De voorstellen van de Kamercommissie Seksueel Misbruik

Print
5 APRIL 2011 - Morgen, woensdag, discussieert de voltallige Kamer over de besluiten van de Kamercommissie Seksueel Misbruik. Die schreef naar aanleiding van de pedofiliezaak tegen de Brugse ex-bisschop Roger Vangheluwe en de daaropvolgende publicatie van het rapport van de Commissie-Adriaenssens, zelf een rapport van 483 pagina's met 69 verschillende aanbevelingen. De Commissie moest nagaan hoe seksueel misbruik in de Kerk mogelijk was geweest en hoe dit misbruik in de toekomst ook in andere sectoren kan worden voorkomen. De Commissie wil een arbitrageregeling voor de slachtoffers van de Kerk uitbouwen, de verjaringstermijn voor pedofiele misdrijven op 15 jaar brengen, Child Focus tot centraal meldpunt voor seksueel misbruik omvormen, het meldrecht voor hulpverleners uitbreiden. Maar op heel wat punten blijft de commissie een gemiste kans. Een analyse met acht bedenkingen.

1. AANBEVELINGEN

De Commissie discussieerde vijf maanden lang over dit probleem en kwam nu tot 69 voorstellen. Welke aanbevelingen doet de Commissie?

* De Commissie stelt voor dat de Kerk onder begeleiding van het parlement een schaderegeling voor slachtoffers van seksueel misbruik laat uitwerken door een "scheidsgerecht". Zulke scheidsgerechten (in vakjargon: arbitrage genoemd) bestaan nu al in de commerciële sector. Het gaat eigenlijk om een soort rechtbank waarbij de partijen zelf gezamenlijk hun rechters kiezen. Het resultaat van de arbitrage kan achteraf door de rechtbank van eerste aanleg in bepaalde gevallen worden vernietigd. "Ons aanbod moet de Kerk toelaten om haar morele verantwoordelijkheid op te nemen voor seksueel misbruik dat verjaard is. De uitbouw van zo'n arbitragecommissie moet onder begeleiding gebeuren van een parlementaire opvolgingscommissie die om de maand de vorderingen bekijkt", zo liet een commissaris weten aan de pers.

Volgens het rapport zal hieraan ook nog eerst "de nodige studie" vooraf gaan. En het voegt er aan toe dat de arbitragecommissie ook zal kunnen dienen voor soortgelijke geschillen in niet-kerkelijke organisaties. De Commissie doet een aanbod aan de Kerk, maar die moet daar niet op ingaan.

* Bovendien moet er een regeling komen waardoor bisschoppen financieel aansprakelijk worden voor de pedofiele misdrijven van hun priesters. Nu is dat niet zo omdat de band bisschop-priester geen band werknemer-werkgever is. Dat werd in een arrest van 29 november 1998 nog bevestigd in een zaak tegen een pedofiele pastoor. Kardinaal Godfried Danneels en hulpbisschop Lanneau waren toen gedagvaard als burgerlijk aansprakelijke partij, maar ze moesten niets betalen voor hun pedofiele pastoor omdat er geen band werkgever-werknemer was. De Commissie wil dat nu veranderen, in het kader van de herziening van het statuut van de erediensten. In iedere gezagsrelatie moet iemand financieel aansprakelijk worden als een ondergeschikte iemand seksueel misbruikt.

Het kersverse rapport over de herziening van de erediensten bepaalt uitdrukkelijk dat iedere eredienst zelf moet bepalen hoe de relatie tussen boven- en ondergeschikten bij hen is geregeld. Het wil niet de klassieke relatie werkgever-werknemer opleggen (zie: hier, nvdr).

* Organisaties die de belangen van minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik behartigen moeten zelf rechtszaken kunnen opstarten. Maar de slachtoffers moeten dat ook zelf in groep kunnen doen.

Of dat laatste al dan niet een class action moet zijn (waarbij ook slachtoffers die niét aan de rechtszaak hebben meegedaan, na de uitspraak toch ook van de voordelen van die uitspraak kunnen genieten, nvdr) is niet duidelijk. Zoals geweten is de heersende meerderheid het oneens over hoe collectieve vorderingen moeten worden uitgebouwd. Dat bleek tijdens de discussie over de ramp van Gellingen (zie: hier, nvdr).

* Slachtoffers moeten makkelijker het statuut van "benadeelde persoon" kunnen krijgen. Daardoor moeten ze van alle stappen in het onderzoek worden ingelicht. De benadeelde persoon mag ieder document dat hij nuttig acht toevoegen aan het dossier, wordt op de hoogte gebracht van een eventuele seponering en de reden daarvan. En verder van het instellen van een gerechtelijk onderzoek bij de onderzoeksrechter en ook van de data waarop de zaak voor de rechter komt.

De Kamercommissie wil dat dit statuut meer wordt toegepast. Hoe? De politie moet alle slachtoffers melden dat ze "benadeelde persoon" kunnen worden en ze moet het ook zelf kunnen registreren. Nu kan dit alleen bij het parket.

Hoeveel mensen jaarlijks een beroep doen op dit statuut, dat net onder de burgerlijke partijstelling staat, is niet geweten en werd ook niet opgevraagd door de Commissie.

* Het slachtoffer moet telkens worden gehoord als de dader of het parket worden gehoord. Momenteel moet het slachtoffer slechts in bepaalde gevallen worden gehoord.

(Deze aanbeveling zal de procedure enorm verzwaren en ze staat haaks op wat de strafuitvoeringsrechtbanken voorstelden tijdens de debatten. Strfuitvoeringsrechter Freddy Pieters wees er immers op dat nu heel wat slachtoffers moeten worden opgeroepen terwijl slechts weinigen komen opdagen. "Deze procedure is heel duur en tijdrovend", zo zegde hij en hij wilde ze afschaffen. De Kamercommissie Seksueel Misbruik breidt deze procedure nu uit, nvdr).

* Burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter moet overal op dezelfde manier gebeuren en ze moet ook overal op dezelfde manier kosten. Ze moet gratis zijn voor slachtoffers die rechtsbijstand krijgen. Deze aanbeveling kan het aantal burgerlijke partijstellingen bij onderzoeksrechters enorm doen stijgen, terwijl de parketten-generaal nu net pleiten voor een beperking ervan omdat dit soort onderzoeken bijna twee keer zolang duren als de andere onderzoeken van de onderzoeksrechter en uiteindelijk gaat slechts 42% van die zaken naar de strafrechter en dan is er in een derde van die gevallen bovendien nog een vrijspraak. Burgerlijke partijstelling is dus een zware procedure met weinig resultaat. Het voorstel van de parketten om ze te beperken werd zonder enige motivering verworpen. De Kamercommissie Seksueel Misbruik wil ze makkelijker mogelijk maken.

* Verhoren van minderjarigen en kwetsbare personen moeten systematisch worden opgenomen, op voorwaarde dat het slachtoffer akkoord gaat met de opnames.

* De verjaringstermijn voor pedofiele feiten komt - na lange discussies - van tien op vijftien jaar. Sp.a had de afschaffing van de verjaring gevraagd, Open Vld wilde een termijn van 30 jaar, VB een termijn van 50 jaar, CD&V een van 15 jaar. En dat werd het na lang tegenpruttelen van de PS, die in navolging van het gerecht, de hulpverlening, Child Focus en het Nationaal Forum voor Slachtofferbeleid, de huidige regeling van tien jaar gewoon wilde behouden. De Commissie voor deze verlenging amper een motivering op. Ze verwijst naar "verschillende slachtofferorganisaties" die dat vragen en geeft daarbij twee organisaties op: Mensenrechten in de Kerk van Rik Devillé en SOS Incest Limburg. Het gaat om twee kleinere organisaties, waarvan niet duidelijk is hoeveel mensen ze vertegenwoordigen. De visie van de grote en representatieve slachtofferorganisaties wordt genegeerd.

Er komt bovendien een oplossing voor het Cassatiearrest van 25 oktober 2006. In de toekomst zal men pedofiele feiten van dezelfde dader aan elkaar kunnen koppelen door het systeem van eenheid van opzet, zodat de verjaringstermijn pas start op het moment van het laatste feit. Nu kan dat niet, maar oordeelt men feit per feit, tenzij er een koppeling kan worden gemaakt met heel andere feiten.

* Er komt geen meldplicht voor hulpverleners die seksueel misbruik vaststellen, maar het bestaande meldrecht wordt uitgebreid. Iedereen die een beroepsgeheim heeft kan seksueel misbruik van minderjarigen én van meerderjarige kwetsbare personen in de toekomst melden aan het gerecht, ongeacht van wie hij het verneemt. Momenteel kan dit meldrecht alleen maar als de hulpverlener het misbruik verneemt van een minderjarig slachtoffer of het bij hem vaststelt. Dit wordt dus op drie vlakken uitgebreid:

== tot misbruik van "meerderjarige personen die kwetsbaar zijn";

== tot verhalen over "potentiële slachtoffers" die de hulpverlener verneemt;

== tot om het even wie die het misbruik meldt: ook daders en zelfs derden die het melden.

Melden moét ook in de toekomst echter niet.

Het biechtgeheim wordt dus niet opgeheven, er wordt eigenlijk niets aan veranderd. Maar er wordt voor priesters wel een meldrecht ingevoerd. Op dit vlak volgt de Commissie volledig de voorstellen van de hulpverlening.

