CGKR: het migratierapport voor 2011

Print
28 JUNI 2012 - In 2010 kreeg België 84.908 nieuwe legale migranten bij. Dat is iets meer dan het aantal inwoners van Mechelen. Het aandeel van de migranten die komen om te werken daalt verder. Gezinshereniging blijft het belangrijkste motief om naar België af te zakken. Dat blijkt uit het nieuw migratierapport over het jaar 2011 van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) dat vandaag werd voorgesteld. Het CGKR becritiseert de wet op de gezinshereniging omdat ze ernstig zieken, bejaarden, gehandicapten en kinderen discrimineert. Het wil ook meer rechten voor illegalen die in beroep gaan tegen hun verwijdering uit het land: zo moet de raadkamer kunnen oordelen of die gedwongenverwijdering wel proportioneel was en dat kan ze nu niet.

Dit artikel heeft elf onderdelen: eerst geven we de belangrijkste cijfers van de migratie. Daarna gaan we achtereenvolgens in op de problemen bij: het uitreiken van visa; asiel; medische regularisatie; gezinshereniging; arbeid en tewerkstelling; regularisatie van illegalen; verwijdering van illegalen; de snel Belgwet. Dan behandelen we nog enkele andere punten samen en geven een paar bedenkingen.

1. DE CIJFERS

In 2010 kreeg ons land 140.375 nieuwe legale immigranten binnen. Dat zijn er 11% meer dan in 2009. De emigratie is in 2010 gedaald, het migratiesaldo (immigranten min emigranten) bedroeg in 2010 84.908. België kreeg er in 2010 dus vanuit het buitenland een gemeente zoals Mechelen bij aan migranten. Bovendien ligt het migratiesaldo een kwart (23%) hoger dan in 2009. Toen kwam er "nog maar" een stad zoals Genk extra aan migranten bij.

De meeste immigranten (63% in 2009) komen uit Europa (waarvan 34% in de vijftien kernstaten, 19% uit de 12 nieuwe lidstaten en 10% uit andere Europese landen met inbegrip van Turkije).

Gezinshereniging is de belangrijkste reden waarom derdelanders (immigranten van buiten de EU) naar België komen: 42,4% komt om familiale redenen (tegen 29,5% in de hele EU). Bij Marokkanen en Turken is dat zelfs respectievelijk 75% en 62,3%.

De tweede belangrijkste reden is humanitair: 17,7% krijgt een verblijfsvergunning om die reden. Bij Armeniërs, Congolezen, Seriviërs en Russen ligt dat percentage boven de 20%.

In de twaalf nieuwe EU-landen (EU-12) en in Zuid-Europa zijn economische motieven de belangrijkste reden om te migreren. In België is dat slechts 6,1% (tegen 60,4% in de EU-12, 50,5% in Zuid-Europa en 33,5% in de hele EU-27). Vooral Indiërs, Amerikanen en Chinezen komen naar hier om te werken.

Ook studenten trekken wij niet aan: slechts 8,4% van de immigranten komt naar hier om te studeren (tegen 20,2% in EU-27).

Kortom: België heeft vooral een passieve migratie, die geld kost, en een kleine actieve migratie, die geld opbrengt.

Wat is nu de stock? Op 1 maart 2010 telde België 1,9 miljoen inwoners die hier als vreemdeling geboren zijn (18% van de totale bevolking). Eén miljoen (10%) hadden een vreemde nationaliteit. 68% van de bewoners van België met een vreemde nationaliteit komt uit de EU. De Italianen (15,7%), de Fransen (13,3%) en de Nederlanders (12,7%) prijken bovenaan. Bij de geboren vreemdelingen die op 1 maart 2010 Belg waren, staan de derdelanders bovenaan: Turken (74% van hen waren waren Belg geworden), Rwandezen (73,3%), Chilenen (72,4%), Marokkanen (70,8%).

2. VISA

2.1. VASTSTELLINGEN

Over het uitreiken van visa stelt het CGKR vast:

* De meeste visa zijn visa voor kort verblijf (86% van de 260.928 beslissingen over aanvragen van visa in 2011).

* De meeste beslissingen over visa zijn positief (85% voor visa van kort verblijf, 75% voor visa van lang verblijf).

* Een derde van alle visa voor gezinshereniging werd geweigerd, een vierde van de visa om studies voort te zetten eveneens.

* Visa voor kort verblijf worden vooral aangevraagd door Indiërs (25%) en Russen (10,3%). Visa voor lang verblijf door Marokkanen (11,7%) en Indiërs (8,8%).

2.2. WAT MOET VERANDEREN?

Wat wil het CGKR veranderen?

== Er moet een maximumtermijn in de wet komen, waarbinnen familieleden van Belgen en EU-burgers een visum voor lang verblijf moeten krijgen.

== Het CGKR wil ook dat België altijd een visum aflevert na zes maanden, ook als er een onderzoek naar een schijnhuwelijk loopt.

3. ASIEL

3.1. VASTSTELLLINGEN

In 2011 vroegen 32.270 personen asiel in ons land. Merkwaardig is dat de serieuze toename van het aantal asielzoekers samengaat met een even sterke toename van de legale migratie.

De invoering van het statuut van "subsidiaire bescherming" vermindert het aantal vluchtelingen niet. Beide groepen stijgen.

Vorig jaar werden 23,5% als vluchteling erkend.

De procedure verloopt sneller: in 2011 nam het CGVS 45,8% meer beslissingen dan in 2010. Vooral in de laatste maanden van 2011 valt deze versnelling op.

Er kwam ook een prioritaire behandeling voor asielverzoeken uit Armenië, de Balkan en Guinée.

Het aantal niet-begeleide minderjarigen dat asiel aanvroeg steeg met liefst 84%: van 896 (2010) naar 1.649 in 2011. In datzelfde jaar werden 3.258 personen als minderjarige gesignaleerd bij de Dienst Voogdij. Een kwart (705) bleek niet minderjarig te zijn.

3.2. WAT MOET VERANDEREN?

Binnen de EU werkte het CGKR mee aan een commissie over de opvang van asielzoekers. Die besloot onder meer dat asielzoekers en mensen met een subsidiaire bescherming onder dezelfde voorwaarden opvang moeten krijgen. Detentie van asielzoekers moet de allerlaatste maatregel zijn en een aanvraag om subsidiaire bescherming moet je ook vanuit de territoriale wateren kunnen indienen.

4. MEDISCHE REGULARISATIE

Het CGKR wijst erop dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg België veroordeeld heeft omdat omdat er geen volwaardig beroep mogelijk is tegen een beslissing waarbij een regularisatie om medische redenen wordt geweigerd.

Ter zakte wijst onderzoek van Steven Bouckaert uit dat de Belgische rechtbanken zich soepeler opstellen tegenover illegalen die om medische redenen geregulariseerd willen worden dan Straatsburg. Voor Straatsburg moet de ziekte onomkeerbaar en terminaal zijn. Voor het Belgische gerecht moet ze slechts voldoende ernstig om een verblijfsvergunning te krijgen. Het volstaat dat de ziekte door de verwijdering uit het land snel zal verergeren of dat gespecialiseerde medische zorg nodig is.

Het CGKR geeft geen cijfers over de concrete toepassing van de medische regularisatie. "Er is te weinig informatie beschikbaar". Het denkt wel dat het aantal aanvragen toeneemt omdat de aanvragers een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen én financiële steun van het OCMW. Het CGKR geeft toe dat er misbruiken zijn, maar vindt dat het geen oplossing is om de verblijfsvergunning of de financiële steun af te schaffen in de periode dat de ziekte wordt onderzocht. Een alternatieve oplossing wordt niet voorgesteld.

Er moet een studie komen over de mate waarin "het medisch zorgverkeer" (zeg maar: het medisch toerisme) een effect heeft op de medische regularisatie.

5. GEZINSHERENIGING

5.1. VASTSTELLINGEN

In 2010 kwamen 41.336 personen naar België via de gezinshereniging. 19% (8.060) waren familieleden van derdelanders, 36,3% (15.022) familieleden van Belgen en 44% (18.254) familieleden van EU-burgers. Voor 2011 zijn er nog geen volledige cijfers, betoogt het CGKR.

Voor 2011 zijn er wel gegevens over "eerste verblijfstitels". Dat zijn de documenten die een vreemdeling krijgt als hij voor de eerste keer in België toekomt. Iemand die als asielzoeker binnenkwam en zo een verblijfsvergunning kreeg kan immers later een verblijfsvergunning als geregulariseerde illegaal krijgen of in het kader van gezinshereniging. De totale cijfers voor gezinshereniging zijn dus hoger dan de cijfers voor mensen die gezinshereniging als "eerste verblijfstitel" kregen.

