Het debat over het antidiscriminatiebeleid van Milquet in 2012

Print
20 JANUARI 2012 - De Kamercommissie Volksgezondheid (!) debatteerde deze week over het antidiscriminatiebeleid. Ze deed dat op basis van de beleidsnota van Minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (cdH). Zij wil een antiseksismewet om beledigingen van vrouwen strafbaar te maken, ze wil een Nationaal Commissaris tegen het Partnergeweld. Ook wil ze de strijd tegen het antisemitisme opvoeren en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding bevoegd maken voor discriminaties in de beleidsdomeinen van de Gemeenschappen en Gewesten. Tijdens het debat kwam er scherpe kritiek op het functioneren van het CGKR: het is selectief en het heeft te veel taken. De N-VA wil het personeelsbestand van het CGKR halveren. Opmerkelijk was het pleidooi van Ben Weyts om de RTBf te vervolgen voor Vlamingenhaat, het pleidooi van Nahima Lanjri om praktijktests bij homofobe taxichauffeurs te organiseren en het voorstel van Ine Somers om de Olympische Spelen voor homo's en lesbiennes, die in 2013 in Antwerpen plaatsgrijpen, federaal te subsidiëren. Een overzicht van het debat.

Minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet heeft zich in tegenstelling tot andere ministers (Justitie, Asiel en Migratie) in haar beleidsnota niet beperkt tot het overnemen van het regeerakkoord. Ze heeft vele eigen accenten gelegd en vele nieuwe initiatieven gelanceerd. We geven eerst een overzicht van de belangrijkste punten uit haar beleidsnota. Vervolgens brengen we de belangrijkste kritieken: het CGKR functioneert slecht; er is geen beleid tegen homofoob geweld; Milquet overschrijdt haar bevoegdheden. Tenslotte formuleren we enkele persoonlijke bedenkingen.

1. WAT STAAT IN DE NOTA?

1.1. OVER VROUWEN

* Milquet wil een antiseksismewet. Beledigingen van vrouwen moeten strafrechtelijk beboet worden. "Verbale beledigingen zijn een prelude op later geweld en het zijn uitingen van een minderwaardige visie op de vrouw", zo zegt de minister.

* Alle regeringsleden moeten twee beleidsopties voorstellen om de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen. Er komt een "interdepartementale coördinatiegroep", die daarop zal toezien. Als de regering sociaal-economische hervormingen voorstelt, zal ze telkens nagaan of dit de positie van de vrouwen niet verslechtert.

* In 2010 verdienden vrouwen gemiddeld nog altijd 10% minder per uur en 24% minder per jaar dan mannen. Belgische vrouwen verdienen 18% minder dan de mannen in Europa. Milquet wil die loonkloof wegwerken, maar geeft toe dat dit "een werk van lange adem" is. In ieder geval zal ze met de minister van Openbaar Ambt overleggen om de vrouwendiscriminaties weg te werken: in 2010 bekleedden slechts 15% vrouwen de hoogste posities binnen de federale administratie. Slechts zes EU-landen doen het slechter.

De minister wil bovendien een commissie oprichten om ervoor te zorgen dat er voldoende vrouwen in adviescommissies van de federale overheid zitten.

* De minister "start samen met de minister van Justitie een reflectie om de naamwetgeving te herzien". Momenteel kan alleen de vader en niet dat de moeder het kind zijn familienaam geven en dat druist in tegen de Europese regels.

Deze discussie over de familienamen dateert al van paarsgroen. Toen waren er al wetsvoorstellen om de wet te wijzigen en die zijn er nog nog altijd in de Senaat (een overzicht van deze voorstellen, vindt U hier, nvdr). Vooral de burgerlijke stand, die vreest voor een ontwrichting van zijn werking, en de politiediensten, die vrezen dat de strijd tegen de georganiseerde misdaad hierdoor danig wordt bemoeilijkt, zijn tegen. Hun argumenten zijn nog niet weerlegd en de kostprijs van deze voorstellen is ook nog niet berekend. (De kritiek op de voorgestelde wijziging van de naamwetgeving, vindt U hier, nvdr).

* Er komt Nationaal Commissaris voor de Strijd tegen het Partnergeweld en 2013 wordt het jaar van de strijd tegen dit partnergeweld. Het Nationaal Actieplan tegen Partnergeweld wordt uitgebreid tot alle geweld tegen vrouwen en dan meer bepaald ook tot seksueel en psychisch geweld. Het Instituut voor de Gelijkheid voor Mannen en Vrouwen moet dit beleid coördineren. (Meer over dit plan, vindt U hier, nvdr).

