Het parketrapport van 2010 over slechte wetten

11 JUNI 2011 - De wet op het assisenhof bevat belangrijke fouten, waardoor iemand die correctioneel verschijnt zwaarder kan gestraft worden dan een assisenklant. Openbare dronkenschap moet als misdrijf verdwijnen, draagmoederschap moet wettelijk geregeld worden, de verjaring voor seksueel misbruik moet simpeler. Parketmagistraten moeten niet meeer in kiesbureaus zetelen en het moet voor veroordeelden, verdachten en parket veel moeilijker worden om naar Cassatie te gaan. Dat zijn slechts enkele aanbevelingen uit de nieuwe verslagen van het Openbaar Ministerie aan het Parlementair Comité voor Wetsevaluatie, die deze week in het parlement werden ingediend.

John De Wit

Ieder jaar formuleert het openbaar ministerie een reeks problemen die nieuwe wetten hebben veroorzaakt. De bedoeling is dat het parlement die fouten wegneemt. Zowel de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie als het college van procureurs-generaal maken elk een apart rapport met hun voorstellen aan het Parlementair Comité voor Wetsevaluatie, waarin zowel Kamerleden als Senatoren zetelen. Die rapporten brengen ook een overzicht van eerder gesignaleerde problemen (zie: hier, nvdr) waaraan nog niets is gebeurd. De lijst wordt ondertussen redelijk lang. We bespreken een aantal van de nieuwe aanbevelingen.

1. ASSISEN

Er zijn heel wat problemen met de nieuwe wet op het assisenhof van 21 december 2009 (zie: hier, nvdr).

* Door die nieuwe wet kunnen pogingen tot moord naar de gewone correctionele rechter worden gestuurd als er verzachtende omstandigheden zijn. En dat is bijna altijd zo. Die correctionele rechter kan dan wel straffen tot twintig jaar opleggen. Maar bij die regeling liet het parlement een steekje vallen. Bij recidivisten kunnen die straffen nu hoger zijn dan wat het assisenhof kan geven, terwijl assisen toch voor veel zwaardere misdrijven geldt! Iemand die voor de tweede keer een poging tot moord pleegt, kan van de correctionele rechter 40 jaar cel krijgen, maar van het assisenhof slechts 30 jaar. De Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois kaartte dit probleem al eerder aan (zie: hier, nvdr), maar er veranderde nog niets.

* Een soortgelijk probleem heb je bij de verjaringstermijnen. Bepaalde gewelddaden met dodelijke afloop kunnen voor de correctionele rechter pas na tien jaar (X 2) verjaren, terwijl diezelfde gewelddaden voor assisen al na vijf jaar (X 2) verjaren als de jury verzachtende omstandigheden aanvaardt. Dan heb je als verdachte belang bij assisen! Toch wel een discriminatie, meent het OM.

* Cassatie kan een assisenarrest vernietigen omdat het een verkeerde straf op een misdaad zet. Bijvoorbeeld: het maximum is 30 jaar en het assisenhof geeft levenslang. In dat geval gaat de zaak naar een nieuw assisenhof dat alleen maar oordeelt over de straf, niet meer over de schuld. Dit systeem werkt niet, zo meent het OM. De nieuwe jury heeft immers de discussies over de schuld niet gevolgd. Men zou de wet zo moeten veranderen dat in dat geval dezelfde jury zich opnieuw over de straf buigt.

* Problemen te over bij het horen van een slachtoffer dat zich burgerlijke partij heeft gesteld. Enerzijds kan de burgerlijke partij tijdens het proces door de nieuwe wet gehoord worden als getuige, maar anderzijds staat ze niet in de lijst van personen die nooit onder eed mogen worden gehoord. Dat kan tot serieuze problemen aanleiding geven. Een getuige moet de waarheid vertellen en kan onder eed worden gehoord, een betrokken partij niet. Het parlement moet duidelijk maken dat als de burgerlijke partij gehoord wil worden, dat gebeurt als partij en niet als getuige.

