Dalrymple kritiseert de sentimentele samenleving

3 MEI 2011 - Theodore Dalrymple kreeg vandaag de Prijs van de Vrijheid. Bij die gelegenheid viel hij uit tegen de "pampercultuur" in de hulpverlening in Groot-Brittannië en werd hij om zijn verdiensten geprezen door N-VA-voorzitter Bart De Wever, die Dalrymple een beetje als de huisideoloog van zijn partij heeft binnengehaald. Tegelijkertijd kwam Dalrymple's nieuwste boek uit. Daarin maakt hij een genadeloze analyse van de sentimentaliteits- en slachtofferitis-cultuur van deze tijd, die volgens hem uiteindelijk ons gevoelsleven, maar ook de democratie bedreigt. Een overzicht.

De Prijs van de Vrijheid wordt jaarlijks uitgereikt door verschillende liberale bewegingen aan personen die zich vooral hebben ingezet voor de vrijheid van meningsuiting en een dissident geluid hebben laten horen. Momenteel wordt de prijs uitgereikt door de denktank LIBERA!. Eerder kregen bv. professor grondwettelijk recht Matthias Storme de prijs (o.a. voor zijn controversiële standpunten tegen de antidiscriminatiewet) en de Nederlandse liberale politici Ayaan Hirsi Ali en Frits Bolkestein (voor hun verzet tegen sommige antidemocratische trekjes van de islam en de multiculturele samenleving) de prijs. Ook de onafhankelijke columnist Mark Grammens,voormalig hoofdredacteur van het linkse weekblad De Nieuwe en huidig uitgever van het onafhankelijke éénmansblad Journaal, kreeg hem.

1. WIE IS DALRYMPLE?

Nu gaat hij dus naar de Britse psychiater Theodore Dalrymple (1949). Deze gepensioneerde arts uit Birmingham is voor justitie en voor de criminologie op meerdere vlakken van belang. Als psychiater heeft hij jarenlang met gevangenen, drugsverslaafden en mishandelde vrouwen gewerkt. Hij heeft hierover heel duidelijke standpunten.

Zo betoogt hij dat heroïneverslaafden zichzelf moeten ontwennen en dat dit heus niet zo moeilijk is. De ontwenningsverschijnselen zijn niet erger dan die van een serieuze griep vindt hij. Dalrymple vindt iedere "pampering" door de hulpverlening uit den boze en stelt dat deze het probleem niet zal oplossen, maar zelf een deel van het probleem vormt. Volgens Dalrymple ondermijnt het huidige denken de mogelijkheid tot zelfstandig handelen van vele mensen. Maar het verzet tegen een beleid dat heroïneverslaafden verantwoordelijk stelt is groot, door de slachtoffercultuur en ook door de hulpverlening, die haar broodwinning steunt op die pampercultuur. In de visie van Dalrymple moet je heroïnomanen stigmatiseren om ze zo tot gedragsverandering aan te zetten.

Ook over mishandelde vrouwen, die hij jarenlang als psychiater in de kansarme wijken rond Manchester hielp, heeft hij provocerende standpunten. Volgens hem gedragen ze zich heel dubbelzinnig. "Vaak wisten ze al van in het begin welk vlees ze in de kuip hadden, maar trouwden toch met de dader. Later gingen ze er ondanks herhaaldelijke mishandelingen opnieuw terug naartoe. Ze zijn dus geen eenduidige slachtoffers, ze zijn vaak medeplichtig aan hun eigen mishandeling", meent Dalrymple.

De auteur keert zich ook tegen het cultuurrelativisme. Om twee belangrijke redenen.

== Omdat het de lagere klassen tot kasten heeft omgevormd.

