Helft Vlaamse gemeenten heeft camera's hangen

Print
3 OKTOBER 2011, MET UPDATE VAN 7 OKTOBER - De helft van de Vlaamse gemeenten hebben camera's hangen, een kwart heeft of krijgt 'slimme' camera's, één op de vijf gebruikt "nummerplaatlezers". Gemeenten zoals Turnhout en Beringen creëren een "virtuele slotgracht". Maar toch blijft 9% van de Vlaamse gemeenten tegen het gebruik van camera's om misdrijven op te sporen of de orde te handhaven. Dat blijkt uit een nieuwe studie van Tom De Schepper van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten die donderdag op een studiedag wordt voorgesteld. De VVSG betreurt dat particulieren veel makkelijker dan de overheid camera's kunnen installeren. Ze stelt een PIMBY-syndroom vast, waarbij burgers absoluut een overheidscamera in hun buurt willen hebben. En ze vindt dat overtredingen van de cemarawet zelden worden bestraft.

Dit artikel bevat vijf delen: eerst leggen we kort uit wat de camerawet zegt; vervolgens geven we de belangrijkste resultaten van de VVSG-studie weer; daarna gaan we in op hun aanbevelingen; in een update van 7 oktober brengen we verslag van de studiedag van VVSG over dit thema, met daarin drie punten: de kritiek van de Vaste Commissie voor de Lokale Politie, het voorbeeld van de slimme ANPR-camera's in Turnhout, het voorbeeld van de bewakingscamera's in Antwerpen; we besluiten met enkele kritische bedenkingen.

1. WAT ZEGT DE CAMERAWET?

De camerawet van 21 maart 2007 deelt de plaatsen waar camera’s kunnen opgehangen worden in drie soorten in:

1.Niet-besloten plaatsen. Zij worden meestal beheerd door de overheid, zoals een weg of een park. De gemeenteraad moet na advies van de politie toelating geven om daar camera's op te hangen. En één dag voor ze worden opgehangen moet de privacycommissie worden ingelicht.

2.Publiek toegankelijke, maar besloten plaatsen zoals loketzalen van banken, bioscopen, stations, restaurants. Als je hier een camera wil ophangen moet je dit één dag op voorhand via het internet meedelen aan de privacycommissie. De korpschef van de lokale politie wordt daarvan op de hoogte gesteld. De camera's mogen enkel je eigendom filmen. Het onderscheid met de vorige groep lijkt erg duidelijk, maar het is dat niet. Zo volstaat het om op het publieke domein een paar witte strepen te kalken om dat onderdeel om te toveren tot een “publiek toegankelijke besloten plaats”.

3.Besloten plaatsen die niet voor het publiek toegankelijk zijn. Ook hier moet plaatsing van camera's gemeld worden, behalve als dit voor persoonlijke doeleinden gebeurt.

In alle drie de gevallen moet een pictogram duidelijk maken dat er een camera hangt en mogen de beelden alleen bekeken worden om misdrijven of verstoringen van de openbare orde te ontdekken. De opnames mogen maximum een maand bewaard worden, tenzij zij zorgen voor bewijsmateriaal voor een misdrijf of de daders kunnen identificeren.

In intieme plaatsen, zoals pashokjes of toiletten, mag nooit gefilmd worden. Inwinnen van informatie over filosofische, religieuze of politieke gezindheid, over etnische of sociale origine, seksueel leven of gezondheidstoestand is verboden. En alle gefilmde personen krijgen met een gemotiveerd verzoek toegang tot de opnames. Voor de hangende camera’s was er een amnestieperiode van drie jaar tot 10 juni 2010. Overtredingen worden bestraft met boetes tot 5.500 euro (inclusief opdecimes).

2. WAT LEERT DE STUDIE VAN VVSG?

De VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) deed een onderzoek naar hoe Vlaamse gemeenten en andere overheden camera’s inschakelen. We overlopen de resultaten met Tom De Schepper.

* Halverwege 2011 hingen in België naar schatting 200.000 camera’s. Er waren 18.382 camerasystemen geregistreerd bij de privacycommissie.

* De helft van de Vlaamse gemeenten heeft een of andere vorm van publiek cameratoezicht of zal dat in de nabije toekomst hebben. 58% van de Vlaamse gemeenten-met-camera's hangt die toestellen in besloten plaatsen, 37,3% in niet-besloten plaatsen, 19% hangt ANRP-camera’s (nummerplaatlezers), nog 6% gebruikt andere innovatieve camera’s. Veel gemeenten combineren deze vormen.

* De gemeenten die camera’s in besloten plaatsen hangen doen dat om diefstallen tegen te gaan in openbare gebouwen (25%), in sportlocaties (20%), fietsenstallingen (14%) of jeugdhuizen (10%).

* Maar opvallend is vooral dat er steeds meer publiek cameratoezicht komt op openbare plaatsen. Het meest populair is cameratoezicht op pleinen en in straten (37% van de gevallen waar cameratoezicht op openbare plaatsen toegepast wordt), op evenementen (21% van de gevallen) en in stadsparken (15% van de gevallen).

* De "slimme" - innovatieve - camera’s zijn in opmars: 25% van alle Vlaamse gemeenten maakt er gebruik van of zal dat in de nabije toekomst doen. Het gaat dan op de ANPR-camera’s, die de nummerplaten lezen van wie een gemeente binnenrijdt en zo een “virtuele slotgracht” rond een stad creëren. De politie kan hierdoor onmiddellijk gestolen auto’s opsporen. 35 gemeenten gebruiken dit systeem, in 24 is het op komst. Bekend zijn de ANPR-camera’s aan alle invalswegen van de politiezone Turnhout en Beringen. Maar ook in Antwerpen is dit systeem in de maak. En de provincie Limburg wil alle op- en afritten van de snelwegen ANPR-camera’s.

Ook andere intelligente toepassingen zijn bezig, op komst, of alweer gestopt omdat ze omstreden zijn. In Brugge heb je camera’s met geluidsdetectie: ze zien niet alleen alles maar kunnen ook geluid registreren. In Asse, Opwijk, Merchtem en Wemmel heeft men fietscamera’s, op de Mechelse Grote Markt wil men experimenteren met soft ware die “speciale dingen” (geluiden bij vechtpartijen) kan signaleren…Dit is erg in opmars, maar het blijft onzeker of het wel allemaal wettelijk gezien mag.

* Alle grootsteden (Antwerpen, Hasselt, Leuven) en regionale steden (Mechelen, Turnhout, Kortrijk…) gebruiken camera’s op straten en pleinen of doen dat in de nabije toekomst. In Gent is het cameratoezicht beperkt tot de Gentse Feesten. Ook 70% van de kustgemeenten, de middelgrote steden (Geel, Lier, Mol, Tongeren…) en de agglomeratiegemeenten (Edegem…) doet dat of zal dat in de nabije toekomst doen, maar slechts 10% van de landelijke gemeenten. De verschillen tussen de politieke kleur van de gemeentebesturen schijnen amper een rol te spelen in de beslissing of camera's worden gehangen of niet.

* 9% van de Vlaamse gemeenten is radicaal tegen camera’s en in 42% heb je helemaal geen discussie hierover. In plattelandsgemeenten is één op de drie tegen. Ze vinden dat wat op hun gemeente gebeurt niet met camera’s is aan te pakken (bv. sluikstorten), ze willen andere middelen gebruiken (Buurt-Informatienetwerken of meer blauw op straat), ze vinden camera’s te duur.

* De Lijn heeft 1.026 camera’s op haar bussen en trams, onder druk van de vakbonden na het “busincident” (waardoor reiziger Guido Van Moor overleed na een karatestamp) moeten in de toekomst alle trams en bussen worden uitgerust met camera’s.

De spoorwegen hebben er binnenkort zo’n 1.500 hangen in 51 stations.

Daarnaast moeten de wedkantoren er ook nog eens 1.060 hangen en het Vlaams Verkeerscentrum ruim 400.

3. WELKE LACUNES IN DE WET?

Welke problemen ervaart de VVSG met de camerawet. Tom De Schepper zet ze op een rijtje.

* Particulieren krijgen veel meer mogelijkheden om camera’s te installeren dan de overheid. De procedure voor de overheid is veel zwaarder. Particulieren kunnen zonder advies van de gemeenteraad een camera plaatsen op hun eigendom en mogen daarbij zelfs een “minimaal deel” van het openbaar domein (de stoep) filmen. Als gemeenten dit willen doen moet de gemeenteraad daarover beslissen en moeten alle particulieren van wie de grond in beeld wordt gebracht toestemming geven. Gemeenten en politiezones klagen over misbruiken bij privaat cameratoezicht.

* Na het NIMBY-syndroom (NIMBY staat voor Not in My Backyard. Het betekent dat de betrokkenen misschien wel een nieuwe autoweg of een nieuwe gevangenis willen, maar niet in hun eigen achtertuin, nvdr) ontstaat nu een PIMBY-syndroom (“please in my backyard”): steeds meer burgers willen zelf camera’s installeren of daarvoor betalen als de politie zo hun veiligheid beter kan garanderen. VVSG pleit voor voorzichtigheid.

* De camerawet is te ingewikkeld. Er zijn nu al meer dan twintig wetten met allemaal verschillende bepalingen: sinds 2010 moeten de portiers in bepaalde gevallen onder cameratoezicht te staan; camera’s moeten bij wedkantoren en in stadions van voetbalploegen die in eerste klasse spelen, in gevangenissen en politiecellen. Bovendien mogen allerlei inspectiediensten camera’s gebruiken.

Bijzondere inspectiediensten hebben meer mogelijkheden om camera’s te installeren dan de politie. De milieuambtenaar van de stad mag een fietscamera gebruiken tegen zwerfvuil, de politie niet, want het is een andere wetgeving. Bovendien is er onduidelijkheid over de wettelijkheid van de automatische nummerplaatlezers.

* Er wordt nog te weinig samengewerkt, er worden te weinig beelden uitgewisseld nadat misdrijven zijn vastgesteld.

* Tegen misbruiken wordt amper opgetreden. De privacycommissie geeft zelf te kennen over te weinig veldploegen te beschikken om problemen te onderzoeken of controles te doen.

Maar het aantal klachten bij de parketten daalt ook. De parketten kregen in 2010 577 klachten voor schending van de privacy binnen, 24% minder dan in 2007. Dat zijn natuurlijk niet alleen klachten over de camerawet, maar wel alle klachten over schending van de privacy. 61% van deze klachten was op 10 januari 2011 al geseponeerd. Als we de jongste vier jaar bekijken, dan liepen tussen 2007 en einde 2010 2.827 klachten voor schending van de privacy binnen. Daarvan kwamen er 4,46% voor de rechter en werd 74,4% geseponeerd. Waarom? Omdat er geen bewijzen waren (20,9%), omdat er geen misdrijf was (17%), omdat de toestand ondertussen in orde was gebracht (15%), omdat de dader niet kon worden gevonden (13,6%).

* De huidige boetes zijn te laag: 5.500 euro. Te meer daar het parket dikwijls niet kan vervolgen. VVSG stelt samen met een aantal gemeenten en politiezones vast dat het moeilijk is om op te treden tegen inbreuken of klachten te behandelen. Tijdens de debatten over de totstandkoming van de wet van 2007 werd voorgesteld om administratieve boetes (gemeentelijke administratieve sancties) en administratieve inbeslagnames mogelijk te maken. Maar dat leidde tot niets.

4. DE STUDIEDAG VAN 6 OKTOBER

Op 7 oktober organiseerde de VVSG een druk bijgewoonde studiedag over de bewakingscamera's. We halen hieruit drie punten: de algemene kritiek van de Vaste Commissie voor de Lokale Politie; het voorbeeld van de ANPR-camera's; het voorbeeld van de bewakingscamera's in een grootstad: Antwerpen.

4.1. DE KRITIEK VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR DE LOKALE POLITIE

De Vaste Commissie voor de Lokale Politie vertegenwoordigt alle lokale politiekorpsen. Alain Collier, de hoofdcommissaris van Sint-Niklaas, is binnen die Vaste Commissie dé specialist in de camerawet. Hij vulde de kritieken van de VVSG aan. Hij wil dat de camerawet van 2007 én de privacywet van 1992 grondig worden aangepast omdat ze voorbijgestreefd zijn door de technologische evolutie. Collier gaf daarvan een paar pittige voorbeelden.

* Momenteel moet je aan iedere chauffeur toestemming vragen als je met een ANPR-camera zijn nummerplaat registreert om zo gestolen auto's op te sporen.

* De brandweer van Sint-Niklaas mag de camerabeelden aan haar nieuwe brandweerkazerne niet zelf bekijken: dat moet de politie doen, omdat ook de straat gedeeltelijk mee gefilmd wordt. Niet echt praktisch.

* Eén en dezelfde camera kan al naargelang het gebruik dat men ervan maakt onder meerdere wetten tegelijk vallen.

* Terrassen vallen nu eens onder de ene dan weer onder de andere regeling, al naargelang ze een windscherm of afsluitende bloembakken hebben staan of niet.

* Shoppingcentra en plaatsen die voor evenementen worden gebruikt moet de politie in stukken opdelen omdat de regels verschillend zijn voor de plaats waar de zanger optreedt en voor back stage.

"Breng het cameragebruik nu eindelijk eens onder in de wet op het politieambt, zodat het wat eenvoudiger voor ons wordt", zo riep Collier op. Hij wil dat er op termijn een Kaderwet-Technologie komt om alle gebruik van moderne technologie door de overheid te regelen.

