Sharia4Belgium en het persmisdrijf

Print
29 MAART 2011 - Morgen, vrijdag, heeft in de Antwerpse correctionele rechtbank de tweede zitting plaats van het proces tegen Fouad Belkacem, de leider van de salafistische organisatie Sharia4Belgium. Een overzicht van de feiten en het eerste debat in dit proces vindt U hier.

Ten gevolge van twee belangrijke arresten van het Hof van Cassatie dreigt dit proces op de helling te komen. Cassatie wil dat alle persmisdrijven, ook die op weblogs en het internet, naar een assisenhof gaan. En de haatzaaierij van Belkacem tegen niet-moslims gebeurt nu eenmaal op filmpjes op het internet. Maar alvast het Antwerpse parket ziet geen enkel probleem en vindt dat het proces gewoon kan doorgaan. In ieder geval stelt deze zaak opnieuw het probleem van het persmisdrijf centraal. Een overzicht van het debat.

Dit stuk is opgedeeld in negen onderdelen: eerst geven we de definitie van het persmisdrijf; vervolgens zeggen we wat het voordeel van een persmisdrijf is voor de betrokkenen; dan belichten we waarom zulke misdrijven bestaan; daarna gaan we in op het aantal en de evolutie van de persmisdrijven sinds hun ontstaan; in een vijfde deel schetsen we de huidige problemen met het persmisdrijf en de rechtspraak terzake: we gaan hier vooral in op de ongelijke behandeling van de verschillende media; in een zesde deel stellen we de vraag naar de gevolgen voor de rechtszaak tegen Fouad Belkacem, de leider van Sharia4Belgium; in een zevende onderdeel belichten we het probleem van de ongelijke behandeling van de gediscrimineerde groepen door de huidige wetgeving op het persmisdrijf; in een achtste onderdeel gaan we na wat het parlement deed aan deze problemen en in een laatste stellen we ons de vraag wat er zou moeten veranderen.

We hebben ons voor dit stuk laten adviseren door diverse eminente specialisten en dan meer bepaald door Bram Delbecke en Jogchum Vrielink.

1. WAT IS EEN PERSMISDRIJF?

De grondwet wil persmisdrijven beschermen door ze voor het assisenhof te brengen. Maar wat een persmisdrijf is, wordt er niet in gedefinieerd. Daarmee starten de problemen eigenlijk al, want de definitie die je nu in de handboeken terugvindt is tot stand gekomen op basis van allerlei arresten van het Hof van Cassatie. Dat heeft hier een beetje pseudowetgever gespeeld.

Een persmisdrijf is een strafbare meningsuiting die gepleegd is via de drukpers en die op ruime schaal wordt verspreid.

* Het gaat dus over meningsuitingen. Reclame voor seksuele diensten, aankondigingen van verboden loterijen, een recht van antwoord niet publiceren zijn geen persmisdrijven. Volgens Cassatie komen ook loutere afbeeldingen, tekeningen, foto's en filmpjes niet in aanmerking, tenzij ze vergezeld zijn van een tekst die nodig is om die afbeeldingen, tekeningen, foto's en filmpjes te begrijpen. Maar als het beledigende karakter blijkt uit de prent zelf, dan is er geen persmisdrijf, zelfs als er een tekst bij staat.

* De meningsuiting moet strafbaar zijn: laster, eerroof, aanzetten tot haat. Maar er als het drukwerk alleen maar het middel is om het misdrijf te plegen, is er geen persmisdrijf. Oplichting door u allerlei onjuiste eigenschappen toe te dichten in een krant, is geen persmisdrijf.

* Het misdrijf moet gepleegd zijn door de drukpers. Althans dat wil de Nederlandse tekst van de grondwet, die pas in 1967 tot stand kwam. In de Franse tekst heeft men het over "presse". Dat is een veel ruimere term. Cassatie heeft dit begrip echter altijd beperkt tot de drukpers en wat daarop lijkt (fotokopie, lithografie, stencil). Volgens Cassatie zijn radio en tv geen pers, behalve als de feiten ook in een gedrukt medium worden gepleegd. Het Brusselse Hof van Beroep besloot wel dat ook een tv-interview pers kan zijn, maar Cassatie volgde dat tot voor kort niet.

