De diamantoorlog en de persvrijheid

18 JANUARI 2013 - Deze week ontstond heel wat drukte over de veroordeling van De Morgen-hoofdredacteur Yves Desmet tot 1 euro schadevergoeding voor enkele opinies die hij had geuit over de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois. De opinies kaderden in de "diamantoorlog". Een overzicht van het debat.

John De Wit

In dit stuk belichten we de "diamantoorlog", voor zover die relevant is voor het vonnis dat is uitgesproken. Op een reeks andere aspecten gaan we niet in. We steunen ons op openbare bronnen die door iedereen kunnen worden geraadpleegd. In een tweede deel gaan we in op het vonnis tegen Yves Desmet en op de reacties daarop. We formuleren ook zelf enkele vragen bij dit vonnis.

1. WAT IS DE DIAMANTOORLOG?

1.1. VOOR LIEGEOIS

De "diamantoorlog" speelt zich af op het het Antwerpse parket. Dat kan in België veruit de beste resultaten voorleggen in de strijd tegen de georganiseerde fiscale fraude. Dat was zo en dat is nog altijd zo.

De diamantoorlog was aanvankelijk een geschil tussen twee magistraten van de financiële sectie van het Antwerps parket, Peter Van Calster en Christiaan Nys. Het geschil ging over de vraag hoe ruim een financieel onderzoek moet zijn om maximaal resultaat te behalen.

Van Calster is een ex-politieman. Hij beheerde tot begin vorig jaar alle diamantdossiers op de sectie. Hij is een groot kenner van de sector, een specialist in fiscaal en financieel recht, maar zijn kennis van het klassieke strafrecht staat niet op hetzelfde niveau. Van Calster werkte met een paar vaste ambtenaren van de fiscus en met een paar vaste politiemensen. Hij is als ex-politieman zeer gedreven en zeer vervolgingsgericht. Hij wil diep graven om zoveel mogelijk daders en feiten boven te spitten. Daardoor duurden sommige dossiers die hij beheerde nogal lang. Bijvoorbeeld: de Monstreyzaak tegen Antwerpse diamantairs was al in 2004 gestart en ze werd pas einde vorig jaar voor de raadkamer gebracht.

Christiaan Nys is een manager en was een tijd lang chef van de financiële sectie. Hij wil beperkte onderzoeken tegen de belangrijkste verdachten over de belangrijkste feiten. Grote onderzoeken duren lang en ze kunnen door de advocaten van de verdachten eindeloos gerokken worden, zodat het gevaar dreigt dat de redelijke termijn voor behandeling van een zaak overschreden is en de verdachten die voor de rechter worden gebracht er met een flutstrafje van af komen. Nys vindt gehoor bij het Antwerpse parket-generaal waar enkele van zijn voorgangers als hoofd van de financiële sectie werken.

Het Antwerpse parket-generaal wil de fiscale en diamantdossiers eveneens beperken tot de cruciale verdachten en de cruciale feiten. Hoe meer verdachten en feiten, hoe langer een zaak sleept, hoe groter de kans op procedurefouten, zo is het devies op het parket-generaal.

Het geschil Van Calster-Nys (én parket-generaal) is dus deels het geschil tussen een ijverige speurder en een manager. Maar tussen Van Calster en Nys had je bovendien persoonlijke spanningen. En ook over de nieuwe wet op de minnelijke schikking hadden ze een verschillende mening. Door deze wet kunnen verdachten die bekend hebben en die de fiscus en de slachtoffers volledig hebben vergoed op voorstel van het parket aan een strafvervolging ontsnappen door een bepaalde boete te betalen. Van Calster verweet zijn collega's te vlug een minnelijke schikking te willen afsluiten en bovendien dat te willen doen in te zware zaken. (Meer over de wet op de minnelijke schikking, leest U hier, nvdr).

1.2. VANAF DE TUSSENKOMST VAN LIEGEOIS

De bom barstte over het HSCB-dossier, een diamantfraude via de Zwitserse HSBC-bank ten belope van 1,4 miljard euro. Pas op dat moment komt procureur-generaal Yves Liégeois op het toneel.

Nadat Christiaan Nys in september via de pers (!) had vernomen van de HSBC-fraude, informeerde hij hierover bij de Bijzondere Belastinginspectie. Die deelde hem mee dat Peter Van Calster al enkele dagen eerder een CD-Rom met namen van mogelijke fraudeurs had opgevraagd bij de BBI, zonder dit aan zijn chef te melden. Van Calster zette dit pas dagen later in een proces-verbaal en aanvankelijk dacht men dat niet alle namen op de aanvankelijke CD-Rom strookten met de kopie die aan het dossier werd toegevoegd. Nys signaleerde dit aan het parket-generaal.

Omdat het parket-generaal, dat hiërarchisch boven het Antwerpse parket staat, moet nagaan of alle magistraten hun job wel correct doen, wilden vier gespecialiseerde magistraten elk onafhankelijk van elkaar het volledige HSBC-dossier navlooien. De vier magistraten die gespecialiseerd zijn in financiële dossiers én in gewoon strafrecht dachten dat er eigenaardige dingen in dat dossier waren gebeurd, die mogelijk tot gevolg konden hebben dat het dossier nietig zou worden. Ze dachten zelfs aan schriftvervalsing omdat de gegevens op de aanvankelijke CD-ROM en die op de kopie in het dossier niet klopten. Ze wilden niet dat spitsvondige advocaten het parket op procedurefouten kon betrappen, waardoor de verdachten vrijuit zouden gaan. Daarom wilden ze weten wat er precies was gebeurd om eventuele fouten recht te zetten. Om dat te kunnen doen, moesten ze natuurlijk alle documenten kunnen inzien, maar die kregen ze niet van Van Calster.

Uiteindelijk bleek een gerechtelijk onderzoek de enige oplossing om ze vast te krijgen. Dat onderzoek werd gevorderd door procureur-generaal Yves Liégeois, die hiermee zijn intrede doet in de "diamantoorlog". De aangestelde onderzoeksraadsheer Michel Jordens deed dan op 5 januari 2012 een huiszoeking om de documenten op te halen, hoewel die huiszoeking niét gevorderd was door het parket-generaal. Jordens' onderzoek wees later uit dat er geen sprake was van schriftvervalsing. Daarvan is maar sprake als de dader de bedoeling heeft om iemand of het onderzoek opzettelijk te schaden, een loutere "vervalsing" in de gewone betekenis van het woord is niet voldoende. Dat er juridisch geen schriftvervalsing was, wil dus niet zeggen dat er geen onregelmatigheden zouden zijn gebeurd, beklemtoonde procureur-generaal Yves Liégeois op een gezamenlijke persconferentie met het Antwerpse parket.

Na dat onderzoek van Jordens, dat dus géén misdrijven had aangetoond, beslisten procureur-generaal Liégeois en Antwerps procureur Dams samen om Peter Van Calster toch van dit HSBC-onderzoek te halen. Het onderzoek zou helemaal opnieuw worden gedaan door andere magistraten van de financiële sectie. Van Calster behield wel de zaak-Monstrey omdat die al afgerond was.

1.3. IS LIEGEOIS DE "MAN VAN DE DIAMANT"?

Is Liégeois de "man van de diamant"? Dat werd in een bepaalde pers tot in den treure toe geschreven. Liégeois zou de diamantfraude "erg soft willen aanpakken" en "dealtjes willen sluiten met de diamantsector". Dat wekte volgens Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, "een schijn van partijdigheid en klassenjustitie". Liégeois zou ook de advocaten van de verdachten in het HSBC-dossier hebben uitgenodigd voor een gesprek over een minnelijke schikking. Er werd zelfs corruptie gesuggereerd.

Liégeois zelf weigerde iedere reactie op deze aantijgingen. Wat kunnen we hiervan met zekerheid zeggen op basis van de bestaande documenten?

== Als Liégeois de man van de diamant zou zijn dan heeft hij het wel heel slecht gespeeld. Het was immers Liégeois die tijdens hoorzittingen in de Kamercommissie Justitie de diamantwet heeft gekelderd. Dat wetsvoorstel was door de diamantsector geïnspireerd. Het zou huiszoekingen en inbeslagnames bij de diamantairs en bij grote bedrijven veel moeilijker maken. Naast de onderzoeksrechter zou immers telkens iemand uit de (diamant)sector zelf aanwezig moeten zijn en die zou mee beslissen over wat wel en wat niet in beslag zou worden genomen.

Dit wetsvoorstel was door acht politieke partijen ondertekend, ook door de socialisten (Renaat Landuyt). Als "man van de diamant" zou Liégeois dus tegen acht politieke partijen ingegaan zijn om een voorstel in het voordeel van de diamant af te schieten. Merkwaardig gedrag voor een "man van de diamant". Weliswaar schreef het college van procureurs-generaal daarna op verzoek van het parlement een alternatief voor de diamantwet uit. Dat voerde echter alleen maar een "versneld strafrechtelijk kort geding" in en liet de macht van de onderzoeksrechter om dingen in beslag te nemen onaangetast. Er zou dus alleen maar een bijkomende procedure komen om bepaalde in beslaggenomen goederen sneller terug te krijgen. Maar dit voorstel kreeg een erg negatief advies mee van de Raad van State en sinds dan ligt alles in het parlement stil.

== Liégeois heeft ook niet met de diamantsector onderhandeld over het HSBC-dossier, zoals in diezelfde pers werd beweerd. Liégeois zou de advocaten van de diamant hebben uitgenodigd om een dealtje te sluiten, zo luidt het dan.

De werkelijkheid is net andersom: de advocaten van de diamantairs probeerden zelf bij Liégeois een schikking te krijgen, maar dat lukte niet. Volgens het onafhankelijk onderzoek van de Hoge Raad voor de Justitie kreeg Liégeois op 17 september 2010 een vraag van de advocaten van de federatie van de diamantsector (AWDC) om het pas geopende HSBC-onderzoek te bespreken. Er kwam een onderhoud samen met procureur Herman Dams en substituut Peter Van Calster. Dat leidde tot niets.

Later formuleerden de advocaten een vraag tot een minnelijke schikking, maar Liégeois stuurde hen door naar het Antwerpse parket. Dàt moet z.i. immers beslissen of en onder welke voorwaarden er een minnelijke schikking komt of niet. Er kon trouwens op het moment van de ontvangst van de advocaten nog niet over een minnelijke schikking worden onderhandeld, want er was nog geen dossier. Men wist toen nog niet hoe groot de vermeende fraude was, wie precies wat gedaan had e.d. Aldus nog altijd de Hoge Raad voor Justitie.

1.3. NA DE HSBC-ZAAK

Verder publiceerde de Hoge Raad voor Justitie op 27 maart 2012 - dus enkele maanden nà het artikel en het bewuste ETV-optreden waarover het vonnis van deze week ging - een eerste rapport over de werking van de financiële sectie bij het Antwerpse parket. Daarin werd de hele diamantoorlog uit de doeken gedaan. Volgens de HRJ was de enige persoon aan wie in deze zaak niets verweten kon worden: procureur-generaal Yves Liégeois! Dat werd in geen enkele krant vermeld. (In een latere audit werd ook Christiaan Nys helemaal vrijgepleit, nvdr). De HRJ stelde een samenwerkingsprotocol voor, waardoor alle betrokkenen voortaan over de diamantoorlog moesten zwijgen.

De diamantdossiers werden verdeeld over alle substituten van de financiële sectie en de grote zaken moesten door meerdere magistraten worden bekeken. Tegen het einde van vorig jaar trok procureur Herman Dams alle diamantdossiers weg van Van Calster. Dat gold ook voor de fiscale dossiers van Antwerpen. Van Calster doet nu - naast de Monstreyzaak - nog uitsluitend de fiscale dossiers van Turnhout en Mechelen, die ook op het Antwerpse parket worden behandeld.

Van Calster zelf diende - buiten ieders medeweten - zelfs een strafklacht in tegen Liégeois bij het Hof van Cassatie. 's Lands hoogste Hof weigert hierover - in het kader van zijn bekende openheid - iedere communicatie, maar het onderzoek zou nog niet afgerond zijn.

In de hele periode, die nu toch al zo'n twee jaar duurt, woedde in een bepaalde pers een campagne tegen Liégeois, die als kop van jut in deze zaak werd beschouwd. Het was duidelijk dat een aantal documenten uit het HSBC-dossier nogal partijdig aan die persorganen waren gelekt. Omdat de visie op de diamantoorlog van De Tijd en De Morgen merkwaardig samenliep met die van Peter Van Calster kwam er een onderzoek voor schending van het beroepsgeheim tegen "onbekenden". Maar dat leverde - zoals bijna alle onderzoeken naar schending van het beroepsgeheim - niets op.