Tussen 2008 en 2009 steeg het aantal "eerste verblijfstitels gezinshereniging" met een derde (tot 28.523), maar die tendens zet zich niet door in 2010 (26.420). Voor het eerst zijn de herenigden met een derdelander die hier al woont vooral kinderen (58%). Dat geldt niet bij Marokkanen en Turken, waar het nog steeds de echtgenoten blijven, maar wel bij Congolezen, Russen, Macedoniërs en Kosovaren. En in totaal - EU-burgers en derdelanders samen dus - blijven de grote meerderheid van de mensen die een eerste verblijfstitel krijgen voor gezinshereniging echtgenoten (58%).

5.2. WAT MOET VERANDEREN?

== Het CGKR is niet tevreden over de nieuwe wet op de gezinshereniging, omdat die "Belgen discrimineert in vergelijking met andere EU-burgers". (Wat deze wet en de eerdere kritieken van het CGKR erop zeggen, vindt U hier, nvdr).

== Het Centrum gaat ook niet akkoord met het "inkomensvereiste". Volgens de nieuwe wet moet de persoon die iemand laat overkomen een inkomen hebben dat minstens 120% van het leefloon bedraagt. Volgens het CGKR mag dit maar maximaal 100% zijn, want anders wordt het proportionaliteitsbeginsel geschonden. Het CGKR verwijst daarvoor naar de conclusie van advocaat-generaal Sharpston in de zaak Chakroun voor het Luxemburgse Hof van Justitie op 10 december 2009. Het Luxemburgse Hof volgde Sharpston evenwel niet, maar het CGKR wil dat wel doen.

Het inkomensvereiste leidt bovendien tot allerlei discriminaties, meent het CGKR. Bepaalde inkomens, zoals een leefloon, een wachtuitkering, een gezinsbijslag tellen niet mee om die grens van 120% te berekenen. "Daardoor kunnen ernstig zieke personen, bejaarden en gehandicapten bijna nooit aan die grens komen. Zij kunnen dus maar zelden een familielid laten overkomen. Een gehandicapte kan dat alleen als hij definitief een stuk van zijn autonomie kwijt is. Gehandicapte derdelanders die in het Vreemdelingenregister zijn ingeschreven komt sowieso niet in aanmerking om iemand te laten overkomen", zo luidt het.

Er is ook een discriminerende behandeling van kinderen op drie vlakken.

* Op basis van het huwelijk (of het geregistreerd partnerschap) van de ouders: minderjarige kinderen van een gehuwd koppel worden beter behandeld dan minderjarige kinderen van een niet-gehuwd koppel. In het eerste geval geldt de inkomensvoorwaarde niét als de vreemde ouders recht hebben op onbeperkt verblijf, in het tweede geval geldt ze wel. Dit druist in tegen het arrest-Marckx van 13 juni 1979.

* Op basis van de nationaliteit van de ouders. (Genaturaliseerde) Belgen moeten volgens het CGKR altijd aantonen dat ze geld genoeg hebben om hun kinderen te laten overkomen. Maar voor andere groepen is dat niet altijd zo.

* Op basis van de juridische status van het verblijfsrecht van hun ouders. Als een derdelander een onbeperkt verblijfsrecht in België heeft, dan moet hij niet bewijzen dat hij voldoende geld heeft, als hij maar beperkt in België mag verblijven, dan moet hij wel aantonen dat hij voldoende geld heeft.

Het CGKR wenst dat deze discriminaties van kinderen onmiddellijk worden weggewerkt, omdat ze niet stroken met de Straatsburgse rechtspraak én met het Verdrag voor de Rechten van het Kind.

6. ARBEID

6.1. VASTSTELLINGEN

In 2010 kregen 4.134 derdelanders (dus: van buiten de EU) een eerste verblijfsvergunning om hier te komen werken. In 2008 waren er dat nog 7.097. De arbeidsmigratie wordt dus meer en meer marginaal, maar het CGKR voegt hieraan toe dat een aantal arbeidsmigranten nu mogelijk in de statistieken over geregulariseerde illegalen zit (door de grote regularisatiegolf van einde 2009). Bijna de helft van deze arbeidsmigranten komt uit Azië, een vijfde uit India.

