Het CGKR en de vrijheid van meningsuiting

Print
22 MEI 2012 - Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) kreeg in 2011 4.162 meldingen van racisme en discriminatie binnen, 15% meer dan in 2010. Maar liefst 609 meldingen gingen over filmpjes van Sharia4Belgium, de salafistische groepering waarvan de leider, Fouad Belkacem, onlangs tot twee jaar cel werd veroordeeld. Het CGKR stapte 16 keer naar de rechter en diende 32 keer klacht in bij het parket. In negen op de tien gevallen ging het om racismezaken. Dat blijkt uit het jaarrapport discriminatie voor 2011 dat het CGKR vanmorgen heeft voorgesteld. Daarin ontwikkelt het ook een thema: hoe verhoudt de vrijheid van meningsuiting zich tot hate speech (aanzetten tot haat door woorden). Ter zake pleit het CGKR voor een pragmatische en onideologische aanpak. Een overzicht.

Dit artikel bestaat uit twee delen. In een eerste deel gaan we in op de verhouding vrijheid van meningsuiting-hate speech, zoals het CGKR die ziet. In een tweede deel brengen we een overzicht van de cijfers over discriminatie en van sommige andere beleidsvoorstellen. Op het einde van ieder deel voegen we enkele bedenkingen toe.

I. DE VERHOUDING VRIJHEID VAN MENINGSUITING - HATE SPEECH

Het jaarrapport van het CGKR staat in het teken van de vrijheid van meningsuiting. Het CGKR wil zijn beleid inzake vervolging van discriminerende uitlatingen toelichten omdat het - naar eigen zeggen - met een tegenstrijdige kritiek wordt geconfronteerd. Enerzijds noemen sommige groepen het CGKR een "gedachtenpolitie" en een "tempel van politieke correctheid" die tegendraadse meningen wil verbieden, anderzijds vinden andere groepen dat het CGKR onvoldoende optreedt tegen bepaalde racistische, antisemitische of homofobe meningen.

I.1. WAT IS DE VISIE VAN HET CGKR?

Wat is de visie van het CGKR?

Het CGKR maakte een analyse van de manier waarop de vrijheid van meningsuiting zich verhoudt tot haatboodschappen. In deze analyse "is geen plaats voor ideologische standpunten of voor gemoraliseer", zo waarschuwt het CGKR de lezer vooraf. Het CGKR "wil zich niet rechtvaardigen (sic!) maar uitleggen hoe het zijn kerntaken uitvoert".

Hoe is dat?

* Het CGKR stelt de vrijheid van meningsuiting centraal. Ze moet zo ruim mogelijk worden toegepast en ook schokkende en kwetsende meningen moeten kunnen. In 2011 heeft het CGKR zich slechts één keer burgerlijke partij gesteld voor meningsuitingen die aanzetten tot haat en geweld, nl. in de zaak tegen Sharia4Belgium.

* Het CGKR stelt dat dialoog en debat de sterkste wapens zijn tegen haat en onverdraagzaamheid. Het wijst ook op de collectieve verantwoordelijkheid van het "middenveld" (de internetproviders, de aanbieders van discussiefora op het internet e.d.).

* In ieder geval is de gerechtelijke procedure voor het CGKR "de laatste stap". Het CGKR wil eerst nagaan of gerechtelijke stappen wel gepast zijn. Daarvoor hanteert het CGKR enkele criteria:

== Zo wordt bekeken of een gerechtelijke procedure niet te veel belang of ruchtbaarheid aan de zaak zal geven.

== En of het CGKR niet "in een val trapt" die door de betrokkene is gezet.

== En verder of men niet sneller en efficiënter kan reageren. Bijvoorbeeld als het om het internet gaat. Systematisch procederen tegen haatboodschappen op het internet is niet aangewezen omdat een gerechtelijk procedure erg lang duurt terwijl het internet erg direct werkt. Bovendien kan een procedure tegen internethaatmails erg veel middelen vergen (men moet de identiteit van de dader nagaan).