Het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen wordt omgevormd tot een observatorium voor partnergeweld en geweld op vrouwen, zoals het CGKR eerder werd omgebouwd tot een observatorium van de migratie. Het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen moet ook een beleid tegen eremoorden en eergerelateerd geweld ontwikkelen.

Omdat in 31% van de politiezones nog geen vorming wordt gegeven over partnergeweld, zijn ook daartegen maatregelen nodig.

* Alle grote steden moeten een cel voor gedwongen en schijnhuwelijken krijgen. Die moet een sociaal onderzoek organiseren bij alle verdachte huwelijken (bv. leeftijdsverschil groter dan tien jaar of huwelijk in het buitenland).

Om schijn- of gedwongen huwelijken in het buitenland te voorkomen, moet de Belgische burgerlijke stand de mogelijkheid hebben om een huwelijk dat in het buitenland is gesloten, hier niét in te schrijven als het verdacht is. In zo'n geval is een sociaal onderzoek gepast.

Bij een klacht of bij een vermoeden dat een gedwongen huwelijk in het buitenland zal worden afgesloten, moet het jonge meisje verplicht in België blijven. Naar Frans model moet zo'n "verbod om het grondgebied te verlaten" mogelijk worden.

De straffen voor gedwongen huwelijken (twee jaar cel 3.000 euro boete voor al wie iemand door geweld of bedreiging tot een huwelijk dwingt) moeten toepasbaar worden op de samenlevingscontracten en ze moeten ook gelden voor ouders die hun kinderen moreel dwingen tot een huwelijk.

Er komt een website tegen schijnhuwelijken. Daarop moet alle informatie staan over ieders rechten en ook nuttige adressen.

1.2. OVER ANDERE DISCRIMINATIES

* De cel antisemitisme van het Centrum voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding (CGKR) krijgt meer personeel en ze wordt ook bestendigd.

* Het CGKR wordt een "interfederaal centrum". Het wordt tegen de zomer ook de controleur voor de discriminaties in sectoren waarvoor de Gemeenschappen en de Gewesten bevoegd zijn, zoals de Lijn, de VDAB, het Vlaams onderwijs en de Vlaamse welzijnssector. Milquet kondigt tegen Pasen een eigen initiatief terzake aan.

* Er komt ook een nationaal orgaan dat - zoals het CGKR - bevoegd is voor discriminatie op grond van taal. Het CGKR is daar momenteel niet voor bevoegd, omdat men het Centrum buiten de communautaire geschillen wilde houden. Nochtans menen meerdere antidiscriminatiedeskundigen (zoals bv. professor Jogchum Vrielink en professor Dajo De Prins) dat het CGKR momenteel wel al bevoegd is voor communautaire geschillen, omdat nogal wat aanzetten tot haat gericht zijn tegen iemands etnische herkomst.

* Daarnaast komt er een "burgerschapscommissie" die bepaalt wat de rechten en plichten van een Belgische burger zijn en wat de basis is van onze democratie.

* Verder wil de minister een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens oprichten.

* Er komt ook een Nationale Raad voor Roma en Woonwagenbewoners.

* Er komt een commissie die in 2012 de antidiscriminatiewet moet evalueren. Die moet voor de helft samengesteld zijn uit mannen en vrouwen en bovendien moet er een evenwicht zijn tussen magistraten, advocaten en universitairen. Haar evaluatie gaat naar het parlement, dat dan moet beslissen over een mogelijke verandering van de wet.

* De parketten krijgen duidelijke richtlijnen wanneer ze racistische, negationistische en homofobe misdrijven moeten vervolgen.

* Milquet wil tijdelijke quota van minderheidsgroepen in de privésector, maar hiervoor is ze eigenlijk niet bevoegd. Ze wil ook anonieme sollicitaties in de privésector veralgemenen, maar daarvoor is ze evenmin bevoegd. Ze stelt daarom voor dat de Nationale Arbeidsraad "de reflectie zou opstarten over de voor- en nadelen van de anonieme cv's in grote en middelgrote ondernemingen". In haar visie moet de eerste selectie van kandidaten volledig gebaseerd zijn op opleiding en ervaring.

* Ze wil ook niet-Europese burgers toelaten tot het openbaar ambt.

* De ongelijkheden bij adoptie door homo's en lesbiennes worden weggewerkt.

* Discriminatie van transgenders (mensen die van geslacht willen veranderen)komt uitdrukkelijk in de antidiscriminatiewet.

2. DE KRITIEK OP DE NOTA

Tijdens het debat was de oppositie erg kritisch. Maar ook de Vlaamse meerderheidspartijen (CD&V en Open Vld) spaarden de roede al evenmin. Naast een aantal kleinere bedenkingingen draaide de kritiek vooral rond de werking van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en het beleid tegen homofoob geweld.

2.1. DE WERKING VAN HET CGKR

De kritiek op de werking van het CGKR valt uiteen in drie delen: kritiek op de interfederalisering van het Centrum en het kerntakendebat; kritiek op de selectiviteit van het Centrum; vragen rond de benoeming van directeur Jozef De Witte.

2.1.1. De kerntaken van het CGKR

* Momenteel is het CGKR alleen maar bevoegd voor discriminaties in sectoren waarvoor de federale overheid bevoegd is, maar niet in sectoren waarvoor de Gemeenschappen en de Gewesten bevoegd zijn (de Lijn, de VDAB, de bejaardenzorg, de hulpverlening…). Voor die sectoren heb je aparte antidiscriminatiedecreten. En die willen ook dat er een centrum komt om discriminatie in die sectoren te controleren. De logica zou zijn dat de Gemeenschappen en de Gewesten zelf zo'n eigen centrum oprichten, maar de federale regering en het CGKR zelf willen dat niet. Ze willen dat die controlebevoegdheid aan het CGKR toekomt. Het huidige CGKR moet dus "ge-interfederaliseerd" worden, zoals dat in vakjargon heet. Reden: het is te duur en verspilling van energie en talent om overal centra zoals het CGKR uit te bouwen.

Merkwaardig genoeg gaat de Vlaamse regering akkoord met deze visie. Merkwaardig, want uiteindelijk krijgt een federaal orgaan dan een controlerecht op gemeenschaps- en gewestbevoegdheden. De theorie dat deze verschillende centra te duur en verspilling van energie zijn, geldt uiteraard eveneens voor alle andere aparte instellingen (zoals een aparte onderwijskoepel bv.). De steun voor een interfederaal centrum verbaast vooral van de Vlaamse meerderheidspartij N-VA.

De nationalisten betuigden deze week echter nogmaals hun steun aan dit voorstel tijdens het debat over de beleidsnota van Milquet. Maar N-VA vond wel - net als Vlaams minister Pascal Smet (sp.a) - dat het interfederaal centrum ten laatste tegen de zomer moet georganiseerd zijn. "Als dat niet zo is, dan zal Vlaanderen een eigen centrum oprichten", zo heette het.

* N-VA wil bovendien dat er vooraf een debat komt over de kerntaken van het CGKR. De grootste oppositiepartij van België gaf terzake haar visie tijdens het debat over Milquet's beleidsnota.

"De opdrachten mensenhandel en mensensmokkel horen niet thuis bij het CGKR, ze moeten naar de studiedienst van het College voor Procureurs-generaal", zo zegde Theo Francken. Dat zou trouwens het voordeel hebben dat de betrokkenen veel makkelijker inzage in gerechtelijke dossiers zouden kunnen krijgen. "Ook het objectief opvolgen van de migratieproblematiek hoort niet bij het CGKR. Dat moet naar de Dienst Vreemdelingenzaken", vond Francken.

De volksvertegenwoordiger had verder grote vragen bij de taak van het CGKR om grondrechten te verdedigen. "In het kader van deze taak zit het CGKR illegalen te helpen bij regularisatiedossiers. Maar dat is hun werk toch niet! Dat moet de advocatuur doen. Het CGKR moet geen dubbel werk doen: de jongste vijf jaar zijn de kosten voor gratis advocaten voor migranten al verdrievoudigd. Dat lijkt me voldoende. Als het CGKR de behartiging van de grondrechten zo opvat, kunnen we die taak ook beter afschaffen".

Francken stelde dat het CGKR "perfect met 50 personeelsleden kan werken in plaats van met 101. Het moet zich beperken tot zijn kerntaken".