Volgens Dalrymple heeft het cultuurrelativisme zich vanuit de hogere kringen naar de lagere verspreid. Terwijl men in de hogere kringen dat cultuurrelativisme met een korrel zout nam, werden deze ideeën pas echt goed gerealiseerd in de lagere kringen. Als iedere cultuur gelijkwaardig is, als Bach niet belangrijker is dan rapmuziek, waarom zou iemand uit de lagere kringen dan nog moeite doen om uit zijn achterstandsmilieu te geraken? Ambitie is dan zinloos geworden. Zijn rapcultuur is immers even veel waard als de "hogere" cultuur. Mensen uit achterstandswijken kregen zo de idee dat ze eigenlijk niets moeten leren, want hun cultuur is toch gelijkwaardig. Leraars gingen intelligente kinderen uit deze milieus niet meer stimuleren om zich aan deze milieus te onttrekken. De lagere klassen werden zo - door de cultuurrelativistische theorieën van het hogere klasse - van een lagere klasse tot een lagere kaste gemaakt. Ze raakten opgesloten in hun klasse, hun ambitie om eruit te treden via de sociale mobiliteit verdween en alles stimuleerde hen om in hun groep te blijven. Bij de hogere klassen onstond een misplaatst schuldgevoel, waarbij die steeds meer gingen koketteren met allerlei culturele eigenschappen van de lagere kringen (tatoeages, vulgair taalgebruik, bepaalde kledij). Dat bestendigde de kastestructuur verder.

== Omdat het ervan uitgaat dat wij "zonder vooroordelen moeten zijn".

Dat kan volgens Dalrymple niet en het is ook niet wenselijk omdat "vooroordelen" in het huidige discours vaak synoniem zijn met "traditie". Zonder traditie en zonder het aanvaarden van het gezag van anderen en van hun "vooroordelen" is opbouw van kennis en wetenschap gewoon onmogelijk. Niemand start met een wit blad, iedereen is ingebed in een cultuur en die culturen kunnen niet automatisch harmonisch naast elkaar leven, zo meent Dalrymple.

De auteur hekelt verder de vrije liefde, een ideologie die in de onderklasse volgens hem veel verwoestender gevolgen (eenoudergezinnen, familiaal geweld…) heeft gehad dan in de hogere kringen.

En ook de criminologie krijgt er ook flink van langs. "De criminologie verhoudt zich meestal tot de misdaad zoals Hitler tot de Franse maarschalk Pétain", zo luidt het cynisch.

De criminologie ontwikkelde theorieën waardoor iedere verantwoordelijkheidszin voor de eigen misdaden werd ontkend. Alle schuld lag altijd elders. Statistische verbanden (tussen armoede en criminaliteit) werden gepromoveerd tot causale verbanden. Die theorieën drongen via een leger welzijnswerkers en via de massamedia geleidelijk aan door tot de lagere klassen en zijn daar eigenlijk pas goed gerealiseerd. Niemand schijnt er nog verantwoordelijk voor zijn daden. Mannen die hun vrouw slaan zeggen steevast dat hun gewelddadige drift sterker is dan henzelf, maar in de gevangenis kunnen ze plots hun geweld beheersen om niet in de isoleercel te vliegen. Pas in de gevangenis vinden ze dat ze therapie moeten krijgen: om vroeger vrij te komen, niet omdat ze die nodig achtten, want over therapie hadden ze voor hun opsluiting nooit gepraat. Of ze zeggen dat ze een makkelijk beïnvloedbare persoonlijkheid hebben en zich "makkelijk laten meeslepen door anderen". Weliswaar alleen om in te breken, nooit om een cursus van de RVA te volgen, zo gispt Dalrymple.

De stijgende criminaliteit werd door de criminologen steevast ontkend.

* De aangiftebereidheid zou gestegen zijn, niet de misdaad, zo luidde het. Néé, zegt Dalrymple, in mijn ziekenhuis kreeg ik in twintig jaar tijd enorm veel meer zeer zwaar geslagen vrouwen binnen. Dergelijk geweld kon vroeger ook niet genegeerd worden.

* De geweldscriminaliteit is relatief gedaald, want in de Middeleeuwen was het toch nog veel erger? Gekke redenering, vindt Dalrymple, want men past ze nooit toe op de medische sector. Het feit dat in de Middeleeuwen veel meer mensen aan allerlei ziektes stierven is voor niemand een reden om medische fouten van nu te relativeren of om bij de pakken te blijven zitten.

* Armoede en discriminatie zouden volgens de criminologie de oorzaak van de misdaad zijn. Niets is minder waar, vindt Dalrymple. De armoede is de jongste vijftig jaar behoorlijk afgenomen, terwijl de misdaad toch gestegen is. En zelfs als je het relatief bekijkt, dan nog is de misdaad veel sterker gestegen dan de kloof tussen arm en rijk. Bovendien: de ene arme pleegt criminele feiten, de andere niet. Ook discriminatie is de oorzaak niet, want sommige personen uit hetzelfde milieu schoppen het tot arts en advocaat, andere maken carrière in de criminaliteit, terwijl beide personen evenveel of weinig worden gediscrimineerd.

Dalrymple is in Vlaanderen zowat de "huisfilosoof" van de N-VA, voor zover je die term mag gebruiken. Eerder al was hij de eregast op een N-VA-colloquium over de strijd tegen drugs. Vandaag hield N-VA-voorzitter Bart De Wever de lofrede, die met de prijs gepaard gaat.

2. DE PRIJS VAN DE VRIJHEID

In zijn toespraak bij de aanvaarding van de prijs was Dalrymple niet mals voor zijn vaderland, Groot-Brittannië. "Het is een steeds sterker wordende corporatistische staat, die makkelijk in fascistische richtig zou kunnen worden geduwd. De belangrijkste vrijheid bestaat er voor een groot deel van de bevolking in dat men zich kan vrijwaren tegenover de economische gevolgen van zijn eigen roekeloos, onvolwassen, kinderachtig, dwaas en gewoonweg crimineel gedrag".

Dé manier om aan deze gevangenschap te ontsnappen, nl. het onderwijs, geeft volgens Dalrymple forfait. "Tussen 2000 en 2007 verdubbelden de uitgaven voor onderwijs, maar het aantal schoolkinderen dat een vreemde taal leerde ging met twee derde achteruit. Een kwart van de afgestudeerde schoolkinderen kent onvoldoende Engels om overheidsformulieren te begrijpen en te lezen", zo heette het.

"De huidige impasse heeft twee grote afhankelijke klassen gecreëerd: de gepamperde ontvangers van overheidsgeld en zij die in het pampersysteem werken en daarbij een goed betaalde boterham verdienen", zo luidt het. Ondertussen wordt het systeem veel te duur. "Het was bedoeld om bij te dragen tot de sociale solidariteit, maar het maakt die finaal kapot en stookt zelfs één deel van de bevolking tegen het andere deel op. Het sociale en psychische welzijn van de personen voor wie het systeem bedoeld was, wordt eveneens ondermijnd", zo zegde Dalrymple.

Iedereen begreep dat het hier over Groot-Brittannië ging en niet over België. Maar iedereen weet ook dat de sociale sector en de subsidiëring van werklozen, zieken, kansarme kinderen, asielzoekers, e.d. in België veel ruimer is uitgebouwd dan in Groot-Brittannië. De uitgeverij Pelckmans heeft sinds vandaag overigens de redes van Dalrymple, De Wever en van Boudewijn Bouckaert (Vlaams Parlementslid van LDD) uitgegeven.

3. DALRYMPLE'S BOEK OVER DE SLACHTOFFERCULTUUR

In zijn jongste boek, "Door en Door Verwend", valt Dalrymple de slachtoffercultuur in onze "sentimentele samenleving" aan.

3.1. HET UITGANGSPUNT: DE AANVAL OP JEAN-JACQUES ROUSSEAU

Maar eerst is van belang om zijn uitgangspunten duidelijk te maken. Dalrymple keert zich tegen de romantische filosofie van Jean-Jacques Rousseau. Deze denker, die vaak ten onrechte tot de Verlichting wordt gerekend, leerde dat de mens van nature goed is en dat de cultuur hem slecht maakt. De fouten die we als mensen maken zijn dus niet onze eigen schuld, ze zijn veroorzaakt door iets wat buiten ons ligt. De opvoeding moet volgens Rousseau, die zelf zijn kinderen verwaarloosde en uitbesteedde, die culturele invloeden (van traditie) zoveel mogelijk terugdringen en het kind zichzelf laten zijn. Het kind moet zijn eigen wil kunnen volgen.

Dalrymple vindt deze filosofie terug in alle pedagogen van de negentiende een twintigste eeuw, van Fröbel over Pestallozzi en Dewey tot bij het hedendaagse onderwijsbeleid. De vulgarisatie ervan is gemeen goed geworden ons dagelijks leven. Dalrymple stelt vast dat men kinderen niets meer wil aanleren - ze moeten het zelf maar doen - en ook geen zelfbeheersing meer wil bijbrengen. Deze centrale waarde uit het christendom is nu tot een ondeugd verworden, zo betoogt hij.