* Er moet een zekere openbaarheid zijn.

2. WAT IS HET VOORDEEL VAN HET PERSMISDRIJF?

Er zijn meerdere voordelen:

* Niet de correctionele rechter, maar de volksjury beslist erover. In de praktijk betekent dit momenteel dat niet meer wordt vervolgd. Sinds de tweede wereldoorlog was er slechts één zaak, in Henegouwen in 1994. Wel werd in 1999 beslist dat racistische persmisdrijven voor de correctionele rechter kunnen komen, maar alleen zij.

* Voorlopige hechtenis voor persmisdrijven met straffen tot maximum vijf jaar is uitgesloten.

* Er is een getrapte verantwoordelijkheid. In tegenstelling tot andere misdrijven wordt bij persmisdrijven slechts één persoon vervolgd: de schrijver. Als die onbekend is, volgt de uitgever, de drukker en dan de verspreider. Bij gewone misdrijven heb je mededaders en medeplichtigen, bij persmisdrijven niet.

* De verjaringstermijn voor sommige persmisdrijven is korter: slechts drie maanden bv. voor laster tegenover ambtenaren. Maar eerroof en beledigingen tegenover particulieren verjaren pas na vijf jaar. Dat geldt ook voor aanzetten tot haat.

* De beschuldigde mag op een speciale plaats gaan zitten, niét op de bank waar "normale", van moord beschuldigden gewoonlijk zitten.

3. WAAROM BESTAAN PERSMISDRIJVEN?

Bram Delbecke (Kulak, Kortrijk) maakte een schitterend doctoraat over de geschiedenis van het persmisdrijf in België. Hij zet de motieven om het persmisdrijf in te voeren op een rijtje:

"Tijdens de Hollandse periode (1815-1830) bestond de jury niet voor persmisdrijven. Er was overigens helemaal geen juryrechtspraak. Toenmalig justitieminister Van Maanen organiseerde een zeer sterke repressie tegen de oppositiepers van de Zuidelijke Nederlanden, het huidige België. Hier werden de zware veroordelingen als een wraakactie tegen de oppositie gezien. Toen België onafhankelijk werd wilden de revolutionairen zeker niet dat hun geschriften zouden worden beoordeeld door de rechters die door het Hollandse regime waren benoemd. Zij wilden de jury opnieuw invoeren voor persmisdrijven en politieke misdrijven."

"Maar er was ook een duidelijk ideologische reden voor het persmisdrijf. De Belgische revolutionairen van 1830 wilden vermijden dat een nieuw despotisch regime zou ontstaan, dat iedere voeling met de bevolking zou kwijtraken. Daarom was de persvrijheid voor hen heel belangrijk. Ze meenden dat de rechtspraak moest stroken met de evoluties in de samenleving en wie beter dan de juryleden zou die evoluties kunnen belichamen? De pers moest niet alleen informeren, maar ook controleren, ze was een waakhond van de democratie."

"Opmerkelijk is dat de volksjury in 1830 dus niet in de eerste plaats werd ingevoerd om moordenaars en verkrachters te berechten. Dat gebeurde pas helemaal op het einde van het debat. De liberale republikein Alexandre De Robaulx vroeg zich toen af waarom moordenaars en verkrachters ook niet de garantie van de jury zouden krijgen, nu die sowieso opnieuw ingevoerd werd. De zwaarste criminelen riskeerden immers nog effectief de doodstraf. En hij werd gevolgd."

"Belangrijk om weten is dat de grondwetgever toen vond dat alle perszaken voor assisen moesten komen. Maar al vanaf het einde van de jaren 1830 probeerde men het aantal perszaken te beperken door naar de burgerlijke beroepsrechter te stappen en daar gewoon schadevergoeding te vorderen. Perszaken voor assisen hadden immers twee nadelen: de zaak werd opnieuw openbaar opgerakeld en bovendien werd ruim de helft van de verdachten vrijgesproken. Deze stap richting burgerlijke rechter strookte niet met de idealen van de grondwetgever, maar het Hof van Cassatie heeft deze persaansprakelijkheid wegens een fout erkend in 1863. Pikant detail is dat gebeurde na een lastercampagne tegen Charles Rogier, die in 1830 een groot voorvechter van het persmisdrijf voor assisen was geweest. Maar toen de vuile was van zijn vader in de katholieke pers werd buitengehangen, koos hij eieren voor zijn geld en stapte naar de burgerlijke rechtbank. Cassatie ging akkoord."

"Overigens: toen al in de negentiende eeuw bleek dat de critici van de Belgische democratie wat te voortvarend waren, greep het parlement in door wetten te stemmen die de persvrijheid danig beperkten. Dat gold bv. voor het verbod op pro-Hollandse propaganda (1834), het beledigen van de persoon van de koning (1847), het beledigen van buitenlandse staatshoofden en regeringsleiders (1852/1858) en de wetten op het vergeefs uitlokken van misdrijven (1887/1891). Dat was vooral om de vele republikeinen de mond te snoeren, of in het geval van de bestraffing van het vergeefs uitlokken van misdrijven, om de socialistische leiders die op het einde van de negentiende eeuw opriepen tot opstand en protest te kunnen aanpakken."

"Kortom: de persvrijheid sproot uit de ambitie van de generatie die België onafhankelijk had gemaakt. Toen die zelf de macht veroverd had, veranderde het beleid inzake persvervolgingen in een beleid van socio-politieke controle. De uitdagers van weleer werden nu zelf uitgedaagd. De pers bleek daarom slechts vrij te zijn in de mate dat zij de grondslagen en beginselen van de liberale natiestaat respecteerde zoals ze door de architecten van de Belgische staat uitgetekend waren. De autoriteiten viseerden daarom die publicaties die het beeld van een voortvarende en beschaafde Belgische natie in gevaar brachten."

4. WORDEN VEEL PERSMISDRIJVEN VERVOLGD?

Gegevens zijn er vooral over de periode 1831-1914. Bram Delbecke telde in die periode 214 zaken. Delbecke: "De helft van de zaken hadden voor het hof van assisen van Brabant plaats, omdat er in Brussel de meeste persactiviteit was. Over het algemeen waren er in de assisenhoven van de landelijke provincies zoals Limburg of Luxemburg amper zaken. De helft van deze zaken leidde tot een vrijspraak."

"In de negentiende eeuw ging het gros van de zaken over het sociaal-economisch conflict. Aanvankelijk werden republikeinen en de aanhangers van het voormalige Hollandse regime vervolgd, later concentreerde men zich op de verdedigers van de arbeidersklasse. De opkomst van het socialisme en het anarchisme blijkt uit tal van processen."

"Er was ook vervolging voor een vijftigtal pornografische geschriften. Het gaat dan om ordinaire pikanterieën, op de zaken van de schrijvers Camille Lemonnier en Georges Eeckhoud na, maar zo goed als iedereen werd vrijgesproken, tot grote frustratie van het gerecht. Dit fenomeen had op het eerste gezicht niets met politiek te maken, maar de schrijvers, uitgevers en boekventers die voor pornografische persmisdrijven werden vervolgd, behoorden vaak tot de linkerzijde, die ook de arbeidersklasse verdedigde. Sommigen publiceerden neomalthusiaanse teksten, die voor geboortebeperking pleitten of een condoom aanbevolen. In de negentiende eeuw werd ieder pleidooi voor seks die niet op voortplanting gericht is als schending van de goede zeden gezien. De meeste "pornografieprocessen" leidden echter tot een vrijspraak. Dat heeft deels te maken met de werkwijze van de assisenhoven in die tijd te maken. Per trimester werd een jury uitgeloot. Dan spaarde men alle assisenzaken op en die handelde men dan één voor één af. Zo kon een jury eerst een gruwelijke moord, vervolgens een zware verkrachting en dan een journalist die condooms verdedigde voor zich krijgen. Het ligt voor de hand dat het contrast tussen deze feiten erg groot was."

"Merkwaardig genoeg waren er bijna geen persmisdrijven over levensbeschouwelijke of geloofszaken, terwijl dat toen een heet hangijzer was. Blijkbaar wilden de twee grote negentiende-eeuwse partijen, de katholieken en de liberalen, elkaar sparen. In tegenstelling tot de arbeidersklasse hadden zij immers wel toegang tot de hoogste kringen om hun agenda erdoor te drukken."

"Toen na de Eerste Wereldoorlog de socialisten aan regeringsdeelname toe waren en het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht ingang vond, was het succes van de sociaal-democratische contestatie van het elitaire politieke model van weleer een feit."

"In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog zijn er wel nog verschillende perszaken geweest, maar die gingen dan vooral over Duitsgezinde stukken die tijdens de oorlog verschenen waren. Afgezien van deze zaken en enkele pornozaken in de preutse jaren dertig, zijn er daarna nog amper persprocessen voor de jury gekomen. De persprocessen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, eveneens wegens het uitbrengen van Duitsgezinde kranten en bladen, heeft men zelfs niet meer voor assisen gebracht, maar voor de militaire rechtbanken."

"Sinds de Tweede Wereldoorlog is er nog welgeteld één perszaak voor assisen gekomen: in 1994 kwamen enkele extreem-rechtse militanten wegens een racistische publicatie voor het hof van assisen van Henegouwen, maar ook zij werden vrijgesproken. Sinds 1999 zijn persmisdrijven ingegeven door racisme of xenofobie zelfs onttrokken aan het oordeel van de jury: die komen nu voor de correctionele rechtbank. Er is nu wel nog recent in Brussel een zaak naar assisen verwezen, over een boek over de vermeende deelname van oud-premier Vandenboeynants aan seksfuiven, maar die is nog niet voorgekomen."

5. WAT IS NU HET PROBLEEM?

Het probleem met het persmisdrijf is dubbel:

== Eerst en vooral is er een verschillende, discriminerende behandeling tussen de soorten media. Kranten en tijdschriften genieten van de bescherming van het persmisdrijf, maar dat geldt niet voor radio en televisie. Websites en Weblogs zaten in een schemerzone. Cassatie definieerde ze tot voor kort niet als "drukpers", maar een aantal hoven, en vooral dat van Brussel, maar ook dat van Gent, deed dat wel.

== Een tweede verschillende behandeling of discriminatie is die tussen racistische en andere discriminerende persmisdrijven. Racistische persmisdrijven gaan volgens de Grondwet naar de correctionele rechtbank. Alle andere aanzetten tot haat blijven bij assisen. Vreemdelingenhaat wordt dus correctioneel bestraft, vrouwen-, homo- en moslimhaat moet naar assisen en blijft dus ongestraft.

Twee recente arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zetten het Belgische systeem op de helling:

* Het RTBF-arrest van 15 september 2011 over het Belgisch censuurverbod. Dat zegt uitdrukkelijk dat het onderscheid van het Hof van Cassatie maakt tussen gedrukte media en audiovisuele media "geen voldoende wettelijk kader is om de persvrijheid te beperken". Dat lijkt te suggereren dat er geen verschillende regels mogen zijn voor beide soorten media.

* Het Vejdeland-arrest van 9 februari 2012 tegen Zweden. Dat leert volgens professor mediarecht Dirk Voorhoof in De Juristenkrant dat je best dezelfde strafrechtelijke garanties inbouwt tegen discriminatie van homo's als tegen discriminatie tegen vreemdelingen.

Het Hof van Cassatie velde op 6 maart 2012 twee arresten met een soortgelijke inhoud. Die dreigen een en ander grondig te veranderen. Cassatie besloot dat ook de digitale verspreiding van strafbare meningen via websites en weblogs, onder de garantie van het persmisdrijf vallen. Het besloot verder dat het geen enkel belang heeft of de strafbare mening 'maatschappelijk relevant' is of 'enig gewicht' heeft. Kortom: ook domme laster of eerroof op het internet genieten van de bescherming van het internet en moeten naar assisen.

Volgens professor mediarecht Dirk Voorhoof (Universiteit Gent) paste Cassatie hiermee het persmisdrijf van 1830 ineens aan de eenentwintigste eeuw aan. "Cassatie maakte een sprong van 1830 naar 2012". Personen die, op eender welke manier, via internet laster verspreiden blijven nu dus straffeloos, want niemand zal een dure assisenprocedure inspannen voor dergelijke zaken.

In de Kamercommissie Justitie werd minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) ondervraagd over de betekenis van het Cassatie-arrest. Zij bevestigde de interpretatie van professor Voorhoof.

Gevolg van de ruime interpretatie, waarin alle uitingen op internet voortaan een drukpersmisdrijf opleveren, is dat alle huidige aanklachten tegen Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem vervallen. Want zij zijn allemaal op het internet geuit.

6. MOET HET PROCES TEGEN SHARIA4BELGIUM NU STOPGEZET WORDEN?

== Ja, zo meent ook advocaat Walter Damen, die Belkacem verdedigt. Cassatie heeft zijns inziens gezegd dat alle strafbare uitlatingen op het internet, behalve de racistische, voor het assisenhof moeten komen. De rechtbank moet zich dus onbevoegd verklaren.

== Nee, zo meent het Antwerpse parket. Dat heeft een eigen interpretatie van de bewuste Cassatie-arresten. "Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst, die vermenigvuldigd is door een drukpers of een digitale verspreiding". Voor het Antwerps parket is er alleen maar sprake van een persmisdrijf als er ook een tekst is. Het Antwerps openbaar ministerie maakt zich sterk dat er in de zaak tegen Belkacem geen teksten zijn, alleen maar mondelinge uitlatingen in filmpjes op het internet. En - volgens het Antwerps parket - vallen mondelinge uitlatingen niet onder de garantie van het persmisdrijf.

== Jogchum Vrielink (specialist vrijheid van meningsuiting en discriminatierecht) denkt dat Cassatie de visie van het parket wel eens zou kunnen bijtreden: "Het Hof van Cassatie redeneert soms nogal formalistisch. Dat er sprake moet zijn van een 'tekst' is tot nu toe inderdaad een vast onderdeel van zijn rechtspraak. Zo heeft het Hof over uitingen op radio en tv uitdrukkelijk gezegd dat zij niet onder de jurybescherming vallen, omdat de mening hier niet geuit wordt in gedrukte geschriften. Radio en tv zijn m.i. vergelijkbaar met het internet. Verder is het vaste rechtspraak dat afbeeldingen, zoals spotprenten, alleen aanleiding geven tot een drukpersmisdrijf als je ze maar kan begrijpen als er ook een gedrukte tekst bij staat, bv. een onderschrift. Afbeeldingen die je kan begrijpen zonder tekst of onderschrift, zijn volgens Cassatie geen drukpersmisdrijf. Ook in de recente arresten geeft het Hof steeds aan dat zijn redenering geldt voor meningsuitingen via 'teksten'. Het lijkt dus niet uitgesloten dat Cassatie in deze zaak de redenering van het Antwerpse parket zal volgen."

"Zelf vind ik dat nochtans niet wenselijk. Het strenge onderscheid dat Cassatie maakt, is onhoudbaar en leidt in praktisch opzicht tot bizarre resultaten. Het strookt ook niet met de geest van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg."

== De advocaat van Belkacem is het niet eens met de redenering van het Antwerps parket: "Een ondertiteld filmpje op YouTube is dan een persmisdrijf, een niet-ondertiteld filmpje is dat niet. Absurd".

== Volgens deskundigen, die anoniem willen blijven omdat ze "geen verdedigers van de salafistische groepering Sharia4Belgium willen schijnen", voert het Antwerpse parket met zijn interpretatie "een achterhoedegevecht". "Het verstrikt zich verder in contradicties, zoals die over het ondertiteld en het niet-ondertiteld filmpje, terwijl de bedoeling van het Europees Mensenrechtenhof duidelijk is: internet is ook pers en moet op dezelfde manier behandeld worden als kranten. Daar gaat het om, niet over het verschil tussen een geschreven of een mondelinge tekst".

== Nogmaals Jogchum Vrielink: "Ik vind dat ook geluidsfragmenten en videobeelden die verspreid worden door massamedia zoals radio, tv of internet, persmisdrijven opleveren. Het gaat ook in die gevallen om media, die in belangrijkste mate instaan voor massacommunicatie in onze hedendaagse samenleving. En dàt was de reden waarom de grondwetgever in 1830 persmisdrijven wilde beschermen. Dit werd al in 1985 bijvoorbeeld mooi gezegd door het Brusselse Hof van Beroep. Dat stelde dat de grondwetgever door de invoering van de assisenwaarborg de persvrijheid in algemene zin wilde beschermen, en niet alleen maar het toenmalige middel drukpers. Het Hof besloot dat meningen tegenwoordig worden geuit door middelen die in 1830 niet bestonden, zoals radio en televisie - en nu dus: het internet -, en dat die in de geest van de grondwetgever van 1830 ook bescherming verdienen."

"Daar kan nog aan worden toegevoegd dat het woord 'pers' of zelfs 'drukpers' ook niet tot de beperkende interpretatie verplicht die Cassatie eraan geeft. Niet alleen geschreven zaken, maar ook het gesproken woord kan 'gedrukt' en 'geperst' worden door middel van diverse procedés zoals cd's, dvd's en film."

== Sommige parketmagistraten schuiven nog een bijkomende argument naar voor om het proces tegen Sharia4Belgium toch te kunnen voortzetten. "Er is misschien een persmisdrijf, maar die aanzetten tot haat zijn eerder in het openbaar gepleegd, want anders had men ze niet kunnen filmen. Wel, het parket kan vervolgen voor die openbare aanzetten tot haat en de filmpjes gewoon als ondersteunend bewijs hiervoor gebruiken."

== Vrielink: "De bijkomende redenering van het parket is goed gevonden, maar lijkt me niet juist. Als je aanvaardt dat de internetfilmpjes een persmisdrijf opleveren, dan hangt de openbare opname ervan onlosmakelijk samen met dat persmisdrijf en dan gaat assisen voor. Althans als er aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet het alleen gaan om de uitdrukking van een mening en dus niet om andere strafbare feiten. Ten tweede mag er geen ander bewijs beschikbaar zijn, zoals getuigen van de uitspraken toen ze in het openbaar werden gedaan. Als die er wel zijn, dan kan vervolging op grond daarvan plaatsvinden. Zo niet, dan moet de zaak naar de jury, omdat dat beschermingsregime anders helemaal uitgehold zou worden. Wat niet rechtstreeks kan, kan dan ook niet onrechtstreeks: zonder de verspreiding via het internet nadien, zou je in zo'n geval immers niet eens kennis hebben van die aanvankelijke 'openbaarmaking' van de uitingen."

7. DE DISCRIMINATIE VAN GEDISCRIMINEERDE GROEPEN

Het tweede probleem met de Belgische regeling van persmisdrijven betreft de discriminatie van sommige groepen. De grondwet bepaalt dat vreemdelingenhaat in de pers naar de correctionele rechter kan, terwijl vrouwen-, homo- en moslimhaat naar assisen moet.

Vreemdelingenhaat wordt daardoor feitelijk gestraft, al de andere vormen van haat blijven straffeloos.

Vanwaar deze regeling?

Vrielink: "Ze werd in 1999 ingevoerd, omdat de parketten - op één geval na - geen assisenhoven samenriepen voor racisme. Dat misdrijf bleef dus de facto straffeloos, en dat in een periode dat het Vlaams Blok een steile opgang kende. Dat leidde tot een zekere paniek onder politici. De grondwetgever koos daarom in 1999 voor de correctionalisering van 'drukpersmisdrijven ingegeven door racisme en xenofobie'. Verschillende grondwetsexperts hebben toen overigens tegen de invoering van dat uitzonderingsregime geprotesteerd".

"Andere drukpersmisdrijven werden in 1999 niet opgenomen in de uitzondering, om rekening te houden met de journalistenbond die wilde dat de beperking op de bevoegdheid van de jury zo beperkt mogelijk bleef.

