ervan was jihadistisch, zo stelde Europol vorige maand vast. Voor de laatste was hoofdzakelijk één man in Frankrijk verantwoordelijk, die 7 mensen gedood heeft. Terrorisme zal nooit helemaal uitgebannen kunnen worden, maar de afgelopen jaren was er duidelijk een dalende tendens in het jihaditerrorisme te zien."

"Twee. De leden van de jihadi-terreurcellen zouden in de jaren tachtig van de 20° eeuw ongetwijfeld extreem linkse terroristen geweest zijn en in de jaren dertig extreem rechtse terroristen - en nog verder in de tijd, einde negentiende eeuw, anarchistische terroristen. Want dat waren toén de ideologieën die in de mode waren, om allerlei heel verschillende redenen. Nu is dat het jihadisme. De islam is dus niet de oorzaak van het gewelddadig jihadisme, maar alleen het vehikel of de inkleding. De fundamentele oorzaak van het terrorisme ligt elders, in gevoelens van onrecht die de terroristen willen bestrijden. De extreme islamisering van deze gevoelens treedt pas in een latere fase op, nadat men al lid van de extremistische groep is geworden via vrienden. Die vriendenkring is veel belangrijker dan een religie of een ideologie als motor van het terrorisme."

"En, net zoals bij de Syriëgangers: men wordt lid om allerlei redenen. Eenzaamheid, behoefte om iemand te zijn, zucht naar avontuur, onrecht e.d. In ieder geval heeft men al heel wat jihadi's ontdekt met maar heel weinig kennis van de islam."

4. WIE IS DE HEDENDAAGSE JIHADI?

Wat weten we nu eigenlijk over de hedendaagse jihadi?

Einde maart bracht Alex Schmid van het International Center for Counterterrorism (ICCT) in Den Haag een en ander in kaart in een lijvig werk.

Wat bleek?

* De meeste terroristen zijn psychologisch gezien normaal, zelfs normaler dan de meeste andere gewelddadige criminelen. Alleen bij de "lone wolfs" ligt dat anders.

* De achtergronden van de terroristen zijn heel divers, er zijn vele manieren om terrorist te worden. Men onderscheidt bv. gefrusteerde wraaklustigen, mensen op zoek naar erkenning, mensen op zoek naar een idenditeit, avonturiers, mensen die door hun lief bij de groep geraken.

* Gewelddadige radicalisering is een geleidelijk proces. Eerst ervaart men een bepaald probleem niet als een tegenslag, maar als onrecht. Daarna creëert men een morele verrechtvaardiging voor geweld. Vervolgens geeft men de slachtoffers die men beoogt de schuld en deshumaniseert ze.

* Armoede verklaart het terrorisme niét. Zoals bij de vorige terrorismegolven in de geschiedenis, zijn vele westerse jihadi's eerder hoog opgeleiden die het al relatief ver geschopt hebben in hun eigen samenleving. Dat ze desondanks anders worden bejegend in vergelijking met hun leeftijdsgenoten, wringt daarom des te meer en wordt steeds weer aangehaald in verklaringen van jihadi's over hun eigen evolutie. Relatieve deprivatie noemen sociologen dat.

* Het onrecht dat een bepaalde groep (de moslims) wordt aangedaan is een mobiliserende factor, maar doorgaans wordt het niet persoonlijk ervaren.

* Sociale relaties geven de doorslag om bij een terreurnetwerk te komen. De ideologie komt pas daarna.

* Momenteel zitten wereldwijd 100.000 verdachten van jihaditerrorisme in de cel en 35.000 zijn veroordeeld voor terrorisme, zo rekende Arie Kruglanski uit.

* Onderzoek van Charles Kutzman toonde dan weer aan dat de islamistische (jihadistische) terroristen tijdens de voorbije kwart eeuw minder dan 1 op de 15.000 moslims konden recruteren en sinds 9/11 zelfs minder dan 1 op de 100.000 moslims. Waarom zo "weinig"? De meerderheid heeft betere banden met familie, vrienden en gemeenschap; de meerderheid leeft een pluralistische, maar samenhangende gemeenschap; de meerderheid hoorde ook andere ideologische versies dan die van de terroristen; er zijn niet-gewelddadige uitlaatkleppen voor frustraties van die meerderheid.

* De universiteit van Maryland onderzocht hoelang terreurgroepen in het algemeen (dus niet alleen jhihadigroepen) overleefden tussen 1970 en 1997. Drie vierde (74,7%) overleeft zijn eerste jaar niet, slechts 1,26% bestaat langer dan 20 jaar. Al Qaida was in dit geval. Cruciaal voor overleving is: een degelijke financiering van de groep en steun van buitenaf (een staat of een diaspora in het buitenland).

