Bedenkingen bij de zaak-Jacob

Print
1 MAART 2013 - De zaak-Jacob heeft tijdens de voorbije week ongetwijfeld de gemoederen beheerst. Aanleiding was de Panorma-uitzending van vorige week. Die ging over het overlijden van Jonathan Jacob op 6 januari 2010 in een politiecel van Mortsel. Jacob overleed na een forse tussenkomst van het Bijzonder Bijstandsteam van de Antwerpse politie. Eerder die dag hadden de Broeders Alexianen van Boechout tot twee keer toe geweigerd om hem op te nemen, omdat hij de agressief was, amfetamines had geslikt en een gevaar voor andere patiënten zou vormen. De Broeders waren echter wel wettelijk tot de opname verplicht door een bevel van het Antwerps parket. Na de Panorama-uitzending kwam de zaak in een stroomversnelling. Dinsdag bleek dan dat de Antwerpse procureur Herman Dams drie jaar lang had gezwegen over zijn rol in deze zaak. Daarop startte procureur-generaal Yves Liégeois een onderzoek. Dat leidde uiteindelijk tot het tijdelijk terugtreden van Dams als procureur en tot woedende interpellaties in de Kamer.

In dit opiniërend artikel stellen wij ons enkele vragen over de rol van de meeste betrokkenen in deze zaak: de politie, de psychiatrie, het gerecht, de politici en de media.

 

I. DE POLITIE

 

Eerst en vooral heb je de politie. Cruciale vragen rijzen rond het BBT, het Bijzonder Bijstandsteam van de Antwerpse lokale politie. Dat team moest Jonathan Jacob kalmeren in zijn Mortselse politiecel, zodat de huisarts hem een spuit zou kunnen geven. Ze pasten hun procedure zo drastisch toe dat Jacob na hun interventie dood bleek.

Een eerste reeks vragen gaat over de werking van dat team zelf. Een tweede reeks over het incident-Jacob in het bijzonder.

I.1. DE WERKING VAN HET BIJZONDER BIJSTANDSTEAM

I.1.1. Wat is het BBT?

Dit Antwerpse BBT (in de volksmond de bottinekes) houdt gevaarlijke personen aan of schaduwt ze. Het doet de echte gevaarlijke interventies in extreme crisissituaties (zoals gijzelingen, ontvoeringen e.d.) en is zo een beetje wat het Speciaal Interventie-Eskadron van de rijkswacht vroeger was. Het is dus een bijzonder nuttig team dat een gevaarlijke taak op zich neemt om de bevolking te beschermen. Het is operationeel sinds 1993 en telt vijftien vaste leden.

Juridisch gezien mag een plaatselijke politie als Antwerpen geen BBT hebben. Want zijn opdrachten behoren toe aan de federale politie omdat ze te gespecialiseerd zijn.

Op het moment van de dood van Jacob (in 2010 dus) hadden al acht politiezones een eigen BBT (Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge, Luik, Namen, Hazodi (Hasselt) en VLAS (Kortrijk).

I.1.2. Wat vindt het Comité P?

Het Comité P, dat de politiediensten controleert, wil al sinds 2002 dat dit Antwerpse BBT wordt overgeheveld naar de federale politie. Het Comité P pleitte toen al voor een fusie of toch een vergevorderde samenwerking - met de DSU (Directie Speciale Eenheden) van de federale politie.

Het controle-orgaan onderzocht in 2002 voor het eerst de werking van het Antwerpse BBT en kwam tot het besluit dat "vroeg of laat fatale incidenten het gevolg van zijn werking zouden zijn." Dat blijken nu helaas profetische woorden te zijn.

Het Comité P was verontrust over het kolossale aantal overuren van de bottinekes. Omdat liefst 67% van het werk van zo'n bottineke toen bestond uit 'permanentie' (een opdracht afwachten) en men soms zeven opeenvolgende weken permanentie had, liep dat aantal overuren sterk op. Op 26 december 2001 bedroeg het gemiddelde 436,7 overuren (of 55 werkdagen) per persoon. Door dit systeem waren de bottinekes toen gestresseerd en het Comité P vreesde dat "gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als het BBT werkelijk moet worden ingezet".

Het Comité P pleitte in 2002 verder voor richtlijnen waarin duidelijk wordt gemaakt wanneer dat BBT wordt ingezet en wat het precies mag doen. Het betreurde dat het BBT een andere opleiding kreeg dan de leden van de DSU en pleit voor een harmonisering. Dat laatste moest ook gebeuren met de omschrijving van de opdrachten en de manier waarop de BBT-leden kunnen worden ingezet.

In 2004 herhaalde het Comité P zijn bedenkingen en formuleerde ze wat scherper. "Sommige politiezones denken dat ze alle problemen alleen moeten oplossen zonder rekening te houden met het Octopusakkoord", zo luidde het. Het kondigde nieuwe onderzoeken aan.

I.1.3. Wat deed de politiek?