== En tenslotte of een nederlaag voor de rechtbank niet contraproductief zal zijn, zoals volgens het CGKR de vrijspraak van de Nederlandse PVV-leider Geert Wilders bewees.

Belangrijk om een gerechtelijke procedure te starten is of de betrokkene systematisch aanzet tot haat en niet eenmalig.

* Het CGKR zegt bij zijn beslissing om een gerechtelijke procedure te starten "een pragmatische aanpak te hanteren".

Uitspraken die aanzetten tot haat en geweld zijn voor het CGKR bijzondere vormen van daden tot geweld. Het gaat om taaldaden, niet om meningsuitingen. Het CGKR steunt hiervoor op de taaltheorie van professor Laurence Rosier (ULB) over "perlocutieve handelingen". De antidiscriminatiewet (ADW) en de antiracismewet (ARW) verbieden dus niet bepaalde meningen, maar wel daden, gedragingen die de taal als middel gebruiken om geweld uit te lokken.

Om te beoordelen of een taaldaad aanzet tot haat staan voor het CGKR twee dingen centraal: de intentie van de dader en de context waarin de daad (dus: de discriminerende meningsuiting) wordt gesteld.

Vooral bij het eerste punt (de intentie) is juridisch "problematisch" wat het opzet van de dader was. Volgens het CGKR is er een "tegengestelde rechtspraak" hierover: sommige rechtbanken vereisen gewoon het algemeen opzet (dat de spreker zijn uitlatingen wetens en willens heeft gedaan), anderen vereisen een bijzonder opzet (nl. om te schaden, om geweld effectief uit te lokken). Het CGKR zegt er niet bij dat het Grondwettelijk Hof dit geschil heeft beslecht door een bijzonder opzet te vereisen.

* Als voorbeelden van taaldaden die juridisch niet strafbaar zijn, verwijst het CGKR naar de uitspraken van aartsbisschop André-Joseph Leonard over homo's, naar slogans in betogingen die het optreden van Israel tegen de Palestijnen in de Gazastrook vergelijken met de holocaust (omdat die de holocaust niet willen ontkennen of minimaliseren), en het spreekkoor dat op een voetbalmatch "Les Wallons, c'est du caca" riep (omdat communautaire geschillen niet onder de bevoegdheid van het CGKR vallen).

* Het CGKR vindt dat concerten niet verboden kunnen worden omdat de artiest in het verleden bv. racistische of homofobe uitspraken heeft gedaan. Zoiets gebeurde een aantal keren met reggae-zangers zoals Beenie Man en Sissla, die door een tussenkomt van de homobeweging niet konden optreden omdat ze in het verleden hadden opgeroepen tot geweld tegen homo's. Het CGKR is tegen zulke acties "omdat men zich daarmee op het gladde ijs van de censuur" begeeft. "Een verbod is alleen gerechtvaardigd als de openbare orde direct gevaar loopt en ook dan moet men met deze mogelijkheid omzichtig omspringen", zo luidt het.

Veel beter is volgens het CGKR een overeenkomst met de artiesten te sluiten waardoor ze tijdens hun optredens niet meer tot haat of geweld tegen minderheidsgroepen zullen oproepen. In het contract kan men de groepen dwingen om zich aan ADW of ARW te houden en dan vaststellingen te laten doen door de politie om na te gaan of die wetten wel worden gevolgd.

* Het CGKR is ook gewonnen voor 'eigen regels' per sector. Zo zullen racistische spreekkoren in de voetbalsector niet worden aangepakt op basis van ARW, maar wel op basis van de voetbalwet, die ook racistische beledigingen strafbaar stelt, wat ARW en ADW niét doen. Over de vraag of dit laatste moet worden uitgebreid naar alle beledigingen, zoals Minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (cdH) wil, spreekt het CGKR zich niét uit.

Het Centrum meent verder dat men ook voor ambtenaren in zijn beoordeling strenger mag zijn, dan voor privépersonen omdat ambtenaren een voorbeeldfunctie hebben.

I.2. BEDENKINGEN

Het CGKR licht een tipje van de sluier van zijn "vervolgingsbeleid" voor discriminerende woorden op en dat is beslist positief te noemen. Maar toch bevat de studie over de verhouding vrije meningsuiting-hate speech een aantal lacunes.

I.2.1. Het CGKR zegt zelf dat er een probleem is omdat " sommige rechtspraak een algemeen opzet vereist" om van een strafbare meningsuiting te spreken, terwijl "andere rechtspraak een bijzonder opzet" daarvoor vereist. Maar hoe het CGKR deze tegenspraak tussen beide soorten rechtspraak oplost of in de toekomst opgelost wil zien, zegt het er niet bij. Terwijl dat nu net de kern van het probleem is. Want op die basis is er een misdrijf of géén misdrijf.

In het proces tegen Fouad Belkacem van Sharia4Belgium werd de oplossing duidelijk: de advocaat van het CGKR pleitte daar dat "het bijzonder opzet samenvalt met het algemeen opzet" en hij veegde daarmee het bijzonder opzet gewoon van tafel. De vraag rijst of dat de bedoeling van het Grondwettelijk Hof was toen het stelde dat een bijzonder opzet voor aanzetten tot haat vereist was.

I.2.2. Opmerkelijk is de stilte over het doctoraat van Jogchum Vrielink. Die heeft enkele jaren terug over de problematiek van de verhouding vrije meningsuiting-hate speech gedoctoreerd. Hij heeft bovendien onderzocht of de strafrechtelijke vervolging van personen die oproepen tot haat tegen minderheidsgroepen wel iets uithaalt (zie hier, nvdr). Hij kwam tot het besluit dat dit weinig of niets uithaalt. Over dit werk geen woord in het nieuwe jaarrapport, terwijl het CGKR toch een "pragmatische benadering" bepleit, die vooral "effect moet sorteren". Vrielink kreeg als onafhankelijk wetenschapper zelfs geen "externe bijdrage", in tegenstelling tot bv. de groene politica Eva Brems, die wél in een externe bijdrage mag komen pleiten tegen politieke bemoeienis in het CGKR.

I.2.3. Geen woord evenmin over de verschillende behandeling van aanzetten tot haat op grond van ras, etnische groep, huidskleur en nationaliteit enerzijds en de aanzetten tot haat tegen gehandicapten, homo's, bejaarden, zieken e.d. anderzijds. De ene groep kan effectief vervolgd worden omdat die misdrijven voor de correctionele rechter moeten komen, de andere groep niet omdat die misdrijven voor een assisenhof moeten komen en justitie voor zulke zaken geen volksjury's optrommelt. De ongelijke behandeling van gediscrimineerde groepen inzake hate speech wordt eens te meer niet geproblematiseerd. En dat terwijl de groep die de facto niet vervolgd kan worden veel groter is dan de groep die wél vervolgd kan worden.

I.2.4. Het rapport zwijgt ook - op een externe bijdrage van ULB-professor Benoît Friedman na - over het Amerikaanse systeem, waarin racistische en homofobe uitlatingen zijn toegelaten. Dat is nochtans de fundamentele discussie: moeten uitlatingen wel strafbaar zijn? Is de theorie over de perlocutieve handelingen of de taaldaden wel voldoende om deze discussie niet te voeren? Het CGKR-rapport trekt alleen vergelijkingen met staten zoals Nederland en Frankrijk die net als België dergelijke uitlatingen wél strafbaar stellen. In een externe bijdrage roept Benoît Frydman allerlei vragen op bij het Europese systeem en waarschuwt hij voor te veel stilzwijgen en te veel consensus in de democratie, maar hij kiest toch voor het Europese systeem en het CGKR gaat niet op zijn bijdrage in.

I.2.5. Er is ook geen standpunt van het CGKR over een mogelijke uitbreiding van de negationismewet naar andere genocides dan de volkerenmoord op zes miljoen joden door de nazi's. Dat had zeker gemogen. Er waren immers al wetsvoorstellen van de MR om ook het minimaliseren van de Armeense genocide door Turkije onder de negationismewet te brengen en in Frankrijk heeft men dat laatste het voorbije jaar ook gedaan, met veel discussie en een weinig gemotiveerde vernietiging van de wet door het Grondwettelijk Hof tot gevolg. Weliswaar bevat het rapport een "externe bijdrage" van Foulek Ringelheim waarin staat "dat het werk van historici geenszins belemmerd wordt door de negationismewet", maar die is weinig wetenschappelijk. "De bewering dat het verbod om het bestaan van de gaskamers te ontkennen een door de staat opgelegde waarheid instelt, lijkt me sterk overdreven", zo zegt Ringelheim "Ik ken geen enkel voorbeeld van een ernstige historicus die is veroordeeld op basis van een wet die het negationisme verbiedt". Het CGKR neemt over de vraag of de negationismewet moet worden afgeschaft dan wel uitgebreid geen standpunt in.

I.2.6. Ook de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt niet echt beoordeeld. Terwijl de zaak-Féret (de grote baas van het extreem-rechtse Front National) tegen België een mooie case zou geweest zijn om de standpunten te verduidelijken. In deze zaak heb je naast een volgens vele deskundigen nogal krasse en slecht gemotiveerde veroordeling van Féret immers ook een even krasse dissenting opinion. Het is een gemiste kans dat het CGKR deze Belgische zaak niet heeft aangegrepen om zijn standpunt in dit debat aan te zwengelen.

Uiteindelijk is de "pragmatische" afweging die het CGKR maakt van de verhouding van de vrijheid van meningsuiting tot hatespeech eerder zwak.

II. DE CIJFERS

II.1. WAT LEERT HET RAPPORT?

II.1.1. DE DOSSIERS

* Het CGKR kreeg in 2011 4.162 meldingen van racisme en discriminatie binnen, 15% meer dan in 2010. Maar liefst 609 meldingen gingen over filmpjes van Sharia4Belgium. Als je deze weglaat, dan bleef het aantal meldingen ongeveer gelijk, zo stelt het rapport.

Er is in 2011 een forse stijging van het aantal meldingen van discriminatie in de mediasector en ook van het aantal meldingen over discriminatie op basis van politieke overtuiging en geloof. Maar die hebben bijna allemaal te maken met Sharia4Belgium.

* Het CGKR stelde op basis van deze meldingen 1.277 dossiers samen, 5% minder dan in 2010. In 17% waren er meerdere discriminatiegronden tegelijkertijd (bv. ras samen met geloof). In totaal gingen 39,8% van de dossiers over racisme, 19,7% over discriminatie van gehandicapten en 14,1% over discriminatie op basis van geloof.

* Er waren 559 racismedossiers, 11% minder dan in 2011. Alleen in de sector onderwijs, waarvoor het CGKR overigens nog niet bevoegd is, was er een stijging met 50%.

Binnen deze racismedossiers telde het CGKR in 2011 82 meldingen van antisemitisme. Dat is het tweede hoogste cijfer sinds 2004. De helft van deze meldingen gaat over uitlatingen op het internet. Het CGKR maakte hierover 36 dossiers op, drie kwart gingen over uitlatingen op het internet. In de helft van die 36 dossiers (19) was er volgens het CGKR ook echt sprake van antisemitisme. Er waren vier gevallen van negationisme bij. Dit alles leidde tot zes klachten bij het parket. Daarnaast waren er ook twee dossiers over antisemitisch geweld en in één van deze twee stelde het CGKR zich burgerlijke partij.

* Een kwart van de dossiers (320) ging over discriminatie van gehandicapten, ongeveer evenveel als in 2010.

