21-julitoespraak Patrick Janssens: "Snoeien in sociaal beleid is geen optie"

De Antwerpse burgemeester Patrick Janssens heeft naar aanleiding van de Nationale Feestdag een toespraak gehouden.

Janssens hamerde erop dat de politiek zich in de eerste plaats moet bezig houden met het welzijn en de welvaart van het land en al zijn inwoners, niet met het winnen van de volgende verkiezingen. Verder haalde hij aan dat snoeien in het sociaal beleid wat hem betreft geen optie is en pleitte hij tegelijk voor het 'voor wat hoort wat'-principe; "Wie recht wil hebben op een wachtuitkering, moet eerst alle opleidings- en activeringskansen grijpen die onze maatschappij biedt."

De integrale toespraak:

Dames en heren,

Graag wil ik de burgerlijke, rechterlijke, geestelijke en militaire overheden verwelkomen op deze plechtige herdenking van onze Nationale Feestdag.

Mesdames et Messieurs les Consuls Généraux, je vous remercie d'avoir bien voulu rehausser de votre présence la célébration de notre Fête Nationale.

Meine Damen und Herren Generalkonsuls, im Namen der Stadt Antwerpen danke ich Ihnen für die Freundlichkeit und die Ehre Ihrer Anwesenheit.

Señoras y Señores Consules, en nombre de la ciudad les agradezco su amabilitad y el honor de su presencia en la celebración de nuestro Día Festivo Nacional.

Ik heet u allen van harte welkom op deze 21 juliviering hier in Antwerpen. Op de Nationale Feestdag brengen we traditiegetrouw hulde aan het Belgische vorstenhuis, aan ons land en aan de democratische waarden die vervat zijn in de Belgische grondwet.

Luk Van Wassenhove, een gelauwerd professor aan de internationale business school Insead, liet over België onlangs het volgende optekenen in een Vlaamse krant: "De Belgen leven in een van de tien rijkste landen ter wereld, maar ze lijken er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat hun kinderen straks in een land zullen leven dat op de 25ste plaats staat."

Professor Van Wassenhove woont en werkt al een tijdje in Frankrijk maar volgt de gebeurtenissen in zijn vaderland met een kritische blik. België kampt volgens hem met een 'knowledge doing gap'. "Men weet wel wat er moet gebeuren, maar niet hoe men dat moet realiseren", luidt het.

Het zijn pijnlijke maar accurate vaststellingen. Tegen 2015 moeten we 22 miljard euro besparen. De vergrijzing, verjonging en de aanhoudende migratiestroom stellen ons op langere termijn nog voor veel zwaardere uitdagingen. We maken ons met zijn allen zorgen over de financieel-economische crisis die Europa bedreigt en we beseffen allemaal dat we dringend moeten investeren in een groenere economie. Alleen blijft het al te vaak bij 'beseffen' en 'ons zorgen maken'.

Wij leven in een uitzonderlijk land, dames en heren, met een hoge en relatief evenwichtig verspreide welvaart en een onderwijssysteem dat internationaal geroemd wordt. Nu dus nog top tien van de wereld, dankzij het harde werk van vele generaties voor ons. Maar door het aanslepend immobilisme op federaal niveau - we hebben nu al welgeteld 403 dagen geen volwaardige regering meer - dreigen de generaties die na ons komen een flinke tuimelperte te maken en de kopgroep te lossen.

Willen we dat vermijden, dan zal dat onvermijdelijk collectieve inspanningen vergen. Maar daar is in de eerste plaats een krachtdadige overheid voor nodig. Hoe kunnen we aan een groot deel van de Belgische bevolking vragen om mee te (blijven) investeren in de toekomst van onze welvaartsstaat als die investeringen vervolgens niet op een rechtvaardige, efficiënte en transparante manier gebruikt worden?

40 procent van ons nationaal inkomen gaat naar sociaal beleid in een of andere vorm: pensioenen, onderwijs, gezondheidszorg, kinderbijslag, werkloosheids- en ziekte-uitkeringen, …. Er gaan heel wat stemmen op, zowel in de Wet- als in de Volksstraat, om te snoeien in dat sociaal beleid.

