Over homofoob geweld

Print
11 MEI 2012 - Morgen betogen duizenden homo's en lesbiennes tegen gaybashing. De jaarlijkse 'Gay Pride', die traditioneel rond 17 mei plaatsvindt omdat dit de Internationale Dag tegen Homofobie is, staat dit jaar in het teken van homofoob geweld. Dat is zo naar aanleiding van de gruwelijke dood van Ihsane Jarfi in Luik. De regering kondigde alvast een reeks maatregelen aan, o.a. een strafverzwaring voor geweld met een homofoob motief. Maar hoeveel homofoob geweld is er nu en hoe moeten de maatregelen worden geëvalueerd. Een overzicht van de discussie.

In dit artikel belichten we de twee bekendste Belgische onderzoeken over homofoob geweld: hoe vaak komt gaybashing voor, wie zijn de slachtoffers, wie zijn de daders en wat stellen de onderzoekers als maatregelen voor? In een tweede onderdeel gaan we in op de mogelijke oorzaken van homofoob geweld en bespreken daarbij de twee andere Belgische onderzoeken, die allebei gaan over de relatie tussen de islam en de homofobie. In een derde onderdeel gaan we in op de politieke reacties, zowel van de regering als van sommige andere groepen. In een vierde deel formuleren we enkele bedenkingen, zowel bij de onderzoeken als bij de voorgestelde maatregelen.

 

1. WAT IS HET PROBLEEM?

 

In Luik werd de voorbije week de eerste dode geregistreerd als slachtoffer van homofoob geweld: Ihsane Jarfi. In Antwerpen loopt nog altijd het gerechtelijk onderzoek naar het overlijden van het lesbische meisje Layla Hachichi, waarin homofobie misschien een grote rol speelt. In de jaren negentig werden drie homo's de Albertinabibliotheek vermoord vanwege hun seksuele voorkeur, maar toen werd dat allemaal nog niet zo geregistreerd. De vraag is dus: hoe groot is het probleem van het homofoob geweld?

1.1. DE ONDERZOEKEN VAN EHSAL EN VINCKE

Er is maar weinig wetenschappelijk onderzoek naar gaybashing in België.

* Er was natuurlijk al het onderzoek van de Brusselse hogeschool EHSAL. Daaruit bleek dat zes op de tien Brusselse homo's slachtoffer waren van verbaal homofoob geweld, 20% werd al bedreigd en 10% fysiek aangevallen.

* Daarnaast kwam homofobie ook aan bod in een studie die het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) in 2007 liet maken over discriminatie van homo's op de werkvloer. De Gentse professor John Vincke voerde ze uit bij 2.497 homo's. Daaruit bleek dat 12% van de homo's uitdrukkelijke homofobie (beledigingen) op hun werk hadden ervaren. Franstaligen, werknemers in grote bedrijven, mensen met een lager diploma en werknemers boven de 45 jaar scoren hier hoger en dus is hun situatie slechter. Liefst 7,6% van de Vlaamse holebi's rapporteerden fysiek en seksueel geweld op het werk.

Ook deze studie was beperkt omdat ze alleen maar ging over homofobie op het werk en het meeste fysiek geweld zich niet daar afspeelt en omdat de steekproef weinig representatief was (75% van de ondervraagden had een diploma hoger onderwijs).

Het was dus wachten op een echte studie over gaybashing zelf.

1.2. HET ONDERZOEK VAN DE DIENST VOOR STRAFRECHTELIJK BELEID

En die is er dus. Het belangrijkste wetenschappelijke onderzoek over homofoob geweld dat tot nu toe in België is gedaan, werd uitgevoerd door de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid, de studiedienst van de FOD Justitie, in opdracht van het Centrum voor gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR).

De DSRB onderzocht bij 377 homo's en lesbiennes de agressie tegen holebi's in Brussel tussen 1 juli en 15 oktober 2006. Het onderzoek werd al in 2007 gepubliceerd, de overheid kende het probleem dus al veel langer dan deze week.

1.2.1. Wat blijkt uit deze studie?

* Een derde van de homo's voelt zich minstens één keer per maand onveilig in Brussel.

* 60% van de ondervraagden was het voorbije anderhalf jaar slachtoffer van verbale agressie, 19% van bedreiging, 10% van lichamelijk geweld en 9% van beschadiging van eigendommen. Ook nog 3% werd aangerand of verkracht.

* Wie in Brussel-stad woont loopt meer kans om uitgescholden te worden dan wie in de andere 18 Brusselse gemeenten woont. Twee derde van de slachtoffers van verbale agressie werd meerdere keren beledigd, 15% meer dan tien keer in anderhalf jaar tijd.

* Er is geen verband gevonden tussen de aard van de agressie en de leeftijd of het opleidingsniveau van het slachtoffer.

* De meeste slachtoffers van niet-verbale agressie melden slechts één incident in anderhalf jaar tijd.

* De slachtoffers van fysieke agressie liepen in de helft van de gevallen geen lichamelijk letsel op.

* Meer mannen (12,8%) dan vrouwen (3,2%) werden slachtoffer van lichamelijk geweld. Mannen werden ook meer bedreigd (20,6%) dan vrouwen (13,4%).

* De daders zijn meestal mannen tussen 18 en 30 jaar. Ze treden doorgaans in groep op. Bij verbale agressie zijn de daders in één op de tien gevallen gekend door het slachtoffer. Bij seksuele agressie handelen de daders alleen en zijn ze meestal ouder dan 30 jaar. Geweld wordt dan weer gepleegd door jonge daders in groep.

* De meeste feiten (78%) vinden 's nachts op straat plaats. Tien straten in het centrum tekenen voor 40% van alle verbale agressie en prijken ook bovenaan bij de andere vormen van agressie. Een vijfde van de feiten gebeurt in de buurt van homotenten, de Sint-Jacobswijk. Een vijfde van het lichamelijk geweld gebeurt dan weer in parken waar homo's cruisen.

* Amper één derde van de slachtoffers van lichamelijk homofoob geweld dient een klacht in bij de politie. Bij beledigingen zakt dit percentage tot 3%. Van wie klacht indient verzwijgt de helft dat ze homo zijn.

Wat zijn de redenen van die lage aangiftebereidheid? De slachtoffers denken dat de politie de feiten niet ernstig zal nemen. Ze denken dat de daders toch niet worden gestraft. Ze menen dat de politie niet te vertrouwen is. Slachtoffers meldden in het onderzoek dat de politie eerder geen gevolg aan een oproep had gegeven, hen gezegd had dat ze niets konden doen, hen had beschimpt en in enkele gevallen zelfs tot de daders behoorde (!).

1.2.2. Welke beleidsmaatregelen?

Als beleidsmaatregelen stelt dit rapport voor:

== Sensibiliseren binnen en buiten de scholen, vooral naar jonge mannen toe.

== Een goede buurtwerking uitbouwen, want "verloedering van buurten en sociaaal-economische achterstelling werkt spanningen in de hand".

== Een betere registratie van de agressie door de politie. De agent die de feiten vaststelt moet weten wat hij allemaal in zijn proces-verbaal moet zetten.

== Structureel overleg tussen politie en homoverenigingen om na te gaan waar en op welk moment meer politiepatrouilles nodig zijn.

== Een verplichte vorming over homofobie voor alle politiebeambten die met slachtoffers van homofoob geweld in contact komen.

== Een rustige omgeving om klacht in te dienen is nodig. Soms gebeurt dit nog in bijzijn van andere slachtoffers en verdachten.

1.3. DE ZZZIP-ENQUETE

Een tweede onderzoek is de Vlaamse Zzzip-enquête. In 2010 onderzocht Dagmar Versmissen in opdracht van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid de levenskwaliteit van de Vlaamse homo's. Hij deed dit bij 2.397 holebi's en 1.003 hetero's.

Uit dit onderzoek bleek dat 17,7% van de holebi's meenden dat ze tijdens de voorbije zes maanden werden gediscrimineerd, uitgescholden of lastiggevalen wegens hun seksuele geaardheid. Helaas worden de gegevens niet verder gespecifieerd.

Dat gebeurt merkwaardig genoeg wel bij de analyse van de daders. Die zijn jong: 54,7% van de personen die iemand beledigd hebben is jonger dan 30 jaar, bij de personen die iemand lastigvielen stijgt dat percentage zelfs tot 56,9% en daar is 26% jonger dan 20 jaar.