* Op de derde plaats prijkt de discriminatie op basis van geloof (198 dossiers), in vier op de vijf gevallen tegen moslims. Het CGKR stelde vast dat er in twee op de drie van deze dossiers over moslims (58%) sprake was van islamofobie en in een kwart van de deze dossiers (23%) was er strafbare islamofobie. Het CGKR stelt een "toenemende onverdraagzaamheid tegenover de islam vast. Islamofobe ideeën worden gemeengoed".

Het CGKR deed in 2011 een onderzoekje over religieuze symbolen op het werk. Daaruit bleek dat 44,2% van de werkgevers vonden dat het dragen van een islamitische hoofddoek invloed kan hebben op de selectie van kandidaat-werknemers. Het CGKR pleit ter zake voor een wetgevend initiatief dat moet bepalen hoever de neutraliteitsverplichting van de overheid moet gaan. Zo verbieden sommige overheidsinstellingen àl hun personeel (ook externe bewakers of poetsvrouwen) om religieuze symbolen (zeg maar: de hoofddoek) te dragen en dat gaat volgens het CGKR te ver.

En ook in de privésector gaat een algemeen verbod op religieuze symbolen voor het CGKR te ver. Het Centrum wil dat het Hof van Cassatie een prejudiciële vraag stelt aan het Europees Hof van Luxemburg om te beslissen of een algemeen verbod voor het hele personeel wel kan. Volgens het CGKR zijn levensbeschouwelijke spanningen tussen het personeel, islamofobe reacties van de klanten of druk op collega's om een hoofddoek te dragen op zich onvoldoende om een algemeen hoofddoekenverbod in te stellen. Eerder al besloot het Europees Hof van Luxemburg dat discriminatie door klanten en financiële overwegingen geen reden zijn om de antidiscriminatiewet op dit vlak niet toe te passen.

* Op de vierde plaats staat discriminatie op basis van leeftijd. Vooral 45-plussers krijgen te maken met discriminatie op de arbeidsmarkt: hun curriculum vitae wordt op basis van hun leeftijd verworpen. Discriminatie is hier ook van 70-plussers en jongeren onder de 25 jaar bij verzekeringen, huisvesting en het toestaan van leningen.

* Vijfde staan de seksuele dossiers (89). Hier valt vooral de toename van pesterijen op het werk op. Meer dan één op de vijf van deze dossiers gaan hierover, tegen slechts één op de tien in 2010.

II.1.2. DE GERECHTELIJKE ACTIES

Het CGKR spant gemiddeld slechts in 3% van de discriminatiedossiers een rechtszaak aan. In 2011 ging het om vijf burgerrechtelijke zaken: drie over discriminatie van gehandicapten, een over een hoofddoekenverbod en een over discriminatie van homo's bij danslessen. Het Centrum stelde zich bovendien burgerlijke partij in elf strafzaken. Het ging om negen racismezaken (waaronder Sharia4Belgium en de racistische groep van militairen Bloed, Bodem, Eer en Trouw), één zaak van antisemitisme en twee homozaken. Daarnaast waren er ook nog 32 eenvoudige klachten bij het parket, op één na allemaal voor racisme.

II.2. BEDENKINGEN

II.2.1. Voor het eerst in jaren brengt het CGKR opnieuw een overzicht van de nieuwe zaken waarin het zich burgerlijke partij heeft gesteld. Dat is beslist een vooruitging in vergelijking met vroeger. De uitleg is echter beperkt en van de 32 klachten bij het parket krijgt de lezer geen overzicht. En de redenen waarom de dossiers volgens het CGKR tot een rechtszaak moeten leiden wordt niét verduidelijkt. Het CGKR geeft dus wel een beperkt inzicht in zijn vervolgingsbeleid tegenover hate speech (één zaak in 2011), maar niet in zijn vervolgingsbeleid tegenover alle andere 47 discriminatiezaken.