* Ook het Antwerpse Kamerlid Nahima Lanjri (CD&V) pleitte voor een ontvetting. Ze was blij dat de afdeling armoedebestrijding al wordt overgeheveld naar de POD Maatschappelijke Integratie en ze vond dat ook de belangenbehartiging van de doelgroepen best wordt afgestoten. Volgens haar zijn er al organisaties (van vreemdelingen, van homo's, van gehandicapten…) genoeg die deze belangen behartigen.

* Milquet gaf toe dat het kerntakendebat moet gevoerd worden maar liet het daarbij. Ze zegde wel dat ze tegen Pasen een voorstel voor een interfederaal CGKR klaar zal hebben, zodat dit tegen de zomer in orde kan zijn.

2.1.2. De partijdigheid van het CGKR

Een tweede discussiepunt draaide rond de partijdigheid van het CGKR. Vooral N-VA, MR en VB vonden het huidige CGKR te partijdig.

* Ben Weyts (N-VA) stelde dat het CGKR "totaal vervreemd is van de werkelijkheid: het verzet zich tegen integratie als voorwaarde om Belg te worden, het organiseert mee de campagne tegen de democratisch goedgekeurde wetten op de gezinshereniging en op het boerkaverbod."

Weyts vond het CGKR ook "zeer selectief": "Als een dronken man in een frituur tegen een Belg die gewoon gebruind is door de zon, zegt: "Ga terug naar Uw land", dan vervolgt het Centrum voor racisme. Terwijl niemand zich daaraan had geërgerd, ook de gebruinde man niet. Maar als een van zijn eigen medewerksters in een cursus voor politie-officieren openlijk antisemitische taal gebruikt, dan doet het CGKR niéts. Het CGKR zet de ene bevolkingsgroep tegen de andere op: joden tegen moslims. Het Centrum wordt in Vlaanderen gezien als een partijdige en eenzijdige organisatie. Zijn beleid moet veranderen."

Terloops eiste Weyts dat het CGKR zou optreden tegen de RTBf. Onderzoek van professor Magda Michielsen wees uit dat de Franstalige omroep in zijn zondags praatprogramma Mise au Point een haatcampagne tegen Vlamingen en tegen de N-VA organiseert. Weyts wilde dat Milquet het CGKR tot actie zou bewegen.

* De kritiek op de selectiviteit en het eenzijdig optreden van het CGKR kwam echter niet alleen uit Vlaanderen. Daniël Bacquelaine (MR) vergeleek het CGKR zelfs met aartbisschop Léonard: "Léonard en het CGKR vinden dat het geloof boven de parlementair goedgekeurde wetten staat. Het CGKR neemt regelmatig antiparlementaire standpunten in, zoals bv. bij de wet over het boerkaverbod. Het Centrum is bovendien niet gevoelig voor antisemitisme, het flirt zelfs met dit antisemitisme".

* Milquet antwoordde dat de cel antisemitisme van het CGKR wordt uitgebreid en bestendigd. Ze reageerde niet op de kritiek op de selectiviteit van het Centrum en evenmin op de vraag om de RTBf te vervolgen.

2.1.3. De positie van directeur De Witte

Een derde punt van kritiek betrof de positie van CGKR-directeur Jozef De Witte. Zijn mandaat als directeur liep op 31 december 2011 af en de vraag is wat er nu moet gebeuren.

* Ben Weyts (N-VA): "De manier waarop de regering De Witte behandelt kan niet door de beugel: nu eens zegt ze dat ze zijn mandaat gaat verlengen, dan weer weet ze het nog niet. Ze kan die man niet in de onduidelijkheid laten. Dat is menselijk gezien niet correct."

* Nahima Lanjri (CD&V) drong erop aan om De Witte niet opnieuw voor een termijn van zes jaar te benoemen. "Het CGKR wordt binnenkort hervormd tot een interfederaal centrum en nu al iemand benoemen voor zes jaar zou de werking van dat nieuwe centrum kunnen hypothekeren", zo luidde het.

* Milquet zegde dat het mandaat van De Witte al vier keer tijdelijk verlengd is voor een periode van drie of zes maanden. Einde december 2011 liep het af. "Er was een positief advies van de Raad van Bestuur om De Witte te herbenoemen, maar dat was niet gemotiveerd. We hebben nu een nieuw advies gevraagd. In ieder geval zal een mogelijke herbenoeming toch maar tijdelijk zijn, tot het centrum wordt hervormd". Weyts reageerde hier nog op: "Die Raad van Bestuur is niet eens meer rechtsgeldig samengesteld. Hij kan dus geen geldige adviezen geven. En trouwens: het is toch de regering die beslist".

Later op de avond deelde Milquet mee dat de Raad van Bestuur een positief advies over de tijdelijke verlenging van het mandaat van De Witte had gegeven en dat zij aan de regering zal voorstellen om De Witte tot aan de hervorming van het CGKR als directeur te herbenoemen.

2.2. HET BELEID TEGEN HOMOFOOB GEWELD

Een tweede belangrijk discussiepunt over de beleidsnota was het beleid tegen homofoob geweld. CD&V, Open Vld, N-VA en Ecolo vonden dit beleid maar een mager beestje. Het vertegenwoordigt amper 11 regels in een nota van 33 pagina's en bevat geen enkele concrete maatregel.

* Lanjri (CD&V) noemde het buitensporig dat de discriminatie van de kleine groep van transgenders (mensen die van geslacht willen veranderen) veel meer ruimte krijgt dan het geweld tegen homo's. "In Brussel worden homo's soms heel grof beledigd en er is nogal wat homofoob geweld. De homo's klagen erover dat het CGKR hieraan te weinig doet". (Voor dit laatste punt, zie hier, nvdr). Lanjri zei dat homo's nogal eens geen woning kunnen huren omdat ze homo zijn. "Taxichauffeurs weigeren steeds meer homo's te vervoeren. Hieraan moet iets worden gedaan. Praktijktests kunnen overtredingen vaststellen". Lanjri drong aan op concrete maatregelen bij Milquet.

* Ine Somers (Open Vld) steunde die kritiek op de nota-Milquet. "In 2013 organiseert Antwerpen de Olympische spelen voor homo's en lesbiennes. Dat is een unieke gelegenheid om aan te tonen dat deze groepen in ons land echt gelijk behandeld worden. Ik wil meer maatregelen en vraag mij af of de federale overheid die Olympische Spelen mee wil financieren", zo zei ze.

Somers betreurde dat het beleid over discriminaties op het werk niets over homo's en lesbiennes vermeldt. "De beleidsbrief richt zich alleen maar op de relatie man-vrouw. Welke gevolgen zijn er gegeven aan het onderzoek over homodiscriminatie op het werk?".

Ze vroeg zich bovendien af welke maatregelen het CGKR genomen heeft om homohaat op het internet tegen te gaan en waar de werkgroep homofoob geweld bij justitie blijft.

Ze wilde ook weten of het diversiteitslabel, dat wordt toegekend aan organisaties die open staan voor alle groepen, ook rekening houdt met homo's en lesbiennes.

* In haar antwoord ging Milquet amper in op deze bedenkingen. Ze noemde homofoob geweld "totaal onaanvaardbaar", maar stelde geen concrete maatregelen in het vooruitzicht. Ze zegde niets over de praktijktests of over de Olympische Spelen. Ze stelde wel dat de maatregelen tegen cyberhaat ook gelden voor haat tegen homo's en lesbiennes en dat de werkgroep homofoob geweld bij Justitie nog moet worden opgericht. Maar meer dan drie minuutjes was deze discussie haar niet waard.

2.3. VERDERE KRITIEKEN

== Verder was er nogal wat N-VA-kritiek omdat de beleidsnota van Milquet bevoegdheden van de Gemeenschappen toeëigent. Theo Francken: "U wil een integratieplan voor de Roma: dat is een bevoegdheid van de Gemeenschappen en Vlaanderen heeft zo'n plan al. U wil een Raad voor Woonwagenbewoners oprichten: in Vlaanderen bestaat die al, ik zat hem zelf twee jaren lang voor. U trekt 3 miljoen uit voor het Federaal Impulsfonds voor het Migratiebeleid, maar dat fonds heeft geen enkele wettelijke basis, er is geen enkele controle op en in het verleden werden al privéwoningen met de gelden van het fonds gekocht. Schrap die 3 miljoen, want dit is de bevoegdheid van de Gemeenschappen. U wil meer preventie tegen gedwongen huwelijken, maar dat doet de Koning Boudewijnstichting al. We moeten op federaal niveau toch niet alles overdoen."

== De Kamerleden verwachten veel van de aangekondigde evaluatie van de antidiscriminatiewet. Francken: "Maar in de expertencommissie die deze evaluatie voorbereidt moeten ook mensen van onze 'obediëntie' zitten. Ook kritikasters van de wet moeten toegelaten zijn".