Wie de demografische cijfers bekijkt, weet dat dit gezien de vergrijzing én vergroening van onze maatschappij geen optie is. Integendeel. Investeren in toekomstgericht onderwijs is een absolute must als we in de kopgroep willen blijven. En vorige week nog pleitte de OESO, de denktank van Westerse industrielanden, voor verplichte publieke kinderopvang om de talenkennis en tewerkstellingsgraad bij migranten op te krikken. De globalisering en de nieuwe vormen van migratie die daarmee gepaard gaan, zijn immers een bedreiging voor ons sociaal systeem maar kunnen evengoed nieuwe kansen bieden voor dat systeem. In de mate dat door migratie de actieve bevolking aangroeit, en migranten dus bijdragen en belastingen betalen, kan dat de draagkracht van onze welvaart alleen maar vergroten.

We moeten dus durven investeren in sociaal beleid, en met name in activering. Maar we moeten al wie daar de vruchten van plukt ook durven vragen om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. En voor alle duidelijkheid: dat zijn we allemaal wel op de een of andere manier. In Antwerpen huldigen we in ons sociaal beleid de laatste tien jaar daarom steeds vaker het principe 'voor wat hoort wat'.

Het Antwerpse OCMW begon daar als eerste mee. Via sociale tewerkstellingsprojecten, doorgedreven sollicitatietrainingen en gerichte opleidingen probeert het zijn cliënten zo snel mogelijk weer te activeren. Zo kunnen zij op hun beurt terug een bijdrage leveren aan de maatschappij.

Ook op het vlak van onderwijs vragen we het nodige respect voor de enorme kansen die onze samenleving biedt. Het Antwerpse spijbelbeleid is een pak strenger dan wat de huidige wetgeving voorschrijft. Toch blijft het onbegrijpelijk en vooral onaanvaardbaar dat te veel jongeren op hun 18 jaar de school verlaten zonder diploma en na enkele maanden al recht hebben op een wachtuitkering. Ik pleit dan ook sterk voor de invoering van een kwalificatieplicht in plaats van de huidige leerplicht. Wie recht wil hebben op een wachtuitkering, moet eerst alle opleidings- en activeringskansen grijpen die onze maatschappij biedt.

Het is geen toeval dat we in Antwerpen al langer de keuze maakten om solidariteit te koppelen aan verantwoordelijkheid. Sociaal-economische uitdagingen manifesteren zich doorgaans eerst in de steden. Het zijn wij die er als eerste antwoorden op moeten zoeken.

Eén op de vijf Antwerpse kinderen wordt geboren in een kansarm gezin, de werkloosheidsgraad ligt ongeveer dubbel zo hoog als het Vlaamse gemiddelde, een kwart van alle nieuwkomers in dit land vestigde zich afgelopen jaar in Antwerpen, 15% van de 500.000 Antwerpenaars heeft een vreemde nationaliteit en meer dan een derde is van allochtone afkomst.

Een stad die zulke uitdagingen wil aangaan en ombuigen in opportuniteiten, kan niet anders dan kiezen voor het 'voor wat hoort wat'-principe. Maar mensen voor hun verantwoordelijkheden stellen, impliceert soms impopulaire keuzes. En dat vereist in de eerste plaats een overheid die moedige beslissingen durft te nemen. Wars van de traditionele ideologische vertrekpunten. En ja, soms zelfs tegen de zin van de eigen achterban.

Op deze Nationale Feestdag, dames en heren, herdenken we traditioneel ook onze oud-strijders, politieke gevangenen en weerstanders. Mensen die bereid waren om al wat hun dierbaar was op te offeren en samen de strijd aan te gaan. Niet voor hun eigen grote gelijk, maar voor de toekomst van hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ik wil de families van al die mensen dan ook van harte danken en nodig alle politici van dit land uit om hen eer te betuigen en hun voorbeeld te volgen. Wie de politiek ernstig neemt, zou in de eerste plaats bezig moeten zijn met het welzijn en de welvaart van ons land en al zijn inwoners, niet met het winnen van de volgende verkiezingen.

Ik dank u.

Foto Photonews

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio