De nieuwe wet op de gezinshereniging

Print
28 MEI 2011 - De Kamer besloot vannacht om de wet op de gezinshereniging te verstrengen. Belgen en niet-Europeanen die een familielid willen laten overkomen, zullen voortaan zelf voldoende inkomsten (120% van het leefloon) en huisvesting voor de nieuwkomer moeten hebben. Hun ouders kunnen niet meer overkomen en zowel de hereniger als de echtgenotes moeten 21 jaar oud zijn. Een nieuw huwelijk met een "importbruid" zal je maar kunnen sluiten als je minstens 12 maanden lang een verblijfsvergunning van ongepaalde duur hebt. De wet kwam tot stand dank zij een alternatieve meerderheid van N-VA, CD&V, Open Vld en MR. Dat is op zich vernieuwend. Ook de sp.a en LDD keurden de wet mee goed. De tegenstanders vonden vooral dat de wet Belgen discrimineert en dat ze geen inburgeringsplicht bevat. Een overzicht van de discussie en enkele persoonlijke bedenkingen.

1. WAT IS HET PROBLEEM?

In 2010 kwamen 41.336 buitenlanders naar hier in het kader van de gezinshereniging. Dat is een stad zoals Turnhout, Vilvoorde of Dendermonde. Bijna de helft (48,4%) van alle buitenlanders die in 2009 naar België kwamen, deed dat via de gezinshereniging. België is hiermee de koploper in de hele Europese Unie, waar het gemiddelde van alle 27 lidstaten 27,3% bedraagt.

Volgens een studie van de Koning Boudewijnstichting is 60% van de "volgmigranten" een vrouw. Bijna drie op de vier zijn tussen 20 en 39 jaar oud. Opmerkelijk is dat één op de vijf volgmigranten alleenstaande is geworden binnen de vijf jaar na aankomst. Bovendien werkt bijna de helft een jaar na aankomst nog altijd niet en is amper 6% werkzoekend.

De grootste groep gezinsherenigers zijn Marokkanen (27,9% in 2009), Turken (9% in 2009) en Congolezen (4% in 2009). Meestal gebeurt dit via het systeem van de "importbruiden", waarbij mannen uit de tweede en derde generatie een echtgenote zoeken in hun herkomstland. In sommige Turkse en Marokkaanse gemeenschappen doen tot 70% van de mannen dat. Zulke huwelijken gebeuren niet altijd vrijwillig. Gearrangeerde en gedwongen huwelijken met erg jonge meisjes bestààn. Hierdoor komen telkens opnieuw mensen die onze taal niet kennen uit verarmde en afgelegen gebieden naar België, wat de integratie sterk bemoeilijkt.

Onze buurlanden hebben hun wetten op gezinshereniging recentelijk verstrengd. Wij konden dus niet achterblijven, want anders zou iedereen naar hier komen. De nieuwe Belgische wet moest de Nederlandse zoveel mogelijk volgen. Eén van de balangrijste bezielers van de wet, Theo Francken (N-VA), zegt dat onze noorderburen door hun wet in vijf jaar tijd 37% minder "importbruiden" binnenkregen. "Er waren minder gezinsherenigingen, de nieuwkomers waren makkelijker te integreren én ze waren niet zo afhankelijk van de sociale zekerheid als vroeger het geval was", zo zegt hij.

2. WAT GING VOORAF?

Vier jaar geleden, tijdens de eerste regering-Leterme, werd beslist dat gezinshereniging zou worden verstrengd. Deze verstrenging werd gekoppeld aan de door de Franstalige partijen gevraagde regularisatie van illegalen. Ze werd verder ook nog in één pakket gestopt met de door de Vlamingen gewilde verstrenging van de snel Belgwet, de verstrenging van de strijd tegen de schijnhuwelijken en de uitbouw van de economische immigratie. Toenmalig Migratieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) stapte niet af van deze koppeling en er gebeurde niets.

