Jury moet onmiddellijk antwoorden op toerekeningsvatbaarheid

Jury moet onmiddellijk antwoorden op toerekeningsvatbaarheid

Jury moet onmiddellijk antwoorden op toerekeningsvatbaarheid

Print
De jury van het Gentse hof van assisen moet al bij de eerste van 109 vragen antwoorden of Kim De Gelder toerekeningsvatbaar was op het ogenblik van de feiten. Dat bleek donderdagavond bij de voorlezing van de 109 vragen die de twaalf gezworenen moeten beantwoorden. De 109de vraag peilt naar de toerekeningsvatbaarheid van De Gelder "op de dag van vandaag".

Voorzitter Koen Defoort las donderdagavond, zoals de wet het voorschrijft, alle 109 vragen luidop. Er zijn 27 hoofdfeiten, maakte de voorzitter duidelijk. Het gaat achtereenvolgens om de drie moorden in Fabeltjesland, de moord op Elza Van Raemdock in Vrasene, de 22 moordpogingen in Fabeltjesland en de drie moordpogingen op het gezin in de Galgstraat in Vrasene. De laatste drie moordpogingen worden als één feit beschouwd.

Voor elk van de 27 hoofdfeiten wordt er een bijkomende vraag gesteld naar de verzwarende omstandigheden van voorbedachtheid. De eerste vraag peilt dus of De Gelder schuldig is aan de doodslag op Corneel Vermeir in Fabeltjesland. Als het antwoord ja is, betekent dat dat de jury De Gelder toerekeningsvatbaar acht op het moment van de feiten. In de tweede vraag moet de jury antwoorden of De Gelder de doodslag op Vermeir met voorbedachten rade pleegde. Als het antwoord daarop ja is, is De Gelder schuldig aan moord en riskeert hij levenslang.

Internering

Na die tweemaal 27 of 54 vragen, volgen 54 vragen op voorstel van de verdediging. De jury moet 54 keer antwoorden of "het vast staat" dat de beschuldigde het feit heeft gepleegd. Die vragen worden gesteld met het oog op een eventuele internering. Zo luidt de 55ste vraag: "staat het vast dat de beschuldigde de doodslag op Corneel Vermeir heeft gepleegd? ". Als de jury nee antwoordde op de eerste twee schuldvragen, dan kan die hier met een ja duidelijk maken dat De Gelder de feiten gepleegd heeft en moet geïnterneerd worden.

De 109de vraag peilt naar de toerekeningsvatbaarheid "op de dag van vandaag", zei de voorzitter. "Staat het vast dat De Gelder thans verkeert in een staat van krankzinnigheid of in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid, die hem ongeschikt maakte tot het controleren van zijn daden? ", luidt de vraag.

"In de meeste zaken worden slechts twee vragen gesteld", besloot de voorzitter. "Maar dit is dan ook een uitzonderlijke zaak."

Foto Belga

.

Nu in het nieuws