Het CGKR meent dat de daling van het aantal arbeidsmigranten minder groot is dan men gezien de economische crisis zou kunnen verwachten.

6.2. WAT MOET VERANDEREN?

Het Centrum stelt dat arbeidsmigratie zeer belangrijk kan zijn om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Maar alleen onder bepaalde voorwaarden. De migranten moeten dan werken en in België werkt slechts 40,9% van de derdelanders op beroepsleeftijd, terwijl het Europees gemiddelde rond de 60% ligt. In België valt vooral op dat amper een vierde van de vrouwelijke derdelanders werkt. Bovendien wijzen de statistieken in België ook op een te grote kloof (10,6%) tussen de werkloosheid van mensen die in België geboren zijn en mensen die elders geboren zijn. In Frankrijk is dat verschil slechts 6%, in Nederland 4,3%. Nog erger is het verschil van 20% tussen de werkloosheid van jongere allochtonen (20-29 jaar) en hun autochtone leeftijdsgenoten. Hieraan moet dringend iets gedaan worden.

7. REGULARISATIE VAN ILLEGALEN

7.1. VASTSTELLINGEN

In 2011 werden 9.509 illegalen geregulariseerd. Een kwart van de aanvragen werd goedgekeurd. Voor het eerst waren er meer aanvragen tot medische regularisatie dan tot regularisatie om humanitaire redenen. Slechts 5,5% van de aanvragen tot regularisatie om medische redenen werd goedgekeurd.

In 2011 werden vier op de tien illegalen geregulariseerd omdat ze hier "duurzaam lokaal verankerd zijn" en één op de vijf omdat ze werk of uitzicht op werk hadden. Dat laatste is een verdrievoudiging in vergelijking met 2010.

7.2. WAT MOET VERANDEREN?

Het CGKR stelt vast dat nog altijd illegalen worden geregulariseerd op basis van de instructie van 19 juli 2009 die door de Raad van State werd vernietigd. Het CGKR wil niet dat men via rondzendbrieven illegalen regulariseert. De criteria op grond waarvan een illegaal toch een verblijfsvergunning krijgt moeten in een wet of een Koninklijk Besluit komen. Daarnaast moet de minister nog altijd mensen die niet in aanmerking komen toch kunnen regulariseren.

8. VERWIJDERING VAN ILLEGALEN

8.1. VASTSTELLINGEN

In 2011 grepen de politiediensten 18.691 illegalen bij de lurven. 81% kreeg een bevel om het grondgebied te verlaten, 8% werd onmiddellijk gerepatrieerd en nog eens 11% werd in een gesloten centrum gestopt in afwachting van een repatriëring. Bij illegale Serviërs gaat 55% naar een gesloten centrum, bij Armeniërs 61%, bij Kosovaren zelfs 74%. Maar bij Afghanen slechts 13%, bij Irakezen 11%, bij Algerijnen, Palestijnen en Iraniërs slechts 5%. De kans op repatriëring verschilt dus enorm al naargelang de nationaliteit. Het CGKR geeft hier geen verklaring voor.

In 2011 telde het CGKR 10.313 verwijderingen en vrijwillige vertrekken van illegalen. Opmerkelijk waren vier tendensen:

* Zo steeg het aantal terugdrijvingen van illegalen aan de grens, die dus België niet binnen mogen, tot 2.735. Dat cijfer was sinds 2003 niet meer bereikt. 17% van deze groep betrof Albanezen. De verklaringen die het CGKR hiervoor geeft zijn onuitgewerkt en niet altijd begrijpelijk. Twee voorbeelden: "de evolutie van het luchtverkeer naar België (aantal passagiers, landen van herkomst)" en "de gevolgen van markante gebeurtenissen zoals het failliet van Sabena". De lezer heeft er het raden naar wat dit betekent. De derde reden (striktere controles van de reizigers in de herkomstlanden) is wel begrijpelijker.

* Het aantal "Dublinterugnames" (verwijderingen van vreemdelingen die hier asiel aanvragen nadat ze dat eerst in een ander EU-land hadden gedaan en die naar dat land worden teruggestuurd, nvdr) bleef tussen 2007 en 2011 nagenoeg constant (907 versus 1.067). Dat is markant omdat het aantal asielzoekers in die periode serieus steeg. Het CGKR geeft geen verklaring hiervoor.