"De rechtvaardiging voor de uitzondering voor racistische persmisdrijven was dubbel. Enerzijds was het nodig op grond van het VN-verdrag inzake rassendiscriminatie, anderzijds zouden bij racistische drukpersmisdrijven hele groepen slachtoffer zijn, en niet 'slechts' individuen. En dat in tegenstelling tot andere drukpersmisdrijven."

"Het eerste argument klopt niet. Bij de bekrachtiging van het VN-verdrag gaf België aan dat het bij de toepassing van dit Verdrag "onverkort" rekening zou houden met de grondwettelijke waarborgen inzake de vrijheid van meningsuiting. Het verdrag verplichtte dus niet tot het aanpassen van de regeling in de Belgische grondwet. Over de relevantie van het tweede argument kan je van mening verschillen, maar zelfs als je het aanvaardt, dan is het zo dat er veel andere persmisdrijven zijn waar hele groepen het slachtoffer van worden. Dat geldt al helemaal sinds de invoering van de discriminatiewet".

Vrielink verwijst hier naar de nieuwe antidiscriminatiewat van 2003, die in 2007 nog eens werd vervangen. Sinds dan bestaat er feitelijk een verschillende behandeling ten nadele van bijvoorbeeld vrouwen, homo's, moslims, zieken en bejaarden. Aanzetten tot haat tegen deze groepen moeten naar assisen en dat blijft dus onvervolgd, terwijl alleen racistische drukpersmisdrijven vervolgd worden voor de correctionele rechtbank.

8. WAT DOET HET PARLEMENT?

Het parlement heeft bij herhaling artikel 150 van de grondwet (over de instelling van de jury voor persmisdrijven) vatbaar verklaard voor herziening. Maar na verkiezingen deed de nieuwe grondwetgever daarmee doorgaans niets. Er was (en is) ook geen lobbying van betrokken groepen of van het CGKR om ter zake iets te wijzigen.

Het enige voorliggende wetsvoorstel om artikel 150 te veranderen is dat van Kamerlid Dirk Van der Maelen (sp.a). Hij wil dat alle mediamisdrijven - op racisme na - voor assisen komen. Hij voegt de woorden "en andere mediamisdrijven" toe aan de term "drukpersmisdrijven". Als het voorstel-Van der Maelen wet zou zijn, zou de zaak tegen Sharia4Belgium voor assisen moeten komen, tenzij men de filmpjes als steunbewijs voor de aanvankelijke feiten zou nemen.

Van der Maelen's voorstel heeft uiteraard die bedoeling niet en het dateert trouwens van voor de drukte rond Sharia4Belgium ontstond (11 februari 2011). Merkwaardig genoeg verandert het voorstel van de sp.a niets aan de discriminatie van andere groepen. Aanzetten tot haat tegen vreemdelingen kan - zoals nu - volgens het voorstel naar de correctionele rechtbank. Maar aanzetten tot haat tegen homo's, vrouwen, niet-moslims moet nog altijd naar assisen.

9. WAT MOET VERANDEREN?

Wat moet er nu veranderen? We vroegen het aan onze beide deskundigen.

* Bram Delbecke: "Het is duidelijk dat de jurywaarborg in perszaken niet meer functioneert zoals ze in 1831 bedoeld werd. De persvrijheid wordt nu niet meer bevorderd door het vertrouwen in de jury, maar net door het wantrouwen. Uit vrees voor een vrijspraak en voor de ruchtbaarheid proberen de parketten in perszaken assisen te ontwijken, zodat er amper nog vervolgd wordt. Dat is op zijn minst opmerkelijk."

"Bovendien is de context sterk gewijzigd. In de negentiende eeuw werd de jury bevolkt door een kleine elite van rijken en gediplomeerden: van hen werd gezegd dat ze als geen ander de belangen van de bevolking konden inschatten in politiek gevoelige zaken. Vandaag de dag is de jury gedemocratiseerd, maar de samenleving is ook veel diverser geworden. Het is dan ook maar de vraag in welke mate de jury de vele rangen, standen en bevolkingsgroepen effectief nog kan weerspiegelen."

"In tegenstelling tot de negentiende eeuw wordt de persvrijheid nu ook beschermd door tal van internationale verdragen en door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat streng toeziet op beteugelingen van de vrijheid van meningsuiting."

"Een correctionele procedure, met een dubbele aanleg en met gemotiveerde arresten die de Europese regelgeving en rechtspraak respecteren, levert misschien wel meer waarborgen op voor het goed functioneren van de vrije pers. Dat zal soms tot een controversiële uitspraak leiden, maar juryverdicten zijn eveneens vaak omstreden, zeker in een gemediatiseerde samenleving. Anderzijds denkt men dan beter ook na over de definitie en de wenselijkheid van bepaalde delicten zoals laster en eerroof. Er bestaan juridische alternatieven voor deze misdrijven."

"Wat er ook van zij: alle persorganen zouden op dezelfde manier moeten worden behandeld. Er is geen redelijk argument om een onderscheid te maken tussen kranten, radio, tv en het internet."

"Ook tussen racistische persmisdrijven en andere discriminatiemisdrijven, zoals het aanzetten tot homohaat, maakt men wellicht beter geen onderscheid."

* Jogchum Vrielink heeft een andere mening: "De vraag of de assisenprocedure voor persmisdrijven behouden moet worden, hangt samen met de vraag naar de voors en tegens van juryrechtspraak in het algemeen. Daarover wordt veel gediscussieerd in de juridische wereld. Ik ga op deze algemene discussie niet in, maar ik ben niet voor het afschaffen van jury voor drukpersmisdrijven. Sommige argumenten uit 1830 om de jury voor persmisdrijven bevoegd te maken, zijn achterhaald, maar zeker niet alle argumenten. Ik zie er twee die nog heel relevant zijn".

"Het argument dat de persvrijheid extra moet worden beschermd, geldt nog altijd. De zware juryprocedure bevordert die vrijheid in de praktijk ook. Misschien iets té goed, omdat er nu echt nooit persmisdrijven strafrechtelijk vervolgd worden. Maar dan nog lijkt het beter om de procedure te verbeteren in plaats van haar af te schaffen. Zeker omdat de bescherming die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens biedt aan sommige meningsuitingen heel beperkt is. Dat is bijvoorbeeld zo bij 'hate speech'. Onder die noemer aanvaardt het Hof van Straatsburg bijna iedere beperking op de vrijheid van meningsuiting en tegelijk definieert het Hof dat begrip extreem ruim. Een bijkomende, binnenlandse garantie in de vorm van het assisenhof is dus zeker geen overbodige luxe."

"Een tweede argument voor het persmisdrijf dat nog steeds relevant is, is het vermijden van de schijn van politisering en partijdigheid van beroepsrechters. Strafprocessen voor persmisdrijven zijn per definitie maatschappelijk omstreden. Ook dwingen ze de rechterlijke macht om persoonlijke of 'politieke' keuzes te maken als ze hun vonnis vellen. Als ze moeten oordelen in zulke 'gekleurde' processen, zullen ze al snel een 'gekleurd' imago krijgen. We hebben dat gezien in het Vlaams Blok-proces in Gent. De grondwetgever van 1830 was zich hiervan bewust en kende daarom deze zaken niet toe aan beroepsrechters, maar aan de jury. Ik zou de jury dus niet afschaffen voor persmisdrijven."

*****************************************

 

ZIE: BRAM DELBECKE, De lange schaduw van de grondwetgever. Perswetgeving en persmisdrijven in België, 2012, 673 p., ASP, Brussel.

 

JOGCHUM VRIELINK, Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België, 2010, 796 p., Maklu, Antwerpen

 

*****************************************

 

 

Lees ook:

 

Het proces tegen Sharia4Belgium

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast"

De perswet over het vermoeden van onschuld

Het debat over het antidiscriminatiebeleid van Milquet

Di Rupo I over justitie en discriminatie

 

*****************************************

 

 

Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.

 

 

*****************************************

 

 

 

 

 

Nu in het nieuws