Centraal staat nu net het omgekeerde: het uiten van emoties. Als het kind zich moet beheersen, wordt het vanuit de rousseauïstische filosofie, op een riskante wijze onderdrukt, het wordt een wandelende bom die plots totaal gefrustreerd kan ontploffen. Daarom moet het kind zoveel mogelijk zijn zin kunnen doen. Pas als het kind bevrijd is van alle tradities en vooroordelen zal het spontaan willen leren en het goede doen.

De rousseauistische pedagogiën maakten volgens Dalrymple steeds meer opgeld naarmate de vrouwen buitenshuis gingen werken en de tweeverdieners hun kinderen almaar meer gingen verwennen omdat ze zich schuldig voelden omdat ze hen niet meer goed konden opvoeden. Door tegenover kinderen geen grenzen meer te trekken, maar telkens te zeggen dat het die zelf moet bepalen, creëer je een maatschappij van verwende mensen die op den duur niet meer in staat zijn om nog rekening te houden met anderen. Ze hebben immers geleerd dat hun leven door hun eigen voorkeur en afkeer wordt geregeerd.

De psychiater past zijn theorie in zijn jongste boek toe op de huidige slachtoffercultuur. Hij illustreert zijn theorie met pittige voorbeelden uit Engeland, zoals de emotionele taferelen bij het overlijden van prinses Diana, de wraakacties van de bevolking in de zaak van de verdwenen Maddie McCan, de bestormingen van gerechtsauto's die gearresteerde pedofielen vervoeren, de overal opduikende herdenkingsaltaartjes op plaatsen waar ongevallen gebeurd zijn, de herleiding van het geschiedenisvak tot infantiliserende lessen over de holocaust en de slavernij, maar ook de campagnes van Bono om geld in te zamelen voor hongerend Afrika e.d.

3.2. DE SENTIMENATLITEITSCULTUUR

Wat houdt die sentimentaliteitscultuur precies in en wat zijn de gevolgen ervan? We geven Dalrymple's visie beknopt weer en geven soms een eigen voorbeeld.

Sentimentaliteit wordt gedefinieerd als een overvloed aan emotie die vals en overgewaardeerd is, wanneer je het redelijk bekijkt. Bovendien moeten gevoelens steeds meer openbaar geuit worden. Iets wat in afzondering gebeurt, bestaat niet, het is blijkbaar niet echt.

De gevolgen zijn duidelijk:

* Er ontstaat een verwarring tussen de gevoelens zelf en het uiten ervan. Wie zijn gevoelens niet uit, en ze dus op basis van de ouderwetse, pre-rousseauïstische opvoedingsidealen, beheerst, wordt verondersteld geen gevoelens te hebben. Ofwel ongezond te zijn. Omdat het onbeheerst uiten van gevoelens de norm is, is wie zijn emoties beheerst iemand "die later zichzelf hierdoor enorme schade zal bezorgen" en die "geen empathie heeft met lijdende mensen".

* Wie zijn gevoelens niet openbaar uit, sluit zichzelf bovendien gewoon uit de maatschappij uit.

* Bepaalde gebeurtenissen eisen een reactie van de mensen. Sentimentaliteit heeft iets dwingends en intimiderends. Gedraag u zo, of hoepel op, zo stelt Dalrymple.

* Sentimentaliteit is ook inflatoir. Iedere nieuwe openbare uiting van emoties moet extravaganter zijn dan de vorige, wil ze nog kunnen concurreren. Als de eerste persoon zijn gevoelens uit door te zeggen dat hij "moet kotsen", moet de volgende iets sterkers zeggen en zitten we al gauw opgescheept met "vergeetputten" en "schrappingen van pensioenen".

* Sentimentaliteit versterkt de gevoelens. Naarmate ze ze méér en krachtiger wordt geuit, wordt ze ook sterker. Wie bij het minste geschil een woedeuitval heeft en die krachtig uit, heeft de neiging om zich steeds meer op te winden. "De trek neemt toe met de voeding, de emotie neemt toe naarmate ze meer en meer geuit wordt", zo stelt Dalrymple. Dat is een gevaarlijke evolutie, want ze leidt uiteindeljk tot geweld.

* Sentimentaliteit is zelfgenoegzaam en narcistisch. "Uiteindelijk worden onze waarnemingen erdoor vervormd en ons rationeel begrip belemmmerd. De uitingen van sentimentaliteit stompen onze fantasie af, omdat we nog maar één gedragsmogelijkheid als juist verklaren. Daardoor stompt paradoxaal genoeg ook ons inlevingsvermogen in andere mensen af".