* Het aantal repatriëringen bedroeg 3.708, waarvan 1.067 Dubliners, iets meer dan in 2010 (3.586). Het aantal repatriëringen van nieuwe onderdanen uit de EU is enorm gedaald: - 44% voor de Roemenen en Bulgaren tussen 2010 en 2011. Dat komt omdat die onderdanen nog alleen worden gerepatrieerd als ze een gevaar zijn voor de openbare orde of in het zwart werken. De daling werd echter gecompenseerd door een verviervoudiging van het aantal repatriëringen van Armeniërs, een verdrievoudiging bij de Albanezen, een verdubbeling bij de Serviërs, Kosovaren, Afghanen, Guineeërs en Tunesiërs. Maar bij drie vierde van de repatriëringen van deze laatste twee groepen gaat het om Dubliners.

* Het aantal vrijwillige vertrekken steeg tot 3.870 met iets minder dan een derde in vergelijking met 2009 (3.094), het hoogste cijfer sinds 2000.

8.2. WAT MOET VERANDEREN?

== Het CGKR is blij dat er een nieuwe wet is die plaatsing van illegalen met kinderen in gesloten centra verbiedt. Maar als het niet anders kan mag dit nog "voor een korte periode" en "in een aangepaste plaats". Deze begrippen worden niet gedefinieerd en dat lijdt tot willekeur. Dit kan niet.

== Illegalen die opgesloten worden kunnen daartegen in beroep gaan bij de raadkamer. Die kan echter alleen oordelen of de opsluiting volgens de wettelijke regels verliep, niet of ze gepast was. Het CGKR vindt dat de raadkamer ook moet kunnen oordelen of de opsluiting wel "evenredig" was.

De overheid moet volgens het CGKR aantonen dat geen lichtere vorm van dwang mogelijk was om hetzelfde doel (verwijdering uit het land) te bereiken. De overheid moet duidelijk maken of er een risico op onderduiken was en of de vreemdeling zich tegen de terugkeer heeft verzet. En de raadkamer moet dat ook kunnen controleren. Dat is nu niet het geval, want het Hof van Cassatie vindt uitdrukkelijk dat dit niet moet. Maar het CGKR verwijst naar arresten van het Europees Hof in Straatsburg (M.S. tegen België op 31 januari 2012, Yoh-Ekale Mwanje tegen België op 20 december 2011).

9. SNEL BELGWET

In 2010 werden 42.802 buitenlanders Belg, zo'n 2.000 meer dan in 2009. 3.836 onder hen (9%) werden door de Kamer genaturaliseerd.

Het CGKR heeft forse kritiek op het voorstel van de Vlaamse partijen om de snel Belgwet te verstrengen. Het vindt dat er minstens één procedure om Belg te worden moet zijn, waarbij niet moet worden aangetoond dat de buitenlander één van de landstalen kent. Wie bv. 10 jaar ononderbroken in België verblijft zou in dat geval kunnen zijn, meent het CGKR. Omdat je al veel eerder de Belgische nationaliteit kan krijgen als je wél één van de landstalen kent, zal dit volgens het CGKR de buitenlanders stimuleren om een landstaal te leren.

10. DIVERSEN

* Het CGKR is blij dat illegalen nu een bankrekening kunnen openen, dat illegale slachtoffers van zwaar opzettelijk geweld een schadevergoeding van het Fonds voor Hulp aan Slachtoffers kunnen krijgen en dat het regeerakkoord vrijwilligerswerk wil mogelijk maken voor derdelanders, ook als ze niet mogen werken in ons land.

* Het CGKR is evenwel boos omdat de Vlaamse regering eist dat mensen die volwassenenonderwijs volgen legaal in het land moeten zijn. Deze maatregel is volgens het CGKR buitensporig en het is niet aan het onderwijs om het falende migratiebeleid van de federale overheid op te vangen. Bovendien krijgen jonge kinderen van illegalen wél onderwijs, maar volwassenen dan niet.

* Ook het OCMW van Antwerpen krijgt een veeg uit de pan. Dat OCMW wil steuntrekkers die nooit meer een baan kunnen vinden een aanvullende toelage geven. Maar dat geldt alleen voor mensen die zijn ingeschreven in Bevolkingsregister. Hierin zitten naast de Belgen alleen de gevestigde vreemdelingen en EU-burgers die het statuut van "langdurig ingezetene" hebben verkregen, niet de andere vreemdelingen die niet meer geactiveerd kunnen worden. Dit onderscheid kan niet, meent het CGKR.