De meerderheid van de daders (58,3%) is van West-Europese herkomst, maar zowel bij beledigingen als bij lichamelijk geweld zijn de Noord-Afrikanen met een kwart oververtegenwoordigd in vergelijking tot hun aandeel in de bevolking. De Noord- en Oost-Europeanen zijn met 4% oververtegenwoordigd.

De onderzoeker stelt bovendien vast dat de hetero's aanzienlijk minder positief staan tegenover de verzuchtingen van de homo's, dan deze laatste groep denkt. De steekproef van Versmissen bestaat vooral uit progressieve Vlamingen. Versmissen zegt zelf dat de meeste Vlamingen heel wat conservatiever zijn dan die uit zijn steekproef. Toch vond 16,7% van deze progressieve hetero's dat holebi's abnormaal zijn. De helft van de hetero's vond dat kinderen op school niet moeten leren dat homoseksualiteit normaal is en 46% vond homoseksualiteit een bedreiging voor "onze normen en waarden".

 

2. WAT ZIJN DE OORZAKEN VAN HOMOFOOB GEWELD?

 

Die zijn nog maar amper onderzocht, omdat men onvoldoende daders ter beschikking heeft. In het buitenland worden de oorzaken nogal eens gevonden in sociaal-economische achterstelling in bepaalde wijken of in het feit dat bepaalde bevolkingsgroepen (Marokkanen) nu eenmaal veel op straat leven en dat daardoor veel meer confrontatie met andere levensstijlen mogelijk is. In België is dit echter niet onderzocht.

Er zijn wel twee Belgische onderzoeken naar de oorzaken van homofobie. Hierbij werd vooral gezocht naar het verband homofobie-godsdienstige herkomst.

2.1. DE STUDIE VAN HET BUREAU COMPAGNIE

Een eerste studie werd in 2005 gevoerd door het Gentse studiebureau Compagnie bij 495 moslimjongeren tussen 15 en 25 jaar in Antwerpen, Mechelen, Sint-Niklaas en Turnhout. Het bureau onderzocht de meningen van moslimjongeren over seksualiteit, integratie en geloof. Daarbij kwam ook het thema homoseksualiteit aan bod. De meningen van de moslimjongeren werden vergeleken met die van 203 niet-moslims uit een soortgelijke groep.

* Uit dit onderzoek in opdracht van Gazet van Antwerpen, bleek dat slechts 17% homoseksualiteit "aanvaardbaar" vond, tegen 82% bij de niet-moslims.

* Liefst de helft van de moslimjongeren vond dat de koran letterlijk moet worden geïnterpreteerd (In de koran wordt opgeroepen tot de doodstraf voor homo's, nvdr), één op de vijf had imams al haat horen preken.

* Amper 20% vond dat jongens seks mogen hebben voor het huwelijk. Bij niet-moslims is dat 90%. En 11% vond dat meisjes seks mogen hebben voor het huwelijk. Bij niet-moslims is dat 89%.

* 6% kan met vader over seksualiteit praten. Bij de niet-moslims is dat 33%.

Uit deze enquête rees een oerconservatief beeld op van moslimjongens.

2.2. DE STUDIE VAN HOOGHE

De data uit de studie van het Gentse bureau Compagnie werden bevestigd door een onderzoek van de Leuvense professor Marc Hooghe in opdracht van Kathleen Van Brempt (sp.a), toenmalig minister van Gelijke Kansen.

Marc Hooghe onderzocht 6.330 jongeren van 16 jaar in België en nog eens 3.343 in Canada. Dat gebeurde op school. Iedereen werkte mee. Hooghe mat de tolerantie op een schaal van één (erg onverdraagzaam) tot tien (erg tolerant). Meisjes scoorden over de hele lijn beter dan jongens: 6,5 tegenover 4. Vlaamse moslimjongeren scoorden het laagst (2,3) tegenover 5,6 voor katholieke jongeren en 5,7 voor niet-religieuzen. De schaal werd samengesteld op basis van de vraag of de jongeren akkoord gingen met mensen die gelijke rechten voor holebi's bepleiten. Kortom: moslimjongeren zijn minstens twee keer zo homofoob als andere jongeren.