Toen Herman Van Rompuy premier werd, werd de koppeling losgelaten. De Franstaligen kregen hun zin: er kwam een collectieve regularisatie van illegalen en alle vreemdelingenministeries kwamen in Franstalige handen. De discussie over de punten die de Vlamingen hadden gevraagd kabbelde traagjes voort, maar ze leidde tot niets. Dat bleef zo toen Leterme opnieuw premier werd. Ook toen zijn regering viel, was er nog geen akkoord.

Nu is er wel een akkoord. Uit negen wetsvoorstellen werd dat van Nahima Lanjri (CD&V) als basis gebruikt en er werden 209 amendementen ingediend. Uiteindelijk kwam er één gemeenschapppelijk amendement dat de volledige tekst van het aanvankelijke voorstel, verving. Het was ondertekend door een alternatieve meerderheid: N-VA, CD&V, Open Vld en MR.

Over dat amendement werd het advies van de Raad van State gevraagd. Dat advies was erg negatief. De indieners hielden met enkele opmerkingen rekening, maar met de meeste niet. Uiteindelijk werd dit amendement donderdagnacht als wetsvoorstel goedgekeurd in de Kamer.

Het voorstel van N-VA, CD&V, Open Vld en MR kreeg een meerderheid. Ook sp.a, LDD en het onafhankelijk Kamerlid Laurent Louis stemden voor de wet. Het VB stemde tegen omdat "de wet niet ver genoeg gaat en maar beperkte gevolgen zal hebben", de Groenen stemden tegen omdat de wet "Belgen discrimineert en de mensenrechten schendt". PS en cdH onthielden zich. Dat deden ook Karin Temmerman (sp.a) "omdat er geen verplichting tot inburgering in de wet staat", en Olivier Maingain (FDF) omdat hij problemen had met de "uitholling van het Europees burgerschap door de verschillende behandeling van Belgen en EU-burgers".

3. WAT ZEGT DE WET?

Wat zijn de kernpunten uit de nieuwe wet?

* Eerst en vooral: de wet geldt alleen voor Belgen en niet-Europeanen die iemand willen laten overkomen. Ze geldt niet voor EU-burgers die dat willen doen. In 2010 kwamen 18.254 buitenlanders over omdat zich te herenigen met een EU-burger. Dat is 44% van al wie via gezinshereniging naar hier kwam. Aan de regeling voor deze EU-burgers kan België niets veranderen, want dat is geregeld door de EU zelf. Hét grote discussiepunt bij deze wet was dat de 15.022 buitenlanders die door een Belg (al dan niet genaturaliseerd, al dan niet met een dubbele nationaliteit) naar hier werden gehaald (of 36,5%) in de toekomst aan strengere eisen moeten voldoen dan buitenlanders die door een andere EU-burger naar hier werden gehaald.

* Wie een gezinslid wil laten overkomen moet bewijzen dat hij voldoende inkomsten heeft. Die inkomsten moeten minstens zo hoog zijn als 120% van de som van het leefloon, maar ze mogen niet komen uit kindergeld, leefloon of wachtuitkering. Zo wil men ervoor zorgen dat gezinshereniging niet wordt gebruikt om op kosten van de staat te leven. Die 120% is een "referentiebedrag". Als het niet gehaald wordt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken nog altijd nagaan of gezinshereniging toch niet zou kunnen.

* Alle voorwaarden om aan gezinshereniging te doen worden in de toekomst drie jaar lang gecontroleerd, in plaats van twee nu.

* De schijnsamenwoonsten worden aangepakt. Volgens de vreemdelingenwet kan je momenteel immers niet alleen je echtgenote laten overkomen, maar ook de partner waarmee je samenwoont. De regels hiervoor waren niet strikt. Dat verandert. De voorwaarden om een samenwonende partner te laten overkomen worden strenger. Nu staat in de wet dat je elkaar één jaar moet kennen en dus moet aantonen dat de relatie één jaar duurt. In de toekomst moet je ofwel één jaar onafgebroken met elkaar hebben samengeleefd, ofwel bewijzen dat je elkaar twee jaar kent en dus regelmatig contact met elkaar had (brieven, email,…) en dat je elkaar minstens in die twee jaar drie maal hebt ontmoet en minstens 45 dagen bij elkaar bent geweest, ofwel dat je een gemeenschappelijk kind hebt (sic en oef!,nvdr). Er zijn ook nog andere nieuwe voorwaarden. En verder: als het partnerschap in de controleperiode van drie jaar niet meer bestaat of door fraude is verkregen, moeten de repatriëringskosten door de hereniger worden betaald.

