Regels voor wachtuitkering kloppen niet met Europees recht

Regels voor wachtuitkering kloppen niet met Europees recht

Regels voor wachtuitkering kloppen niet met Europees recht

Print
De Belgische regeling voor de wachtuitkeringen voor werkzoekende schoolverlaters klopt niet met het Europees recht. Dat heeft het Europees Hof van Justitie zopas beslist.

Luxemburg moest oordelen over de zaak van Déborah Prete. Deze Franse sloot in 2000 haar studies in Frankrijk af. In juni 2001 huwde zij met een Belg en ging in Doornik wonen. Ze schreef zich als werkzoekende in en vroeg een wachtuitkering aan. Dat is een soort van dop voor werklozen op zoek naar hun eerste betrekking. Prete kreeg geen wachtuitkering omdat ze niet ten minste zes jaar gestudeerd had in een Belgische school.

Prete betwistte die beslissing, ze legde ze voor aan het Hof van Cassatie. En dat legde het probleem op zijn beurt voor aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg.

"Werkelijke band"

Volgens het Europees Hof zijn wachtuitkeringen "sociale uitkeringen die de overgang van studie naar beroepsleven voor jongeren vergemakkelijken". Het is nodig dat er een "werkelijke band" bestaat tussen de aanvrager en de arbeidsmarkt waar hij wil werken. Zo'n band kan zijn: in de lidstaat wonen, getrouwd zijn met iemand van de lidstaat, al meer dan een jaar werk zoeken.

De Belgische wet stelt alleen als voorwaarde dat een aanvrager minstens zes jaar in België heeft gestudeerd en dat klopt niet met de Europese regels, vindt Luxemburg. Het Belgische Hof van Cassatie moét met deze visie rekening houden en Prete zal dus een wachtuitkering krijgen. Bovendien zal België zijn wet moeten veranderen.

JDW

MEEST RECENT