Het is over het algemeen erg moeilijk om dit soort schendingen van het beroepsgeheim te bewijzen. Dat was één van de redenen waarom Yves Liégeois vorig jaar in zijn mercuriale een voorstel formuleerde om perslekken zwaarder te bestraffen en om bijzondere opsporingsmethoden te mogen gebruiken om ze op te sporen (zie: hier, nvdr). Het voorstel werd onmiddellijk afgeschoten door Justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld).

2. DE RECHTSZAAK TEGEN DESMET

De echtgenote van procureur-generaal Yves Liégeois, vrederechter Ingrid Schoeters, was geschokt door de perscampagne tegen haar man. Ze was vooral verbouwereerd over de reacties die zij en haar kinderen kregen na verklaringen van De Morgen-hoofdredacteur Yves Desmet op ATV op 15 januari 2012. Schoeters stapte naar de rechtbank van Mechelen omdat Desmet in Mechelen woont. Ze eiste daar een schadevergoeding van 19.000 euro voor het leed dat aan haar en haar kinderen was berokkend door de foute berichten én opiniestukken van Yves Desmet. De Mechelse rechtbank gaf haar op 15 januari 2013 principieel gelijk en kende haar één symbolische euro morele schadevergoeding toe.

2.1. HET VONNIS

Schoeters dagvaardde Desmet op basis van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek. Dat artikel gaat over de aansprakelijkheid van mensen die een fout maken. Schoeters moest bewijzen dat zij schade heeft geleden door een fout van Yves Desmet.

De rechtbank stelt dat Desmet inderdaad een fout maakte. Desmet steunt zich volgens de Mechelse rechter niet op objectieve feiten om zijn opinies te vormen, terwijl hij die feiten wél had kunnen kennen of kende. "Nog twee dagen voor Desmet zijn verklaringen op ATV deed had procureur Dams uitgelegd hoe de vork aan de steel zat en ook minister Turtelboom had dit uitgelegd. Maar Desmet negeerde die uitleg. Hij wekte bij het grote publiek de indruk dat Liégeois corrupt of partijdig was en dat bracht schade toe aan diens goede naam en stelt hem zijn familie, onder wie zijn echtgenote, bloot aan de publieke verachting", aldus de rechtbank.

Volgens de rechtbank wordt de vrijheid van meningsuiting "niet geschonden". Ze steunt haar beslissing op de manier waarop Desmet van deze vrijheid gebruik heeft gemaakt. "De fout (van Desmet) ligt precies in de termen die werden gebruikt om suggestieve, niet-gefundeerde opinies te verkondigen over een persoon en hem aldus bij het publiek in diskrediet te brengen. Die termen waren volstrekt onnodig om zijn opinies weer te geven."

Nog volgens de rechtbank is er een duidelijk oorzakelijk verband tussen de fout van Desmet en de schade van vrederechter Schoeters aangetoond. Maar omdat de vrederechter niet bewijst hoe groot haar schade precies is, wordt de vergoeding voorlopig beperkt tot één euro moreel.

2.2. DE REACTIES OP HET VONNIS

Wat waren de reacties?

Specialisten in mediarecht veroordeelden het vonnis in de scherpste bewoordingen. De professoren Dirk Voorhoof en Leo Neels, die doorgaans als twee tegenpolen fungeren, zaten op een lijn met de VVJ, de journalistenbond. Ze vonden het vonnis een aanslag op de persvrijheid. Ze betoogden dat dit vonnis in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg absoluut zeker zou worden teruggefloten wegens een grove schending van artikel 10 (vrijheid van meningsuiting). Ze zegden dat de rechtbank vrije opiniëring verwart met feitelijke berichtgeving. "In een opiniestuk wordt een subjectieve mening weergegeven, geen objectieve feiten. Men moet veel coulanter zijn voor opiniestukken dan voor feitelijke berichtgeving", zo luidde het.

3. BEDENKINGEN

Wat te denken van dit vonnis? Zonder volledig te willen zijn en zonder een echt standpunt in te nemen, reiken we enkele elementen aan voor het debat.

== Er bestaat geen journalistieke onverantwoordelijkheid, zoals er parlementaire onverantwoordelijkheid bestaat. Parlementsleden mogen tijdens de uitoefening van hun ambt om het even wat zeggen, ze kunnen er niet voor vervolgd of gedagvaard worden.

Er bestaat echter al evenmin een journalistieke immuniteit, zoals advocaten de immuniteit van het pleidooi hebben. Advocaten kunnen niet vervolgd of gedaagd worden voor wat ze zeggen in hun pleidooi. Journalisten hebben net als iedere burger vrijheid van meningsuiting, maar die heeft grenzen.

== Een opinie is per definitie subjectief. Ze kan niet objectief zijn. Dat betekent echter niet dat iedereen zomaar alles mag zeggen in een opinie. Een opinie kan nl. ook een misdrijf vormen, zoals bij racisme of laster. Een opinie kan ook schade veroorzaken waarvoor een vergoeding wordt gevraagd.

== Mag men in de pers of op het internet een opinie uiten, die steunt op totaal verkeerde feiten terwijl men dat weet? Een gewone burger kan dat ongestraft doen, want niemand zal voor hem een assisenhof samenroepen. Hij mag de trainer en de spelers van een voetbalploeg van complete onkunde beschuldigen omdat ze volgens hem hun jongste match met 0-3 hebben verloren, terwijl ze die in werkelijkheid met 4-1 hebben gewonnen. Maar hij kan wel een schadeclaim verwachten. Want bij een totaal foute weergave van de feiten of een foutieve hetzerige opinie kan de benadeelde een burgerlijke rechtszaak opstarten. Daar is niets mis mee. Zo werkt de democratie.

Een beroepsjournalist moet volgens zijn deontologische code in ieder geval de feiten correct weergeven. Hij kan evenwel op basis van een juiste weergave van de feiten nog altijd een bizarre opinie spuien.

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg moéten opinies in de pers een basis in de feiten hebben en hoe extremer een aanklacht in een opinie is hoe steviger die basis moet zijn.

== Wordt de vrijheid van meningsuiting wordt door het vonnis van Mechelen bedreigd? Op het eerste gezicht niet. Om twee redenen:

1. Er wordt geen censuur toegepast, er wordt geen publicatieverbod opgelegd van geen enkel artikel. Er is ook geen spreekverbod voor Desmet over dit thema. Hij kan zeggen en schrijven wat hij wil en maakt van dat recht ook gebruik. Wie er van uitgaat dat na publicatie ook geen schadeclaims meer mogen worden ingediend, gaat echter uit van een (onbestaande) journalistieke immuniteit. En zo'n immuniteit zou erg ver kunnen leiden. Er zijn in een democratie nog andere behartenswaardige waarden dan de overigens erg belangrijke vrijheid van meningsuiting.

2. Een veroordeling tot 1 euro zal weinig journalisten zo sterk afschrikken dat ze aan zelfcensuur gaan doen. Men kan zich vragen stellen bij al die drukte over 1 euro! Maar zelfs als het om een hoge schadevergoeding zou gaan (de kostprijs van meerdere dagen van de oplage, zoals dat in de VS gebeurt), dan nog rijst de vraag of opinies die opzettelijk steunen op totaal foutieve "feiten" en die de werking van een belangrijk ambt serieus in diskrediet brengen, niet mogen afgeschrikt worden. Moet de pers het verspreiden van ongefundeerde opinies, waarvan de feiten konden worden gecontroleerd, stimuleren of juist afremmen? Dat is een belangrijke vraag. Het is uiteindelijk de vraag naar de geloofwaardigheid van de pers bij de publieke opinie.

== Zal dit Mechelse vonnis overleven in Straatsburg?