* Wie iemand laat overkomen moet bewijzen dat hij hem behoorlijk kan huisvesten. Zo wil men misbruik door huisjesmelkers tegengaan.

* Aanvragen tot gezinshereniging kunnen voortaan alleen vanuit het buitenland ingediend worden. Het zal dus onmogelijk worden om met een toeristenvisum naar hier te komen en dan maar onmiddellijk aan gezinshereniging te doen.

* Belgen en niet-Europeanen die iemand willen laten overkomen moeten 21 jaar zijn. Ook de persoon die overkomt moet die leeftijd hebben. Voor EU-burgers blijft de leeftijd 18 jaar.

* Personen die naar België komen moeten daarna minstens 12 maanden een verblijfsvergunning van onbepaalde duur hebben, vooraleer ze een nieuwe partner kunnen laten overkomen. Deze regel geldt niet voor erkende vluchtelingen.

* Belgen kunnen hun ouders en grootouders niet meer laten overkomen. Vorig jaar kwamen zo 2.060 ouders en grootouders naar hier. Dat zal dus niet meer kunnen. Alleen EU-burgers kunnen nog ascendenten naar hier halen. En minderjarige kinderen kunnen dat ook doen met hun ouders als gevolg van het Zambrano-arrest van het Europees Hof van Justitie.

* De termijn om een gezinshereniging door te voeren wordt korter. Hij gaat van 15 maanden naar 12 maanden. In de meeste gevallen zelfs naar 6 maanden.

* De bilaterale verdragen met een reeks landen, waaronder Marokko en Turkije, worden strikter geïnterpreteerd zodat ze alleen nog gelden voor werknemers die vanuit die landen naar hier kwamen. Die werknemers mogen alleen kinderen en echtgenotes overbrengen die ze al hadden op het moment dat ze naar hier kwamen. Dit onderdeel van de wet kwam er na een amendement van de sp.a.

Wat is het probleem? België heeft in de periode van de gastarbeiders (de jaren zestig van vorige eeuw) een reeks bilaterale verdragen afgesloten. Dat gebeurde met: Marokko, Turkije, Algerije, Tunesië, Joegoslavië (nu dus: Servië, Montenegro, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië). Door die verdragen kunnen familieleden (vrouwen, kinderen en ouders) van mensen die hier werken overkomen. De regels verschillen van verdrag tot verdrag, maar zijn over het algemeen veel soepeler dan wat men nu voorstelt. Zo kunnen Turken hun ouders en grootouders al laten overkomen als ze amper één maand in België gewerkt hebben, op het moment van de aanvraag nog werken en voor hen een aangepaste woning hebben.

In 2010 kwamen 113 personen over via deze verdragen. Maar tijdens het debat vreesde Nahima Lanjri (CD&V) dat dit er wel eens 10.000 zouden kunnen worden als de nieuwe strengere regels van toepassing zouden worden, zonder de nieuwe interpretatie van de verdragen. Er was veel discussie over. Staatssecretaris voor Migratie Melchior Wathelet (cdH) vond vanuit zijn functie als volksvertegenwoordiger dat je een verdrag niet kan wijzigen door een wet. "Een verdrag staat juridisch gezien hoger dan een wet. Een verdrag veranderen door een wet zou bovendien tot gevolg hebben dat alle landen ons gaan wantrouwen", zo luidde het.

De indieners van het voorstel vroegen het advies van professor Grondwettelijk recht Jan Velaers en die zag geen bezwaar. Lanjri, Francken en Somers formuleerden een reactie:

== "Wij veranderen het verdrag niet, we zeggen alleen hoe het moet geïnterpreteerd worden. Deze verdragen zijn bedoeld voor mensen van de eerste generatie die in de jaren zestig naar hier kwamen om hier te werken. Ze zijn niet bedoeld voor mensen van de tweede en derde generatie die hier al van oudsher wonen."

== "Nu worden die verdragen overigens ook al geïnterpreteerd en wel zo dat ze van toepassing zijn op al die mensen van de tweede en de derde generatie. Die interpretatie gebeurt nu door de uitvoerende macht. Wij staan als wetgever boven die uitvoerende macht."

== "Wij interpreteren de verdragen zoals ze bedoeld zijn en zoals de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat in een arrest van 29 april 2009 al deed."

== "Uiteindelijk zal de rechtbank moeten uitmaken of onze interpretatie de juiste is."

3. DISCRIMINATIE VAN BELGEN?

De discussie concentreerde zich vooral op twee punten: de "discriminatie van Belgen" en de weigering om een inburgeringsplicht te koppelen aan de gezinshereniging.

3.1. WEL DISCRIMINATIE

De nieuwe wet verstrengt de gezinshereniging voor Belgen en voor niet-Europeanen, maar niet voor buitenlanders uit de Europese Unie. Hun situatie blijft dezelfde. Dat leidt volgens een aantal partijen tot "discriminaties". In het parlementair debat zette Rachid Madrane (PS) enkele verschillen op een rijtje:

* Zo moeten Belgen een inkomen van 120% van het leefloon hebben, EU-burgers slechts 100%.

* Bij Belgen tellen bepaalde inkomsten niet mee voor de berekening van die som.

* Belgen kunnen ouders en grootouders niet meer laten overkomen, EU-burgers wel.

* Belgen moeten voor de persoon die overkomt een fatsoenlijke woning hebben, EU-buitenlanders niet.

De regeling voor EU-burgers is dus veel soepeler dan die voor Belgen én voor niet-Europeanen. Aan de regeling voor EU-burgers kan België echter niets veranderen. Dat kan alleen de EU zelf.

PS, Groen!, cdH , de Raad van State, de Orde van Vlaamse Balies, staatssecretaris voor Migratie Melchior Wathelet (cdH) en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) vinden dat het voorstel Belgen "discrimineert" omdat het Belgen "slechter" behandelt dan andere burgers van de Europese Unie. Belgen worden "tweederangsburgers in hun eigen land", zo luidde het. En nog: "Dit druist fundamenteel in tegen het EU-recht en zal tot vele rechtszaken aanleiding geven".

Wathelet zag zelfs een discriminatie tussen Belgen onderling: "Enerzijds heb je Belgen die zich nooit in een andere lidstaat van de EU hebben gevestigd en voor hen gelden de strengere regels. Anderzijds heb je Belgen die zich wél in een andere lidstaat van de EU vestigen en daarna naar ons land terugkomen om dan hier gezinshereniging aan te vragen. Zij kunnen profiteren van de soepeler regels van de Europese Unie".

Wathelet waarschuwde voor vele nieuwe "België-routes", die het aantal gezinsherenigingen "nog kan doen toenemen". Toen Nederland zijn eigen onderdanen strenger ging behandelen dan EU-burgers, trokken sommigen naar België om zich hier te vestigen. In Nederland konden ze hun familie niet meer laten overkomen, want de Nederlanse wet was te streng. Maar als ze na een paar jaar België naar Nederland terugkeerden, waren ze officieel EU-burger en konden ze van de soepeler regels voor die groep genieten. "Het gaat om 2.000 gevallen per jaar", zegde Wathelet donderdagnacht in het debat. "We zullen meer van dit soort routes krijgen".

Het "discriminatie-argument" leidde ertoe dat de Groenen tegen de wet stemden, terwijl cdH en PS zich om die reden onthielden.

3.2. GEEN DISCRIMINATIE

Maar de indieners gaan niet akkoord met die theorie. Welke argumenten hebben zij hiervoor?

* "In 2010 herenigden 15.022 buitenlanders met een Belg. Dat is een heel grote groep. Meestal gaat het om Belgen van buitenlandse origine. Onze wet zou geen zin hebben als ze voor die groep niet zou gelden."

* "Ook Frankrijk, Denemarken, Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland en Oostenrijk behandelen hun eigen inwoners strenger dan EU-burgers. Dat is nooit betwist door het Europees Hof van Luxemburg."

* "De vreemdelingenwet bevat nu al een reeks bepalingen die mee door cdH en PS goedgekeurd zijn, en die Belgen strenger behandelen dan andere EU-burgers. Zo moeten Belgen die hun ouders willen laten overkomen nu ook al "voldoende financiële middelen voor hen hebben" en EU-burgers niet. Vanwaar dan nu die drukte over discriminatie als die in de huidige vreemdelingenwet ook al bestond en nooit is betwist?"

* Bart Somers (Open Vld) draaide de redenering zelfs helemaal om: ""Nee, wij discrimineren Belgen niet. Wij beschermen de Belgen beter dan andere EU-burgers. Wij zorgen ervoor dat Belgen geen vrouwen laten overkomen die hier in krotten en in armoede moeten leven. Wij zorgen ervoor dat de vrouwen die overkomen niet in handen van mensenhandelaars vallen. Wij staan aan de kant van de slachtoffers, van de jonge meisjes die misschien tot huwelijken worden gedwongen. Voor ons is dàt progressiviteit."

Somers opende de aanval op Wathelet: "Als U dan toch vindt dat wij Belgen op dezelfde manier moeten behandelen als EU-burgers, waarom richt U dan al Uw energie op het verlagen van dat beschermingsniveau voor Belgen? Wat U kwaad en opstandig zou moeten maken, is dat U dezelfde bescherming niet kan bieden aan EU-burgers die iemand laten overkomen. Waarom steekt U Uw energie niet daarin?"

* Er is een verschil tussen een "onderscheid" en een "discriminatie". Juridisch gezien is er geen discriminatie als je mensen die in een verschillende situatie zitten verschillend behandelt.

4. GEEN INBURGERINGSPLICHT

Veel discussie was er donderdag over de inburgeringsplicht. De personen die overkomen, moeten niét inburgeren volgens het wetsvoorstel. Eigenlijk wilden N-VA, CD&V en Open Vld wel een inburgeringsplicht, maar de MR wou dat absoluut niet, omdat dit gevolgen kan hebben voor haar kiezers in de Rand rond Brussel. In Halle-Vilvoorde gaat de helft van de Franstalige stemmen immers naar de MR. Nieuwkomers in die regio verplichten om Nederlands te leren, zag de MR dus niet zitten. De andere drie partijen gaven toe en lieten de eis tot inburgering vallen, omdat inburgering in Vlaanderen sowieso toch al moet.

PS en sp.a vonden dat de N-VA zijn ideeën had verraden door de inburgering niet op te nemen. "U breidt de faciliteiten in de Rand rond Brussel uit. Na Uw voorstel kan men in de Rand aan gezinshereniging doen zonder Nederlands te moeten leren! U bevordert de verfransing van de Rand rond Brussel. Dat is pas een toegeving", zo zegde Bruno Tobback (sp.a).

Theo Francken (N-VA) antwoordde: "Wij hebben inderdaad een compromis gesloten. De sp.a verwijt ons altijd dat wij dit niet kunnen en als we het toch doen, is het weer niet goed. De sp.a heeft 13 zetels, de MR 19. Het was nodig om de MR bij dit akkoord te betrekken. Wij hebben met de MR afgesproken dat we het probleem van de inburgering zullen aankaarten bij de regeringsvorming. Maar vooral: in Vlaanderen is er al een inburgeringsplicht. Voor Vlaanderen verandert er eigenlijk niets. Wij geven boetes tussen de 50 en de 5.000 euro aan nieuwkomers die niet willen inburgeren." Francken gaf wel toe dat het beter was om de inburgeringsplicht ook als voorwaarde voor de gezinshereniging te stellen omdat je gezinshereniging dan kan tegenhouden als men niet inburgert.

