De mozaïekwet over slachtoffers en wapens

Print
15 NOVEMBER 2012 - De Kamercommissie Justitie keurde vorige week de mozaïekwet voor Justitie goed. Mozaïekwetten zijn wetten waarin verschillende hervormingen op allerlei verschillende terreinen bijeen worden gebracht. De huidige wet maakt elektronisch toezicht mogelijk bij voorlopige hechtenis, ze verdubbelt de straffen voor geweld tegen buschauffeurs, ze geeft benadeelde partijen meer rechten en hervormt de wapenwet. Omdat deze onderdelen erg verschillend zijn, bespreken we ze in meerdere artikels. Dit is het laatste artikel in deze reeks. Het gaat over de rechten voor slachtoffers, de wapenwet, de hervorming van de wetgeving over gijzelingen en terroristische dreigingen en nog enkele punten. Het eerste artikel over elektronisch toezicht vindt U hier, en het tweede over strafverzwaring voor geweld tegen buschauffeurs hier.

1. MEER RECHTEN VOOR SLACHTOFFERS

Er komen meer rechten voor slachtoffers, zowel bij het parket als bij de onderzoeksrechter.

1.1. WAT ZEGT DE NIEUWE WET?

1.1.1. Bij het parket

== Hoe is het nu?

Momenteel kan iedereen tijdens een opsporingsonderzoek van de parketten bij de procureur-generaal vragen om het strafdossier in te zien. Uiteraard moet je dan wel weten dat er een opsporingsonderzoek loopt. De procureur-generaal mag die inzage weigeren. Dit "inzagerecht" is geregeld door een koninklijk besluit van 28 december 1950 over het tarief in strafzaken. In de praktijk beslissen momenteel de procureurs, behalve over fiscale zaken. Daar beslist de procureur-generaal nog zelf. In de praktijk is 85% van alle strafonderzoeken zijn opsporingsonderzoeken.

== Hoe wordt het?

In de toekomst zal het parket over alle zaken beslissen. In feite verandert er weinig, het komt alleen nu in een wet in plaats van in een KB. Voor fiscale strafzaken zal nu niet meer noodzakelijk de procureur-generaal beslissen, maar wel het "openbaar ministerie". Dat kan dus ook de procureur zijn.

1.1.2. Bij de onderzoeksrechter

== Hoe is het nu?

Bij een gerechtelijk onderzoek door een onderzoeksrechter kan alleen de verdachte, die officieel in verdenking is gesteld, én de burgerlijke partij inzage in het dossier vragen aan die onderzoeksrechter. Hij kan dat weigeren. Als deze twee partijen een kopie willen, dan moeten ze dat aan de procureur-generaal vragen.

Alle andere partijen of derden die inzage én kopie van een gerechtelijk dossier vragen moeten daarvoor terecht bij de procureur-generaal.

== Hoe wordt het?

Bij het gerechtelijk onderzoek zullen ook de benadeelde partij en de burgerlijk aansprakelijke partij inzage kunnen vragen bij de onderzoeksrechter. Waarom? "De benadeelde partij omdat zij dan op basis van de juiste informatie kan beslissen om zich al dan niet burgerlijke partij te stellen. De burgerlijk aansprakelijke partij omdat zij mogelijk alle kosten van de strafbare feiten van de verdachte moet betalen: ze moet dus ook inzage kunnen krijgen om haar claim te kunnen voorbereiden", zo legde minister Turtelboom uit.

Tegelijkertijd blijft het parket beslissen over vragen van derden, die niets met het gerechtelijk onderzoek te maken hebben. Het is dus niet de onderzoeksrechter die over verzoeken van derden beslist, maar wel het parket.

De inlichtingen die iemand krijgt door inzage in het dossier mag hij alleen gebruiken voor zijn persoonlijke verdediging. Hij moet het vermoeden van onschuld in acht nemen en ook de rechten van verdediging en het privéleven van derden respecteren.

Wie van het inzagezagerecht misbruik maakt (om iemand anders privacy of rechten te schenden of het onderzoek te belemmeren bv.), zal tot één jaar cel en 3.000 euro boete kunnen krijgen. Dat was al zo voor de verdachte en de burgerlijke partij, het wordt zo voor iedereen. Bovendien zullen die straffen voortaan ook gelden voor wie van het kopierecht misbruik maakt.

1.2. WAT WAS DE KRITIEK?

Wat was de kritiek op deze nieuwe wet? Er was kritiek van het college van procureurs-generaal én parlementaire kritiek.

1.2.1. Het college van procureurs-generaal

Het college van procureurs-generaal zag de nieuwe regeling alvast niet zitten. Het college protesteerde eerst en vooral omdat er geen enkel overleg met de parketten was geweest over dit onderdeel van het ontwerp. Het vreest dat het aantal "benadeelde personen" nog zal stijgen als die ook inzage kunnen vragen in gerechtelijke onderzoeken. "Om al die verzoeken af te handelen is er noch genoeg personeel, noch gepaste informatica. De verwachtingen zullen niet ingelost kunnen worden en dat zal tot secundaire victimisering leiden", zo schreef het college in een advies ondertekend door de Luikse advocaat-generaal Pierre Rans.

Het openbaar ministerie verwees voor zijn vrees naar de ervaringen met de nieuwe slachtofferwet. Die nieuwe slachtofferwet dateert van 30 november 2011, maar ze wordt pas op 1 januari 2013 van kracht. Door die wet wordt het makkelijker om het statuut van "benadeelde persoon" te krijgen. Een benadeelde persoon moet op de hoogte gehouden worden van de eventuele seponering van de feiten van zijn dader en van de redenen daarvan en ook van de dag waarop de dader voor de rechter komt. Momenteel kan je dat statuut alleen maar krijgen bij het parket. Vanaf 1 januari kan dat ook bij de politie. Bovendien zal de politie iedereen die een klacht indient, moeten informeren dat hij ter plekke het statuut van "benadeelde persoon" kan krijgen. De wet van 30 november 2011 was één van de voorstellen van de Kamercommissie over Seksueel Misbruik in de Kerk. Ze werd destijds zonder enige kennis van het cijfermateriaal, dat er nochtans was, ingevoerd. (Zie: hier, nvdr).

In 2010 telden de parketten 688.698 slachtoffers van misdrijven. Op 10 juli 2011 hadden 14.698 van deze slachtoffers het statuut van benadeelde partij gekregen, of 2,3% van alle slachtoffers. Van deze groep stelden zich achteraf 359 (2,44%) ook burgerlijke partij.

Op basis van een experiment in Gent zal het aantal personen dat verklaart een benadeelde partij te zijn door de wet van 30 november 2011 verelfvoudigen, zo meldt het college! In ieder geval zal dat cijfer nog verder vergroten als de benadeelde partij ook inzage in het strafdossier kan vragen bij de onderzoeksrechter. Dat kan momenteel immers niet.

Wat zijn de problemen dan?

== De gegevens over mensen die vanaf 1 januari bij de politie zeggen dat ze "benadeelde partij" moeten worden bezorgd aan het parket. Dat kan in vele gevallen niet via computer gebeuren, omdat de informaticasystemen niet op elkaar zijn afgestemd. In de jeugdbeschermingssector kan het in ieder geval nooit. Dus zal het gewoon "manueel" moeten gebeuren. Dat zal aanzienlijk meer personeel en middelen vergen, aldus de procureurs-generaal, die vrezen voor minstens 120.000 "benadeelde personen" per jaar.

== Het nieuwe voorstel van mozaïekwet geeft de benadeelde partij het recht om inzage in het dossier te vragen. Het parket kan dat weigeren, maar moet dat motiveren. "Dit is gezien het groot aantal dossiers momenteel onrealiseerbaar", zo schrijft het college. Het stelt voor om de weigering alleen te motiveren als de betrokkene daarom uitdrukkelijk vraagt, maar het parlement ging daar niet op in.

== Het voorstel zal volgens het college bovendien tot "secundaire victimisering" leiden. In dat geval worden slachtoffers voor een tweede keer slachtoffer door de manier waar op het gerecht hun dossier afhandelt. De mogelijkheid om dossiers in te zien zal grote verwachtingen kan scheppen, maar die zullen niet worden ingelost.

== Het voorstel zal ook meer personeel bij de justitiehuizen vergen. Want zij zullen al die benadeelde personen moeten bijstaan als zij het dossier gaan inzien. (De justitiehuizen worden door de staatshervorming overgeheveld naar de gemeenschappen, de federale overheid is niet van plan hierin nog veel te investeren, nvdr).

1.2.2. In het parlement

Tijdens het Kamerdebat noemde Kristien Van Vaerenbergh (V-VA) het inzagerecht in het opsporingsonderzoek "een lege doos" omdat niemand dit recht kan afdwingen. Ze pleitte voor een rechterlijke controle op de beslissing van het openbaar ministerie om inzage te verlenen of niet.

Ook bij de inzage in gerechtelijke dossiers stelde ze vragen: "Het inzagerecht voor de burgerlijke partij en de verdachte nu, is bedoeld om hen met kennis van zaken bijkomende onderzoeksdaden te laten vragen. Maar deze mogelijkheid staat niet in het ontwerp voor de benadeelde partij en voor de burgerlijk aansprakelijke partij. Wat is dan het nut van de invoering ervan?"

Van Vaerenbergh had grote twijfels bij het inzagerecht voor de burgerlijk aansprakelijke partij omdat werkgevers zo al heel vlug allerlei dingen over hun werknemers aan de weet kunnen komen, op een moment dat die nog niet noodzakelijk gecheckt zijn. Dat houdt risico's in.

Ze vreesde tenslotte dat journalisten strafbaar zullen worden als ze iets publiceren uit een kopie die een partij uit een gerechtelijk onderzoek heeft gekregen, omdat nu ook het misbruik van het kopierecht strafbaar wordt.

1.3. WAT ANTWOORDDE TURTELBOOM?

Wat antwoordde Turtelboom?

Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) zegde dat het college van procureurs-generaal criteria zal opstellen om te beslissen of een verzoek tot inzage moet worden ingewilligd of niet. "Het zal dus niet zo maar willekeurig gebeuren".

Ze stelde dat deze wetswijziging "geen belangrijke toename van de werklast" zal veroorzaken. "De benadeelde persoon kan immers nu al inzage in het dossier vragen aan de procureur-generaal. Er verandert - behalve voor fiscale zaken - amper iets aan deze regeling." Op de bedenking van Stefaan Van Hecke (Groen) dat er wel een en ander verandert voor de onderzoeksrechters ging de minister niet in.

Ze zegde verder dat de strafbepalingen voor het misbruik van het kopierecht niét gelden voor de journalist die later gebruik maakt van gegevens uit het dossier, maar wel voor de partij die hem de gegevens heeft bezorgd.

2. DE WAPENWET

De wapenwet wordt verstrengd. Ook voor historische, folkloristische en decoratieve (HFD-wapens) vuurwapens moet je voortaan een vergunning hebben. Dit is een van de verzuchtingen van het Vlaams Vredesinstituut, dat de wapenwet die na de racistische moorden van Hans Van Themsche van kracht werd evalueerde en haar grotendeels erg goede punten gaf. (Zie voor die evaluatie: hier, nvdr).

2.1. WAAROM DEZE WET?

Na de dodelijke schietpartij van Nordine Amrani op 13 december 2011 in Luik, waarbij zes doden vielen met inbegrip van Amrani zelf, besloot de regering om strenger op te treden tegen het gebruik van illegale wapens. Bij Amrani werd immers een heel arsenaal gevonden. Na dit incident kondigde de regering een reeks maatregelen af met betrekking tot het wapenbezit. Dit onderdeel van de mozaïekwet is daar één punt van. (Zie voor al deze maatregelen: hier, nvdr).

Momenteel mogen nog 300 historische en folkloristische vuurwapens vrij verkocht worden, omdat er zogenaamd geen munitie meer voor is. In deze categorie vallen niet alleen wapens die nog werken met buskruit en daarom totaal oninteressant zijn voor criminelen, maar ook een hele reeks oudere vuistvuurwapens. Maar dan blijkt na enkele maanden dat er munitie van uit het buitenland komt. En dan zijn die wapens plots toch weer bruikbaar. Dat mag niet meer. Daarom worden alle wapens vergunningsplichtig. Onder deze 300 wapens vallen: de Colt,de Nagant, de Mauser, de Smith & Wesson, de Walther. Zij zullen alleen mogen verkocht worden aan mensen met een wapenvergunning. Alleen "buskruitwapens" van voor 1870 zoals bv. een kanon blijven vrij verkrijgbaar. Ook geneutraliseerde vuurwapens vallen niet onder de regeling.

Deze verandering is lang niet mogelijk geweest omdat deze folkloristische wapens voornamelijk in dure collecties bij edellieden in Wallonië liggen. Zij vreesden dat de fiscus alles aan de weet zou komen als deze wapens vergunningsplichtig zouden worden.

Over dit onderdeel van de wet was in de Kamercommissie amper discussie.

2.2. HOE WORDT DE REGELING DAN?

Hoe wordt de regeling dan?

* Voor sport- en recreatieve schutters verandert er niets.

* Niet-erkende wapenverzamelaars met minder dan vijf vuurwapens moeten binnen de drie maanden "onveilige vuurwapens" (zoals de Colt, de Smith & Wesson, de Nagant e.d.) aangeven. De overige vuurwapens zullen ze binnen de twee jaar moeten aangeven. De politie zal controleren of het wapen geseind staat en of de aanvrager een gevaar voor de openbare orde vormt. Meer gebeurt er niet. Er is - in tegenstelling tot wat eerder werd meegedeeld - géén medische controle, géén theoretische of praktische proef, géén akkoord van huisgenoten nodig, géén wettige reden als bewijs om het wapen te hebben. De aangifteprocedure is gratis.

* Niet-erkende wapenverzamelaars met meer dan vijf vuurwapens kunnen een erkenning als wapenverzamelaar aanvragen. Ze moeten dan geen aangifte per wapen doen. Ze mogen die wapens verder aankopen, maar ze moeten ze inschrijven in een register en er zijn geen bijkomende beveiligingen.

* Wie wil deelnemen aan schuttersfeesten of historische of folkloristische activiteiten, kan dat nog altijd blijven doen, maar de wapens moeten wel worden aangegeven.

* Erkende wapenverzamelaars moeten geen aangifte doen per vuurwapen, maar ze alleen binnen de 30 dagen inschrijven in een register. Alleen als de verzamelaar meer dan 30 wapens bezit zijn er extra veiligheidsmaatregelen.

* Voor wapenhandelaars verandert er niets. Ze moeten wel alle vuurwapens binnen de 30 dagen inschrijven in een register.

* Op wapenbeurzen mogen nog enkel buskruitwapens, geneutraliseerde wapens en niet-vuurwapens verkocht worden.

3. TERRORISTISCHE GIJZELINGEN

3.1. DE NIEUWE WET

Bij grote gijzelings- en afpersingszaken mag de procureur in de toekomst bij ontdekking op heterdaad een telefoontap bevelen die langer duurt dan 24 uur. Nu moet die maatregel nog binnen de 24 uur bevestigd worden door de onderzoeksrechter.

Maar in de praktijk kan de huidige regeling grote problemen scheppen. Het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en Veiligheid heeft nl. een heel scenario ontwikkeld voor wie wat moet doen bij een terroristische gijzeling. Er komt een operationele cel en een beleidsstaf onder voorzitterschap van de premier en de federale procureur. Er zijn bindende richtlijnen over wie wat moet doen.

Daarom kiest men er voor om er niet onmiddellijk een onderzoeksrechter bij te betrekken, want dan neemt die het onderzoek over. Probleem is wel dat een telefoontap - hét middel om de gijzelnemers of terroristen te vangen - maar 24 uur mag duren zonder tussenkomst van de onderzoeksrechter. Die termijn wordt nu verlengd tot de gijzeling of terreurdreiging is opgelost.

3.2. WAAROM DEZE WET?

Waarom deze vraag?

== Omdat een onderzoeksrechter onder niemands gezag valt en zich dus niet gebonden moet voelen door de richtlijnen of eerder gemaakte afspraken met de terroristen. Dat kan in een crisissituatie grote problemen geven.

== Een onderzoeksrechter is bovendien niet opgeleid om dit soort operaties te leiden en hij heeft er de middelen niet voor, het federaal parket wel.

== Bepaalde beslissingen (zoals die over het neutraliseren van de gijzelnemers) mag de onderzoeksrechter niet zelf nemen, want dat moet het parket doen en andere taken dan onderzoekshandelingen (bv. onderhandelen met de gijzelnemers over het losgeld) mag de onderzoeksrechter al evenmin uitvoeren.

== Maar vooral: het kan grote problemen geven als er plots na 24 uur iemand helemaal anders aan de actie gaat leiden.

3.2. WELKE KRITIEK?

Op dit onderdeel was grote kritiek van Ecolo en MR. Juliette Boulet (Ecolo) vond dat te veel macht aan de parketten werd gegeven.

Marie-Christine Marghem (MR) verwierp de regeling, die volgens haar "een tekst van de parketten" is. "Wat is een heterdaadsituatie die langer dan 24 uur duurt?", zo riep ze uit. Ze vond dat deze regeling zeker niet bij afpersing mocht gelden, wees erop dat zijzelf "wél iets van recht kende in tegenstelling tot anderen", dreigde met een amendement om dit artikel te schrappen, maar uiteindelijk deed ze niets.

Minister Turtelboom gaf toe dat deze wetswijziging er komt op verzoek van het federaal parket, maar ze wees erop dat er "in crisissituaties een eenheid van leiding moet zijn. Ik zeg niet dat een onderzoeksrechter dat niet zou kunnen, maar hij komt pas tussen na 24 uur als al vele afspraken gemaakt zijn". Op de beledigingen van Marie-Christine Marghem ging de minister niet in.

4. DE OVERIGE PUNTEN

De mozaïekwet bevat nog een aantal andere punten, die we hier samen behandelen:

== Voortaan kan ook de procureur van de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank (SURB) een vrijgelaten gedetineerde die nieuw misdrijf pleegt, laten aanhouden. Nu kan alleen de procureur van de plaats waar de nieuwe criminele feiten worden gepleegd besluiten tot die aanhouding. Maar die plaats is niet noodzakelijk dezelfde als die van de SURB. Een vrijgelaten boef kan onder de SURB van Gent vallen, maar feiten plegen in Verviers. Tot nu toe was dan alleen de procureur van Verviers bevoegd, niet die van Gent. Dat kon tot problemen leiden omdat het ene parket niet wist wat het andere had gedaan. In de toekomst kunnen beiden de voorlopige aanhouding eisen: die van Verviers voor de nieuwe feiten, die van Gent voor de herziening van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. (Voor meer kritiek op de werking van de strafuivoeringsrechtbanken, zie: hier, nvdr).

== Als de aanhouding van een verdachte wordt verlengd door de raadkamer, dan zal zijn dossier in elektronische vorm ter beschikking kunnen worden gesteld aan de verdachte en zijn advocaat.

== De aangehouden verdachte moet niet meer persoonlijk verschijnen als raadkamer of Kamer van Inbeschuldigingstelling beslissen of zijn aanhouding wordt verlengd. Hij mag zich laten vertegenwoordigen door een advocaat. Als raadkamer of KI hem absoluut willen zien, dan moeten ze dat drie dagen vooraf melden. Er is geen beroep mogelijk tegen dat bevel.

== Ook wanneer een geldboete met uitstel wordt uitgesproken, zal de veroordeelde een opleiding kunnen volgen. Dat is nu niet zo en het schept problemen bij verkeerszondaars. In verkeersgeschillen staat vaak de boete centraal.

Voorts bepaalt de wet nu uitdrukkelijk dat bij probatie (als aan een straf met uitstel of een opschorting van de uitspraak voorwaarden worden gekoppeld, nvdr) altijd bepaalde voorwaarden verplicht zijn: geen nieuwe misdrijven plegen; een vast adres hebben; gevolg geven aan de oproepen van de justitieassistent en de probatiecommissie. Deze verplichte voorwaarden kunnen worden aangevuld met individuele voorwaarden om recidive te voorkomen of een begeleiding te organiseren.

5. BEDENKINGEN

5.1. De Kamercommissie Justitie had de grootste moeite om dit ontwerp goedgekeurd te krijgen. Te veel kamerleden komen immers niet meer naar de commissie of ze blijven er niet omdat ze door hun cumuls elders moeten zijn.

De zittingen van de Kamercommissie beginnen officieel om 10.15uur, maar in de praktijk is dat bijna altijd een half uur later. Een ontwerp van de regering kan echter niet wettig worden besproken als niet minstens 9 leden van de meerderheid in de Kamercommissie Justitie aanwezig zijn. Het debat over de mozaïekwet van Justitie moest bijna tien keer (!) worden stilgelegd omdat de meerderheid niet genoeg Kamerleden naar de Commissie had gestuurd. Dat is zeker ook voor justitieminister Turtelboom niet echt veel steun. Vooral Stefaan Van Hecke (Groen) was hierover heel verontwaardigd. "Dit is niet meer ernstig" zo luidde het. Hij kreeg daarvoor de steun van Kristien Vanvaerenbergh (N-VA) en Bert Schoofs (VB).

Kamercommissievoorzitster Sara Smeyers (N-VA) beloofde Van Hecke dat ze in de toekomst iedere zitting waarin de meerderheid na een kwartier niet voldoende in aantal is zal schorsen, zoals haar illustere voorganger Fred Erdman (sp.a) dat indertijd deed.

5.2. Mozaïekwetten zijn een slecht wetgevend systeem. Men zou beter ieder onderwerp in een aparte ontwerp behandelen. Bovendien zou veel tijd kunnen worden bespaard als een aantal punten, die nu in de Kamercommissie Justitie werden uitgelegd in antwoord op vragen, vooraf in de memorie van toelichting zouden worden opgenomen. Het blijft ook verbazen dat het parlement zo weinig rekening houdt met de adviezen die het zelf heeft opgevraagd en bovendien zo weinig oog heeft voor "evidence-based" werk. Over een aantal punten besliste de Commissie zonder wetenschappelijk of statistisch basismateriaal (bv. bij het onderdeel strafverzwaring en het onderdeel benadeelde partij), maar over een aantal andere punten (elektronisch toezicht) was dat gelukkig niet zo.


Vredesinstituut evalueert nieuwe wapenwet

Het Veiligheidsplan 2012-2015 en de wapenwet

Er is nog veel kritiek op de wet over de strafuitvoeringsrechtbanken


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************


Nu in het nieuws