Het CGKR en de homohaat

Print
21 JUNI 2010 - Het jaarrapport over discriminatie van 2010 behandelt vooral de discriminatie van homoseksuelen en lesbiennes. Het CGKR analyseert de positie van homo's en lesbiennes en gaat na of ze gelijke rechten hebben. Het rapport komt goed getimed uit vlak voor de Antwerp Pride. Maar veel beleidsvoorstellen levert dat niet op. Een analyse in drie onderdelen: het aantal en de aard van de meldingen van homohaat; de beleidsvoorstellen die het CGKR formuleert; zes bedenkingen bij deze voorstellen. Dit is het tweede deel van een bespreking van het jaarverslag discriminatie van het CGKR. Het eerste deel vindt U hier.

1. HOEVEEL MELDINGEN?

Sinds 2005 komt 5% van alle meldingen die bij het CGKR binnenlopen van homoseksuelen en lesbiennes. Eén op die vijf meldingen gaat over samenlevingsproblemen (burenruzies, problemen op de openbare weg), terwijl dat voor andere groepen maar één op de tien meldingen is.

In 2010 werden 85 dossiers over deze vorm van discriminatie geopend. Dat is 5,8% van alle dossiers over discriminatie waarvoor het CGKR zich bevoegd achtte. De homo's staan daarmee op de vijfde plaats van gediscrimineerde groepen waarover het CGKR klachten krijgt.

In 79% gingen de dossiers over homoseksuele mannen. Ze beklaagden zich over burenruzies of incidenten op de openbare weg (31%) of haattaal op het internet (28%). Slechts 9% van de dossiers ging over discriminatie op de werkvloer en dan waren het vooral pesterijen. Het CGKR stelt dat er "geen reële daling" is, maar een onderrapportage. Homofobie op de werkvloer vertegenwoordigde in 2009 immers nog 23% van alle dossiers.

Volgens het CGKR "lijkt de expliciete homonegativiteit, waarbij homoseksualiteit werd gezien als een zonde of ziekte niet meer vaak voor te komen in België".

2. WELKE KNELPUNTEN?

* In een adoptieprocedure kan de lesbische meemoeder nog altijd niet onmiddellijk een juridische band met het kind krijgen. Dat kan pas enige tijd na de geboorte gebeuren en dat moet veranderen.

* Homomannen mogen geen bloeddonor zijn. Het CGRK vraagt zich af of dit wel kan. Het geeft toe dat de Europese rechtspraak zo'n uitsluiting gerechtvaardigd vindt, maar het CGKR vindt ze "wellicht buiten verhouding tot haar doel (besmetting met het HIV-virus voorkomen, nvdr)". Men zou de formulering moeten veranderen omdat men eigenlijk alleen maar mensen met risicogedrag (veel partners) wil uitsluiten en die komen zowel bij homo's als bij hetero's voor).

* Er moet een non-discriminatieclausule in contracten komen, zodat optredens van homohatende groepen niet meer mogelijk zijn. De Ancienne Belgique organiseerde al twee optredens met groepen die oproepen tot geweld tegen homo's en die overal elders geweigerd werden voor homohaat, maar niet in Brussel.

* Het CGKR stelt vast dat mensen met een grotere religieuze betrokkenheid ook negatiever staan tegenover homoseksuelen. "Die negatieve opvattingen verdwijnen niet als de opleiding of de sociale status hoger zijn", zo heet het. Het CGKR steunt de projecten van het Antwerpse Roze Huis om homoseksuele moslims te groeperen en te overleggen met de moskeeën over het thema homoseksualiteit. Deze projecten moeten navolging krijgen, vindt het CGKR.

* Het CGKR wil dat homofobie in het voetbal strenger wordt aangepakt. De Voetbalbond KBVB moet zijn richtlijnen aanpassen zodat scheidsrechters iedere uiting van homofobie, ieder homofoob spreekkoor onmiddellijk melden. De KBVB ontving in 2010 immers geen enkele melding over homofobe spreekkoren.

* Homo's geven geweld te weinig aan. In 2010 werden bij de Belgische parketten slechts 4 zaken van homofoob geweld gemeld. De politiediensten zelf registreerden in 2008 34 zaken van homofoob geweld, in 2009 56 en in de eerste helft van 2010 45. "Bijzonder weinig", zo stelt het CGKR vast.

Het CGKR wil dat de politie slachtoffers van homofoob geweld beter opvangt, overlegt met de homoverenigingen over de strijd tegen dit geweld en de feiten beter registreert.

* Lesbiennes blijven ondervertegenwoordigd in de meldingen die het CGKR binnenkrijgt. Slechts 21% van de meldingen kwam in 2010 van lesbiennes en ongveer de helft had betrekking op gezinsrechtelijke kwesties: adoptie, erkenning van een kind, ouderschapsverlof.

* Bijna een kwart van de discriminatiemeldingen van homo's ging de voorbije jaren over de werksituatie. In 2010 was dat echter nog maar 9%. Het CGKR stelt dat de homoverenigingen zich niet altijd bewust zijn van wat homoseksuele arbeiders meemaken.

* In de scholen moet ook de geaardheid van leraars besproken kunnen worden en leraars die ervoor uitkomen moeten door hun collega's gesteund worden.

* Het CGKR volgt ook de problemen van homoseksuele migranten op de voet en op dat gebied heeft het CGKR ook concrete aanbevelingen.

Het aantal asielaanvragen op grond van vervolging wegens homoseksualiteit steeg van 116 in 2006 (1%) naar 362 (2,1%) in 2009. Meestal ging het om asielzoekers uit Afrika. Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen adviseerde in 2010 in 210 aanvragen positief, maar het is niet duidelijk hoeveel procent van de aanvragers dit betreft. De relatie met de tolken blijft voor homo-asielzoekers problematisch, vindt het CGKR.

Homo's die hier aan gezinshereniging willen doen, ondervinden volgens het CGKR ook moeilijkheden. Zij moeten een "attest van celibaat" krijgen van hun herkomstlanden en sommige van die landen eisen dat ze daarop de naam van de persoon op zetten met wie ze willen trouwen.

Een visum om een wettelijke samenwoonst af te sluiten kan dan weer maar allleen als je bewijst dat je het jaar voordien voldoende contacten hebt gehad. In landen waar homoseksualiteit strafbaar is, proberen de homo's hun geaardheid zoveel mogelijk te verbergen en daardoor kunnen ze dit niet bewijzen.

3. BEDENKINGEN

Hoe goed bedoeld ook, de strijd van het CGKR tegen homofobie blijft een mager beestje.

1. De beleidsmaatregelen blijven steken in "wat het centrum zou moeten doen", "sensibiliseren", "ondersteunen van acties van anderen". Eigen acties zijn er amper en als ze er zijn betreffen ze homoseksuele migranten. Het CGKR kritiseert terecht de conservatieve, burgerlijke Belgische homo-organisaties omdat ze niet weten hoe arbeiders om hun homoseksualiteit worden gepest op het werk, maar het stelt zelf ook geen maatregelen terzake voor.

2. De twee zwaarste juridische discriminaties van homo's blijven onvermeld in het rapport.

Zo is discriminatie van homo's door privépersonen niet strafbaar en discriminatie van vreemdelingen wel. Er is geen enkele reden waarom dit zo zou moeten zijn, een echte antidiscriminatiewet zou alle gediscrimineerde groepen gelijk behandelen en niet één groep voortrekken. Dat was ook de bedoeling van toenmalig minister Christian Dupont (PS) toen hij in 2007 de antidiscriminatiewet voorstelde, maar onder druk van de Brusselse migrantenorganisatie MRAX werd discriminatie van vreemdelingen strafbaar en discriminatie van homo's niet. Het CGKR verzette zich niet tegen deze ongelijkheid en kaart ze ook nu niet aan.