* Sentimentaliteit heeft de neiging om zo krachtig te worden dat ze het publieke beleid gaat beïnvloeden. Dat geeft de overheid de mogelijkheid om het publiek zoethoudertjes toe te werpen, die uiteindelijk geen enkel probleem oplossen (Bv. "Verleng de verjaringstermijnen voor pedofilie en voor pesten op het werk", op een moment dat het Belgische recht al 1.007 verschillende verjaringstermijnen heeft, de belangrijkste slachtofferorganisaties zich tegen die verlenging uitspreken en de slachtoffers uiteindelijk opnieuw gevictimiseerd dreigen te worden als er na jaren maar weinig uitzicht is op een grondig onderzoek of bestraffing van de dader, nvdr). In plaats daarvan zou de overheid volgens Dalrymple de problemen op een rationele maar mogelijk "hinderlijk controversiële manier" moeten aanpakken en alles in zijn juist verband zien.

* Sentimentaliteit creëert een valse slachtoffercultus. "Wie zichzelf tot slachtoffer uitroept, mag zich alles permitteren. Ook liegen en de wet overtreden zijn toegestaan, ze komen immers voort uit het slachtofferschap en moeten gedoogd worden", zo zegt Dalrymple. Zo mogen slachtoffers geld vragen voor seksueel misbruik, ze mogen stiekem gesprekken opnemen, het parket hoeft dat niet te onderzoeken en zeker niet te vervolgen. Ook mogen ze, zoals de Nederlandse acteur Croiset deed, hun eigen ontvoering organiseren om sympathie voor de joden-als-slachtoffer te bevorderen.

* Deze slachtoffercultus discrimineert omdat bepaalde slachtoffers de mediatieke aandacht kunnen opeisen en andere niet. Hij veralgemeent één bepaalde manier om met emoties om te gaan op een dictatoriale wijze naar iedereen.

* Hij verdoezelt niet zelden de ware aard van de problemen en creëert een zondebok. Volgens Dalrymple wentelt de samenleving momenteel alles af op "de pedofiel" (van buiten het gezin), die als zondebok fungeert, omdat men niet wil zien dat men door zijn eigen sentimentele opvattingen en door de rousseauïstische opvatting over opvoeding en relaties precies die situaties heeft mogelijk gemaakt waarvan men nu de gevolgen aanvalt. Dalrymple doelt dan op de pleidooien voor zelfrealisatie en vrije seksualiteit die het gezin volgens hem totaal ondermijnd hebben.

* De slachtoffercultus wekt valse hoop voor echte slachtoffers. Het gerecht wordt steeds meer gedefinieerd als therapeutische instelling voor individuele slachtoffers, maar dat is niet de taak van Justitie. Justitie moet de daders bestraffen, niet de slachtoffers therapeutisch te begeleiden. Al de tijd die het gerecht steekt in het bestuderen van verjaarde zaken "om de slachtoffers te respecteren", gaat verloren voor het onderzoek naar de niet-verjaarde zaken. (Als we zien dat Justitie nu honderden reeds verjaarde pedofiliedossiers in de Kerk bestudeert, terwijl er over dit thema wellicht slechts drie niet-verjaarde dossiers zijn, rijst toch wel de vraag of de parketten niets anders te doen hebben, nvdr.)

Voor Dalrymple is het bijna paradoxaal dat de slachtoffercultus pas echt grote proporties aannam toen het ergste leed (van de tweede wereldoorlog) al lang voorbij was. Het slachtofferbegrip werd in die mate inflatoir dat "momenteel al wie zichzelf slachtoffer noemt, ook slachtoffer is in de ogen van vele mensen". Volgens Dalrymple zie je dat heel sterk bij racismemeldingen.

De psychiater wijst erop dat vele gevallen van slachtofferschap niet helder afgelijnd zijn. Volgens hem zijn "vrouwelijke slachtoffers van gewelddadige mannen zelden alleen maar slachtoffers", omdat ze zich "zeer ambivalent verhouden tot de mannen die hen mishandelen". Dalrymple stelt dat je dit bijna niet meer mag zeggen, want dan ben je "gevoelloos". Zo ontstaat een cultuur waarin de problemen niet meer in hun juiste context kunnen en mogen worden geplaatst.

