De mozaïekwet over strafverzwaring

Print
12 NOVEMBER 2011 - De Kamercommissie Justitie keurde vorige week de mozaïekwet voor Justitie goed. Mozaïekwetten zijn wetten waarin verschillende hervormingen op allerlei verschillende terreinen bijeen worden gebracht. De huidige wet maakt elektronisch toezicht mogelijk bij voorlopige hechtenis, ze verdubbelt de straffen voor geweld tegen buschauffeurs, ze hervormt de wapenwet en geeft benadeelde partijen meer rechten. Omdat deze onderdelen erg verschillend zijn, bespreken we ze in meerdere artikels. Dit is het tweede artikel in deze reeks. Het gaat over de strafverzwaring voor leden van beroepsgroepen van algemeen nut. We gaan in op de discussie over deze nieuwe wet in zes vragen en formuleren drie bedenkingen. Het eerste artikel over elektronisch toezicht vindt U hier. Voor meer info over de rest van de mozaïekwet (rechten van slachtoffers, hervorming van de wapenwet, wet over terroristische dreiging e.d.) kan U dan weer hier terecht.

1. WAT IS DE AANLEIDING VOOR DEZE WET?

In een tweede belangrijk onderdeel van de mozaïekwet wil Annemie Turtelboom de maximumstraffen voor geweld tegen leden met een "beroep van openbaar nut" verdubbelen. Aanleiding hiervoor is het overlijden van Iliaz Tahiraj (56), een Brussels MIVB-controleur op 7 april jl. Hij deed vaststellingen en nam foto's bij een ongeval in de Brusselse havenbuurt. Hij kreeg toen één vuistslag in het gezicht van een vriend van de automobilist die het ongeval had veroorzaakt en overleed later daaraan. De vakbonden van het openbaar vervoer drongen toen aan op strafverzwaring voor agressie tegen hun personeel. Ook de cipiersvakbonden eisten dit jaar al meermaals een strafverzwaring voor geweld tegen penitentiair beambten.

2. WAT STELT TURTELBOOM VOOR?

De minister gebruikt de wet van 20 december 2006. Die voert een nieuw artikel 410 bis in het strafwetboek in en dat legt strengere minimumstraffen op voor geweld tegen leden van beroepsgroepen van openbaar nut: buschauffeurs, treinconducteurs, leraars, artsen, verplegers, OCMW-personeel, postbodes, ambulanciers, brandweerlui, kinesitherapeuten, verplegers, opvoeders in medisch pedagogische instituten e.d. (zie hier voor een uitvoerige bespreking van deze wet, nvdr). Voor geweldplegers tegen deze slachtoffers werden de minimumstraffen verdubbeld.

Wat verandert Turtelboom nu aan deze wet van 2006?

* Ze voegt personeelsleden van de gevangenissen en leden van het veiligheidskorps (dat gevangenen van en naar de raadkamer en de rechtbank moet vervoeren, nvdr) toe aan de lange lijst beroepsgroepen van openbaar nut die van een strafverwaring kunnen "genieten" als zij slachtoffer zijn van een geweldsmisdrijf. De strafverdubbeling geldt dus wél voor cipiers en leden van de gevangenisgriffie, maar niet voor personeel van bedrijven die eten komen brengen of renovatiewerken doen.

* Ze schaft de verdubbeling van de minimumstraffen voor geweld tegen leden van deze beroepsgroepen, die in 2006 werd doorgevoerd door artikel 410 bis van het strafwetboek, weer af.

* Ze voert een verdubbeling van de maximumstraffen door voor slagen en verwondingen als daar minder dan vijf jaar cel op staat. En ze verhoogt de straffen voor slagen en verwondingen waar meer dan vijf jaar cel op staat telkens met vijf jaar. Straffen van twintig jaar worden dertig jaar. Hiermee trekt ze de maximale celstraffen voor geweld tegen de beroepsgroepen uit de wet van 2006 gelijk met de maximumstraffen voor geweld wegens een discriminerend motief, die ze in een ander ontwerp wil verdubbelen. Dat laatste ontwerp is echter nog maar pas in de Kamer ingediend en moet dus nog gestemd worden. Het verdubbelt overigens ook de boetes met een maximum van 500 euro (X 6).

Alleen voor doodslag en moord is er geen strafverzwaring voor al deze beroepsgroepen.

Nemen we het voorbeeld van de voorbedachte slagen aan een cipier, buschauffeur, leraar, dokter e.d.. De maximumstraf daarvoor komt op 2 jaar bij een droge klap, op 5 jaar bij een mep met gewone arbeidsongeschiktheid, op 15 jaar bij blijvende arbeidsongeschiktheid, op 20 jaar als de dood volgt maar de dader niet het opzet had om te doden. Als de dader giftige stoffen heeft toegediend zonder dat hij zijn slachtoffer wilde doden, maar het stierf toch, dan komt de straf zelfs op dertig jaar.

3. WAAROM DOET TURTELBOOM DAT?

Volgens Turtelboom moeten de straffen in deze gevallen zwaarder zijn:

== Omdat "deze mensen de hoekstenen van de veiligheid in de samenleving zijn". Hen treffen is "niet alleen geweld plegen tegen een individu, maar het is ook een verstoring van de openbare orde".

== Omdat deze personen door hun functie meer risico lopen op geweld dan anderen.

== Omdat dit - wat de cipiers betreft - al afgesproken was met de vakbonden en kaderde in een algemene regeling om de veiligheid in de bajes te vergroten.

== Omdat de wet van 2006 die de minimumstraffen verhoogd heeft niet het beoogde doel heeft bereikt, want het geweld tegen deze groepen blijft stijgen.

4. OVER HOEVEEL GEVALLEN GAAT HET?

Om hoeveel gevallen gaat het? Er zijn twee soorten cijfers: politiecijfers en parketcijfers. Geen van beide werden tijdens de debatten ter beschikking gesteld, maar wel eerder gepubliceerd in antwoord op parlementaire vragen.

4.1. Politiecijfers

De cijfers die de politie registreert onder "geweld tegen beroepen van algemeen belang" zitten ingewikkeld in elkaar en staan in de politionele misdaadstatistieken verspreid over drie plaatsen. Op twee plaatsen zijn die cijfers dezelfde, op één plaats anders.

== Volgens het "detailrapport van de criminele figuren" stelde de politie tussen 2000 en 2011 een stijging van het aantal feiten van slagen en verwondingen tegen leden van beroepsgroepen van openbaar nut vast van 1.055 naar 2.690 (+ 154%). De "knik" in deze statistieken zit in 2008, hoewel de wet einde 2006 veranderde. Tussen 2007 en 2008 steeg het aantal geregistreerde feiten van 1.446 naar 2.428. Tussen 2010 en 2011 steeg het aantal geregistreerde feiten nog van 2.553 naar 2.690, of met 5,3%.

Ter vergelijking: volgens de politie steeg het totale aantal "slagen en verwondingen" tussen 2000 en 2011 met 37,8% tot 77.757 feiten. Tussen 2010 en 2011 steeg dit aantal nog met 0,2%.

Ook bij de "maandelijkse misdaadstatistieken" vind je deze zelfde cijfers.

== Maar elders berekent de politie het aantal geregistreerde misdrijven per wetsartikel. Op die plaats starten de feiten pas in 2007, want op dat moment werd de wet over de strafverzwaring voor beroepen van algemeen nut van kracht door de invoering van artikel 410bis in het strafwetboek. De politie telde in 2007 19 voltooide feiten en 1 poging: 20 in totaal. Die geregistreerde misdrijven tegen in 2011 tot 1.190 voltooide feiten en 11 pogingen:1.201 in totaal. In vergelijking met 2010 is er een stijging van 5,4%, in vergelijking met 2007 van liefst 5.905%. Maar die laatste stijging is natuurlijk verklaarbaar door het feit dat de wet traag maar zeker is doorgedrongen bij de mensen die ze moeten registreren. Ze kan onmogelijk uitsluitend aan een wijziging van het aantal feiten te wijten zijn.

In ieder geval moet worden vastgesteld dat er tussen beide soorten cijfers voor slagen en verwondingen tegen beroepen van algemeen nut een verschil is van ruim de helft: 2.690 feiten in 2011 volgens het "detailrapport van de criminele figuren" tegenover 1.201 feiten in 2011 volgens de "statistieken per wetsartikel". Dat verschil wordt niet verklaard. Bovendien blijkt het laatste cijfer van 1.201 feiten niet te kloppen met hetzelfde cijfer van de parketten (995 feiten) dat een vijfde lager is. En dat terwijl toch alle feiten aan de parketten worden gesignaleerd.

Wat een beroep van algemeen nut is wordt in de eerste reeks statistieken niet gedefinieerd. In de statistieken die over het wetsartikel 410 bis gaan, dat in 2006 werd ingevoerd, zijn die beroepen natuurlijk de beroepen uit de wet. Maar hoe zit het elders?

Het is ook niet geweten of de reeks "beroepen van algemeen nut" in het voorbije decennium hetzelfde bleef.

Er is geen opsplitsing naar beroepsgroepen gemaakt.

Door een censuurmaatregel van minister Milquet mag de politie geen misdaadstatistieken meer publiceren voor 2012. De reden hiervan is dat de pers deze cijfers "verkeerd interpreteert". De federale politie moet nu een duiding voor de cijfers uitwerken. Dit soort duidingen bestond eerder al, tot minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) ze afschafte omdat ze volgens de critici te veel op propaganda leek. Nooit ging echter een minister zover om de publicatie van misdaadcijfers gewoon te verbieden. Op deze censuurmaatregel kwam amper reactie in het parlement en ook de Journalistenbond of de politiebonden reageerden niet.

De bruikbaarheid van de politiecijfers wordt verminderd door al deze problemen. Waarom er een stijging van het geweld is, tegen welke beroepsgroepen en hoe groot die is, wordt niet duidelijk. Blijkbaar is de federale politie er na tien jaar nog niet in geslaagd om eenduidige criminaliteitscijfers op te stellen en dat overal op dezelfde wijze te doen. Merkwaardig genoeg kan ze voor de statistieken over het wetsartikel 410bis al evenmin dezelfde cijfers voorleggen als de parketten.

4.2. Parketten

De parketten registreren de overtredingen per wetsartikel. Deze cijfers stemmen zoals gezegd niet overeen met de cijfers van de politiediensten over hetzelfde wetsartikel, er is een verschil van een vijfde!

In 2010 en 2011 samen kregen de correctionele parketten 1.933 zaken binnen (vorig jaar alleen 995). Daarin waren 2.233 verdachten betrokken. In deze cijfers zijn smaad en weerspannigheid niét meegeteld, omdat dit andere wetsartikels zijn.

Op 10 juli 2012 was 41% van deze zaken zonder gevolg gerangschikt. Toch was al evenveel (39,1%) gedagvaard of veroordeeld. Beide cijfers zijn in vergelijking met andere misdrijven redelijk hoog.

Als het parket de feiten seponeert, dan gebeurt dat in twee op de drie gevallen om "opportuniteitsredenen": de vervolging is buiten verhouding tot het misdrijf (20;9%) , de dader heeft een blanco strafregister (10,6%), het is een eenmalig feit (13,3%). Er wordt dus slechts in een derde van de gevallen geseponeerd om technische redenen: er is onvoldoende bewijs (14,5%) of de dader is onbekend (8,3%). Ook deze verdeling van de motieven waarom niet vervolgd wordt is eerder uitzonderlijk.

680 verdachten waren al voor de rechter verschenen op 10 juli 2012. Dat gebeurde in 604 zaken, waarvan sommige over meerdere verdachten gaan. 77% van de zaken leidde tot een veroordeling en nog eens 12,2% tot opschorting van straf. In ruim de helft (50,3%) van de zaken werd een effectieve celstraf opgelegd. Dit zijn heel hoge percentages. Ze tonen aan dat het gerecht echt wel streng optreedt in dit soort dossiers. Slechts in 1,49% zaken werd de dader vrijgesproken.

Uit deze (helaas nog onvolledige) cijfers kan men wel als tendens afleiden dat het gerecht snel en streng optreedt tegen dit soort misdrijven.

5. WAT WAS DE KRITIEK OP HET ONTWERP-TURTELBOOM?

Het voorstel om de straffen te verdubbelen stuitte op veel kritiek van de raad van state en de advocatuur. De N-VA en Groen maakten die kritieken tot de hunne en stemden in de Kamercommissie Justitie dan ook tegen dit onderdeel van de mozaïekwet. Zij willen geen strafverzwaring voor geweld tegen mensen met beroepen van algemeen nut.

Wat waren de belangrijkste kritieken?

== Het ontwerp discrimineert: waarom moet iemand die een buschauffeur slaat dubbel zo zwaar gestraft worden als iemand die een winkelier op de hoek slaat? Zelfs met een goede motivering is de strafverzwaring nog "buiten verhouding", want er was al eerder een strafverzwaring waardoor de minimumstraffen werden verdubbeld. Dit ontwerp loopt het gevaar om vernietigd te worden door het Grondwettelijk Hof.

== De hiërarchie van de straffen wordt verstoord. De Raad van State gaf een voorbeeld. Het "toedienen van giftige stoffen met de dood tot gevolg, maar zonder het inzicht te doden" (artikel 404 Strafwetboek). Als voorbeeld kan gelden: iemand spuit pepperspray in de ogen van een buschauffeur en die overlijdt achteraf omdat hij een allergie had aan die spray. De straffen hiervoor komen op dertig jaar en worden dus even zwaar als die voor doodslag. Een misdrijf waarbij een dader iemand opzettelijk wil doden wordt dus even zwaar gestraft als een misdrijf waarbij een dader niet wil doden maar alleen maar verwonden. Bovendien moét dit feit hierdoor altijd voor assisen komen. Dat kon volgens de Raad van State niet en niet alleen N-VA en Groen sloten zich daarbij aan, maar eigenlijk ook CD&V en PS. Beide meerderheidspartijen bleken in de Kamer heel koele minnaars van dit ontwerp, dat ze alleen maar goedkeurden op voorwaarde dat er een studie komt over de straffen voor alle geweldsdelicten én hun hiërarchie en logica. N-VA en Groen stemden tegen de strafverzwaring in deze gevallen.

Het college van procureurs-generaal had evenwel geen fundamenteel bezwaar tegen de strafverdubbelingen. Maar het wees wel op een aantal onlogische punten: zo blijven de boetes voor geweld tegen politiemensen hoger dan die voor geweld tegen leden van een beroep met algemeen nut; zo vallen cipiers en leden van het veiligheidskorps nu al onder de strafverzwaringen die ook gelden voor politiemensen (artikel 280 Strafwetboek) en komen ze nu nog eens in het artikel 410bis, met verschillende bestraffingsmogelijkheden; de vergiftiging zonder het opzet te doden (artikel 404 Strafwetboek) leidt tot een strafverzwaring bij leden van beroepen met een algemeen nut, maar niet bij de politie.

== Het ontwerp-Turtelboom wijkt af van de basis van ons strafrecht. Dat koppelt de zwaarte van de straf aan de schuld van de dader, niet aan het beroep van het slachtoffer. Aldus de Franstalige advocaten.

== Het strafrecht wordt alweer ingewikkelder. Het college van procureurs-generaal wees hierop omdat de straffen voor leden van beroepen van openbaar nut al in 2006 én 2010 waren gewijzigd en nu dus weer. Omdat een verdachte dader altijd geniet van het voor hem best mogelijke systeem, zullen er na deze wet drie verschillende regelingen zijn in lopende zaken. Dat maakt het er niet makkelijker op.

== Dit is een steekvlamwet. Het is een emotionele reactie op een faits divers en dat is geen goede basis voor een degelijke wetgeving, zo vonden de advocaten, N-VA en Groen.

== De wet zal het geweld tegen deze beroepsgroepen niet doen verminderen, ze heeft geen enkel preventief effect. De eerdere strafverzwaring wees dit al uit. En wat hebben de slachtoffers hier dan aan? Aldus N-VA en Groen.

== Als het geweld tegen deze beroepsgroepen dan toch zo belangrijk is, maak er dan een prioriteit van bij het vervolgingsbeleid of bij de uitvoering van de straffen. Het schoentje knelt daar want straffen onder de drie jaar worden nog amper uitgevoerd. Aldus N-VA en Groen.

== Problemen waren er ook met het onderdeel over cipiers en leden van het veiligheidskorps. Als deze mensen slachtoffer worden van een geweldsmisdrijf dan genieten ze al van een strafverzwaring, net zoals dat bij de politie het geval is. Aldus CD&V en N-VA.

6. WAT ANTWOORDDE TURTELBOOM?

Hoe reageerde Turtelboom?