4.2. VOORBEELD: DE TURNHOUTSE ANPR-CAMERA'S

De Turnhoutse commissaris Roger Leys bracht een overzicht van de werking van zijn slimme ANPR-camera's. De politiezone Turnhout heeft er zo 27 hangen. ANPR-camera's zijn camera's die de nummerplaten kunnen lezen en verbonden zijn aan een databank. Ze signaleren gestolen of geseinde auto's of nummerplaten, zodat de daders veel makkelijker kunnen worden gevat. Ze doen echter ook "trajectcontrole": twee camera's registreren de wagens op meerdere punten en berekenen zo zijn snelheid. "Als de tendens zich doorzet, dan hebben wij met onze slimme camera's het aantal ongevallen met gewonden tot een derde herleid in een jaar tijd. Tenminste op de plaatsen waar we met die camera's trajectcontrole doen. Dat is veel beter dan flitscamera's. Ik hoop dat Minister van Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) zich bij ons aansluit en ons project ondersteunt."

In een half jaar tijd heeft het systeem 156 gestolen voertuigen onderschept en per maand voert het 1.500 opzoekingen uit over overvallen, inbraken, gestolen auto's e.d. Het systeem heeft 810.000 euro gekost en iedereen in de regio is er hoogst tevreden over. Ondertussen hebben al 35 gemeenten een of andere vorm van ANPR-camera's, waaronder Antwerpen (3).

Maar… volgens de camerawet is het onwettig. Professor Paul De Hert (rechten, VUB), die zich ook sterk keerde tegen het filmen van betogingen, noemde de ANPR-camera's smalend "speelgoed". Hij waarschuwde voor de "zwarte lijst" met gestolen en geseinde nummerplaten en auto's. "Hoe kom je erop, hoe geraak je er weer af?" Leys antwoordde dat die lijst gewoon uit de Algemene databank ANG van de federale politie komt. "En wij updaten onze databank drie keer per dag. Als de ANG up to date is, dan zijn wij het ook."

De Turnhoutse ANRP-camera's zijn bovendien nog niet gehomologeerd. Hun vaststellingen hebben dus geen bijzondere bewijswaarde, het zijn "slechts" inlichtingen voor de politierechter. Leys: "Van de 11.000 boetes die wij einde juni 2011 uitgeschreven hadden zijn er maar twee betwist bij de politierechter. Die gaf ons één keer gelijk, maar enkele weken later gaf een andere ons ongelijk. Die zaak hangt nu in beroep, er is uitspraak op 20 oktober".

De meeste aanwezigen waren zeer onder de indruk van de resultaten van Leys. Zoals iemand het kernachtig formuleerde: "Ik kan niet inzien hoe dit nu de privacy kan bedreigen".

4.3. VOORBEELD: DE STAD ANTWERPEN

En hoe zit het in Antwerpen? Commissaris Luc De Kock en juriste Eefje Vlietinck van de Antwerpse politie legden dat uit.

Hoeveel?

Antwerpen heeft momenteel 73 bewakingscamera's hangen en er komt een volgende aan. Het gaat hier uitsluitend over bewakingscamera's om overlast en misdrijven te registreren. Andere camera's ( bv. om het verkeer in goede banen te leiden, om nummerplaten van gestolen auto's te herkennen, om politiecellen of onthaalruimtes bij de politie of verdwijnpaaltjes te bewaken) zitten niet in deze cijfers. Ook de 25 camera's in de Diamantwijk en de 15 camera's in de fietsenstalling aan het Astridplein zitten er niet bij, omdat die beelden niet constant opgevolgd worden.

Waar hangen ze?

Elf camera's hangen aan de Meir, 2 aan het De Coninckplein, 50 in Antwerpen-Noord, 2 aan de Duinstraat en omgeving, 1 aan de Ossenmarkt, 1 aan het Nayaertplein in Borgerhout, 1 aan de Diepestraat, 1 aan de Sint-Gummarusstraat, 4 aan het Bisthovenplein. Er is er nog één op komst aan de Groenplaats. Samen 74.

Welk resultaat?

De Kock: "Die 73 camera's stelden in 2010 3.479 overlastfeiten en 860 misdrijven vast. Als de camera's niet alleen staan maar in elkaars buurt en er komt een dader herkenbaar in beeld, dan kunnen we hem maximum in 70% van de gevallen vatten. Als er slechts één camera hangt, zoals aan de Ossenmarkt, dan is die succesratio "slechts" één op de twee. Dat is nog veel. Tussen juni 2010 en einde augustus 2011 deden we daar 61 vaststellingen en werden 29 daders gevat."

"Voor de opgenomen beelden, die later bij onze dienst worden opgevraagd, is het succes één op de vier, tenminste als je op de beelden iemand herkenbaar ziet. De beelden worden een maand bijgehouden", aldus De Kock.

Hoeveel personeel?

Bij de politie bekijkt één persoon de beelden gedurende 1 uur 40 uur. Daarna neemt een collega over. Omdat de beelden 24 uur rond de klok bekeken worden, zijn daarvoor 44 mensen ingeschakeld. Met de commissaris, de juriste en een administrator bij zijn dus samen 47 politiemensen met deze camera's bezig.

Wat kost zo'n camera?

De installatie van één camera kost zo'n 13.000 euro.

Uitbreiden?

De Kock zegde dat hij persoonlijk het voorlopig bij deze 74 camera's wil houden. "We gaan nu na hoe de bevolking tegen de camera's aankijkt. Krijgen de mensen een beter gevoel van veiligheid daardoor? Dàt willen we eerst weten. Pas daarna kunnen de politici beslissen of ze meer camera's willen hangen of niet".

De Kock zegt dat hij persoonlijk liever niet meer dan 150 camera's zou willen: "Anders wordt het onbeheersbaar. In Amsterdam en Londen weten ze niet waar kijken".

Heeft de camerawet zin?

De commissaris vond gisteren - in tegenstelling tot veel van zijn collega's - dat de huidige camerawet niet moet worden veranderd. "Camera's zijn een hulpmiddel dat afschrikt én bovendien serieus bijdraagt tot de opheldering van feiten. Ze vervangen ook personeel. Om het werk van één camera te doen heb je zeven voltijdse politiemensen nodig en dat is in deze tijd niet meer haalbaar", zo heette het.

5. BEDENKINGEN

1. Volgens eerder onderzoek schrikken camera's slechts zelden potentiële daders af. In Groot-Brittannië daalde de misdaad met amper 5% op plaatsen waar camera's zijn opgehangen. Emotionele feiten (caféruzies, impulsieve gewelddaden) verminderen niet en ook bankovervallers laten zich niet afschrikken door camera's. Grote uitzondering zijn de bewaakte parkings, waar de criminaliteit plots met 40 procent zakt. Om de misdaad te verminderen is de grote hoop van de camera's overbodig, zo vond eerder onderzoek. Maar gisteren op de studiedag werd dat ontkend, zowel door burgemeester Louis Tobback, die er op wees dat sluikstorten en verkeersovertredingen spectaculair dalen als hij camera's hangt, als door andere politiemensen. Er is nog geen Belgisch onderzoek naar de preventieve effecten van camera's, maar de eerste resultaten stemmen hoopvol. Toch moeten we voorzichtig blijven.

Maar camera's dragen wel bij tot de opsporing van criminele feiten en overlastfeiten. Heel belangrijke misdrijven zijn opgelost dank zij camera's. Alleen al daarom zijn ze beslist nuttig. Maar precies omdat camera's amper afschrikken en omdat ze louter technologie zijn, kunnen ze nooit voetpatrouilles van de politie en community policing vervangen. Meer camera's op straat mag niet betekenen: minder blauw op straat.

2. De camera is - net zoals de verrekijker - een technologische verfijning van het oog. Er hoeven in principe voor de overheid geen regels te zijn om camera's op te hangen noch in het openbaar domein, noch om haar eigen terreinen of goederen te beschermen. Als deze camera's het openbaar domein of voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen in beeld brengen, moeten ze in principe alles kunnen registreren wat de burger normaliter kan zien. Sterker: als burgers om camera's vragen, zou de overheid hierop misschien zelfs moéten ingaan, op straffe van financiële aansprakelijkheid wanneer een misdrijf niet opgehelderd geraakt.

De huidige camerawet lijkt dus overbodig voor toestellen van de overheid. Er moeten wel regels zijn voor wie deze gefilmde of rechtstreekse beelden onder welke voorwaarden mag bekijken en voor hoelang ze bewaard moeten worden. Op overtredingen moeten strenge sancties zijn en die moeten ook effectief worden toegepast. Momenteel zijn er wel veel regels, maar ze worden niet gehandhaafd.

3. De huidige camerawet is alles wat een wet niet moet zijn. Een wet moet eenvoudig, makkelijk toepasbaar en eenduidig zijn. De camerawetgeving is ondoorzichtig, verkokerd, ingewikkeld, ze veroorzaakt een massa aan administratieve rompslomp, ze sleept een hoop pseudowetgeving met zich mee, ze is reactionair en zal door de technologische evolutie achterhaald worden.

3.1.Ingewikkeld en contradictorisch?

Er is niet één camerawet, maar er zijn er minstens 20 en ze hebben allemaal deels verschillende regelingen. Er zijn vele gaten in de wet.

3.2. Verkokerd?

Alle regels blijven binnen begane paadjes: aparte regels in de voetbalwet, voor de wedkantoren, voor de inspectiediensten, voor overlast, voor privédetectives, voor de politiecellen. Niemand kan er nog aan uit, er moeten handboeken voor op de markt gebracht worden. De logica is soms ver te zoeken: waarom moet een privédetective (een privéspeurder dus) niet aankondigen dat hij foto's kan nemen met een camera die al dan niet in zijn pen verstopt zit en moet dat voor politiecamera's wel? Waarom mag hij wel foto's nemen van mensen die vakbonden of kerken binnengaan en moeten overheden zich in alle mogelijke bochten wringen om deze dingen niet in beeld te brengen? Op deze vragen mag het parlement wel eens antwoorden.

3.3. De camerawet bevoordeelt de private sector en benadeelt de overheid.

* Het is veel makkelijker voor de privésector om camera's te hangen dan voor de overheid.

* Burgers en dan vooral middenstanders worden bovendien fiscaal enorm gestimuleerd om camera's te hangen, terwijl de overheid eerder wordt tegengewerkt.

Door deze bevoordeling van de privésector holt de wetgever het maatschappelijk draagvlak van de strijd tegen criminaliteit door de overheid zelf uit.

3.4. Achterhaald?

De camerawetten dreigen achterhaald te raken omdat iedereen met zijn gsm foto's en filmpjes kan opnemen en die op het internet kan zetten. Dat is wel verboden, maar nog moeilijk tegen te houden en er zijn geen vervolgingen in deze materie bekend. De zaak van de Aalstse burgemeester Uyttersprot toont hoe ver het kan gaan. De mogelijkheden van de gsm dreigen de opsporing dus verder te privatiseren. Als de politie niet of te laat ter plekke komt, nemen burgers zelf allerlei feiten op. Ze proberen die beelden als bewijsmateriaal te gebruiken. De bewijswaarde kan soms dubieus zijn, maar de beelden zullen steeds meer als bewijsmateriaal aanvaard worden door de magistratuur. En dan rijst steeds meer de vraag naar het nut van de politie. Om discussies over dubieuze beelden te vermijden en om zichzelf als opsporende instantie te handhaven heeft de overheid maar één alternatief: zelf camera's hangen, zodat er ook officiële beelden zijn.

3.5. Pseudowetgeving?

De camerawet wordt getooid met drie vormen van pseudowetgeving, die de echte wet overwoekerd hebben: circulaires, "algemeen aanvaarde beginselen" en adviezen van de privacycommissie. Het pseudowettelijk karakter van omzendbrieven is genoegzaam bekend. Daarom beperken wij ons tot de twee andere vormen van pseudowetgeving.

3.5.1. De beginselen

* Het finaliteitsbeginsel verbiedt dat beelden opgenomen met doel A worden gebruikt voor doel B. Een uitstekend beginsel, maar momenteel staat het "gewapend bestuur" door de overheid in de weg. Het finaliteitsbeginsel leidde al tot merkwaardige discussies over de vraag of de politie op zijn helikopters een pictogram moet aanbrengen als die met camera's een betoging volgt. Omdat dit toch wat moeilijk leek, moest de wet van 2007 trouwens worden gewijzigd. Merkwaardige discussies ook over de vraag of de politie - net als de milieuambtenaar - fiets- of kepiecamera's mag gebruiken om milieuovertredingen vast te stellen of niet. Deze discussies zijn winstgevend voor advocaten, ze wekken de schijn een nuttige bezigheid te zijn voor sommige administraties, maar de vraag rijst of de tijd niet beter kan worden gebruikt. Beelden van overheidscamera's moeten voor alle overheidsdoeleinden kunnen worden gebruikt door de bevoegde overheidsdienaren. Natuurlijk moeten beelden bedoeld om snelheidsovertredingen vast te stellen ook gebruikt kunnen worden om overlastdaders te vatten. De overheid moet haar databanken zonder veel rompslomp kunnen koppelen. Maar er moet eveneens een degelijke regeling zijn om het aantal ambtenaren, die dit (kunnen) doen, te beperken tot het strikt noodzakelijke en om misbruiken streng en effectief te beteugelen.

