Fossielen kunnen draai geven aan menselijke oorsprong

Print
De overblijfselen van twee mensachtige wezens die in Zuid-Afrika werden gevonden, kunnen helpen onze roots verder te traceren.

De fossielen behoren toe aan een volwassen vrouw en een jongen - wellicht moeder en zoon - en zijn tussen 1.977.000 en 1.980.000 jaar oud. Ze werden in 2010 al beschreven en kregen de naam Australopithecus sediba. Nu is het team dat de ontdekking deed, klaar met een diepere analyse.

Het onderzoek onthult dat kenmerken van de hersenen, de handen, de voeten en het bekken van de fossielen doen vermoeden dat deze soort zich op dezelfde evolutionaire lijn als de mens bevindt.

Geloofwaardige voorouder

"We hebben de belangrijkste anatomische gebieden onderzocht. Elk van deze eigenschappen zou apart geëvolueerd kunnen zijn, maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat ze allemaal tegelijk geëvolueerd zijn als Australopithecus sediba niet gelinkt was aan onze stamboom", aldus professor Lee Berger van de Universiteit van Witwatersrand (Johannesburg).

De moderne mens stamt af van de Homo Erectus. Die vond op zijn beurt mogelijk zijn oorsprong in primitieve wezens als de Homo Habilis of Homo Rudolfensis. Hoewel de Australopithecus sediba ouder is dan sommige van zijn "rivalen", zijn sommige van zijn eigenschappen en capaciteiten geavanceerder dan die van jongere soorten. Volgens het team van prof Berger is Australopithecus sediba met andere woorden een geloofwaardigere voorouder van de Homo Erectus.

De ouderdom van de fossielen plaats Australopithecus sediba alvast ver genoeg terug in de tijd om een voorganger van de Homo Erectus te zijn.

Röntgenstralen van de schedel van de jongen leidden tot een virtuele mal van de hersenpan. Daaruit kon afgeleid worden dat het volume van de hersenen zo'n 440 kubieke centimeter bedroeg, te vergelijken met dat van chimpanseehersenen.
Dit is overigens kleiner dan de hersenmassa van sommige oudere fossielen, zoals 'Lucy'.

De vorm van de hersenen leek echter meer op die van het menselijk brein, met asymmetrieën. Dit zou kunnen wijzen op het begin van de transformatie naar een brein zoals wij dat hebben.

De tanden zijn kleiner dan die van andere Australopithecus-soorten. Dit kan wijzen op een wijziging van dieet (meer vlees bijvoorbeeld) of het gebruik van materialen om het voedsel verteerbaarder te maken.

Het bekken is kort en wijd, zoals bij mensen. In combinatie met de kleine hersenen doet dit de theorie dat hersenvolume en bekkenbreedte hand in hand gaan, teniet.

Wat de handen betreft, lijken die meer op die van een moderne mens dat op die van een aap. Toch zal de Australopithecus sediba met zijn relatief lange armen veel tijd hebben doorgebracht met klimmen in bomen.

Wat de voeten betreft, is het enkelgewricht mensachtig en is er ook wat bewijs voor een mensachtige achillespees. De hiel was echter aapachtig en het scheenbeen kort.

Vertakkingen

Dr William Harcourt-Smith van het Amerikaanse Natuurhistorisch Museum in New York stelt dat een lijn van de Australopithecus sediba bijna zeker leidde tot de eerste exemplaren in de Homo-stamboom, die uiteindelijk de moderne mens voortbracht. "Maar er zijn vertakkingen."

Professor Chris Stringer van het Londonse Natuurhistorisch Museum, meent dan ook dat het einde van het verhaal nog niet nabij is: "Misschien waren er wel meerdere Australopithecus-vormen, die allemaal tegelijk mensachtige eigenschappen ontwikkelden."

Bekijk ook deze YouTube-reportage:

Foto (van mal): YouTube

MEEST RECENT