* Minister Turtelboom herhaalde dat geweld tegen "hoekstenen van de veiligheid in onze samenleving zwaarder mag bestraft worden". Ze zegde dat ze deze strafverzwaring al had afgesproken met de cipiers en "ik sta daar volledig achter". Turtelboom beloofde wel dat ze aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) een rapport over de hiërarchie van de straffen zal vragen en dat dan in het parlement zal bespreken.

* De minister diende bovendien een amendement in om het mogelijk te maken dat personen die "giftige stoffen hebben toegediend zonder het opzet te doden maar met de dood tot gevolg" voor de correctionele rechtbank kunnen verschijnen. Daarvoor wordt de wet op de verzachtende omstandigheden gewijzigd. De meerderheid keurde dit amendement ook goed.

Merkwaardig gevolg: als parket of raadkamer dit doen, dan komt de straf opnieuw van 30 jaar op 20 jaar. Zo hoog is ze nu al. Door de correctionalisering wordt de strafverzwaring uit deze wet dus te niet gedaan. Of dit voldoende zal zijn om een vernietiging door het grondwettelijk hof te voorkomen, is maar de vraag. Want de straf voor een opzettelijke doodslag blijft even zwaar als de straf voor iemand die alleen maar opzettelijk wil verwonden.

7. BEDENKINGEN

1. Dit ontwerp is zeker niet "evidence based". Zoals we hoger aantoonden is dat ook niet zo evident, gezien de gebrekkige politiestatistieken. Maar die gebrekkige statistieken hebben maar weinig parlementsleden gestoord. Sommigen vroegen er wel naar, maar toen ze die niet onmiddellijk kregen, lieten ze het maar zo.

Het ontwerp is duidelijk "emotion based". Het kwam tot stand op basis van een emotioneel hoog oplopende discussie na het overlijden van een buschauffeur en ook onder druk van de cipiersvakbonden. Dat is nooit een goede basis voor degelijke wetgeving. Overal werd toen gezegd dat het gerecht "amper" optreedt tegen dit soort geweld, dat het te traag optreedt en te weinig straft. Uit de cijfers van het parket-generaal blijkt echter dat justitie snel en streng optreedt tegen dit soort geweld.

2. Minister van Justitie Annemie Turtelboom deed met dit ontwerp een loffelijke poging om diverse strafverzwaringen die overal verspreid in het strafwetboek staan of nog moeten komen, wat te harmoniseren. Ze koppelde dit voorstel aan haar voorstel over strafverzwaring voor homofoob geweld. Maar toch is die strafverzwaring niet volledig geslaagd, zoals ook het college van procureurs-generaal al opmerkte. Twee voorbeelden.

== Zo geldt de strafverzwaring niét voor politiemensen die overlijden nadat iemand pepperspray in hun gezicht spoot, zonder dat de dader hen daarmee wilde doden (artikel 404 Strafwetboek). Ze geldt in dat geval wél voor buschauffeurs, leraars en postbodes, die feitelijk gezien toch minder risico hierop lopen. Voor cipiers geldt ze ook volgens artikel 410 bis, hoewel ze dan weer niet geldt volgens artikel 280 dat de straffen voor politiemensen verzwaart. Hoewel dit allemaal in de praktijk weinig gevolgen zal hebben omdat er voor de politie ook de artikelen voor weerspannigheid zijn, toch is het op wetgevend gebied niet fraai.

== Een tweede voorbeeld betreft de strafverzwaringen voor discriminerend geweld. Daar verdubbelen niet alleen de maximale celstraffen, maar ook de maximale boetes. Er is geen motivering waarom dat niet gebeurt bij gebeurt in dit ontwerp, bij geweld tegen leden met een beroep van openbaar nut.

3. De motivering van deze strafverdubbelingen blijft onvoldoende uitgewerkt. En de vraag of men niet beter alle slagen en verwondingen aan iedereen op dezelfde manier zou bestraffen, ongeacht iemands beroep en ongeacht het motief van de dader, en of men niet beter die straffen dan voor alle slagen en verwondingen aan iedereen zou verzwaren, blijft onbeantwoord.


*****************************************


Lees ook:

Turtelbooms voorstellen over strafverzwaring

De wet van 2006 verdubbelt de minimumstraffen voor geweld tegen buschauffeurs

De straffen voor geweld tegen de politie worden verzwaard

Over zinloos geweld


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************


Nu in het nieuws