Er werd ook gevraagd of de Gay Pride toegelaten moet zijn. Daaruit bleek dat twee op de drie niet-gelovigen en ongeveer evenveel katholieken vinden dat de Gay Pride kan, maar slechts één op de drie moslimjongeren vindt dat. Hoe meer de moslimjongeren praktiseren, hoe negatiever ze staan tegenover homoseksualiteit.

Hooghe besloot dat het geslacht én de godsdienst de graad van onverdraagzaamheid tegenover homoseksualiteit bepalen. Het opleidingsniveau van de ouders speelt geen rol.

 

3. WELKE MAATREGELEN ZIJN NODIG?

 

3.1. WAT DOEN DE POLITICI?

3.1.1. De regering

De regering heeft donderdagavond de homo-organisaties ontvangen en ze heeft mondeling een aantal toezeggingen gedaan. Een geschreven tekst van de voorstellen is er niet en ook de holebi-organisaties hebben een volle dag na het onderhoud de concrete maatregelen nog altijd niet publiek gemaakt.

Welke voorstellen werden mondeling meegedeeld?

* De maximumstraffen voor homofoob geweld gaan omhoog. Die regel zal gelden voor de maximumstraffen voor ieder geweld met een discriminerend motief. Eerder al werden de minimumstraffen in dit geval verhoogd.

* De Luikse procureur-generaal Christian De Valkeneer moet een werkgroep van het openbaar ministerie, het CGKR en de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid voorzitten om de circulaire te herschrijven die nu al de registratie regelt van geweld met een discriminerend motief. Die circulaire legt regels op over wat in een proces-verbaal van de politie moet staan. Nu staan daar duidelijk nog te weinig gegevens in om het homofoob geweld te kunnen bestraffen. De circulaire heeft duidelijk niet geleid tot een betere registratie van homofoob geweld en ze heeft ook de aangiftebereid bij homoseksuele slachtoffers niet bevorderd. De circulaire wordt dus herwerkt. De werkgroep mag ook andere voorstellen doen om de strafrechtelijke aanpak van homofoob geweld te verbeteren.

* Binnen de zes maanden komt er een algemeen actieplan tegen homofoob geweld.

* Eveneens binnen de zes maanden worden de huidige antiracisme- en antidiscriminatiewetten geëvalueerd. Het is geweten dat minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet ook seksistische beledigingen tegen vrouwen strafbaar uitdrukkelijk strafbaar wil maken. Of dat ook zal gelden voor beledigingen tegenover homo's is voorlopig niet duidelijk. Wat verder nog zal veranderd worden aan de discriminaties van zowel homo's als vrouwen (in vergelijking met allochtonen) in de wet zelf, is evenmin bekend.

* Er komt een betere vorming van de politie. Sinds 2007 organiseert de politie al opleidingen over homodiscriminatie. Het gaat om twee Nederlandstalige en twee Franstalige vormingssessies. Maar veel interesse is er niet: in 2010 volgden slechts 53 van de ruim 40.000 agenten die opleiding, zo deelde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom vorig jaar in mei in de Kamer mee.

* De mogelijkheid om anoniem klacht voor homofoob geweld in te dienen wordt onderzocht. Vooral Open Vld is een voorstander van dit laatste. Nederlands onderzoek wijst uit dat 96% van het homofoob geweld niet wordt aangegeven bij de politie. Op 20 maart 2008 startten twee Nederlandse politiezones (Amsterdam-Amstelland en Gelderland-Zuid) met een proefproject. Slachtoffers van homofoob geweld konden via een standaardformulier op een website (www.hatecrime.be) anoniem klacht indienen. Het project was zo'n succes dat het naar alle Nederlandse politiezones werd veralgemeend. Mogelijk komt dit project er ook in België. Mogelijk komen er ook referentie-politiemensen waarnaar de klagers zich kunnen wenden.

3.1.2. De N-VA

De N-VA heeft een vijfpuntenplan tegen homofoob geweld:

* Snelrecht voor homofobe daders.

