Kamercommissie Bedrijfsleven stemt Gellingenwet

De Kamercommissie Bedrijfsleven keurde gisteren de Gellingenwet goed. Door die wet kunnen slachtoffers van een grote technologische ramp hun lichamelijke schade binnen het jaar vergoed krijgen van een fonds. Nu moeten ze nog altijd wachten tot de rechtszaak is afgerond en dat kan vele jaren duren.

jdewit

Op 30 juli 2004 had een enorme ontploffing plaats in Gellingen, een deelgemeente van Aat in Henegouwen. De oorzaak was een klein gaslek dat enkele weken voordien was veroorzaakt door een zware graafmachine (een "bomag") die een gasleiding van Fluxys had geraakt. Bij de ontploffing kwamen 24 mensen om en werden 132 anderen gewond.

Het werd onmiddellijk duidelijk dat onze strafprocedure niet geschikt is voor dit soort rampen. Zulke zaken slepen aan en de slachtoffers moeten wachten tot er een definitief arrest is. Dat is er momenteel na bijna zeven jaar nog altijd niet en dat is dus te lang.

MR-Kamerlid Marie-Christine Marghem (foto) diende een wetsvoorstel in om een bijzonder fonds op te richten. Bij iedere grote technologische ramp, waarbij minstens vijf personen aanzienlijk lichamelijk letsel hebben opgelopen, moet de minister van Justitie de gebeurtenis als ramp erkennen. Dan wordt een comité opgericht dat een speciaal fonds voor de slachtoffers creëert. Er komt dus per ramp een apart fonds.

Aansprakelijkheidszekeringen

Het fonds wordt gespijsd door de aansprakelijkheidsverzekeringen (tak 13) en het wordt georganiseerd door het Gemeenschappelijk Waarborgmotorfonds dat de meeste ervaring terzake heeft. De aansprakelijkheidsverzekeringen schieten de schadevergoedingen voor. Hun aandeel in het fonds wordt bepaald op basis van hun laatste marktaandeel. Na de rechtszaak, als duidelijk is wie aansprakelijk is, regelen de verzekeringen hun zaakjes onder elkaar zodat de echte verantwoordelijken het gelag betalen. De slachtoffers komen er niet meer aan te pas, ze hebben hun geld immers al eerder gekregen.

Een slachtoffer krijgt zes maanden de tijd om zijn schadeclaim in te dienen bij het fonds. Dat moet dan binnen de zes maanden een definitief bod doen. Als het slachtoffer hiermee niet akkoord gaat, dan moet het Fonds binnen de drie maanden antwoorden op de voorstellen van het slachtoffer. Omdat de schade misschien niet binnen de zes maanden duidelijk is (bv. bij ernstige brandwonden), kan ook met voorschotten worden gewerkt.

Als het slachtoffer het bod aanvaardt, dan is dat definitief. Het slachtoffer kan daarna geen schadevergoeding meer vragen in deze zelfde zaak. In principe zou ieder slachtoffer door zo'n fonds binnen het jaar vergoed moeten zijn.

Reactie Assuralia

In een reactie zegt Wauthier Robyns van de verzekeringskoepel Assuralia dat hij "de details van het voorstel nog niet kent, maar dat dit wel in grote lijnen overeenstemt met wat de verzekeringen zelf hebben voorgesteld". In de Gellingenzaak werd dit systeem al een beetje uitgetest. Nadat de arbeidsongevallenverzekeringen hun geld hadden uitbetaald, deed Assuralia voor de rest van de schade een voorstel. "48 personen uit 34 dossiers gingen op ons voorstel in. Ze kregen 6,6 miljoen.Deze 48 slachtoffers of hun nabestaanden vormden samen 34 dossiers omdat één dossier meerdere nabestaanden kan bevatten. In 82 dossiers reageerden de betrokkenen op het voorstel van Assuralia, maar in 48 van die dossiers gingen ze er niet op in. In 57 dossiers kwam er helemaal geen reactie", aldus Robyns.

Meer over de voorgeschiedenis van dit voorstel vindt U op de expertenpagina van John De Wit.

JDW

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio