Congolese geweldsslachtoffers hopen op gerechtigheid

Print
Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag bepaalt in de komende twee maanden of er voldoende bewijs is voor een rechtszaak tegen Callixte Mbarushimana. De Rwandees wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

Mbarushimana is de secretaris van de FDLR, de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, een rebellenbeweging die sinds 2005 in het oosten van Congo actief is.

De aanklagers houden Mbarushimana verantwoordelijk voor het aanzetten van de rebellen tot moorden, martelingen, en verkrachtingen van burgers in de provincies Noord en Zuid-Kivu. Het geweld zou gebruikt zijn als strategie om de rebellenbeweging meer macht te geven in onderhandelingen met de Rwandese regering.

"Hij was de spil, de man die de misdaden in de Kivu's kon vertalen in politieke invloed in Rwanda", zei Fatou Bensouda, plaatsvervangend hoofdaanklager van het Strafhof bij de opening van de bevestigingszitting die op 16 september van start ging.

"De zitting geeft duizenden slachtoffers hoop", zegt Nestor Habamungu, een aardrijkskundeleraar aan het Mwanzo Instituut in Bukavu in Zuid-Kivu. "In 2005 werden mijn ouders vermoord tijdens een FDLR-aanval in Walungu in Zuid-Kivu. De strijders plunderden ons huis en staken het huis van de buren in brand. Er waren op dat moment nog drie mensen binnen. Ik heb het overleefd omdat ik in een ander dorp, bij vriend was."

Trage voortgang

Hoewel sommige mensen blij zijn met de vooruitgang die geboekt is, bestaan er ook zorgen over trage voortgang van dit soort zaken. Marie Claire Mwilarhe, onderwijzeres in Kalamu in de Congolese hoofdstad Kinshasa, vertelt dat haar vader in 2006 vermoord is door FDLR-rebellen in Mwegerera in Zuid-Kivu.

Mwilarhe verwijst naar een andere zaak, die van Thomas Lubanga Dyilo, die in 2006 werd gearresteerd op beschuldiging van het rekruteren van kindsoldaten in het noordoosten van het land. "De zaak van Thomas Lubanga loopt al jaren", zegt ze. In 2007 besloot het ICC tot een rechtszaak die pas twee jaar later begon en nu nog steeds loopt.

Deelname van slachtoffers bleek voor problemen te zorgen bij de zaak tegen Mbarushimana. Vlak voor aanvang van de hoorzitting maakte het ICC bekend dat 130 slachtoffers konden deelnemen. Bij honderden anderen bleek het niet mogelijk hun verzoek op tijd te beoordelen.

Volgens de Congolese advocaat Maurice Kanyama komt dat onder meer doordat het moeilijk is de plaatsen te bereiken waar de misdaden zijn gepleegd. Het heeft niet zozeer met traagheid bij het ICC te maken, maar eerder met zwakheden bij niet-gouvernementele organisaties die de slachtoffers ter plaatse identificeren, zegt hij. "Geldgebrek is niet langer een excuus, omdat er een slachtofferfonds is waaruit de kosten voor deelname betaald worden."

Emmanuel Chaco (IPS)

Nu in het nieuws