* Het CGKR vindt het een goed idee om één migratiewetboek op te stellen. Dat moet de regels begrijpelijker en doorzichtiger maken. Het moet ook de rechtszekerheid voor de vreemdelingen vergroten. Als in dat wetboek maatregelen worden voorgesteld, moeten die proportioneel zijn tot het doel dat ze willen bereiken. Volgens het CGKR moet het migratiebeleid aan vier kenmerken voldoen: het moet "mission-based" (vertrekkend van een globale interdisciplinaire visie) zijn, "tools-based" (met duidelijke instrumenten om die visie te realiseren), "rights-based" (om de rechten van vreemdelingen te verankeren) en "evidence-based" (gebaseerd op goede cijfers en kennis van zaken).

11. BEDENKINGEN

11.1. Het rapport is geen objectief rapport. Dat kan ook niet, want het CGKR moet niet alleen de migratiestromen in kaart brengen, maar ook de grondrechten van vreemdelingen beschermen. Deze twee doelstellingen, die zo in de wet zijn verankerd, kunnen tegenstrijdig zijn. In ieder geval heeft de combinatie van deze doelstellingen tot gevolg dat het CGKR de migratiestromen bijna uitsluitend belicht vanuit de visie van de rechten van migranten. Dit rapport is eigenlijk een rapport van een ngo.

11.2. Het rapport is een immigratierapport, geen migratierapport, over emigratie zegt het bijna niets. Het leert niet wie emigreert, noch wat de motieven van de emigranten zijn.

11.3. Op een paar belangrijke punten is het rapport nogal cryptisch geschreven en vooral begrijpelijk voor mensen die de sector al een beetje of zelfs goed kennen. De verduidelijkingen waar het meeste nood aan is, nl. de wetgevende evoluties op Europees niveau (de Europese Commissie, het Europees Parlement, maar ook allerlei commissies waarin mensen uit ngo's zetelen die het Europees beleid fundamenteel beïnvloeden), ontbreken of zijn te summier weergegeven. Soms ontbreken statistieken die nochtans bekend zijn of opgevraagd hadden kunnen worden.

Dat is bijvoorbeeld zo bij de dwangsommen wegens niet toewijzing van asielzoekers aan een centrum. Maar ook het effect van de rechtspraak van de raad van vreemdelingenbetwistingen op eerdere beslissingen van DVZ of CGSV wordt niet gemeten. Het CGKR verzuimt om deze statistieken te integreren en zo tot correcte cijfers over het aantal erkende vluchtelingenof het aantal geregulariseerden te komen. Want die zijn er nu niet, men heeft alleen de resultaten van de organen die hierover in eerste aanleg beslissen.

Bij de repatriëringen wordt geen onderscheid gemaakt tussen repatriëringen en gerepatrieerden. Dat is nochtans noodzakelijk als je weet dat tot een vierde van de repatriëringspogingen mislukken.

Al deze statistieken bestaan, een objectief migratrierapport zou ze integreren in één geheel vanuit de filosofie dat het beleid "evidence-based" moet zijn.

Een kostenplaatje van de voorgestelde maatregelen én van het gevoerde beleid ontbreken ook. Wat kosten al die repatriëringen en al die vreemdelingenprocedures aan de staat? De gegevens zijn meestal ergens geregistreerd, maar het CGKR belicht ze niet. Er staan evenmin besparingsvoorstellen in het rapport. Dat heeft natuurlijk te maken met het uitgangspunt van het rapport: rechten van vreemdelingen verdedigen. Een nobel initiatief, maar het kan niet gecombineerd worden met het objectief in kaart brengen van de migratiestromen.


Lees ook:

CGKR: Het migratierapport van 2010

Di Rupo-I over asiel en migratie

De wet over de veilige landen voor asielzoekers

De nieuwe wet op de gezinshereniging

Het nieuwe verwijderingsbeleid voor illegalen

De crisis in de opvang van asielzoekers in januari 2012

Liégeois: "Het migratiebeleid is volkomen mislukt"

De hoorzitting over de rede van Liégeois over het migratiebeleid

Het asiel- en migratiebeleid van de voorbije drie jaar

Het regeerakkoord van Leterme I over justitie en migratie


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************



Nu in het nieuws