Eerst en vooral is er beroep en dus moeten het Antwerpse Hof van Beroep én het Hof van Cassatie oordelen over de zaak. Het vonnis van Mechelen had beslist beter gemotiveerd mogen zijn. Het zou best uitdrukkelijk verduidelijken waarom beperkingen op de vrijheid van meningsuiting in deze zaak kunnen. Die beperkingen van de vrijheid van meningsuiting zijn volgens het Mensenrechtenverdrag mogelijk als ze wettelijk zijn geregeld en nodig zijn in een democratische samenleving, bv. om de goede naam of de rechten van anderen te beschermen. Om niet vernietigd te worden in Straatsburg moet dit vonnis eerst en vooral in zijn motivering over de feiten kloppen met de Straatsburgse rechtspraak, maar het zou best ook juridisch uitleggen waarom de vrije meningsuiting in dit geval mocht worden beperkt. Dat laatste is in het Mechelse vonnis te summier gebeurd. Het valt te hopen dat het Antwerpse Hof van Beroep dit rechttrekt, in de ene of de andere zin.

Voorhoof en Neels, dé Vlaamse deskundigen in het mediarecht, zijn er "absolut zeker" van dat een vonnis als het Mechelse in Straatsburg zou sneuvelen. Straatsburg heeft in het verleden bij herhaling gevonden dat ook provocerende, schokkende en heel extreme meningen (zoals bv.: "pedofilie moet kunnen") moeten kunnen worden geuit. Maar de vrijheid van meningsuiting is niet onbegrensd. Straatsburg heeft minstens in twee recente vergelijkbare zaken als de zaak-Desmet (de zaak-Perna van 6 mei 2003 en de zaak-Semik-Orzech van 15 november 2011) de veroordeling van journalisten wegens de publicatie van lasterlijke artikels gebillijkt.

In de zaak-Perna werd een Italiaanse journalist door de Italiaanse rechtbanken gestraft voor zijn verklaringen over procureur-generaal Caselli van Palermo. Perna had geschreven dat Caselli tot de communistische partij behoorde en dat dit een schijn van partijdigheid wierp op het werk dat hij deed. En Straatsburg voegt daar aan toe: "Perna wilde bovendien aan de publieke opinie duidelijk maken dat Caselli - door de voormalige christen-democratische premier Andreotti aan te klagen - zijn macht misbruikt had om de Italiaanse parketten te veroveren voor de PCI. Het Hof wijst erop dat Perna op geen enkel ogenblik probeerde om dit te bewijzen en dat hij om zich te verdedigen had betoogd dat hij opinies had geuit die niet bewezen moesten worden".

In de zaak Semik-Orzech had een Poolse journaliste over een advocaat in een grote fraudezaak geschreven dat hij zijn beroepsplichten niet was nagekomen en onvoldoende zorgvuldig was geweest. Ze was daarvoor in Polen veroordeeld en Straatsburg volgde Polen. "Het Hof maakt een onderscheid tussen feiten en opinies. Feiten kunnen bewezen worden, opinies niet…Maar een opinie zonder feitelijke basis kan excessief zijn." Polen vond dat de journaliste de advocaat had belasterd. Ze had haar opinie neergeschreven zonder de advocaat te contacteren en zonder de rechtbank te contacteren. Later weigerde ze een rechtzetting te publiceren. Straatsburg vond dat Polen gelijk had: "Hoe ernstiger een bewering in een opinie is, hoe steviger zijn feitelijke basis moet zijn. Een advocaat ervan beschuldigen dat hij zijn beroepsplichten niet nakomt is een ernstige bewering".

Beide zaken tonen aan dat het niet zeker is dat Straatsburg een vonnis als dit van Mechelen zou verbreken wegens een schending van de vrijheid van meningsuiting. Het is merkwaardig dat de eminente specialisten in het mediarecht niet ingaan op deze rechtspraak.

== Het blijft wachten op het arrest van het Antwerpse Hof van Beroep. Maar ondertussen rijst de vraag of het wel zo'n goed idee is om bij dit soort kleine persincidentjes over 1 euro moord en brand te schreeuwen. Bij de publieke opinie wordt ondertussen de indruk gewekt dat de pers vindt dat het verspreiden van (opinies op basis van) foute informatie, moét kunnen. En dat zal de geloofwaardigheid van de pers niet ten goede komen. En daar is het toch allemaal om te doen. Een beetje minder hysterie, een beetje minder campagne zou dus gepast zijn.

*****************************************

Lees ook:

Liégeois wil strenger optreden tegen perslekken

De perswet over het vermoeden van onschuld

Senaat stemt nieuwe wet op minnelijke schikking

*****************************************

Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.

*****************************************

Vastgoed

Jobs in de regio