3.3. BEDENKINGEN

1. Is de visie van Dalrymple origineel? Gedeeltelijk wel, gedeeltelijk niet. Dalrymple hekelt de opkomst van de "sentimentaliteitscultuur" op een ogenblik dat ze (o.a. door de technologische evoluties en de opkomst van sociale netwerken zoals Facebook) veel verder gevorderd is dan ze dat was in het laatste kwart van de vorige eeuw, toen andere denkers hetzelfde probleem aankaartten. De publicatie van het boek in volle Vangheluwe-crisis is een schot in de roos.

Maar Dalrymple schakelt zich wel in in een stoet van andere denkers die eerder al de publieke bekentenis- en intimiteitscultuur aanvielen. Sommigen deden dat vanuit een linkse invalshoek. Denken we slechts aan de Franse poststructuralist Michel Foucault, die vanuit een verzet tegen disciplinering publieke bekentenissen becritiseerde. Deze bekentenissen scheppen een identiteit, die geen recht doet aan de veelvormigheid van de mens, zo stelde hij. Hij verwierp daarom ook begrippen als homo- en heteroseksualiteit. Ook de progressieve Amerikaanse socioloog Richard Sennett hekelde al in de jaren zeventig van vorige eeuw de nefaste gevolgen van de toenemende "intimiteitscultuur". Sennett zag de oorzaak van de opkomst van die cultuur in stedenbouwkundige evoluties, waarbij de openbare ruimte al einde achttiende eeuw veranderde van een plaats waar mensen elkaar ontmoetten en met elkaar discussiëerden in een plaats waardoor je zo snel mogelijk van de ene privéruimte naar de andere moest hollen. De moderne stad is daarvan volgens Senett hét voorbeeld.

Vanuit meer conservatieve hoek werd de intimiteitscultus al eerder becritiseerd door de Amerikaanse psychoanalist en ex-marxist Christopher Lasch. Volgens hem heeft de consumptiecultuur van na de tweede wereldoorlog een narcistische persoonlijkheid gecreërd. Mensen durven geen relaties meer aangaan, zijn bang om oud te worden en hebben een grote bewondering voor beroemde mensen. Naarmate de tertiaire sector groeide en vooral de informatica opkwam, werd dit het overheersende persoonlijkheidstype.

Dalrymple gaat nog een stap verder. Voor hem is de oorzaak eigenlijk een teloorgang van de westerse waarden door het overheersen van het gedachtegoed van Jean-Jacques Rousseau en John Stuart Mill.

2. Dalrymple komt niet tot zijn bevindingen op basis van een wetenschappelijke studie, maar op basis van zijn praktijkervaring als arts. Hij levert geen wetenschappelijk materiaal af, maar controversiële standpunten die aanzetten tot heroverwegen van vastgeroeste ideeën. Zijn werk bestaat eigenlijk uit opiniestukken. En zijn verklaring van de opkomst van de sentimentele samenleving is geen verklaring, ze is tautologisch. Misschien is het oprukkende rousseauïstische gedachtegoed in de pedagogie en in de relatieleer de verklaring voor de sentimentele samenleving, maar dan moet toch uitgelegd worden waarom dit gedachtegoed nu zoveel opgeld heeft kunnen maken en waarom het er uiteindelijk zolang heeft over gedaan om de effecten te bereiken die Dalrymple nu beschrijft. Het rousseauïstische gedachtegoed was in de tijd van Hitler immers ook al bekend, maar leidde toen toch niet tot die effecten. Een echte verklaring brengt Dalrymple dus niet, zijn werk is beschrijvend.

3. Het loutere feit dat zijn werk zoveel reactie uitlokt - vooral bij hulpverleners - toont aan hoe verstard sommige sectoren vastzitten in hun eigen (ondertussen door de tijd minstens gedeeeltelijk achterhaalde) ideeëngoed. En dat geeft op zich te denken.

*********************************

ZIE: DALRYMPLE, THEODORE, Door en door verwend. Kritiek op de sentimentele samenleving, 2011, Nieuw Amsterdam, 256 p.

DALRYMPLE, THEODORE en DE WEVER BART, Vrijheid en oprechtheid, 2011, Pelckmans, 47 p.

*********************************

Lees ook:

Matthias Storme pleit voor recht op discriminatie

Interview met Ayaan Hirsi Ali

-

Nu in het nieuws