* Volgens de Franstalige tekst van de wet moeten pogingen tot moord nog altijd voor assisen komen, volgens de Nederlandstalige tekst kunnen ze naar de correctionele rechter. Dat heeft al tot oeverloze betwistingen aanleiding gegeven en de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois had dit probleem al eerder aangekaart bij zijn plechtige openingsrede in september 2009. De Nederlandse tekst is de juiste, zo besloot het Hof van Cassatie ondertussen, maar ondertussen blijft de fout in de wet bestaan. Wel kondigde Raf Terwingen (CD&V) aan dat hij een wetsvoorstel zou indienen om deze vertaalfout recht te zetten, maar tot op heden is er nog niets veranderd aan de wet.

2. CASSATIE TE MAKKELIJK

Het is te makkelijk om in Cassatie te gaan, zeker in strafzaken. Daardoor slepen die zaken almaar langer aan. Uiteindelijk leidt slechts 11% van de strafzaken tot een verbreking door het Hof van Cassatie. In burgerlijke zaken is dat 40%, vier keer zoveel. In die 11% zitten dan nog zuiver technische cassaties, die helemaal niets met enig juridisch probleem vandoen hebben. Zoals cassaties over het feit dat de rechters vergeten waren om te vermelden dat ze hun arrest eenparig hebben geveld.

In principe zou Cassatie zich maar pas mogen uitspreken op het einde van de rit, als de lagere rechtbanken en hoven hun ding hebben gedaan. Maar er kwamen steeds meer "tussendoortjes", mogelijkheden om naar Cassatie te gaan in het midden van de rit. Het rapport van de pg van Cassatie kaart drie pijnpunten aan:

* Cassatie kan nu in bepaalde gevallen zelfs tegen beslissingen in verstek.

* Het kan ook in tussentijdse spoedprocedures, die eigenlijk geen juridische beoordeling vergen, maar een analyse van de feiten (wat niet echt de taak van Cassatie is). Het OM denkt dan aan de wet op de voorlopige hechtenis, het Europees Aanhoudingsbevel, de vreemdelingenwet.

* Het kan tenslotte ook tegen beslissingen die helemaal geen eindbeslissingen zijn. Door de wet-Franchimont ontstond een stortvloed van beroepen bij Cassatie. Door de nieuwe wetten op de Bijzondere opsporingsmethodes voor de Inlichtingendiensten zal de vertraging nog groter worden. Nu duurt de afhandeling van een strafzaak op Cassatie gemiddeld vier maanden, maar dat zal zeker niet blijven duren.

3. EN VERDER...

* Openbare dronkenschap zou best als misdrijf worden afgeschaft en door de gemeenten afgehandeld worden met een overlastboete van 250 euro. Het zou een "gemengde" inbreuk moeten worden, want als de dronkenschap gepaard gaat met geweld tegen de politie of vandalisme tegen auto's zou het parket moeten kunnen blijven vervolgen.

* Er moet een simpeler verjaringssysteem komen voor seksueel misbruik. Nu heb je andere termijnen voor de feiten die een dader heeft gepleegd op meerderjarige slachtoffers dan voor diezelfde feiten op minderjarige slachtoffers, ook als beide feiten van dezelfde dader duidelijk met elkaar samenhangen. In dit laatste geval moet men alles toch afzonderlijk gaan berekenen, terwijl er duidelijk dezelfde criminele bedoeling bij de dader was. Hierdoor kan een reeks misdrijven niet worden vervolgd.

Dat probleem vloeit voort uit een Cassatie-arrest van 25 oktober 2006 en was eerder al aangekaart door de Gentse procureur-generaal Frank Schins in de Kamercommissie Seksueel Misbruik. Die stelde in haar aanbevelingen ook voor om hier iets aan te doen, maar tot op heden gebeurde er nog niets.

* Als Belgen in het buitenland slachtoffer worden van een terreuraanslag en de dader is een buitenlander, dan kan deze dader alleen in België vervolgd worden als hij hier ook wordt gevonden. Dat moet veranderen. En niet alleen bij terreuraanslagen, maar ook bij moorden en gijzelingen.

* De wet die het Europees Aanhoudingsbevel in België toepast moet worden aangepast. Nu kan iemand die zijn toestemming voor zijn overlevering naar België geeft om hier berecht te worden, die toestemming net voor zijn overlevering nog terugtrekken. Dat moet niet van Europa en het stuurt de overleveringen in de war. Deze mogelijkheid tot intrekking van de toestemming moet worden afgeschaft. Gegeven is gegeven, meent het OM.