== Dit rapport van 2004 leidde tot één interpellatie van N-VA-er Geert Bourgeois in de Kamer. Bourgeois wees erop dat de lokale politie van Antwerpen "volkomen tegen de wet in een BBT heeft opgericht, terwijl de federale politie personeel tekort heeft om dit soort taken te doen." Hij drong aan op een verbod en vond de situatie van de bottinekes "erg verontrustend omdat er geen eenvormige normen zijn voor het gebruik van geweld, terwijl zij extra veel geweld mogen gebruiken. Eenvormige normen zijn er evenmin voor de selectie van de leden van dit BBT, noch voor bewapening of het wapengebruik".

Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) deelde de visie van Bourgeois gedeeltelijk. Hij stelde dat een lokale politie voorlopig teams zoals de bottinekes mag oprichten, "op voorwaarde dat de klassieke prioriteiten van de lokale politie daar niet onder lijden." Hij kondigde de oprichting van een werkgroep-Herman aan die met een advies over het Antwerpse BBT zou komen.

== Dan blijft het stil tot na de dood van Jonathan Jacob. Op 21 april 2010 kwam er één nieuwe vraag van Leen Dierick (CD&V) aan minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld).

Volgens Turtelboom toen was er in Antwerpen niets aan de hand met het BBT. Er waren "nooit wantoestanden bij het Bijzonder Bijstandsteam (BBT) van de Antwerpse politie". De leden (1 officier, twee middenkaders en 12 inspecteurs) zijn "voltijds lid van het BBT en ze presteren gemiddeld niet meer overuren dan de andere diensten van de Antwerpse politiezone. Ze hebben ook niet meer premies dan andere Antwerpse agenten".

"Wel heeft het BBT in 1995 één verdachte neergekogeld en zwaar gewond uit wettige zelfverdediging, nadat die eerder zelf met een jachtgeweer had geschoten. Ook in 2010 schoot het BBT een gijzelnemer neer vooraleer de federale politie ter plaatse was."

De minister zegde nog dat het Antwerpse BBT-team jaarlijks zo'n 120 keer wordt opgeroepen. In 93% van de gevallen gaat het om opdrachten in de eigen politiezone, in 7% om opdrachten van een aangrenzende zone, de federale politie of het parket.

Turtelboom vond wel dat meer samenwerking met de federale politie moest komen. En ze had daarvoor…een werkgroep opgericht. Verder hoorde men niets meer.

== Gisteren zegde minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) dan dat de BBT-teams voorlopig bij de lokale politie blijven, ondanks de aanbevelingen van het Comité P. "Er komen nieuwe richtlijnen voor het gebruik van geweld door de politie". Milquet gaat volgende week samenzitten met de vertegenwoordigers van de lokale en de federale politie. Ze wil een taakverdeling afspreken tussen lokale en federale korpsen, de technieken en de procedures die men in dit soort gevallen mag gebruiken vastleggen en "synergieën" organiseren tussen federale en de lokale korpsen. Dat laatste zou kunnen op het vlak van opleiding, selectie van de mensen, gebruik van de technieken.

De minister zegde wel dat men "voor geweld van de politie even streng moet zijn als voor geweld tegen de politie, omdat de politie een voorbeeldfunctie heeft en ze alleen maar kan gerespecteerd worden als ze zich onberispelijk gedraagt".

== De politici bleken gisteren heel verdeeld over de werking van het BBT-team. Bart Somers (Open Vld) en Ben Weyts (N-VA) waren blij dat de bijzondere bijstandsteams voorlopig bij de lokale politie blijven, Michel Doomst (CD&V), Stefaan Van Hecke (Groen) en Jacqueline Galant (MR) vonden dat ze beter naar de federale zouden gaan.

Vooral de visie van Bart Somers en Ben Weyts verbaast. Binnen Open Vld heeft de huidige veiligheidshadviseur van minister Turtelboom, Eddy Baelemans, nl. nog maar pas vorige zondag verklaard dat de BBT-teams best onder een federale koepel komen, om hun opleiding, werkmethodes, bewapening en selectie van de leden te harmoniseren. Dat standpunt was vorige week overigens een donderslag bij heldere hemel, want Baelemans was jarenlang korpschef in Antwerpen. Hij had dus al jaren de overheveling kunnen organiseren.

De visie van Ben Weyts verbaast eveneens omdat dat N-VA hiermee een bocht van 180 graden maakt.

I.1.4. En opnieuw het Comité P

In ieder geval gaat dat Comité P, in opdracht van de beleidsoversten, nu nogmaals de rol en de plaats van de BBT-teams onderzoeken. Diane Reynders, perswoordvoerster van het Comité P: "Wij onderzoeken uitdrukkelijk niet de Antwerpse toestand. Dat heeft de Algemene Inspectie van de Politiediensten in 2010 al gedaan. We gaan dus niet in op de feiten in Mortsel zelf. We gaan wel twee onderzoeken doen."

"Een eerste handelt over de manier waarop politiemensen omgaan met psychiatrische patiënten en met mensen met een handicap. We onderzoeken de problemen, de relaties met de medische sector en de knelpunten in deze samenwerking. We denken dat dit onderzoek tegen begin mei klaar zal zijn. Een tweede onderzoek gaat over de BBT-teams zelf: waar bestaan ze, hoe werken ze, wat is de opleiding van hun leden, hoe worden die geselecteerd, welke opdrachten krijgen ze, welke technieken gebruiken ze e.d."