Bovendien moet er een soort gedeeld beroepsgeheim komen om mogelijk te maken dat hulpverleners informatie kunnen uitwisselen, maar ook dat hulpverlening en parket samen aan tafel zitten over een bepaalde zaak.

* De strijd tegen kindermisbruik en pedofilie moet weer prioritair worden in het Nationaal Veiligheidsplan. Dat moet actiepunten voor slachtoffers én daders bevatten.

* Er moet degelijk cijfermateriaal worden bijgehouden en de databanken van de politie moeten voldoende bemand worden. Meer bepaald Viclas, een databank met 5.000 zeden- en geweldsfeiten, moet verder worden uitgebouwd. De politiediensten moeten worden verplicht om die databank te voeden. Nu is dat niet zo. Ook de registraties in de ANG (Nationale Algemene Databank, met alle criminele feiten die in België gebeuren) moet beter: de aard van de relatie tussen dader en slachtoffer moet worden weergegeven.

Nationale en internationale databanken met strafregisters moeten aan elkaar worden gekoppeld. Dat is al lang beloofd, maar nog maar heel beperkt gerealiseerd.

* De politiediensten die het onderzoek naar seksueel misbruik deden moeten worden ingelicht van "alle beslissingen" in de verdere afhandeling van hun werk.

* Het POKO, het Penitentiair Onderzoeks- en Klinisch Observatiecentrum, waar seksuele criminelen zouden moeten worden onderzocht, moet ook effectief opgericht worden. Het wordt al sinds 1999 aangekondigd, maar er gebeurde nog niets.

* De definitie van kinderpornografie moet worden verduidelijkt. Nu zijn er heel wat geschillen zoals bv.: valt het loutere bekijken, maar niet bezitten van kinderporno ook onder de strafwet? Het is niet duidelijk.

* Gerechtelijke experts moeten sneller worden betaald en beter opgeleid.

* Als het parket een zaak seponeert, dan met het een uitvoerige en niet-stereotype motivering hiervan geven. En die moet altijd worden meegedeeld aan de benadeelde persoon. Dat is nu ook al het geval, maar het gebeurt niet altijd.

* De politie moet erop gewezen worden dat ze van iedere klacht een proces-verbaal moeten opmaken. Ze moeten dat nu ook doen, maar ze doen het niet altijd. Politiezones, die niet over specialisten beschikken om pedofiele misdrijven op te sporen en hun slachtoffers op te vangen, moeten samenwerken met andere zones.

* Werkgevers moeten van de strafrechter een kopie het vonnis dat een pedofiel veroordeelt kunnen krijgen, ten minste als hun werknemer in contact komt met kinderen of kwetsbare personen. Het parket moet bovendien - na een tussenkomst van de onderzoeksrechter - iemands werkgever kunnen inlichten van ernstige onderzoeken rond pedofilie, zodat die preventieve maatregelen kan nemen. Hoewel de onderzoeksrechter hiervoor moet tussenkomen, toch is niet nodig dat hij hiervoor zelf een gerechtelijk onderzoek opstart.

* De politiediensten die het onderzoek naar seksueel misbruik deden moeten worden ingelicht van de resultaten van hun werk.

* Child Focus moet het centraal meldpunt voor àlle seksueel misbruik worden, ook dat van meerderjarigen. De hulpverlening en het Nationaal Forum voor Slachtofferbeleid waren geen voorstander van een centraal meldpunt en Child Focus zelf evenmin, maar het moet nu toch.

* Er moet één unieke tabel komen waarin de schadevergoedingen voor slachtoffers van seksueel misbruik objectief zijn uitgedrukt.

* Vlaanderen en Wallonië moeten elk in één gevangens een unit voor behandeling van seksuele delinquenten oprichten.

* De wet op de terbeschikkingstelling (TBS), waardoor een veroordeelde tot maximum 15 jaar na zijn vrijlating opnieuw kan worden opgesloten, moet onmiddellijk worden uitgevoerd. Nu is nog een oude wet van kracht met minder mogelijkheden. TBS moet voor de Kamercommissie altijd mogelijk zijn bij een veroordeling voor seksueel misbruik.

Tegelijkertijd moeten ook de wet-Dupont (die gedetineerden meer rechten geeft) en de wet op de internering zo snel mogelijk worden uitgevoerd. De Kamercommissie wil ook de snelle uitvoering van de wet waardoor de strafuitvoeringsrechtbanken bevoegd worden voor de vrijlating van gestraften die minder dan drie jaar cel kregen. Nu is daarvoor nog altijd de minister van Justitie bevoegd.

* De strafrechter moet een pedofiel een verbod kunnen opleggen om na zijn vrijlating in een bepaalde wijk of buurt te gaan wonen. Sp.a en VB hadden dit voorgesteld. Maar enkele hulpverleners hadden zich hiertegen uitgesproken tijdens de hoorzittingen.