== Het VB stelde dat Milquet haar beleid wil concentreren op de "gemeenschappelijke democratische waarden" en dat Milquet een burgerschapscommissie wil oprichten om die waarden uit te werken. Rita De Bont: "Welke waarden zijn dat? En worden ze wel gelijk ingevuld? Bv. de vrijheid van meningsuiting: is er consensus over hoe dat moet worden ingevuld? Ik denk het niet". Volgens het VB schakelt Milquet "alle culturen op dezelfde lijn. Dat is een verkeerd uitgangspunt. Er is een Leitkultur, een leidende cultuur en daarnaast zijn er de exotische, nieuwe culturen. Daar moet U een verschil tussen maken". Milquet ging op deze bedenkingen niet in.

3. BEDENKINGEN

3.1. Het is beslist positief dat een minister de moeite neemt om meer in haar beleidsnota te steken dan wat in de regeringsverklaring staat. Dat kan Milquet natuurlijk doen omdat ze de portefeuille van Gelijke Kansen ook al onder de vorige legislatuur beheerde. Maar ze doet het toch maar. Wel moet opgemerkt worden dat heel wat voorstellen nieuwe organen en commissies oprichten, terwijl dat niet altijd de meest gepaste maatregel is.

Positief is verder het doorgedreven beleid tegen partnergeweld, schijnhuwelijken en gedwongen huwelijken. Er sneuvelen een paar taboes (rond eremoorden, rond de controle op in het buitenland gesloten huwelijken), hoewel de strijd nog niet zover gaat als de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois tijdens zijn hoorzitting in de Kamer naar aanleiding van zijn mercuriale had gewild (zie hier). Zo blijven de straffen voor schijn- en gedwongen huwelijken laag en de strafrechter kan de verkregen nationaliteit nog niet zelf afnemen. Maar de aanzet is goed.

3.2. Pijnlijk is echter de afwezigheid van enig concreet voorstel in de strijd tegen het homofoob geweld. De discriminatie van homo's en lesbiennes is voor Milquet duidelijk geen prioriteit. Als ze gelijkberechtiging op het werk wil, dan gaat het voor haar alleen over mannen en vrouwen. Als ze een antiseksismewet wil, gaat het eveneens alleen over mannen en vrouwen. Homo's en lesbiennes worden telkens vergeten. Milquet schijnt daarin de desinteresse van het CGKR voor deze problematiek te volgen.

De minister reageerde ook niet op de in Vlaanderen (en stilaan ook in Wallonië) steeds luider klinkende kritiek op de selectiviteit van het CGKR. Ze is voor een "kerntakendebat", maar maakt niet duidelijk wat voor haar die kerntaken dan wel moeten zijn. Het valt te betwijfelen of ze de discussie over de kerntaken en de interfederalisering van het CGKR zal rondkrijgen voor de zomer, of voor Pasen.

Ook over 's ministers eigen plannen om de antidiscriminatiewet te hervormen vernamen we niet veel. De belangrijkste wetenschappelijke studie over de toepassing die wet, de studie van Jogchum Vrielink, bleef in het hele debat onbesproken. Blijkbaar heeft het beleid die studie nog steeds niet ontdekt.

3.3. Het blijft een raadsel waarom het antidiscriminatie- en antiracismebeleid moet worden bediscussieerd in de Kamercommissie Volksgezondheid. Er is (hopelijk) toch niets medisch aan deze problematiek. Als je zo redeneert, dan kan je ook de afslanking van het leger gaan bespreken in de Kamercommissie Infrastructuur. Dan kan iedereen over alles praten. Het antidiscriminatie- en antiracismebeleid zijn in het verleden altijd behandeld geweest in de Kamercommissie Justitie. Dat is ook logisch omdat dit beleid over mensenrechten gaat. Bovendien zijn de leden van de Kamercommissie Justitie wel iets beter beslagen om dit thema te volgen dan die van Volksgezondheid.



Lees ook:

Di Rupo I over justitie en discriminatie

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2010

Het CGKR en de homohaat

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast"

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2009

Professor Marc De Vos over de antidiscriminatiewet

Het racismerapport van het CGKR voor 2008

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2007

CGKR: "Discriminatie op werkvloer is torenhoog"

Professor Storme becritiseert de antidiscriminatiewet


Pleidooi voor een recht op discriminatie

*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************



Nu in het nieuws