"We zullen ook nagaan of onze eerdere aanbevelingen om de BBT's over te hevelen naar de federale politie nu nog standhouden. Misschien biedt de gerechtelijke hervorming wel de mogelijkheid om de BBT-teams provinciaal te organiseren. Er komen binnenkort 12 gerechtelijke arrondissementen in plaats van 27. Die gaan in principe samenvallen met de provincies. Misschien moeten de BBT-teams die hervorming volgen, al dan niet binnen de federale politie, maar dan gedeconcentreerd en met locaties binnen iedere provincie. We willen zeker het kind niet met het badwater weggooien, de BBT-teams doen ook veel nuttig werk, we willen alleen nagaan hoe ze zo efficiënt en zo nuttig mogelijk kunnen functioneren. Dit tweede onderzoek moet nog voor de grote vakantie klaar zijn".

Kortom: mogelijk worden de eerdere aanbevelingen van het Comité P herzien.

I.2. WELKE VRAGEN OVER HET BBT?

Niemand stelt het nut van een BBT-team zelf in vraag. Niemand betwist dat zij ondankbaar en gevaarlijk werk leveren en dat dit een hoge dosis moed vereist. De vragen betreffen alleen de manier van werken, niet het bestaan of het nut van deze teams. Een eerste reeks vragen is structureel, een tweede reeks gaat over de zaak-Jacob specifiek.

I.2.1. Structurele vragen

* Waarom hebben het Antwerpse BBT-team, de Antwerpse korpschef en de Antwerpse burgemeesters zich nu al elf jaar lang verzet tegen een overheveling van het BBT-team naar de federale politie, hoewel dat voor hen toch een besparing zou opleveren? En hoewel dit een betere opleiding tot gevolg zou hebben, want de Antwerpse politieopleiding was volgens de objectieve visitatiecommissies van Binnenlandse Zaken tot voor kort mee van de slechtste van het land. (Zie voor hun rapport: hier, nvdr).

Officieel luidt het dat de federale DSU veel te laat ter plaatse komt om incidenten krachtig en tijdig aan te pakken. Dat is ten dele juist, maar men kan deze federale diensten natuurlijk ook plaatselijk huisvesten. En dan heb je dat probleem niet.

Sommigen opperen als hypothese voor de Antwerpse hardnekkigheid dat de lokale Antwerpse politie meer mogelijkheden biedt om premies binnen te rijven. In Antwerpen blijven zou financieel interessanter zijn voor de leden. Het is niet duidelijk of dat wel juist is. Men zegt ook dat in Antwerpen blijven op het vlak van controle interessanter zou zijn voor de leden. In Antwerpen zou er minder controle zijn dan bij de federale politie. De informele sanctiemogelijkheden bij de federale zouden groter zijn (men kan iemand overplaatsen naar Oostende of Tongeren) en de tuchtoverheid zou strenger zijn bij de federale dan bij de Antwerpse politie. Voor de agenten zelf zou in Antwerpen blijven voordeliger zijn.

De burgemeesters zouden dan weer de dienst liever onder hun direct gezag (en dus lokaal) willen hebben dan onder hun indirect gezag (waarbij ze telkens via de federale politie zouden moeten passeren, die ook in andere gemeenten werk heeft).

Of deze hypothese juist is, werd niet onderzocht. Gisteren werd deze vraag gesteld in de Kamer, maar niet beantwoord door de minister van Binnenlandse Zaken. Hopelijk komt er klaarheid door het tweede onderzoek van het Comité P.

* Een bijkomende vraag is waarom de politici elf jaar lang niets hebben gedaan om de aanbevelingen van het Comité P uit te voeren. Ze hebben zolang gewacht dat het Comité P nu misschien zelf zijn eigen aanbevelingen gaat herzien. Maar...waarom heb je een adviescomité als je geen rekening houdt met zijn voorstellen? Er werd de ene werkgroep na de andere commissie opgericht, maar zonder resultaat. Waarom hebben de politici ook niets gedaan om de opleiding, de selectie, de werkmethodes, de bewapening en de criteria om BBT-teams in te zetten te harmoniseren. Dat leek toch het minste en het zou uiteindelijk geen enkel "gevestigd belang" schaden. De politieke kritiek van nu klinkt wel enigszins hypocriet.

* Een derde vraag is die naar het tuchtstatuut van de politie. Al in 2004 vond het Comité P dat de tuchtstraffen bij de politie te licht zijn en niet samenhangen. Gelijke feiten worden overal verschillend behandeld, zo luidde het toen. In 2010 werd dat nog eens herhaald. "De tuchtwet van 13 mei 1999 moet worden herzien zodat de overheid die gemakkelijker en vaker zou kunnen toepassen. Een tuchtprocedure starten is te complex, de straffen zijn vaak belachelijk (sic) of te mild, de procedure duurt te lang en er worden te vaak fouten gemaakt. Het Comité P zegt dit al jaren, maar wettelijke initiatieven blijven uit", zo luidde het. Het Comité P stelde in 2011 bovendien vast dat vijf politiezones sinds de politiehervorming geen enkele tuchtstraf hebben opgelegd.

Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) beloofde een hervorming tegen einde 2010. Er is echter nu nog altijd geen ontwerp. Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) zegde gisteren in de Kamer dat ze "binnen enkele weken" een ontwerp zal voorstellen op de ministerraad.

Waarom duurt het zo lang eer dit statuut wordt aangepast? De druk van de oppermachtige politievakbonden is wellicht niet vreemd aan deze traagheid. Maar aan de vakbonden kan niet worden verweten dat ze druk uitoefenen of de belangen van hun leden goed verdedigen. Dat is namelijk hun vak. Uiteindelijk dragen de opeenvolgende politici de verantwoordelijkheid dat er nog niets is gebeurd.

Een degelijk tuchtstatuut is des te meer nodig, omdat politiemensen die een misdrijf plegen door de rechtbanken veel lichter worden gestraft dan gewone burgers die hetzelfde misdrijf plegen. Ze krijgen zeven keer meer opschorting van straf, zo wees een studie van het Comité P uit.

I.2.2. Vragen over de zaak-Jacob zelf

Een tweede reeks vragen gaat over de zaak-Jacob zelf.

== Waarom werd niemand preventief geschorst na het incident? En waarom is er nog geen tuchtstraf? De feiten op een rij.

In januari 2010 werd toenmalig burgemeester Patrick Janssens (sp.a) uitvoerig gebriefd over dit incident. Hij besloot om niemand preventief te schorsen en legde ook geen tuchtstraf op. Iedereen kon van hem gewoon doorwerken. Janssens wilde wachten tot het gerechtelijk onderzoek helemaal was afgerond. Hij negeerde daarmee de rechtspraak van de Raad Van State in de Darville-arresten (7 mei 2007 en 20 februari 2009), die op de juridische dienst van de stad en bij de politie toch gekend moesten zijn. Die arresten leren dat een tuchtonderzoek zo snel mogelijk na de feiten moet worden opgestart; dat het alleen kan worden uitgesteld als de tuchtoverheid op grond van haar mogelijkheden geen grondig onderzoek kan doen naar de feiten.

Het Comité P beveelt snelle tuchtonderzoeken trouwens aan sinds 2005.

Na de Panorama-uitzending van vorige week eiste minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) een schorsing, minstens van "Hollywood", de agent die de vijf vuistslagen had uitgedeeld aan Jacob. Ook voormalig Antwerps schepen Robert Voorhamme (sp.a) vond nu een tuchtsanctie of minstens een ordemaatregel nodig, terwijl de burgemeester van zijn eigen partij die in 2010 had kunnen nemen, maar niet nam. Huidig burgemeester Bart De Wever (N-VA) wilde echter evenmin als zijn voorganger Janssens een maatregel nemen.

Maar nu is de situatie anders. "Zo'n maatregel zou nu zeker vernietigd worden door de Raad van State", zo zegde De Wever maandag op de Antwerpse gemeenteraad. Inderdaad: er zijn al drie jaar verlopen sinds het incident-Jacob. "De overschrijding van de redelijke termijn om sancties op te leggen begint in zicht te komen en sinds het de fatale zaak-Jacob waren er geen problemen meer met het BBT-team. Er is dus gewoon geen grond om nu agenten van het BBT-team op non-actief te zetten", zo heette het.

Dat kan anders worden als de Kamer van Inbeschuldigingstelling leden van dat BBT-team zou doorverwijzen naar de correctionele rechtbank. De raadkamer zond eerder Hollywood naar de correctionele, tegen het advies van het Antwerps parket in, maar daartegen is beroep hangend.

== Wie nam de beslissing om het BBT-team in te schakelen?

Volgens de ouders was dat de commissaris van de politiezone Mortsel. Als dat zo is, dan rijst de vraag op welke grond een politiecommissaris van een zone buiten Antwerpen leden van de Antwerpse politie kan opvorderen. Vermits de juridische grond voor het behoud van het BBT-team binnen een lokale politiezone al betwistbaar is, is de juridische grond voor de inschakeling van dit lokale team buiten de zone wellicht nog meer betwistbaar. Welke akkoorden over inzet, kosten en aansprakelijkheid zijn er tussen Antwerpen en de zones? De vraag werd gisteren gesteld, maar de minister verschool zich achter het "geheim van het onderzoek" en zegde er niets over. Toch zou dit wel eens opgeklaard mogen worden.

Of heeft het parket, in casu procureur Herman Dams, al dan niet na overleg met de Mortselse burgemeester Ingrid Pira (Groen) het BBT-team gevorderd in het kader van de gerechtelijke arrestatie van Jacob? Dat is momenteel in onderzoek na de verklarigen van procureur Dams dat hij "in deze zaak in Mortsel was tussengekomen".