Opmerkelijk is dat het CGKR 88% (42 van de 48) van alle gerechtelijke stappen zet in racismedossiers, die slechts 39,8% van de nieuwe dossiers vertegenwoordigen. Deze oververtegenwoordiging van racismedossiers is dermate groot dat ze kan wijzen op een gepriviligieerde behandeling van deze dossiers in vergelijking met de andere. Het valt moeilijk in te zien waarom de discriminatie van allochtonen zoveel zwaarder zou zijn dan die van andere groepen, dat ze tot dit grote verschil in behandeling zou leiden. Zijn er dan geen zwaardere discriminaties dan die van moslima's met een hoofddoek of homoparen die danslessen willen volgen?

II.2.2. Daarbij valt bovendien op dat de racismedossiers de enige zijn die door de jaren heen worden opgevolgd. In ieder nieuw jaarrapport vinden we nieuwe onderzoeken en nieuwe beleidsvoorstellen over racisme en discriminatie van allochtonen (en dat is goed), maar dat geldt niet voor andere gediscrimineerde groepen.

Vorig jaar was homofobie het thema van het jaarrapport van het CGKR. Maar van enige opvolging van de aanbevelingen op dit domein vinden we niets terug in het huidige rapport. En voor bepaalde grote minderheidsgroepen (bejaarden en alleenstaanden bv.) zijn er nog altijd amper of zelfs helemaal géén beleidsaanbevelingen. Het CGKR kan nu wel zeggen dat discriminatie van bejaarden niet onder zijn bevoegdheid valt en dat is juist. Maar het kondigt in dit jaarrapport toch een focus "care" (hulpverlening) aan en dat behoort evenmin tot zijn bevoegdheid. De klemtoon bij deze focus "care" ligt op…de discriminatie van allochtonen in de hulpverleningssector. Mooi, maar over allerlei misstanden in rusthuizen voor bejaarden, die volgens sommige artsen tot dodelijke slachtoffers hebben geleid, verneem je niets. Er moet blijkbaar geen onafhankelijk controle-orgaan worden opgericht. Deze bejaarden zijn in België slechter af dan illegalen.

II.2.3. De mogelijk gepriviligieerde behandeling van bepaalde kwantitatief kleine groepen (allochtonen) in vergelijking met andere (homo's, bejaarden, alleenstaanden) waarvan sommige kwetsbaarder zijn , ontsiert een instelling die zich met gelijke behandeling moet bezighouden. Ze suggereert partijdigheid. Ze heeft mogelijk te maken met de wijze waarop het personeel over de verschillende discriminatiegronden is verdeeld. Een evenredige verdeling per discriminatiegrond lijkt aangewezen. Die was vroeger zeker niet gerealiseerd, de huidige situatie is onduidelijk.

II.2.4. Opmerkelijk is tenslotte dat het jaarrapport helemaal niets zegt over de interfederalisering van het CGKR. Terwijl dat momenteel toch echt een hot issue is, want voor juni 2012 moet er een beslissing vallen. Welk standpunt neemt het CGKR in over de vraag of er voor de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden (onderwijs, de beroepsopleiding, de Vlaamse ambtenarij, de welzijnszorg…) een apart Vlaams Centrum moet worden opgericht, dan wel of het CGKR dit werk "erbij zal nemen", zoals het nu al gedeeltelijk doet.

Hiermee samen hangt het nu al drie jaar geleden door het Vlaams Parlement geformuleerde verzoek naar de herdenking van de kerntaken van het CGKR. Hoe het Centrum zich in deze discussie profileert blijft voorlopig nog geheim. (Zie: hier,nvdr.)


*****************************************


Lees ook:

Het debat over het discriminatiebeleid van Milquet in 2012

Naar een Vlaams antidiscriminatiecentrum?

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2010

Het CGKR en de homohaat

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast."

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2009

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2008

Professor Matthias Storme betwist de antidiscriminatiewet bij het grondwettelijk hof

Professor Marc De Vos over leeftijdsdiscriminatie

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2007

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2006

*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************



Nu in het nieuws