* Waarom terreurgroepen er zelf mee ophouden is ook onderzocht. Dat kan zijn omdat de leider sterft of gearresteerd wordt en de groep gedesoriënteerd uiteenvalt. Of omdat er geen nieuwe generatie klaar staat. Of omdat de doelen van de terreurgroep bereikt zijn. Of omdat er geen enkel draagvlak meer is bij de publieke opinie… RAND onderzocht alle terreurgroepen die er tussen 1968 en 2006 mee stopten. 43% stopte omdat ze aansluiting hadden gevonden bij een politiek proces, 40% omdat de politiecontrole te strikt was geworden.

 

5. KAN JE TERRORISTEN ONTRADICALISEREN?

 

Radicale ideeën leiden niet noodzakelijk tot geweld. Schmid bracht ook de resultaten van "deradicaliseringscampagnes" voor individuele leden van terreurgroepen in kaart. Waarop moet men volgens hem letten?

== De programma's lukken vooral als de radicalen vrijwillig willen meewerken. Het kan dus allicht alleen met mensen die al een beetje twijfelen aan het nut van hun acties. Bv. omdat ze de doelen van de groep onbereikbaar vinden; omdat ze teleurgesteld zijn in de leiders of vrienden in de groep; omdat ze verscheurd zijn tussen hun loyauteit aan de groep en die aan hun familie; omdat ze de druk niet meer aankunnen e.d.

== Vertrouwen tussen de partijen (de mogelijke uittreder én de hulpverlener) is essentieel.

== Het is nuttig om uitgetreden extremisten in te schakelen als begeleiders van het ontradicaliseringsproces van anderen, want zijn begrijpen de gewelddadige radicalen het best.

== De verschillende soorten radicalisme (extreem-rechts, extreem-links, jihadi) kunnen op dezelfde wijze en met hetzelfde totaalprogramma bestreden worden. De meeste "derad"-programma's in de EU beschouwen de ideologie trouwens als secundair. Maar belangrijk is wel dat die programma's op maat van het individu gesneden zijn: een ideologisch gemotiveerd iemand pak je anders aan dan een avonturier of iemand met identiteitsproblemen.

== Helaas is er nog geen systematisch onderzoek over de effecten van de diverse deradicaliseringsprogramma's. Er zijn geen criteria om het succes te meten. We kunnen dus eigenlijk weinig zeggen over de resultaten. Toch hadden sommige projecten succes. Coolsaet: "Denken we aan de Exitprojecten met neonazi's van Tore Björgo in Zweden en aan het Streetproject in Brixton (Londen), samen met de salafistische gemeenschap. Ook Deense programma's met intensieve individuele coaching door mentoren lijkt vruchten af te werpen. En ook in Nederland is de afgelopen jaren sterk geïnvesteerd in het creëren van lokale netwerken van vertrouwenspersonen, het middenveld, wijkagenten. Al moet gezegd worden dat ook in Nederland de moslimgemeenschappen en de lokale autoriteiten verrast werden door de omvang en snelheid van het Syrië-vertrek, wellicht omdat die netwerken wat verwaarloosd zijn geworden."

== Maak een onderscheid tussen deradicalisering en uittreding ("disengagement"). Bij deradicalisering laten de terroristen hun radicale ideeën varen. Deze strategie heeft maar zelden kans op succes. Bij "disengagement" stoppen de terroristen met het gebruik van geweld om hun radicale ideeën te realiseren, maar ze behouden die wel. Dat was bv. in België met de CCC het geval - of in Nederland met de leden van de Hofstadgroep. Dat is de groep waartoe ook Mohamed Bouyeri, de moordenaar van Theo Van Gogh behoorde. Maar over hem gaat het hier niet. Wel over een 20-tal andere mannen die tussen 2001 en 2009 tot de Hofstadgroep behoorden. Volgens de AIVD, de Nederlandse staatsveiligheid wordt in de strijd tegen islamitische radicalisering wordt teveel nadruk gelegd op de 'ideologische tegenboodschap'. Doelbewuste verspreiding van de 'gematigde islam' heeft volgens de AIVD in 2010 nauwelijks invloed op gedachtengoed van potentiële jihadi's. Een baan, trouwen en een kindje vormen een betere remedie. De meeste leden van de Hofstadgroep uit het onderzoek bleven vasthouden aan een jihadistische ideologie, maar staakten hun radicale gedrag.

 

*****************************************

 

 

Het tweede deel van dit artikel gaat over het beleid van minister van Binnenlandse Zaken, Joëlle Milquet (cdH). U leest het hier.

 

 

*****************************************

 

 

Lees ook:

 

De geschiedenis van het terrorisme volgens professor Burleigh

Heinsohn verklaart het terrorisme demografisch

Federaal parket evalueert terrorismewet

Wijkagent moet moslimextremisme leren herkennen

Over het verbod van Sharia4Belgium

De problemen van Fouad Belkacem in negen vragen

Het proces tegen Sharia4Belgium

Wat is nu al mogelijk tegen Sharia4Belgium?

Wat zegt de nieuwe terrorismewet?

Belgische inlichtingendiensten kunnen moslimextremisme nog altijd niet volgen

 

*****************************************

 

 

Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.

 

 

*****************************************

 

Nu in het nieuws