Sp.a en PS dienden elk een amendement in om de inburgeringsplicht mogelijk te maken als voorwaarde voor gezinshereniging. Tussen beide amendementen was een groot verschil. Voor de PS werd inburgering verplicht "volgens de regels van één van de Gemeenschappen". Hierdoor kunnen Franstalige nieuwkomers die in de Vlaamse Rand rond Brussel gaan wonen een beroep doen op de Franstalige regeling, ze moeten niet noodzakelijk de Vlaamse regeling volgen, ze moeten dus geen Nederlands leren, zoals de sp.a wel wilde. Beide amendementen werden afgewezen.

5. BEDENKINGEN

1. De wet zal het aantal gezinsherenigingen ongetwijfeld doen dalen. Misschien moet de impact niet worden overschat. Nahima Lanjri (CD&V) schatte die slechts op "enkele duizenden", Theo Francken (N-VA) op "minstens een vijfde", omdat alleen al het verbod om ouders en grootouders te laten overkomen tekent voor 2.060 personen per jaar (zie: hier, nvdr). De Nederlandse wet van 2004 leidde tot een vermindering met 37% van de importbruiden in vijf jaar tijd.

Het blijft natuurlijk koffiedik kijken. Bijna de helft van de gezinsherenigingen gebeurt momenteel nog altijd door EU-burgers. Naarmate het aantal lidstaten van de EU toeneemt zal dit aandeel groeien. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat de regels voor deze groep zullen worden verstrengd. Daarvoor is er in het Europese Parlement, dat uiteindelijk toch met een verstrenging moet akkoord gaan, geen meerderheid. Dat neemt niet weg dat de wet die donderdagnacht werd goedgekeurd wél een belangrijke trendbreuk is.

2. Het ligt voor de hand dat de nieuwe wet zal worden aangevochten voor de rechtbanken. De Orde van Vlaamse Balies, een commerciële organisatie waarvan alle Vlaamse advocaten lid moeten zijn, kondigde al "vele rechtszaken" aan. Dat is mogelijk omdat de kosten van de advocaten in deze rechtszaken meestal door de staat worden gedragen. Die kosten vormen samen met die voor strafzaken de hoofdmoot van de pro Deo-hulp (gratis rechtsbijstand van behoeftigen). Rechtszaken op basis van de vreemdelingenwet zijn voor sommige kantoren een echte handel geworden. De hervorming van de gratis rechtsbijstand, waarvan de kosten spectaculair toenemen, is dus een prioriteit.

3. Al die rechtszaken zijn natuurlijk maar mogelijk omdat de vreemdelingenwet een ondoorzichtig kluwen van regels, uitzonderingen en uitzonderingen op uitzonderingen is geworden, uitgeschreven in ellenlange, ingewikkelde paragrafen die via tien onderdelen naar een punt klauteren. Je moet bijna gedoctoreerd zijn om haar nog te begrijpen. De wet werd almaar ingewikkelder omdat men telkens op basis van individuele rechtszaken een bepaalde "discriminatie" wilde of moést bestrijden. Dat leidde tot nieuwe artikels, die nieuwe discriminaties in het leven riepen. En zo ging het voort. Naarmate wetten ondoorzichtiger worden, dreigt de willekeur en de ongelijkheid in de toepassing. De regeling voor samenwoners is hiervan een treffend voorbeeld. Ontstellend ingewikkeld, terwijl het veel eenvoudiger zou kunnen door het statuut van samenwoner gewoon af te schaffen, zoals het Antwerps parket eerder al had voorgesteld. De vreemdelingenwet moet dus dringend "ontvet" worden: ze moet veel simpeler worden en minder rechtsprocedures bevatten.

4. Opmerkelijk daarbij is hoe men in de discussies telkens het "juridische" begrip "discriminatie" vermengt met het "populaire". Wie de standpunten van staatssecretaris Wathelet of zelfs van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen hoort, vraagt zich soms af of zij wel weten wat discriminatie is. Zij vinden bv. dat de nieuwe wet discrimineert tussen Belgen: sommigen hebben België nooit verlaten en voor hen gelden de strengere regels; anderen hebben een tijdje in een andere Europees land gewoond en voor hen gelden de soepelere regels. Juridisch gezien is dit geen discriminatie. Want discriminatie heb je maar pas als mensen die in een gelijke situatie zitten ongelijk worden behandeld. In dit geval gaat het om mensen met een verschillende achtergrond.

