Argentijnse waterkrachtcentrale deed 100.000 mensen verhuizen

Argentijnse waterkrachtcentrale deed 100.000 mensen verhuizen

Argentijnse waterkrachtcentrale deed 100.000 mensen verhuizen

Print
Het waterkrachtcomplex Yacyretá, een stuwmeer en centrale op de grens van Argentinië en Paraguay, draait bijna veertig jaar na de eerste plannen eindelijk op volle capaciteit. Al van bij het begin was het project omstreden. Duizenden mensen die moesten verhuizen, zitten nu zonder inkomen, zeggen plaatselijke organisaties.

De waterkrachtcentrale bevindt zich op de Paraná-rivier, die de grens vormt tussen Argentinië en Paraguay. Voor het enorme stuwmeer werd 160.000 hectare onder water gezet.

Draslandgebieden met een grote biodiversiteit kwamen onder water te staan, de visbestanden gingen achteruit en ongeveer 100.000 mensen moesten uit hun huizen. Alleen al voor de bouw moesten 15.000 gezinnen wijken. Ze konden kiezen tussen een financiële compensatie of een andere, hoger gelegen woning, in een buitenwijk van de Paraguayaanse stad Encarnación of de Argentijnse stad Posadas.

Inkomen kwijt door Yacyretá

Veel van de mensen die moesten verhuizen, zijn hun inkomen kwijt. "Voor geen enkel ander stuwmeer in de westerse wereld moesten meer mensen verhuizen dan voor de Yacyretá", zegt Jorge Urusoff, hoofd van de milieuorganisatie Asociación Ambientalista Tajy in Encarnación. "Velen leefden vroeger van activiteiten die met de rivier hadden te maken. Die zijn hun werk nu kwijt. Er werd niet één bedrijf opgericht om de mensen werk te geven, noch aan Argentijnse noch aan onze kant."

De mensen leefden voor hun verhuizing van visvangst, potten- en steenbakkerij en rijstproductie, allemaal activiteiten die in een stedelijke omgeving onmogelijk zijn, zegt Urusoff

De Entidad Binacional Yacyretá (EBY), die het waterkrachtcomplex beheert, wil geen commentaar geven. Op de website staat alleen dat de mensen die moesten verhuizen "over het algemeen in een precaire woonsituatie zaten en nu een woning in eigendom hebben", met alle sanitaire voorzieningen.

Centrale van Itaipú

Jorge Cappato van de Fundación Proteger, een Argentijnse stichting, benadrukt dat het Yacyretá-project een enorme sociale en milieu-impact heeft, net zoals de centrale van Itaipú, op dezelfde rivier, op de grens tussen Brazilië en Paraguay. "Men heeft het idee van ontwikkeling zo vervormd dat men die alleen nog denkt te kunnen bereiken met grote infrastructuurwerken. In werkelijkheid leveren ze alleen maar grote winsten op voor de industrie, en de politici kunnen er nadien mee uitpakken.

"Er is hier sprake van een perverse logica die meer energie gelijkstelt aan meer ontwikkeling en meer welvaart. Maar we zien het energieaanbod nu al een hele tijd groeien en vragen ons af waar de welvaart blijft."

Cristina Fernández

De beslissing om het Yacyretá-project te realiseren dateert al van 1973, toen de regeringen van beide landen hierover een akkoord sloten. Het moest elektriciteit leveren aan zes miljoen gezinnen. Het project kostte uiteindelijk ruim 10 miljard euro, tien keer meer dan wat oorspronkelijk was begroot.

De bouwgeschiedenis werd gekenmerkt door corruptie, technische problemen en niet nagekomen beloftes. In 1998 probeerde de Argentijnse regering van Carlos Menem tevergeefs het project te privatiseren; het argument was dat de stuwdam een "monument voor de corruptie" geworden was.

Na twintig jaar bevond het peil van het stuwmeer zich 76 meter boven zeeniveau, nog altijd 7 meter lager dan het ontwerp had bepaald. In 2003 besloten beide landen het project in versneld tempo af te werken en de verhuizing van omwonenden op te voeren. Pas in februari dit jaar bereikte het stuwmeer zijn geplande peil.

Bij de inhuldiging gaf de Argentijnse president Cristina Fernández (foto) toe dat "de vooruitgang problemen met zich meebrengt", maar ze beloofde dat alle getroffen omwonenden op een correcte manier schadeloos zouden worden gesteld. Bovendien, zei ze, "kunnen we zonder energie niet blijven groeien."

Negentig procent van de Yacyretá-elektriciteit gaat naar Argentinië, dat nu voor 20 procent van deze centrale afhankelijk is.

Bron: IPS

Beeld: Photonews

.

Nu in het nieuws