* Naar Nederlands voorbeeld campagnes voeren in uitgaansmilieu om daden van agressie op straat te documenteren door foto's, beeldopnames met telefoon, e.d. en die te rapporteren. Dit is eigenlijk een promotie van de smartphone-applicatie van Outrage! die eerder al door minister van Binnenlandse Zaken Milquet werd afgewezen. "Men moet niet via allerlei internetsnufjes een privéjustitie invoeren. Iedereen kan op deze applicatie om het even wat melden over om het even wie. Er is geen enkele controle op. We moeten niet naar een klikmaatschappij evolueren. De aanpak van homofoob geweld is het werk van politie en gerecht, niet van privé-organisaties", zo zei ze.

* Verhoogde aanwezigheid en verhoogde aanspreekbaarheid van politie in uitgaansbuurten van homo's. De N-VA pleit nog net niet voor "lokhomo's" zoals de PVV in Nederland deed.

* Structureel overleg met allochtonengemeenschap met klare afspraken over verantwoordelijkheid om gelijkwaardigheid van homo's te respecteren. Hier zou je bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, een overleg met de Moslimexecutieve kunnen organiseren om de imams op hun verantwoordelijkheden te wijzen. Dat zou uitgerekend iets voor de Interculturele Dialoog geweest zijn, die minister Milquet tijdens de vorige legislatuur had opgestart en die leidde tot een rapport…waarin geen enkel voorstel tegen homfoob geweld stond.

* Homofoob geweld moet een aandachtspunt worden in het plan over radicalisering. Of dat het geval is, mag niemand weten, want de inhoud van dit plan wordt al jaren geheim gehouden. Ooit lekte uit dat de staatsveiligheid er niet in slaagde om het moslimextremisme behoorlijk te volgen , maar of dat nog zo is mogen we niet weten. Deels ook door het gebrek aan openheid van het Comité I dat de inlichtingendiensten controleert.

3.2. VOORSTELLEN VAN ANDERE GROEPEN

3.2.1. De Brusselse politie

Eerder werden ook andere voorstellen geformuleerd, maar wat daarvan terecht zal komen is nog niet geweten.

Zo wilde de politiezone Brussel-Elsene homofoob geweld aanpakken door overlastboetes tot 250 euro op te leggen. Maar dat kan momenteel wettelijk gezien niet. "Overlastboetes kunnen alleen voor gewone slagen en verwondingen zonder enige werkonbekwaamheid of verzwarende omstandigheid, ze kunnen wettelijk gezien niet voor geweld met een homofoob motief", zo zegde justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) over dit initiatief in de Kamer. Volgens haar kunnen overlastboetes voor homofobe beledigingen momenteel al evenmin.

Het is echter niet duidelijk of de regering dit nu in de toekomst wél mogelijk wil maken. Alvast CD&V en Groen zijn tegen. Nahima Lanjri (CD&V) hierover: "Als Brussel dan toch overlastboetes oplegt voor homofoob geweld, dan kan dat alleen door het homofobe aspect aan het geweld te ontkennen en dus alleen de gewone slagen te beboeten. Dat is geen goed signaal. Het parket moet homofoob geweld vervolgen en niet negeren", zo luidde het. Lanjri vreesde bovendien dat homofoob geweld uit de statistieken zal verdwijnen als hiervoor slechts overlastboetes worden opgelegd.

3.2.2. Het CGKR

Het CGKR vervulde de jongste jaren geen grote voortrekkersrol in de strijd voor gelijke rechten voor homo's. Maar sinds kort is er een beduidende verbetering waar te nemen. De voorstellen gaan echter niet zozeer over gaybashing, dan wel over homodiscriminatie in het algemeen. Maar beide hangen natuurlijk samen. Wat vindt het CGKR zoal?

* Het CGKR stelt vast dat mensen met een grotere religieuze betrokkenheid ook negatiever staan tegenover homoseksuelen. "Die negatieve opvattingen verdwijnen niet als de opleiding of de sociale status hoger zijn", zo heet het. Het CGKR steunt de projecten van het Antwerpse Roze Huis om homoseksuele moslims te groeperen en te overleggen met de moskeeën over het thema homoseksualiteit. Deze projecten moeten navolging krijgen, vindt het CGKR.