Alhoewel. Want je weet maar nooit. Deze evolutie, waarbij het begrip "discriminatie" uiteindelijk willekeurig zou worden ingevuld en alles discriminatie dreigt te worden, maakt het begrip "discriminatie" inhoudsloos. Deze evolutie is al enkele jaren geleden voorspeld voor professor Grondwettelijk Recht Matthias Storme (zie: hier, nvdr). Ze wordt steeds meer waar. In die zin is er misschien dus toch discriminatie tussen Belgen!

5. Positief aan deze wet is vooral de manier waarop ze tot stand kwam. De parlementsleden leren eindelijk opnieuw om parlementslid te zijn. In plaats van op bevel van partijvoorzitters wetsontwerpen van ministers goed te keuren zonder enige mogelijkheid om ze te wijzigen, discussiëren ze nu onder elkaar en proberen wisselende meerderheden uit. Dat gebeurt allemaal nog embryonaal, de parlementsleden vinden nog altijd dat die discussies zoveel mogelijk stiekem achter gesloten deuren moeten plaatsgrijpen, maar het is een nieuwe evolutie. Vertegenwoordigers van kabinetten die op die geheime vergaderingen hun mening wilden opdringen, werden genadeloos op hun nummer gezet. Bart Somers riep openlijk de staatssecretaris van zijn eigen regering tot de orde. In feite keren de parlementsleden met deze wet terug naar hun eigenlijke werk. Het is de voorbije vijftig jaar niet veel gebeurd dat een belangrijk wetsvoorstel zomaar ontstond uit zuiver parlementair werk, los van de regering en los van de partijen die haar vormden. Tijdens het voorbije jaar van lopende zaken gebeurde het nu al twee keer met voorstellen over héél belangrijke onderwerpen: de gezinshereniging en Salduz (de verplichte bijstand door een advocaat bij het eerste verhoor van gearresteerde verdachten, nvdr). In beide gevallen zien we alternatieve meerderheden ontstaan, los van de partijen die in de regering zitten. In tegenstelling tot zij die beweren dat er in het parlement "helemaal niets gebeurt", moet worden gezegd dat er beslist iets nieuws aan het groeien is.

Dat verklaart het gedrag van een machtspartij als de PS. In het dossier over de gezinshereniging wilde ze aanvankelijk niet van een verstrenging weten, dan deed ze toch mee en net voor de stemming in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken zegde ze dat ze de wet wilde goedkeuren. Achteraf werd de sympathieke Rachid Madrane wel teruggefloten door de (autochtone!) Brusselse PS-krokodillen, maar het is een teken aan de wand. De PS ziet met lede ogen dat iets gebeurt wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden: in twee belangrijke dossiers ontstond een politiek akkoord tussen N-VA en MR, de partij van het FDF! De PS dreigt in beide dossiers in de minderheid te komen en dat wil ze op termijn zeker vermijden. De werkwijze om deze wet te realiseren is dus beslist vernieuwend.

De wet mag dus een groot persoonlijk succes worden genoemd voor nieuwkomer Theo Francken (N-VA). Maar minstens evenzeer voor de vaste waarden Nahima Lanjri (CD&V) en Bart Somers (Open Vld), die al jaren aan de weg timmeren en zich in dit dossier toch van hun regeerpartners moesten distantiëren. Wat voor beleidsmakers alles behalve evident is.



Lees ook:

Het CGKR tegen verstrenging gezinshereniging

De Vlaamse advocaten tegen verstrenging gezinshereniging

De Raad van State tegen verstrenging gezinshereniging

Het VB tegen wet op gezinshereniging

Het asiel- en migratiebeleid van de voorbije drie jaar


De Wet Gezinshereniging uit 2007

Gezinshereniging wordt strenger voor EU-burgers


Nu in het nieuws