== Nog belangrijker is de vraag of het wel nodig was om het BBT-team in te schakelen. Jonathan Jacob was naar verluidt door de politie gerechtelijk gearresteerd wegens weerspannigheid. Men kon hem dus 24 uur vasthouden en had hem al in een cel gestopt waarin hij niemand kwaad kon doen. Er waren nog minstens 6 uur vooraleer deze termijn om was. Waarom heeft men Jacob niet gewoon in de cel laten kalmeren en heeft men ondertussen niet dringend de ouders opgeroepen om te bemiddelen? Mogelijk was er dan helemaal niets gebeurd. Als dat niet lukte had men nog altijd het BBT-team kunnen inzetten.

== En tenslotte rijst hier ook de vraag over de ingezette methode, de "gestoorde procedure". Waarom werd niet eerst onderhandeld, zoals het BBT-team van Brugge volgens burgemeester Renaat Landuyt (sp.a) systematisch doet bij de incidenten waarbij het wordt opgeroepen?

Die "gestoorde procedure" is volgens het BBT-team "standaard in dit soort zaken". Het is nu eenmaal een zware opdracht om agressieve personen te kalmeren. Is het geweld van het BBT-team overdreven? Wie de Panoramareportage ziet denkt spontaan van wel: was het nodig om met zes, respectievelijk acht man binnen te dringen in die kleine cel en zich met vijf op Jacob te storten? Waren de slagen echt nodig om Jacob te kalmeren? Was echt geen andere, minder agressieve procedure mogelijk? Wat zijn de criteria om voor deze "gestoorde procedure" te kiezen? Hoe was het BBT voorgelicht over de situatie van Jacob en wie had dat gedaan? En waar, in welke situaties en wanneer wordt die methode nog gebruikt elders in het land?

De Antwerpse Kamer van Inbeschuldigingstelling zal een aantal van deze vragen moeten beantwoorden. Dat is moeilijker dan het lijkt. Want achteraf als buitenstaander is het makkelijk om te zeggen wat gedaan had moeten worden. Wie ter plekke het werk moet doen, heeft al die bedenktijd niet en moet onmiddellijk beslissen in moeilijke omstandigheden. De KI zal hier de verantwoordelijkheden moeten vastleggen.

 

II. DE GENEESHEREN

 

Wat is de verantwoordelijkheid van de geneesheren en de psychiaters?

De artsen van de broeders Alexianen weigerden tot twee keer toe om Jonathan Jacob op te nemen, ondanks een bevel van de procureur. Dat kan juridisch niet. Het is een overtreding van artikel 9 van de wet van 26 juni 1990. Probleem is wel dat hier maar een straf van 7 dagen en 150 euro boete op staat en dit soort straffen niet wordt uitgevoerd.

Pleegden de artsen dan geen schuldig verzuim? Op dat misdrijf staat twee jaar cel. Probleem hierbij is dat je niet veroordeeld kan worden voor schuldig verzuim als je de opname van iemand weigert die andere mensen of jouzelf in gevaar brengt. Een psychiater die een patiënt weigert omdat hij een gevaar is voor andere patiënten zal zich op deze regel kunnen beroepen.

De psychiaters zouden ook kunnen inroepen dat een psychiatrisch ziekenhuis niet geschikt is om een agressieve patiënt onder invloed van drugs op te nemen, omdat hiervoor een constante controle van zijn medische toestand nodig is. Zij zouden kunnen zeggen dat Jacob eigenlijk naar een spoedgevallendienst van een gewoon ziekenhuis moest worden gebracht. Ze zouden kunnen zeggen dat ze geen schuldig verzuim hebben gepleegd omdat ze in hun kliniek geen gepaste hulp konden bieden.

Ook hierover moet de Antwerpse Kamer van Inbeschuldiging zich buigen. En het Comité P belooft alvast een onderzoek over de relatie politie-psychiatrie in gevallen zoals dat van Jonathan Jacob.

Toch rijst in deze de vraag: waar blijft het onderzoek van de Orde van geneesheren naar zowel de dokter die de spuit toediende aan een lijk (wat wist hij van de toestand van Jacob? Op grond van welk onderzoek?), als naar de artsen die in Boechout de opname van Jacob weigerden tegen de wettelijke bepalingen in.

 

III. HET ANTWERPS GERECHT

 

Bij de tussenkomst van het Antwerps gerecht rijzen ook heel wat vragen.

III.1. SCHRIFTVERVALSING?

== Zoals geweten werd KDL, een Antwerpse substitute, er door de ouders van Jonathan Jacob van beschuldigd om het dossier te hebben vervalst. KDL is de substitute die de collocatie van Jonathan Jacob beval. Ze beval daarna de opsluiting van Jacob in een Mortselse politiecel. KDL zou een aanvankelijk stuk, waarin ze schreef dat ze bevel had gegeven om Jonathan plat te spuiten, hebben verwijderd uit het dossier en dit stuk hebben vervangen door een proces-verbaal waarin stond dat ze die opdracht niét had gegeven. Een parketmagistraat kan echter niet bevelen om iemand plat te spuiten, zodat hij kalm is en de psychiaters van Boechout hem hadden kunnen opnemen. De ouders van Jacob beschuldigden KDL van schriftvervalsing.

Deze kwestie werd apart en grondig onderzocht door onafhankelijk raadsheer-onderzoeker Liessens van het Antwerpse Hof van Beroep. Dat onderzoek moest apart gebeuren omdat KDL een magistrate is en klachten tegen een magistraat alleen kunnen worden afgehandeld door een magistraat van een hoger niveau. Daardoor bleef het onderzoek naar het overlijden van Jacob op het niveau van de correctionele rechtbank en ging dat naar de mogelijke schriftvervalsing van KDL naar het Hof van Beroep.

Dit onderzoek wees echter uit dat aan de substitute KDL niets te verwijten viel. Er waren weliswaar enkele getuigen, vnl. politiemensen, die de visie van de ouders bevestigden, maar de onderzoeksrechter en de griffier in het eigenlijke onderzoek naar de dood van Jonathan Jacob zelf, de twee belangrijkste getuigen die het dossier beheerden, zegden dat de ouders ongelijk hadden. Zij hadden geen weet van een "aanvankelijk stuk", waarin stond dat KDL de opdracht had gegeven om Jacob plat te spuiten. Op de computer van KDL zouden bovendien geen bewijzen gevonden zijn die de visie van de ouders ondersteunden. Daarop heeft procureur-generaal Yves Liégeois de klacht tegen KDL geseponeerd. De getuigen spraken elkaar immers tegen en met zo'n dossier kan je niet naar de zetelende rechter stappen omdat die bij twijfel moet vrijspreken.

== Dinsdag werd het dossier dan heropend omdat de Antwerpse procureur Herman Dams zelf verklaard had dat hij op de bewuste dag ook "contacten had gehad in Mortsel". Het werd niet duidelijk met wie of op wiens verzoek hij die contacten had gehad. Met burgemeester Pira, met de politiecommissaris van Mortsel? Dams had die contacten drie jaar lang verzwegen. Procureur-generaal Yves Liégeois kondigde de verklaring van Dams op een persconferentie aan, zonder te zeggen waarover ze eigenlijk ging. Hij startte tegelijkertijd een tuchtonderzoek tegen Dams. Gisteren trad Dams dan tijdelijk terug en sinds dan wordt het Antwerpse parket tijdelijk geleid door eerste substituut Luc Festraets, die het beleid van Dams gewoon voortzet.

Wat Dams precies heeft gedaan in de zaak-Jacob is niet geweten. Heeft hij het BBT-team laten komen? Heeft hij de opdracht gegeven om Jonathan Jacob "plat te spuiten"? Verwart de procureur met een andere zaak? Gaat het maar om een niemendalletje of is het ernstig? Het nieuwe onderzoek zal dit moeten uitwijzen.

Dit onderzoek werd eens te meer toevertrouwd aan raadsheer Liessens van het Antwerpse Hof, die als onderzoeksrechter fungeert. Op het niveau van het openbaar ministerie zal het parket-generaal van het Hof van Cassatie toezien op de evolutie van het onderzoek. Dat gebeurt in het kader van de toezichtsfunctie die het Hof van Cassatie op alle parketten-general heeft, maar die slechts zelden wordt uitgeoefend. Het gebeurt nu toch wel op gezamenlijk voorstel van de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois en van procureur-generaal Jean-François Leclercq van Cassatie. Ook de maatregelen die eventueel moeten worden genomen (preventie ordemaatregelen, zoals een schorsing of tuchtmaatregelen) zullen met Leclercq worden besproken. Maar uiteindelijk zal het Antwerpse parket-generaal wel zelf de beslissingen nemen. Er is dus geen "curatele" van Cassatie.

III.2. HOE REAGEERDE DE POLITIEK?

Hoe reageerde de politiek?

In het parlement werd heel druk, ja bij momenten zelfs hysterisch, over deze zaak gedaan. Bert Schoofs (VB), Renaat Landuyt (sp.a) en Koenraad Degroote (N-VA) vonden dat de minister van Justitie haar injunctierecht bij het parket-generaal van het Hof van Cassatie had moeten gebruiken om het dossier helemaal weg te halen bij het Hof van Beroep van Antwerpen op grond van een "gewettigde verdenking" dat het Antwerpse Hof deze zaak niet onpartijdig zal kunnen afhandelen.

Aan procureur-generaal Yves Liégeois werd tezelfdertijd verweten dat hij meegewerkt zou hebben aan een doofpotoperatie om de magistratuur in deze zaak uit de wind te zetten én bovendien een vete met procureur Herman Dams zou uitvechten. Die vete zou ontstaan zijn naar aanleiding van de 'diamantoorlog', waar Dams te veel de kant van zijn substituut Peter Van Calster zou hebben gekozen. Maar zoals eerder gezegd: ook deze diamantoorlog zit heel anders in elkaar dan in de meeste media wordt beweerd. (Zie: hier, nvdr).

De vijandigheid van Liégeois tegen Dams zou volgens sommige parlementsleden bewezen worden door de persconferentie die Liégeois over de heropening van het onderzoek gaf. En bovendien door het feit dat hij op die persconferentie het vermoeden van onschuld van Dams zou hebben geschonden door te zeggen dat Dams "feiten had bekend". Ook deze redenering loopt mank om twee redenen:

== Wat had Liégeois anders kunnen doen dan het onderzoek heropenen? Als hij dat niet zou doen, dan zou iedereen roepen dat hij een "doofpot" organiseert en de Hoge Raad voor Justitie zou in zijn later onderzoek naar het onderzoek in de zaak-KDL-Dams ongetwijfeld opgemerkt hebben dat Liégeois het dossier had moeten heropenen.