* Het CGKR wil dat homofobie in het voetbal strenger wordt aangepakt. De Voetbalbond KBVB moet zijn richtlijnen aanpassen zodat scheidsrechters iedere uiting van homofobie, ieder homofoob spreekkoor onmiddellijk melden. De KBVB ontving in 2010 immers geen enkele melding over homofobe spreekkoren.

* Homo's geven geweld te weinig aan. In 2010 werden bij de Belgische parketten slechts 4 zaken van homofoob geweld gemeld. De politiediensten zelf registreerden in 2008 34 zaken van homofoob geweld, in 2009 56 en in de eerste helft van 2010 45. "Bijzonder weinig", zo stelt het CGKR vast. Het CGKR wil dat de politie slachtoffers van homofoob geweld beter opvangt, overlegt met de homoverenigingen over de strijd tegen dit geweld en de feiten beter registreert.

* In de scholen moet ook de geaardheid van leraars besproken kunnen worden en leraars die ervoor uitkomen moeten door hun collega's gesteund worden.

Wat van al deze voorstellen terecht zal komen is nog niet geweten.

 

4. BEDENKINGEN

 

1. De tot nu toe gevoerde onderzoeken naar homofoob geweld in België zelf zijn onvoldoende wetenschappelijk. Soms zijn de steekproeven te klein (DSRB, 377 respondenten), meestal zijn ze niet representatief (te veel mannen, te veel hoog opgeleiden, te weinig allochtonen, respondenten die te goed gemotiveerd zijn voor het onderzoek). Het is vaak heel moeilijk om een goede steekproef te trekken, want er zijn nu eenmaal geen lijsten van homoseksuelen. Je moet dus op zoek gaan naar je respondenten en dat leidt bijna altijd tot een vertekend staal van mensen met te duidelijke opvattingen over de problematiek. Een volledig onderzoek naar de homofobie bij de heteroseksuele bevolking is er ook niet: de bestaande onderzoeken beperken zich tot allochtone jongeren. Dat alles neemt niet weg dat niet een aantal conclusies kunnen worden getrokken. Maar in ieder geval is meer wetenschappelijk onderzoek nodig.

2. De politiek grijpt nu in met enkele aangekondigde maatregelen. Ze had het probleem echter al kunnen kennen sinds 2007 toen de studiedienst van de Federale Overheidsdienst Justitie er een onderzoek over gepubliceerd heeft. Jarenlang deed men niets. Gelukkig komt de regering nu - net voor de homobetoging van 12 mei en enkele maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen - met een aantal aankondigingen van maatregelen, waarvan sommige steekvlampolitiek lijken.

3. Het voorstel om de maximumstraffen voor discriminerend geweld te verzwaren is een gemakkelijkheidsoplossing. Is het eigenlijk wel een goed voorstel? De straffen voor precies hetzelfde misdrijf (slagen en verwondingen) zijn nu al heel verschillend al naargelang het beroep van het slachtoffer, het motief van de dader en de aard van de relatie tussen dader en slachtoffer (gezag of niet; kwetsbare positie of niet). Als sommige beroepsgroepen (buschauffeurs) slachtoffer zijn, dan zijn de minimumstraffen hoger, bij andere beroepsgroepen (politie en deurwaarders die een dwangbevel gaan betekenen) de minimum- en de maximumstraffen. Dan weer is er een afwijkende regeling (parlementsleden). Daardoor is de bestraffing van precies hetzelfde misdrijf (slagen en verwondingen) ondoorzichtig geworden en bovendien onlogisch. Bij voorbeeld: de maximumstraf voor dodelijke slagen (maar zonder het opzet te doden) toegebracht aan de minister van Justitie, aan strafrechters en aan rechters van het Grondwettelijk Hof is momenteel vijf jaar lager dan die voor slagen aan politiemensen. Is dat wel goed? (Voor al de problemen hierbij, zie: hier,nvdr).

Voor magistraten wordt de bestraffing stilaan een onoverzichtelijke boel. Voor slachtoffers van een "verkeerd" misdrijf is het onbegrijpelijk dat de straffen van "hun" dader lager zal zijn dan die van andere daders. Het leed is voor ieder slachtoffer hetzelfde en dus rijst de vraag of het niet beter zou zijn om al die speciale bestraffingsstatuten af te schaffen en de straffen voor alle geweldfeiten, die nog dateren vanuit de negentiende eeuw toen de tolerantie voor geweld veel groter was dan nu, te verhogen.