Vervolgens kan homohaat in de pers in de praktijk niet vervolgd worden omdat dit misdrijf voor het assisenhof moet komen. Daardoor kunnen de mogelijk homofobe verklaringen van de leider van Sharia4Belgium niet vervolgd worden, want een assisenhof samenroepen voor zo'n misdrijf is te duur. Maar racisme in de media kan wel vervolgd worden, want het moet slechts voor de correctionele rechter komen. Los van de vraag of woorden wel strafbaar moeten zijn, blijft door dit onderscheid de ene vorm van aanzetten tot haat ongestraft en de andere niet. Dat discriminerende onderscheid ligt nu grondwettelijk verankerd. Volgens CGKR-directeur Jozef De Witte wil het Centrum dat in de toekomst ook homohaat voor de correctionele rechter komt, net zoals dat nu al met vreemdelingenhaat het geval is. Maar in dit rapport vinden we daar niets van terug. (Voor de toenmalige debatten, zie: hier.)

Het CGKR heeft dus niet veel gedaan aan beide essentiële vormen van homodiscriminatie. Merkwaardig genoeg deed de homobeweging zelf hieraan ook niets.

3. Opmerkelijk is niet alleen dat de antidiscriminatiewetten zelf discrimineren en homo's "minder" behandelen dan allochtonen. Ook binnen de bestaande wetten stelt het CGKR zich milder op tegen homohaters dan tegenover vreemdelingenhaters.

Met Franse rapgroepen van allochtone oorsprong, zoals Sexion d'Assaut, die hier in de Ancienne Belgique komen optreden en die bekend staan om hun oproepen tot homofoob geweld, wordt "onderhandeld" en "afgesproken" om dat geen homofobe uitspraken te doen. Of de naleving van die afspraken werd gecontroleerd en welk resultaat dat gaf, verneem je niet uit het rapport. Op het feit dat de Brusselse AB, een met overheidsgeld gefinancierde organisatie, al twee keer zo'n homofobe club liet komen, lees je geen kritiek. Nee, men is "tevreden over het resultaat".

Fantastisch, maar zou men met een vergelijkbare racistische groep, die oproept om alle Marokkanen in mekaar te slaan bv., ook gaan onderhandelen? Onderhandelde men met het Vlaams Blok om het racisme van die partij aan te pakken? Nee dus, waarom dan wel onderhandelen met homofobe rapgroepen, die overal elders in Europa geweigerd worden om die reden? Dit lijkt een discriminerende praktijk van het CGKR.

En terwijl tegen zoveel pamfletjes en tekstjes tegen vreemdelingen in het verleden werd opgetreden, is het fameuze islamitische boek waarin wordt opgeroepen om homo's van hoge gebouwen te gooien is nog altijd verkrijgbaar in Brussel en Antwerpen, er was nooit een actie tegen op basis van de antidiscriminatiewet. Dit boek wordt zelfs niet vermeld in het rapport.

Terecht maakt het CGKR bij homofobe uitspraken een afweging tussen de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van religie en het verbod op aanzetten tot haat. Maar die afweging wordt uitsluitend bij homodiscriminatie gemaakt, niet bv. bij islamofobie, waar zonder motivering onmiddellijk wordt gesteld dat het een overtreding is van de antidiscriminatiewet. Waarom die (terechte) afweging maken bij de ene groep en niet bij de andere? Dat lijkt een discriminerende praktijk van het CGKR.

4. Het rapport heeft geen plan om homofobie bij moslimjongens te bestrijden. Het vermeldt die homofobie schoorvoetend wel, - en dat is een vooruitgang in vergelijking met vroeger - maar die vermelding verdrinkt in pagina's over de uitspraken van Monseigneur Léonard. Onderzoek van professor Marc Hooghe (KULeuven) wees echter uit dat de homofobie bij moslimjongens meer dan dubbel zo sterk is dan die bij katholieke of vrijzinnige jongens. Onderzoek in opdracht van de Gazet van Antwerpen toonde ook de erg negatieve opstelling van moslimjongens tegenover homoseksuelen aan.

