Inwoners Ajdabiya pakken het normale leven weer op

Inwoners Ajdabiya pakken het normale leven weer op

Inwoners Ajdabiya pakken het normale leven weer op

Print
Hoewel de frontlinie slechts enkele tientallen kilometers verderop is, probeert de stad Ajdabiya in Libië het normale leven weer op te pakken. De dreiging van troepen die loyaal zijn aan Moammar Kadhafi is echter nog niet geweken en in straten, tuinen en huizen liggen nog gevaarlijke explosieven.

Ongeveer 45 procent van de 160.000 inwoners van Ajdabiya is inmiddels weer teruggekeerd naar huis. De meeste vrouwen en kinderen houden zich echter nog schuil in de noordoostelijke stad Benghazi, 160 kilometer noordelijker, of in andere steden.

Ajdabiya was in maart en april het toneel van vuurgevechten tussen rebellen en overheidstroepen. De stad ligt nu opnieuw precies aan de grens van het gebied dat onder controle van de oppositie staat. Ajdabiya was een van de plaatsen waar de opstand tegen Kadhafi in februari begon. De laatste veilige positie voor de rebellen ligt 40 kilometer ten westen van Ajdabiya en het geweld bereikte diverse malen de stad zelf.

Gradraketten

Een paar dagen geleden werden er nog Gradraketten, met een bereik van 40 kilometer, afgevuurd op de stad die al eerder van afstand werd gebombardeerd door overheidstroepen. In maart, toen troepen van Kadhafi de stad binnenvielen, werd er ook op straat gevochten.

Overal in de stad is de oorlog nog zichtbaar. In veel gebouwen zitten kogelgaten of ze zijn doorboord door raketten. Musa is eigenaar van een winkel met kinderkleding. Sinds hij tien dagen geleden zijn winkel weer opende, is er nog geen klant geweest, zegt hij. "Er zijn geen klanten, maar ik heb besloten de winkel weer te openen, om het leven weer wat normaler te laten lijken."

Als Ajdabiya het normale leven weer oppakt, denkt hij, voelen mensen zich veiliger en komen ze wel weer terug. Zijn eigen gezin komt deze week terug naar de stad.

Adel, die zijn slagerij altijd open heeft gehouden, zegt dat in de laatste twee weken de situatie weer normaal is geworden. Zijn klanten komen langzaam terug. "Elke dag komen er ongeveer honderd mensen vlees kopen. Dat kost nu ongeveer 7 euro per kilo", zegt hij.

Bij de gemeente Ajdabiya bevestigt Ali Faraj dat basisgoederen, die voornamelijk uit Benghazi worden gehaald, beschikbaar zijn. Ook is er leidingwater en elektriciteit in elke buurt. Wel is er nog een tekort aan benzine.

"Veel gezinnen komen terug", zegt Faraj. De stad liep leeg toen troepen van Kadhafi in maart aanvielen, maar hij schat dat 45 procent van de bevolking nu terug is. "We kunnen nu de veiligheid garanderen in het stadscentrum en in de buitenwijken, waar verdedigingslinies zijn ingesteld." Die barrières zijn echter weinig zichtbaar en effectief. Een nacht geleden wist een groep Kadhafi-aanhangers nog door de verdedigingslinie in het westen te breken, waardoor er gevechten ontstonden in een van de wijken, zegt een jonge man. Zijn gezin is inmiddels weer gevlucht.

Rode Kruis

De plaatselijke rebellen erkennen dat er nog steeds een risico is dat overheidstroepen Ajdabiya bereiken. Ook zijn raketaanvallen vanuit de woestijn mogelijk.

Naast de angst voor de terugkeer van overheidstroepen, heeft de stad een probleem met explosieven die niet geëxplodeerd zijn. Een team van het Rode Kruis ruimt die explosieven, die verspreid liggen in huizen, patio's, tuinen en op straat, momenteel op. "Het is goed om te zien dat mensen terugkeren", zegt Ivo Palm, hoofd van het Rode Kruis-team dat de explosieven opruimt, "maar ze lopen wel risico. Die risico's proberen wij zoveel mogelijk te beperken."

Het team van Palm gaat alle huizen langs in de buurten die het zwaarst getroffen zijn door de bombardementen en gevechten. Daarnaast is het Rode Kruis begonnen met een bewustwordingscampagne, zodat bewoners de risico's beter kunnen inschatten.

In het ziekenhuis van Ajdabiya liggen volgens chirurg Suleiman Ridafi drie slachtoffers van de achtergelaten explosieven. Een van hen, een elfjarig jongetje, overleed nadat een handgranaat waarmee hij speelde, afging. "Hij was al overleden toen hij in het ziekenhuis aankwam", zegt Ridafi.

Francesca Cicardi (IPS)

.

Nu in het nieuws