Kamer hervormt statuten van onbekwaamverklaarden

Print
28 FEBRUARI 2013 - De Kamer keurt vandaag een wet goed, waardoor het "voorlopig bewind" voor onbekwaamverklaarden grondig wordt gemoderniseerd. De vier bestaande systemen worden ineengeschoven, er komt een duidelijk onderscheid tussen minder- en meerderjarigen, de deelname van de "onbekwame" aan de samenleving wordt centraal gesteld, er wordt telkens gekozen voor de minst ingrijpende maatregel, de vertrouwenspersoon wordt opgewaardeerd. Deze wet is belangrijk voor zo'n kleine 100.000 personen en hun gezinnen. En dat aantal zal door de toenemende dementie zeker flink stijgen de komende jaren.

Deze wet gaat niet over collocatie of internering. Collocatie is de gedwongen opname van een geesteszieke. Internering is de plaatsing van een gevaarlijke zwaar psychiatrische gestoorde crimineel in een instelling. Deze wet gaat over mensen van heel divers pluimage, die allen om een of andere reden niet meer in staat zijn om bepaalde belangrijke beslissingen zelf te nemen: dementerende bejaarden, mentaal gehandicapte minderjarigen, manisch-depressieve, geldverkwisters enz. Om te verhinderen dat ze hun zuur verdiende spaarcentjes zinloos zouden vergooien, komen ze vandaag onder voogdij of bewind. De vrederechter stelt een voogd of een bewindvoerder aan die in hun plaats beslist. Maar de chaos is hier groot.

Eerder al, in 2000, wilde Geert Bourgeois (toen VU) de hele materie hervormen. Er kwam een wettelijke regeling van op initiatief van Kamerlid Luc Goutry (CD&V). Nu neemt fractieleider Raf Terwingen de fakkel over. In gesprek met hem overlopen we de nieuwe wet.

I. WAAROM DEZE NIEUWE WET?

Waarom moet de wet gewijzigd worden?

Terwingen: "Om twee redenen: omdat er nu te veel statuten zijn en ze zijn verouderd. En vervolgens omdat we dit moet van het VN Verdrag van 13 december 2006 over de rechten van personen met een handicap".

Hoe is de situatie nu?

Momenteel heb je vier statuten. Het bekendste en meest toegepaste is het "voorlopig bewind". Dat dateert uit 1991 maar het werd nog gemoderniseerd in 2003. Het geldt voor mensen die door hun gezondheid niet in staat zijn om hun goederen te beheren. Het kan zowel om dementerende bejaarden als psychiatrische patiënten gaan. Tussen 1 januari 2006 en 1 januari 2012 werden 40.377 personen oner voorlopig bewind geplaatst. Maar tegelijkertijd zitten er 96.544 personen onder voorlopig bewind. Dat aantal zal nog toenemen door de vergrijzing van de samenleving en de daarmee gepaard gaande dementie.

Hoe werkt dat statuut?

Dit statuut werkt zo. De vrederechter stelt voor hen dan een voorlopig bewindvoerder aan. Die beslist in hun plaats of helpt hen een beslissing nemen. Jaarlijks gebeurt dat zo'n 6.700 keer. Maar het statuut geldt alleen voor goederen. De betrokkenen worden niet onbekwaam verklaard voor hun persoonsrechten. Ze kunnen dus zelf beslissen waar ze willen verblijven, of ze willen trouwen of scheiden, of hun foto in de krant mag geplaatst worden e.d. Ze kunnen alleen hun geld en goederen niet zelf beheren. Dit statuut is het modernste, de andere drie statuten zijn veel ouder en logger.

Welke statuten zijn er nog?

Daarnaast heb je de "gerechtelijke onbekwaamverklaring" voor krankzinnigen. Dat is een statuut met een zware procedure. Het is bovendien alles-of-niets. Wie onder dat statuut valt kan niets meer zelf doen, hij moet voor alle rechtshandelingen door een voogd vertegenwoordigd worden. Dus zowel voor het openen van een spaarrekening of een brood te kopen. Telkens doet een voogd het in zijn plaats. Het is bovendien een heel logge en stigmatiserende procedure: de hele omgeving wordt bevraagd en psychiaters worden aangesteld. Er zijn nog amper vijf gevallen per jaar:2 in 2012, 1 in 2011, 6 in 2010.

Vervolgens heb je nog de "bijstand door een gerechtelijk raadsman". Dit statuut geldt voor zwakzinnigen en verkwisters, die niet noodzakelijk geestesziek zijn. Er zijn nog twee gevallen per jaar. In dit geval moet de betrokkene voor alles wat zijn kapitaal betreft toestemming krijgen van een raadsman. Probleem is dat het kapitaal er meestal al is doorgejaagd als de raadsman wordt aangesteld. En de inkomsten van dat kapitaal, de intresten dus, vallen niét onder de regeling, ze zijn niet beschermd. Voor het afsluiten van een lening of de verkoop van een eigen huis moet een raadsman mee tekenen, om de huurinkomsten op te souperen niet.

En tenslotte is er nog de "verlengde minderjarigheid". Dit gaat eigenlijk over mentaal gehandicapten, die door geboorte of heel kort daarna, een zware mentale achterstand hebben opgelopen. Hiervan heb je zo'n 500 gevallen per jaar. Het probleem hierbij is hetzelfde als bij de gerechtelijke onbekwaamheid: het is alles-of-niets. De "verlengde minderjarige" moet voor alles toestemming hebben van een voogd, ook bv. om lid te worden van een sportclub. Voor de wet worden verlengde minderjarigen en onbekwaamverklaarden gezien als jongeren met de geestelijke leeftijd van minder dan 15 jaar.

Kortom: deze vier statuten zijn verouderd, ze moeten aangepast worden.

De wet moet blijkbaar ook veranderen van de VN?

Inderdaad. We hebben het VN-verdrag van 13 september 2006 over de rechten van personen met een handicap goedgekeurd in België. Dat ziet gehandicapten niet meer als mensen die beschermd en verzorgd moeten worden, maar wel als actieve volwassen deelnemers aan de samenleving, die weliswaar nog een beperking hebben. De eerste vraag is nu dus: wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van deze gehandicapte? En daarna moeten we een situatie creëren waardoor ze zo volwaardig mogelijk aan de samenleving kunnen deelnemen.

II. KRACHTLIJNEN VAN DE NIEUWE WET

Wat zijn de krachtlijnen van de nieuwe wet?

Dat zijn er meerdere.

II.1. VERSCHIL MEERDERJARIGEN-MINDERJARIGEN

Eerst en vooral komt er nu een duidelijk onderscheid tussen minderjarigen en meerderjarigen. Zij krijgen een verschillend regime. Minderjarigen zijn nog in volle ontwikkeling, bij meerderjarigen is dat niet meer zo. Bij deze laatste groep heb je meerdere situaties: hun stoornissen evolueren (bij dementie gaat het steeds meer bergaf), ze hebben een wisselende gezondheid (bij manisch-depressieven bv.) of hun situatie is statisch (bij comapatiënten of mongolisme bv.) Als je de deelname aan de maatschappij wil stimuleren kan je minderjarigen en meerderjarigen niet gelijk behandelen. Beide groepen maken een heel verschillende ontwikkeling door en hebben een heel verschillende gezondheidstoestand.

II.2. VOORLOPIG BEWIND ALS BASIS

Een tweede krachtlijn is dat we de regels van het huidige voorlopig bewind als basisregels nemen. Het voorlopig bewind wordt het meest toegepast, de wet is het meest recent en het statuut wordt het positiefst geëvalueerd. We wilden met onze wet niet helemaal opnieuw beginnen, maar het goede dat bestond behouden. Mits correcties: zo zullen we de integratie meer stimuleren en de handelingsbekwaamheid als uitgangspunt nemen.

II.3. VERSCHIL PERSOON-GOEDEREN

Een derde belangrijke krachtlijn is het verschil tussen handelingen met betrekking tot personen en handelingen met betrekking tot goederen. De eerste soort handelingen grijpt veel dieper in, we zijn dus terughoudender om radicale maatregelen te nemen. Er zal in de toekomst een bewindvoerder voor de persoon als voor de goederen kunnen zijn. Dat kunnen twee verschillende mensen zijn, want het gaat om een verschillende functie.

II.4. TERMINOLOGIE

Een vierde krachtlijn gaat over de terminologie. Hierover is veel gediscussieerd. Moeten we het hebben over een "onbekwaam verklaarde", een "beschermde persoon", een "pupil", een "onder voogdij geplaatste"? We wilden een zo neutraal mogelijke terminologie, zonder negatieve bijklank. Die terminologie moet je niet onderschatten. Bv. een tachtigjarige man dementeert en zijn vrouw, die 75 jaar is, wordt zijn "voogd". Dat ligt moeilijk voor een echtpaar dat misschien al vijftig jaar getrouwd is. Ook een minderjarig kind dat "onder voogdij staat" zal niet zo heel makkelijk kunnen integreren in de samenleving en dat is toch de bedoeling. Daarom hebben we gekozen voor "bewindvoerder" en "beschermde persoon". De Nederlandstaligen hadden liever de term "curator" dan de term "bewindvoerder" gehad wat de bescherming van de persoon betreft, maar die bestaat in het Frans niet.

II.5. VERTROUWENSPERSOON GEHERWAARDEERD

Een vijfde krachtlijn is dat de vertrouwenspersoon wordt opgewaardeerd. De vertrouwenspersoon is iemand die de "beschermde persoon" (BP) bijstaat, zonder dat hij over de BP beslissingen kan nemen. Het statuut bestaat al sinds 1991, is in 2003 versterkt en wordt nu nog meer versterkt.

Momenteel heb je nogal wat problemen met dit statuut. Sommige vrederechters vinden dit statuut niet zinvol en leggen het nooit op, anderen doen het heel vaak. De praktijk moet eenvormig worden gemaakt. Bovendien zijn er heel wat vragen over de inhoud van het statuut van de vertrouwenspersoon: is hij aansprakelijk als iets misloopt? Moet hij de bewindvoerder controleren of niet? Dat is allemaal niet duidelijk.

Hoe verandert U dat dan?

* De vertrouwenspersoon mag in bepaalde gevallen de mening van de beschermde partij vertolken, als die dat zelf niet meer kan. Bv. bij toestemming voor adoptie of erkenning van een kind. Maar het blijft een advies.

* De vertrouwenspersoon mag doorgaans helpen om de mening van de BP te vertolken. Hij mag aanwezig zijn bij onderhandelingen of contacten met de bewindvoerder en ook bij rechtszaken. Hij mag ook informatie over het gevoerde beheer opvragen. Dat laatste staat nu nog niet uitdrukkelijk in de wet. Sommigen doen het, sommigen niet. In de toekomst komt het wél uitdrukkelijk in de wet, het wordt een recht.

* Ten derde mag de vertrouwenspersoon bij conflicten tussen de BP en de bewindvoerder bemiddelen. Niet juridisch, maarpraktisch. Hij moet de communicatie opnieuw vlot trekken.

* Ten vierde blijft de alarmbelfunctie van de vertrouwenspersoon behouden. Als het beheer misloopt, moet hij dit melden aan de vrederechter. Dat staat nu al in de wet, maar het wordt verder bekrachtigd.

Een waslijst van opdrachten?

Inderdaad, maar toch willen we die functie zo laagdrempelig mogelijk houden. Het mag geen zware taak zijn die alleen door bepaalde beroepsmensen kan worden uitgevoerd. Het gaat om mensen die door de BP worden aangesteld omdat hij hen vertrouwt. Dat kunnen naaste familieleden, buren of vrienden zijn.

De vertrouwenspersoon heeft geen juridisch bestaan, hij kan niets beslissen, hij is een tussenfiguur. Hij is dan ook alleen maar aansprakelijk als hij bedrog pleegt of bij zware schuld. Hij zal hierdoor minder aansprakelijk gesteld worden dan in het gewone recht gebeurt op basis van artikel 1382. Volgens het gewone aansprakelijkheidsrecht volstaat de geringste fout om aansprakelijk gesteld te kunnen worden.

II.6. BESCHERMDE PERSOON ZO ACTIEF MOGELIJK MAKEN

U wil ook de actieve betrokkenheid van de beschermde persoon (BP) stimuleren?

Inderdaad. Dat is een zesde krachtlijn van ons ontwerp. We willen dat de BP zoveel mogelijk zelf het heft in handen houdt, hij moet over zoveel mogelijk dingen zelf kunnen beslissen en de bewindvoerder moet met zijn wensen rekening houden. Daarom kan de BP op een moment dat hij nog helemaal goed is schriftelijk duidelijk maken wat in bepaalde situaties moet gebeuren, als hij dat niet meer kan zeggen. De BP kan bv. neerschrijven: ik wil in geval van kanker niet geopereerd worden; ik wil niet speculeren met geld. De bewindvoerder moet hiermee dan rekening houden als de BP later dement is geworden. Dat zal ouderen beslist stimuleren om zelfredzamer te zijn.

II.7. BEKWAAMHEID ALS UITGANGSPUNT

Want een zevende krachtlijn van ons ontwerp is dat het uitgangspunt van de wet niet meer de on-bekwaamheid is, maar de bekwaamheid. Momenteel heb je die alles-of-niets toestand. Een voorlopig bewindvoerder beslist in plaats van de BP over alle handelingen met betrekking tot goederen. Dat gaan we veranderen. Daarom krijgt de vrederechter strikte richtlijnen als hij een BP onbekwaam verklaart.

Welke zijn die?

== Nieuw is vooral dat de BP bekwaam blijft om te handelen als de vrederechter niet uitdrukkelijk zegt dat hij voor die bepaalde handeling onbekwaam is.

== Over zeer gewichtige handelingen (leningen, hypotheken, huwen, scheiden, keuze van verblijfplaats) moet de vrederechter voortaan altijd een uitspraak doen: is de BP bekwaam of onbekwaam om die specifieke handelingen te stellen?

== Als de vrederechter U onbekwaam verklaart zonder verdere uitleg, dan komt een regime van "bijstand" in werking. De BP stelt de handelingen nog wel zelf, maar niet meer zelfstandig. De bewindvoerder staat hem bij, hij moet zijn toestemming geven of mee tekenen, maar de bewindvoerder beslist niét in de plaats van de BP. Hij vertegenwoordigt de BP niet, hij staat hem bij.

Dat systeem van bijstand bestaat al langer, maar de vrederechters passen het zeer weinig toe. Wij willen dat promoten.

== Als de vrederechter in de toekomst wil dat de bewindvoerder de BP vertegenwoordigt en dat hij dus beslissingen in plaats van de BP neemt, dan moet hij dat uitdrukkelijk uitspreken.

== Ook bij een aantal hoogstpersoonlijke rechtshandelingen stellen we in deze wet de bekwaamheid centraal. Zelfs als je onbekwaam bent verklaard voor bepaalde handelingen (bv. om te trouwen, te scheiden of een testament te maken), dan nog zal je aan de vrederechter een toestemming kunnen vragen om te trouwen. Hij kan U dan toch nog voor die ene handeling bekwaam verklaren op het ogenblik dat u de handeling wilt stellen, ook al bent U onbekwaam verklaard.

Als de beschermde persoon wilsonbekwaam is kan de vrederechter in een uitzonderlijk geval zelfs zelf onderzoeken wat de wil was van de demente persoon op een ogenblik dat hij nog wilsbekwaam was bv. bij een schenking. Die wil kan in het lijstje met regels staan die de BP heeft opgesteld voor het geval hijwilsonbekwaam wordt. Of die wil kan ook blijken uit zijn gedrag in het verleden. Ik denk dan aan een man die drie kinderen heeft en zijn twee eerste kinderen bij hun huwelijk telkens een som geld heeft geschonken. Nu is hij dement en het derde kind trouwt. De vrederechter kan dan de bewindvoerder machtigen om het derde kind ook een som geld te geven. Zo willen we beletten dat de BP sociaal of fiscaal wordt bestraft omdat hij onbekwaam is (dement in dit geval is). De BP moet dezelfde kansen krijgen als normale mensen.

== Belangrijk is ook dat de vrederechter beter ondersteund zal worden om te beoordelen hoe onbekwaam iemand wel is. Nu beslist hij dat vaak nog op basis van getuigschriften waarop alleen maar staat: "patiënt dement". Dit kan je toch moeilijk een "omstandige geneeskundige verklaring noemen", terwijl dat toch vereist is. Daarom zal in de wet komen over welke punten de dokter een advies moet geven en hij moet zijn diagnose ook koppelen aan de zorgcriteria van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Dat wil zeggen: hij zal moeten duidelijk maken wat de concrete gevolgen van de gezondheidstoestand van de patiënt zijn voor zijn dagelijks leven. Bv. De dokter zal zijn diagnose moeten geven en daarna duidelijk maken of de patiënt zich nog alleen kan verplaatsen, welke zorg hij precies nodig heeft, of hij zijn vermogen nog alleen kan beheren e.d. Dat komt allemaal op een standaardformulier dat met de Orde van Geneesheren wordt afgesproken. Dit zal ook tot gevolg hebben dat alle dokters het op dezelfde manier zullen doen. Nu doet de ene het zus en de andere het zo.

== Vervolgens zal de vrederechter vooraleer hij iemand onbekwaam verklaart ook rekening moeten houden met de psychosociale dimensie. Hij moet het sociale netwerk van de BP in kaart brengen, zijn milieu moet gehoord worden. Hij moet nagaan hoe de BP wordt verzorgd, want een goede verzorging kan een bewindvoering overbodig maken.

In ieder geval kan de BP afzonderlijk gehoord worden, niet samen met anderen, zodat hij zeker kan zeggen wat hij wil.

Kortom: de vrederechter zal maar pas een rechterlijke bescherming uitspreken als allerlaatste mogelijkheid. En dan nog zal de bijstand belangrijker zijn dan de vertegenwoordiging. We willen de BP zoveel mogelijk als actief lid van de samenleving behouden.

Ook het systeem van volmachten wordt veranderd?

Ja, de "buitengerechtelijke bescherming" wordt beter omkaderd. Momenteel kan een BP volmacht geven aan een "lasthebber", maar hij kan daarna de manier waarop die lasthebber daarmee omspringt niet meer controleren. Volmachten blijven bestaan, maar ze moeten gebaseerd zijn ofwel op een overeenkomst afgesloten bij een notaris ofwel bij de vrederechter geregistreerd staan.

De lasthebber, de persoon die de volmacht krijgt dus, mag bovendien zelf geen BP zijn, hij moet als bewindvoerder kunnen optreden. Als deze voorwaarden niet vervuld zijn en de lasthebber werkt toch door, dan kunnen zijn handelingen nietig worden verklaard en draait hij op voor de schade. We willen het statuut van lasthebber, dat alleen geldt voor volmachten voor goederen, promoten, omdat geen gerechtelijke procedure nodig is om hem aan te stellen. En dat betekent minder kosten voor de BP. Maar toch willen we ook malafide lasthebbers afschrikken. Lasthebbers die nooit bij hun BP komen moeten we niet hebben.

Wat gebeurt er bij een volmacht waarin staat dat ik het geld van de BP moet beheren als hij dement is, maar niet weet of de betrokkene al in die toestand verkeert?

Dan kan de vrederechter de knoop doorhakken. Hij kan tegen de lasthebber zeggen dat hij mag beginnen met de uitvoering van de volmacht. Als hij de aangeduide lasthebber dubieus vindt, kan hij een bewindvoerder aanstellen in zijn plaats. Of hij kan de lasthebber laten werken, maar met de verplichting om ieder jaar een verslag en een boekhouding in te dienen. Hij kan ook beslissen dat de volmacht wordt uitgevoerd, maar er toch een een beperkte rechterlijke beschermingsmaatregel aan koppelen.

In ons ontwerp kiezen we altijd voor de minst ingrijpende maatregel, die aan de BP de meeste kansen op een actief leven in de maatschappij biedt. We kiezen ook voor zo weinig mogelijk tussenkomt van de rechter.

Wat verandert er voor de bewindvoerder?

Nogal wat. Het bewind heeft in de toekomst niet noodzakelijk alleen betrekking op goederen, het kan ook gaan over persoonlijke rechten (huwen, keuze verblijfplaats e.d.).

Het wordt verder aangepast aan het uitgangspunt dat de "bekwaamheid" centraal staat: de rol van de vertrouwenspersoon en van de BP zelf worden veel sterker. De bewindvoerder zal met hen veel meer rekening moeten houden, hen meer moeten horen. De vrederechter zal ook veel beter kunnen oordelen of een bewindvoerder wel nodig is: de stukken die hij voorgelegd krijgt zullen overal hetzelfde zijn. Dat geldt zowel voor de verslagen als de boekhouding. Ook de bijstand, die nu hooguit in 5% van de gevallen wordt toegepast wordt geherwaardeerd en beter omkaderd. Dit alles zal de rol van de bewindvoerder beperken. Hij zal veel minder nodig zijn.

III. WANNEER VAN KRACHT?

Wanneer zal de wet in werking treden?

Zo'n grote hervorming als deze kan niet van kracht worden tien dagen na de publicatie in het staatsblad. De inwerkingtreding verloopt in fases.

* De nieuwe regeling voor volmachten geldt voor alle volmachten die geregistreerd zijn na de inwerkingtreding van de wet.

* Het nieuwe beschermingsstatuut in zijn geheel treedt pas een jaar na de publicatie in werking. We willen de mensen van de praktijk wat tijd geven om aan de nieuwe wet te wennen.

Er moeten ook nog allerlei uitvoeringsbesluiten genomen worden: uniforme modellen voor de medische getuigschriften en de boekhouden, uniforme modellen voor de verzoekschriften; er moet bij het notariaat een centraal register voor alle aangeduide bewindvoerders en lasthebbers uitgebouwd krijgen; er moet nog een kostenregeling worden uitgewerkt: hoeveel mag de bewindvoerder vragen voor een brief, voor een uur werken; de kwaliteitseisen van de bewindvoerder moeten nog worden vastgelegd en er komt een informatiebrochure waarin de hele wet wordt uitgelegd. Daarvoor hebben we wel een jaar nodig.

Bovendien kunnen tijdens dat jaar misschien de eerste kinderziektes van de wet al aan het licht komen.

* In ieder geval treedt de wet zo in werking dat iemands bekwaamheid door de wetswijziging er niet kan op achteruitgaan. En voorts zal iemand die onder een oud beschermingsstatuut zit (bv. verlengd minderjarige) één jaar na de publicatie van de wet altijd een nieuwe beschermingsmaatregel kunnen vragen zodat hij onder de nieuwe regeling terecht komt.

Wie nu onder voorlopig bewind staat en helemaal niets doet komt uiterlijk drie jaar na de publicatie van de wet onder een bewind over de goederen. En dat wordt uiterlijk twee jaar later (vijf jaar na de publicatie dus) geëvalueerd.

Verlengde minderjarigen en onbekwaamverklaarden, die niets ondernemen, zien hun statuut 6 jaar na de publicatie van de wet automatisch veranderen. Ze krijgen dan automatisch een bewindvoerder over hun persoon en over hun goederen. Ook dat wordt uiterlijk twee jaar later (acht jaar na de publicatie dus) geëvalueerd.

En wie onder gerechtelijke bijstand staat en niets onderneemt, ziet zijn statuut zes jaar na de publicatie in het staatsblad stoppen, als geen nieuwe beschermingsmaatregel wordt genomen.


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************


Nu in het nieuws