Een zinvol beleid moet de problemen durven benoemen en dan doelgerichte maatregelen voorstellen, specifiek naar de groepen waar de problemen het ergste zijn. Maar er is geen eigen beleidsvoorstel van het CGKR zelf naar de moslimgemeenschap toe, er is ook geen oproep tot een "vierhoeksoverleg" om de homofobie aan te pakken (in tegenstelling tot bij de strijd tegen hate speech).

5. Ook over homofoob geweld blijft het rapport in gebreke. Eerdere studies over de grootte en de oorzaken van dit geweld worden niet vermeld en mogelijk de zwaarste zaak van homofoob geweld uit de Belgische geschiedenis (een Antwerps geout lesbisch meisje dat door een gebedsgenezer werd overgoten met kokend water werd overgoten om "de duivel uit te drijven") wordt anoniem verstopt in de burgerlijke partijstellingen van het CGKR met de bedenking dat de zaak "hangend" is.

Het CGKR heeft (buiten een oproep om homo-slachtoffers beter op te vangen en antihomogeweld beter te registreren) geen beleid naar de politie, noch om de opsporing te stimuleren via gerichte acties of lokhomo's, noch om homogroepen bij de politie of bij de ambtenarij uit de grond te stampen.

Vooral de opstelling over lokomo's is merkwaardig. Het CGKR pleit uitdrukkelijk niet voor "lokhomo's" bij de politie om homofoob geweld vast te stellen, terwijl het wel voor "praktijktests" pleit om racisme bij discotheken vast te stellen. En "mystery clients" in de uitzendsector moeten zelfs wettelijk verankerd worden in een CAO, vindt het CGKR. Voor homo's heb je dit soort voorstellen, die er dus wel zijn voor allochtonen, allemaal niet. Die ongelijkheid is discriminerend.

Het CGKR geeft weliswaar cursussen aan de politie over homofobie. Maar vorig jaar volgden amper 53 van de ruim 40.000 agenten die opleiding. Het CGKR heeft geen voorstellen om dat aantal toch ietwat uit te breiden, of om de cursussen zelfs verplicht te maken voor iedereen. Homofobie verdrinken in een algemeen praatje over discriminatie blijft bovendien nog al te veel het uitgangspunt, ook van het CGKR.

6. Uiteindelijk lijkt het CGKR niet erg geïnteresseerd in de discriminatie van homo's en lesbiennes. Niet alleen zijn er weinig voorstellen (er zijn er in ieder geval veel minder om de homorechten te beschermen dan om illegalen te verdedigen), ook zijn liefst 17 van de 43 pagina's over homodiscriminatie uitbesteed aan externen. Een absoluut record, zeker als je weet dat het CGKR bijna 100 eigen personeelsleden heeft!

Deze feitelijke desinteresse komt voort uit het feit dat één en dezelfde organisatie moeilijk de belangen van twee gediscrimineerde groepen (in dit geval: moslim(jongen)s en homomannen) kan afhandelen als die groepen met elkaar op gespannen voet leven.

Men zou van een modern management een duidelijk beleid verwachten dat voor alle groepen hetzelfde is en op basis van verifieerbare criteria wordt toegepast. Maar dat is er niet. De enige andere optie is dan de strijd tegen discriminatie à la carte in te vullen, met alle ongelijkheden vandien. Want dat is nu net…discriminerend!


Het eerste deel van dit artikel, met daarin de bespreking van de andere vormen van discriminatie, vindt U hier.


Lees ook:

Het discriminatierapport van het CGKR voor 2009

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast"

De hervorming van de antidiscriminatiewet

Professor Marc De Vos over de antidiscriminatiewet

Het racismerapport van het CGKR voor 2008

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2007


Nu in het nieuws