* Het proportionaliteitsbeginsel is nog zo'n goed bedoeld beginsel. Maar het dreigt op een sluipende manier de democratie uit te hollen. Het leidt tot een verschuiving van de wetgevende macht, de enige democratisch verkozene, naar de rechterlijke macht of naar een administratieve macht. Le gouvernement des juges, le gouvernement des commissions. Bij iedere rechtsregel en bij iedere overheidsbeslissing is er immers wel een magistraat die vindt dat hij niet proportioneel is en die hem vernietigt. De overheid is hierdoor bijna altijd in de fout.

3.5.2. De adviezen

Een derde bron van pseudowetgeving zijn de adviezen en de "rechtspraak" van de privacycommissie. Hier gaan we wat ruimer dan de camerawet en behandelen we ook de privacywet, omdat die ook één van het twintigtal wetten is dat van toepassing is.

* Het recht op privacy is geen absoluut recht in tegenstelling tot het recht op veiligheid (artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) en het recht op leven (artikel 2 van het EVRM). Het recht op veiligheid zou dus eigenlijk automatisch moeten voorgaan op het recht op privacy. In de praktijk is bijna altijd het omgekeerde het geval. In ieder geval moet de staat positieve maatregelen nemen om het recht op veiligheid te garanderen. Camera's kunnen daar een onderdeel van zijn.

* Het recht op privacy moet in ieder geval telkens worden afgewogen tegen andere rechten. De privacycommissie doet dat niet en het is ook niet haar taak. Maar de overheden die een advies van de privacycommissie binnenkrijgen zouden dit wel moeten doen. Dat betekent dat een advies van de privacycommissie slechts een advies is, geen "wet" die moet worden toegepast. Dit advies moet afgewogen worden tegenover andere mensenrechten, ook tegenover die mensenrechten waarvoor geen commissie bestaat.

* Zoals de privacycommissie de huidige wetgeving nu interpreteert, beschermt zij toch in eerste instantie fraudeurs, illegalen en georganiseerde criminelen. Nogal wat van haar adviezen zijn extremistisch en buitenproportioneel.

== Soms holt ze het sociale weefsel uit. Denken we slechts aan haar verbod aan de gemeenten om adressen van oudleerlingen door te spelen aan iemand die een schoolreünie wil organiseren. Zo verhindert de privacycommissie nieuwe bijeenkomsten van mensen die deze reünie in overgrote meerderheid willen of toch geen bezwaar tegen een uitnodiging zouden hebben.

Of nog: haar verbod aan de sociale huisvestingsmaatschappijen om de namen van huurders die herhaaldelijk overlast hebben veroorzaakt door te geven aan andere sociale huisvestingsmaatschappijen. Zo wil ze "de privacy" van deze huurders beschermen. Hierdoor miskent ze echter de privacy van tientallen andere huurders die wonen in de nieuwe appartementsblok waar die overlasthuurders terecht komen.

== Soms bemoeilijkt ze de criminaliteitsbestrijding (o.a. door haar verbod op uitwisseling van gegevens, bv. over illegalen in de centra van Fedasil; door haar verboden om databanken te koppelen) en vermindert daardoor de veiligheid in de samenleving. Ze weet niet wat gewapend bestuur is: in Antwerpen mochten acties rond illegalen van haar niet onder leiding van de politie plaatsgrijpen, terwijl dat overal in het buitenland elementair is.

== Soms bemoeilijkt ze ook de gezondheidspreventie en controle op verspilling in ziekenhuizen door een reeks data niet ter beschikking te stellen van het wetenschappelijk onderzoek. Ze verbiedt ook camera's aan automatische alcoholshops.

== Soms is ze bedilzuchtig en verliest ze zich in regeltjes waarvan de zinvolheid kan worden betwijfeld: de bloedgroep mag niet op de identiteitskaart, schoolfoto's mogen niet op het internet zonder toestemming van iedereen, de foto van de wijkagent mag niet op de website van de Leuvense politie omdat iemand in Congo die dan kan zien... Of nog: onder druk van de privacycommissie schrapt de magistratuur de namen van de betrokkenen uit de perskopieën van vonnissen, wat zeker in zaken als deze tegen de raadsheren Schurmans en Verougstraete tot belachelijke toestanden leidt en bovendien de grondwettelijk verankerde openbaarheid van de terechtzitting schendt.

== Soms verliezen de privacycommissie en de professoren en lobby's die rond haar cirkelen, alle gevoel voor prioriteit. De flitscamera's werden aanvankelijk door VUB-professor Paul De Hert, toenmalig kabinetsmedewerker van minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback (SP), verworpen met de bedenking dat de privacy van al wie in de auto van de laagvlieger zat werd geschonden. De bijzitter in zo'n wagen zou wel eens een buitenechtelijke betrekking kunnen zijn, die een kleine kans loopt betrapt te worden door de persoon die de beelden bekeek. Vreselijk is dat! Dat snelheidsovertreders die kinderen van de weg maaien misschien vrijuit gingen zonder flitscamera's, vond professor De Hert blijkbaar minder belangrijk.

4. De regeling voor het plaatsen van camera's door de overheid is achterhaald en wordt beter opgedoekt, zodat alleen nog voor het bekijken en bewaren van de beelden een reglementering met strikte sancties overblijft.

Dat is des te meer zo, omdat de camerawet à la carte en dus willekeurig wordt toegepast. Als de vakbonden dat zo willen, moeten er overal camera's hangen. Zoals op de bussen van De Lijn, waar het aantal criminele feiten per vervoerde reiziger zo laag is dat iedere korpschef ervoor zou willen tekenen. Ofwel mogen er wel camera's hangen maar mogen de beelden slechts heel beperkt gebruikt worden: beelden van camera's op parkings mogen bv. niet gebruikt worden om diefstallen door personeel te bewijzen want dan dreigen stakingen, alsof de privacy van een dief belangrijker is dan de diefstal. Om bepaalde misdrijven te bewijzen blijken camera's zonder problemen te kunnen, bv. om racisme bij portiers te bewijzen. Dan is er plots geen schending van de privacy van discotheekbezoekers. De toepassing van de wet is nogal willekeurig. Om andere misdrijven te bewijzen mogen camera's dan weer niet.

Ook de privacywet is aan ontvetting toe: de onderdelen over het registratieverbod van strafrechtelijke en medische gegevens kunnen behouden blijven - behalve voor wetenschappelijke doeleinden - , maar de rest is betwistbaar. Ook de financiële gegevens moeten niet onder de privacywet vallen: naar Skandinavisch model is een voor iedereen toegankelijk vermogenskadaster - zeker in tijden van bezuiniging - dringend gewenst om een rechtvaardige en niet-discriminerende spreiding van de lasten mogelijk maken.

5. Er is sentimenteel verzet bij een bepaald deel van de bevolking tegen overheidscamera's. Sentimenteel, in de betekenis van Theodore Dalrymple (zie: hier, nvdr) want dat verzet is onconsequent. Het keert zich tegen overheidscamera's, maar niet tegen gsm's en sociale netwerksites, waar de privacy dagelijks veel erger en voor minder belangrijke doeleinden wordt te grabbel gegooid. Gezien de enorme wildgroei van deze onbeteugelde schendingen van de privacy rijst de vraag of de verhouding privacy-publieke sfeer niet grondig moet worden herdacht.

6. In iedere samenleving heb je reactionaire organisaties die zich tegen nieuwe technologieën verzetten. Toen paus Paulus IV in 1559 het "Imprimatur" invoerde, besloot hij dat het Heilig Officie moest controleren wie, wat, waar mocht lezen. Boeken moesten een aparte toelating krijgen, een imprimatur. Vergelijkbaar met het Heilig Officie hebben we nu de privacycommissie, die een "Videtur" aflevert. Wie mag waar een camera ophangen, wie mag de beelden bekijken en bewaren? Ze doet dat uiteraard op basis van een wet, maar dat deed het Heilig Officie ook. Deze werkwijze, die in de tijd van Paulus IV door de meeste beleidsverantwoordelijken volkomen normaal en legitiem werd bevonden, is reactionair gebleken. Ze overleefde de tand des tijds niet. Misschien zal het net zo gaan met het halsstarrig verzet tegen het gebruik van overheidscamera's en tegen het gebruik van moderne technologie door de overheid. Binnen een aantal jaren zullen de regeltjes van Jozef II over het aantal kaarsen dat de clerus mocht opbranden misschien als minder bedilzuchtig (want milieuvriendelijk) worden aanzien dan sommige adviezen over de camera- en de privacywet. Dit is uiteraard een boutade. Maar ze bevat een grond van waarheid. Als de overheid wil overleven en haar basistaken wil handhaven, dan moet ze dat met moderne technologie kunnen doen. Anders zal ze achterop hinken en haar legitimiteit verliezen. De dinosaurussen zijn uitgestorven omdat ze zich niet konden aanpassen, professor Armand Vandeplas zegde het al.

 

 

Lees ook:

 

 

Big Brother in Europa van Raf Jespers

Wat is juridisch mogelijk tegen youtube?

Parketten en Comité I adviseren over nieuwe BIM-wet

Liégeois: "Privacywet buiten strafprocedure houden

Big Brother ziet U

De nieuwe Belgische camerawet

 

 

 

Nu in het nieuws