De strafverzwaring voor geweld met een discriminerend motief heeft misschien een hoog symbolisch gehalte, maar ze zal toch maar uitzonderlijk worden toegepast. En dan nog mogen we niet vergeten dat straffen onder de drie jaar meestal niet meer worden uitgevoerd. En de meeste gewelddaden leiden niet tot straffen van boven de drie jaar.

4. Ook een aantal andere maatregelen is niet aangewezen. Het N-VA-plan om snelrecht in te voeren voor homofoob geweld klinkt goed, maar het is moeilijk te realiseren. Het is zeer moeilijk om in de heel korte tijd van het snelrecht een precies overzicht van de feiten te krijgen. En bovendien kan een slachtoffer veel zwaarder verwond zijn dan op het eerste gezicht lijkt, de ernst van verwondingen kan soms pas maanden later blijken. Dan moet de kwalificatie van het misdrijf ook zwaarder moet zijn en misschien is de dader dan al (te licht) gestraft. Snelrecht bij geweldsfeiten ligt daarom moeilijk.

5. De politie mag zeker wat meer gemotiveerd worden om homofoob geweld aan te pakken. Uit de onderzoeken blijkt dat de inspecteurs homofoob geweld niet goed registreren, in Brussel soms zelfs de slachtoffers wandelen sturen en eveneens in Brussel het homofobe karakter van het geweld willen ontkennen door overlastboetes in te voeren. Hier is vorming op zijn plaats, maar er is weinig politie-belangstelling voor de vormingscursussen over homofoob geweld. Er is een andere mentaliteit nodig bij de politie: minder machogedrag, meer dienstbaarheid aan de bevolking.

En een efficiënt opsporingsbeleid vergt niet alleen systematisch overleg met de homogroepen over de inschakeling van patrouilles op wel bepaalde plaatsen, maar misschien ook samenwerking met BIN-netwerken van homo's, zoals ooit voor het homofoob geweld in het Antwerpse stadspark werd voorgesteld.

En verder 'praktijktesten' op plaatsen waar veel homofoob geweld wordt gepleegd. Men zou verwachten dat het CGKR naar Nederlands model al lang voorstander zou zijn van de inschakeling van zogenaamde "lokhomo's" van de lokale politie: gewone inspecteurs die zich - doelgericht - als ogenschijnlijke "homo" naar gevaarlijke plaatsen begeven om zo de daders te klissen. Het misdrijf zelf wordt niet uitgelokt, maar de daders kunnen wel sneller worden gevat. Het gaat eigenlijk gewoon om een praktijktest, waar het CGKR in andere dossiers zo'n voorstander van is.

6. Zeker zo belangrijk is een goed preventief beleid. Zeer goed zijn dan ook de sp.a-voorstellen die eerder werden geformuleerd door Vlaams Parlementslid Jan Roegiers. Hij pleitte voor doelgerichte voorlichtingscampagnes naar jonge allochtonen in het onderwijs, vooral in concentratiescholen. Inderdaad, een beleid tegen homofoob geweld moet divers zijn. Anders heeft het geen zin. Een beleid tegen homofoob geweld dat gericht is naar alle mogelijke "verdachten" samen, is nodig, maar het heeft beperkte resultaten.

Nochtans wordt momenteel meestal zo'n beleid gevoerd, omdat men de cultureel-religieuze achtergrond van homofoob geweld te veel wil minimaliseren. Want die cultureel-religieuze achtergrond is er wel degelijk, zo blijkt uit het schaarse onderzoek. Vermoedelijk heb je drie bevolkingsgroepen waar het homofobe gedachtengoed vermoedelijk het best gedijt: extreem rechts, Oost-Europese christenen, moslims. Het zal duidelijk zijn dat deze drie groepen op een eigen manier moeten worden benaderd.

Het Belgische onderzoek heeft zich vooral geconcentreerd op de relatie tussen homofobie en moslimjongens. De onderzoeken van het studiebureau Compagnie en professor Hooghe illustreren dat een beleid tegen homofoob geweld op een dubbele wijze "divers" moet zijn:

== het moet anders zijn naar moslimjongens dan naar andere jongens, het mag zich niet beperken tot een algemeen vormend praatje in de scholen dat voor iedereen hetzelfde is, maar moet worden aangevuld met een aangepast beleid naar iedere doelgroep;

== vorming over homofobie mag niet verdronken worden in algemene vormingen over antidiscriminatie en antiracisme, zoals nu nog bijna altijd gebeurt, omdat nog te veel organisaties de culturele oorzaken van homofobie minimaliseren.

Alleen een divers beleid tegen homofoob geweld, toegespitst op iedere doelgroep apart, kan slagen. Terzake is het belangrijk dat de homo-organisaties en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding overleg plegen met moskeeën en met de Moslimexecutieve. Het CGKR vindt dit trouwens al een goed idee.

7. Bovendien zou de staatsveiligheid in het kader van het plan radicalisme de moskeeën wat grondiger kunnen screenen op homofobe uitspraken. Dat dit zeker geen luxe is bewees de recente RTBf-reportage over de preken over vrouwen in moskeeën in Molenbeek. Zeker nu het salafisme en groepen zpams Sharia4Belgium overal in de grootsteden aan invloed winnen is dat nodig.

8. De voorstellen over de strijd tegen gay bashing worden best gekaderd in een algemeen beleid over homodiscriminatie. Ook daarover werden al enkele concrete voorstellen geformuleerd:

* het weigeren van een woning, een baan of een promotie op het werk door een privépersoon omdat iemand homo is moet strafbaar worden, net zoals dat al in racismezaken het geval is;

* homohaat in de pers moet net zoals racistische uitspraken in de pers voor de correctionele rechter kunnen komen;

* er zijn praktijktests nodig om bv. het racisme van Brusselse taxichauffeurs te testen, zoals Nahima Lanjri (CD&V) voorstelde.

Het is niet onze stelling dat al deze voorstellen noodzakelijk moeten worden ingevoerd, want de huidige antidiscriminatie- en antiracismewetten stellen problemen op het vlak van vrije meningsuiting. Maar als deze mogelijkheden bestaan in de strijd tegen het racisme dan moeten ze ook gelden in de strijd tegen homohaat. En dat is nu niet het geval.

9. De regering wil de antidiscriminatie- en antiracismewet binnen de zes maanden evalueren. Dat zal een titanenwerk blijken. Er zullen immers vele vragen opnieuw ter discussie moeten staan. Moet de wet blijven gelden voor discriminerende woorden of alleen nog voor discriminerende daden? Moet de wet gelden voor de relaties overheid-burger of ook voor de relaties tussen de burgers onderling? Hoewel de Europese Unie bepaalde vragen al grotendeels heeft beantwoord in de zin van de huidige wet, is dat zeker niet op alle vlakken zo.

Moet het strafrechtelijk aspect behouden blijven, of moeten we terug naar het voorstel van staatssecretaris Christian Dupont (PS) uit 2007 om discriminatie alleen nog burgerlijk aan te pakken? Moet het CGKR de mogelijkheid behouden om rechtszaken op te starten of moeten we dat aan de parketten en de benadeelde burgers overlaten? Hoe doorzichtig moet het vervolgingsbeleid van het CGKR worden? Moeten de discriminaties in de antidiscriminatiewet (tussen enerzijds allochtonen en anderzijds alle andere groepen) blijven bestaan of weggewerkt worden? Hoe moet de hervorming van ADW en ARW kaderen in de discussie over de interfederalisering van het CGKR? (Voor deze laatste discussie, zie: hier,nvdr).

En zo zijn er nog wel een reeks vragen. Het lijkt op het eerste gezicht onmogelijk om binnen de zes maanden een grondige evaluatie van beide wetten te maken, te meer daar binnen die zes maanden een vakantie en een verkiezingsperiode valt. Maar uiteraard moeten we onze politici niet onderschatten…

 

*****************************************

 

 

Lees ook:

 

Naar een Vlaams antidiscriminatiecentrum?

Het debat over het antidiscriminatiebeleid van Milquet in 2012

Di Rupo I over justitie en discriminatie

Het CGKR en de homohaat

 

*****************************************

 

 

Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.

 

 

*****************************************

 

 

 

Nu in het nieuws