* Er moet een regeling komen voor draagmoeders.

* Er is een degelijke regeling nodig om de gsm te kunnen traceren van vermiste personen. Nu moet men telkens een beroep doen op een verwijzing naar een misdrijf (ontvoering van minderjarigen, wederrechtelijke vrijheidsberoving van meerderjarigen), maar dat is niet elegant. En het gaat ook niet altijd snel. Een zelfmoordkandidaat die zijn plannen niet volledig heeft kunnen uitvoeren, zou nu de staat kunnen dagvaarden wegens schending van zijn privacy, als men hem via zijn gsm probeerde terug te vinden, zo vreest het OM.

* Bepaalde onderdelen van de wet op de jeugdbescherming moeten worden gewijzigd.

== Zo is "ernstige aanwijzingen van schuld" een van de voorwaarden om een criminele jongere in Everberg te plaatsen, maar dat vindt het OM niet kunnen. Het Grondwettelijk Hof vernietigde die voorwaarde reeds voor plaatsing van minderjarigen in een gesloten instelling zoals Mol. Reden: op het moment van de plaatsing is het onderzoek nog maar pas begonnen en als de jeugdrechter dan al naar de schuld van de minderjarige moet verwijzen, dan schijnt hij niet meer onpartijdig als hij later de minderjarige moet vonnissen.

== Maatregelen van de jeugdrechter stoppen als de minderjarige achttien jaar is. De jeugdrechter kan ze verlengen tot de betrokkene twintig is, maar alleen als het parket dat vraagt. En dat gebeurt soms te laat. De jeugdrechter moet dit ook zelf kunnen beslissen.

== Als een herstelbemiddeling (een gesprek tussen dader en slachtoffer over excuses, schadevergoeding e.d.) in opdracht van het parket mislukt is, dan mag de bemiddelingsdienst de procureur niet uitleggen waarom die bemiddeling is mislukt, tenzij iedereen daarmee akkoord gaat. De procureur verneemt dat dan pas op de zitting. Als blijkt dat de minderjarige alles deed om de bemiddeling te doen slagen, dan is misschien geen extra maatregel meer nodig, terwijl de procedure daarvoor dan toch is opgestart.

* Door de nieuwe kieswet kunnen ook parketmagistraten worden opgeroepen om een kiesbureau voor te zitten. Dat kan niet, omdat het parket inbreuken tegen de kieswet moet vervolgen. Een parketmagistraat die zo'n inbreuk vaststelt moet onmiddellijk tussenbeide komen. En dat kan de kiesverrichtingen in het gedrang brengen. De verjaringstermijn voor de bestraffing van bijzitters die niet komen opdagen moet bovendien langer worden dan één jaar nu, want nu verjaren bijna alle feiten, zo klaagt het OM.

* Er kunnen problemen rijzen als men een tuchtprocedure moet opstarten tegen een voorzitter van het Hof van Cassatie. Er is dan immers geen korpschef van een hoger niveau. Er is slechts één andere voorzitter. Als die zich moet terugtrekken, valt de tuchtprocedure stil en dat kan niet de bedoeling zijn geweest. Zeker met het oog op een mogelijke tuchtprocedure tegen voorzitter Verougstraete, die vervolgd wordt in de Fortiszaak, is dit een belangrijke commentaar.

4. BEDENKING

Dit zijn slechts enkele aanbevelingen van het Openbaar ministerie. Op de problemen rond Salduz (verplichte bijstand van een advocaat bij het eerste verhoor van een gearresteerde verdachte, nvdr) komen we in een ander stuk terug. Het parlement heeft eerder al meerdere verbeteringsvoorstellen van de parketten genegeerd en het schept steeds meer ingewikkelde wetten vol technische fouten. Afwachten of dat in dit geval ook zo zal zijn.

Lees ook:

Liégois: "Politiek immobilisme wurgt rechtsstaat

Wat zegt het college van procureurs-generaal voor over slechte wetten?

Liégeois wil parketten hervormen

Liégeois strijdt tegen de gerechtelijke achterstand

De nieuwe wet op het assisenhof

Het Europees Aanhoudingsbevel ter discussie

De nieuwe wet op de jeugdbescherming

Vastgoed

Jobs in de regio