== En wie vindt dat hierover geen persconferentie mag worden gegeven, stelt heel de relatie justitie-pers ter discussie. Parketten moeten wettelijk gezien nu eenmaal een minimale informatie verstrekken over belangrijke nieuwe onderzoeken die ze voeren. Mogen zulke persconferenties dan niet meer? En mag men op zo'n persconferentie niet zeggen dat iemand bekend heeft? Mag men niet zeggen dat Hans Van Themsche zijn racistische moorden 'bekend' heeft, op een moment dat hij nog niet is veroordeeld? De vraag stellen is ze beantwoorden. Want de kritiek is net omgekeerd: de parketten geven nu vaak nog te weinig informatie over de dossiers die ze beheren.

Het enige verwijt dat men aan Liégeois in dezen zou kunnen richten is zijn hardnekkige stijl. Maar die is verklaarbaar als men weet dat hij als hiërarchisch hoofd van Dams drie jaar lang niet op de hoogte was van de interventie van Dams in de zaak-Jacob.

III.3. WAT VOND MINISTER TURTELBOOM?

Wat vond minister Turtelboom?

III.3.1. Geen gewettigde verdenking

Turtelboom wilde die procedure van gewettigde verdenking tegen het Antwerpse Hof van Beroep niet starten, omdat ze zeker niet zou lukken. Voor haar visie zijn goede redenen:

== Het onderzoek tegen Dams was nog niet eens gestart, het wordt gevoerd door een onafhankelijk raadsheer en er waren geen concrete aanwijzingen van partijdigheid van deze raadsheer. Het onderzoek tegen KDL was al beëindigd. En Liégeois dan? Turtelboom wist dat Liégeois in het verleden al eens een rechter die goed bevriend was met zijn vrouw had vervolgd. Er is dus geen reden om te twijfelen aan de onpartijdigheid van Liégeois. En in ieder geval is Liégeois volgens de wet de bevoegde procureur-generaal. Maar zelfs als Liégeois wél partijdig zou zijn, dan nog kon Turtelboom tegen hem geen procedure voor gewettigde verdenking starten...omdat die niet bestaat!

Een procedure voor gewettigde verdenking tegen het Antwerpse Hof van Beroep bestaat wel. Maar die zou kansloos zijn. Want men zou moeten aantonen dat er op het Antwerpse Hof geen enkele raadsheer zou te vinden zijn die de zaak onpartijdig kan onderzoeken. Men zou dat persoon per persoon moeten bewijzen. En dat is schier onmogelijk.

De politici, die een procedure voor gewettigde verdenking eisen, kennen hun eigen wetten dus niet. Overigens: niets heeft de politici, die nu deze zaak willen behandeld zien in Brussel of Gent, belet om tijdens de voorbije jaren een wetsvoorstel in te dienen om dat mogelijk te maken. Maar er kwam geen wetsvoorstel.

== De procedure van gewettigde verdenking is heel log en ingewikkeld en leidt zelden tot resultaat.

== Het was ook een merkwaardige redenering van de parlementsleden: enerzijds waren ze verontwaardigd over de "justitie-oorlog, die het imago van het Antwerps gerecht zwaar schaadt omdat magistraten vechtend over de straatstenen van Antwerpen rollen", maar anderzijds zouden die zelfde magistraten blijkbaar toch zo goed opschieten dat ze hun eigen lotgenoten in bescherming zouden nemen.

Men kan er - zoals Turtelboom - natuurlijk ook van uit gaan dat Liégeois gewoon de gerechtelijke procedure heeft toegepast. Hij heeft een zaak die hij nooit kon winnen geseponeerd en bij nieuwe elementen later heeft hij ze heropend. Hij heeft het dossier-KDL kortom beheerd als een "goede huisvader". Maar deze uitleg is vermoedelijk wat eenvoudig.

III.3.2. Wel de Hoge Raad voor Justitie

Minister van Justitie Annemie Turtelboom vroeg bovendien aan de Hoge Raad voor Justitie om een onderzoek te starten naar de manier waarop de hele zaak tegen substitute KDL op het Antwerpse parket-generaal was afgehandeld.

Voorlopig kan de HRJ echter nog niets beginnen, want hij mag geen audits doen van lopende gerechtelijke onderzoeken. En het onderzoek in de zaak-KDL-Dams is nog maar pas heropend. De HRJ moet dus wachten ofwel tot er een definitieve seponering is in deze zaak, ofwel tot de zaak helemaal is afgehandeld door de strafkamer van het Hof van Beroep én door het Hof van Cassatie. Dat is nu eenmaal de wet.

De audit van de HRJ zal er echter zeker komen, maar 't kan nog redelijk lang duren. Hij noopt tot twee bedenkingen:

* Naast een gerechtelijk onderzoek door een onafhankelijk raadsheer, naast een heel uitzonderlijk toezicht door het parket-generaal van Cassatie op het Antwerpse parket-generaal, komt er achteraf dus ook nog eens een audit van de Hoge Raad van Justitie. Dit onderzoek in de zaak-KDL-Dams wordt het meest gecontroleerde onderzoek uit de hele Belgische rechtsgeschiedenis. En toch zal dit voor sommigen nog niet genoeg zijn.

* Als de HRJ nu moet wachten tot het Antwerpse gerecht én Cassatie helemaal hun werk hebben gedaan, dan ligt dat vooral aan de politiek. De HRJ kaart al ruim acht jaar lang dit probleem aan. Het probleem kwam vorig jaar nog ter sprake naar aanleiding van de zaak over de moord op Annick Van Uytsel. In die zaak kon het Comité P onmiddellijk de rol van de politie onderzoeken en de resultaten van die audit konden tijdens het assisenproces tegen moordenaar Ronald Janssen aan bod komen, maar de HRJ moest wachten tot het Hof van Cassatie de zaak-Van Uytsel definitief had beslecht.

N-VA-er Koenraad Degroote diende een wetsvoorstel in om dit probleem van de HRJ op te lossen, maar de huidige meerderheid stemde dat op 10 juli 2012 in de Kamercommissie Justitie weg. De kritieken van sommige parlementsleden klinken nu dus wat hypocriet.

 

IV. VERDERE VRAGEN

 

Verdere vragen die blijven…

Heel deze zaak laat een wrange smaak na. Niet in het minst omdat de dood van Jacob wellicht had kunnen worden voorkomen door een andere aanpak, niet alleen omdat de waarheid nu nog altijd niet aan het licht is gekomen en men van de ene verbazing in de andere valt, maar ook door de manier waarop nu op de zaak wordt gereageerd.

== De Panorama-uitzending zette de zaak na drie jaar opnieuw op de agenda. Dat is een grote verdienste. Maar toch was het geen goede journalistiek. De uitzending focuste eenzijdig op één partij, zonder de tegenpartijen aan het woord te laten. Ze verspreidde daardoor soms foutieve informatie. Ze zond pijnlijke beelden uit die door de ouders van het slachtoffer eigenlijk niet openbaar mochten worden gemaakt, want zij kunnen voor die openbaarmaking één jaar cel krijgen. Maar ze zond die beelden slechts gedeeltelijk uit en begeleidde hen met dramatiserende muziekjes om de emotionele geladenheid te verhogen. Ze voegde aan die beelden geakteerde scènes toe, telkens opnieuw vanuit de visie van één partij. Het feit dat de makers het hart op de juiste plaats hebben en dat de uitzending de zeker de verdienste heeft dat ze een belangrijk slepend onderzoek opnieuw onder de aandacht brengt, maakt haar nog niet noodzakelijk tot kwaliteitsjournalistiek.

== Nog erger is de reactie van de politiek op de uitzending. Die was bij momenten hysterisch te noemen. Drie jaar geleden, toen er nog geen uitzending was, maar wel al meerdere krantenartikels, reageerden de politici niet, op Leen Dierick (CD&V) na. Toen was er blijkbaar geen probleem, men kon zich immers niet profileren op tv met deze zaak.

In hun reacties van deze week besmeurden sommige politici niet alleen op een poujadistische wijze de werking van het Antwerpse parket, dat nochtans één van de best functionerende van het land is. Ze kozen ook de makkelijkste tegenstander. Voor de politie waren ze veel milder, want de politie is bewapend, heeft sterke vakbonden en hij durft staken. En dat hebben en doen magistraten niet.

Bovendien vergaten de meeste politici hun eigen rol. Al elf jaar lang negeren ze de aanbevelingen van hun eigen Controlecomité P, zowel op het vlak van de bijzondere bijstandsteams als op het vlak van het tuchststatuut van de politie. En ook in het justitiële domein geven ze nu al acht jaar lang niet de nodige mogelijkheden aan de Hoge Raad voor Justitie om een audit van een rechtbank of parket te doen, terwijl het onderzoek nog loopt. Integendeel: nog maar pas zes maanden geleden stemde de meerderheid een wetsvoorstel om die mogelijkheid wél te creëren weg, omdat het van de oppositie kwam. Wie gaat hier dan in de fout en wie speelt hier dan spelletjes? De politici eisen luidkeels hervormingen als de camera's draaien, maar daarna laten ze de zaken op hun beloop.

Kortom: het wordt hoog tijd voor een serene benadering van dit dossier, niet alleen bij politie en gerecht, maar vooral in de politiek. Tijd voor ernstig wetgevend werk in plaats van kreten en rumoer. Want wat er ook van zij: op het Antwerps parket en op het Antwerps parket-generaal wordt nog altijd voortreffelijk werk geleverd.

 

*****************************************

 

 

Lees ook:

 

De Antwerpse diamantoorlog

Criminele agenten krijgen zeven keer meer opschorting van straf dan burgers

De problemen van de politie-opleiding

 

*****************************************

 

 

Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.

 

 

*****************************************

 

MEEST RECENT