* De Orde van Geneesheren moet artsen die verdacht worden van seksueel misbruik voorlopig kunnen schorsen.

* Sportfederaties en jeugdbewegingen moeten van iedere werknemer die met minderjarigen in contact komt vooraf een bewijs van goed zedelijk gedrag vragen. De federale Kamer is hiervoor niet bevoegd, maar ze vraagt dit aan de Gemeenschappen.

* Child Focus moet een gedragscode uitwerken voor sportfederaties, jeugdbewegingen en alle sectoren die met jongeren in contact komen. Die organisaties moeten die gedragscode onderschrijven. De federale Kamer is hiervoor niet bevoegd, maar ze vraagt dit aan de Gemeenschappen.


De Kamercommissie Seksueel Misbruik keurde vorige week woensdag haar aanbevelingen en haar rapport unaniem goed. Er was toen nog geen tekst van de aanbevelingen, ze werden summier toegelicht door Commissievoorzitster Karine Lalieux (PS) en wel uitsluitend in het Frans. Tijdens de stemverklaringen achteraf was iedereen was heel tevreden over de bereikte resultaten. De leden prezen elkaar voor de goede samenwerking en voor het feit "dat de ideologische breuklijnen (gelovig-vrijzinnig) niet hebben gespeeld in deze Commissie".

2. BEDENKINGEN

1. De Kamercommissie was duidelijk "steekvlampolitiek", ze kwam er na een mediahype en de problemen stonden van in het begin vast.

De parlementsleden hadden niet de bevoegdheid van een onderzoeksrechter, ze vormden geen onderzoekscommissie, maar een bijzondere commissie en konden dus niemand dwingen om onder eed te getuigen. Ze bleven afhankelijk van goodwill; evenmin konden ze zich mengen in lopende gerechtelijke onderzoeken. Ook daardoor waren hun mogelijkheden beperkt. Ze zouden nooit een waarheidscommissie kunnen worden.

De parlementsleden waren evenmin getrainde historici of geroutineerde godsdienstsociologen. Ze vonden het niet nodig om wetenschappelijk onderzoek te laten voorafgaan aan hun commissie. Ze vonden het ook niet nodig om de problematiek in zijn tijd te plaatsen. De problematiek van seks in de Kerk is echter bij uitstek historisch, de meeste feiten gebeurden dertig jaar geleden of vroeger. En in diezelfde periode waren er ook soortgelijke verhalen over vrijzinnige instellingen, zoals Vrij en Vrolijk, en ook in communes gebeurde wel eens wat. Het werd toen vergoelijkt deels omdat men de gevolgen van pedofilie niet goed kende, deels om ideologische redenen. Maar de Commissie koppelde de situatie van de Kerk niet terug naar de situatie in de hele samenleving van toen. Ze beoordeelde misstanden, die vooral dertig jaar geleden in één maatschappelijke organisatie opgeld maakten, met de normen van nu. En in hun toepassing van hedendaagse normen keek ze slechts naar één godsdienst, de katholieke. Over mogelijke misstanden bij in de islamitische religie wordt niet gerept. In haar doelstelling om te verklaren waarom de hele samenleving zo weinig van dit seksueel misbruik heeft gemerkt is de Commissie niet geslaagd.

Komt daar nog bij dat het meeste seksueel misbruik helemaal niet voorkomt in de Kerk, maar in het gezin: de percentages van de Vertrouwensartsencentra en Child Focus variëren terzake van 65% tot 85%. Als het de parlementsleden echt te doen was om de strijd tegen het seksueel misbruik, dan was het heel riskant om zich te steunen op een atypische sector als de Kerk. Een sector waar het grootste misbruik z'on dertig jaar geleden op zijn hoogtepunt scheen en een sector die relatief gezien weinig zaken had. En die bovendien erg atypische zaken had, bijna allemaal homoseksueel, terwijl het misbruik overal elders vooral heteroseksueel was. Dat was van in het begin geweten.

Daarom had de Commissie beter andere getuigen gekozen, beter meer tijd in andere sectoren gestoken. Maar dat gebeurde niet. De parlementsleden konden dus niet anders dan amateuristisch en partijdig te werk gaan.

2. Zeker in het begin leek de Commissie niet zozeer een Commissie tegen Seksueel Misbruik, maar eerder een Commissie tegen de Kerk. Nogal wat parlementsleden gebruikten het Commissiewerk om de Kerk te bashen en om schadevergoeding voor de slachtoffers van de Kerk te eisen, hoewel ze daar niet voor bevoegd zijn. Anderen legden een verband tussen pedofiele pastoors en het kerkelijke celibaat. Wat betwistbaar is omdat het meeste seksueel misbruik nu net bij gehuwden en niet bij alleenstaanden voorkomt en omdat men de oorzaken van pedofilie nog niet echt helemaal kent. Dat kwam allemaal nogal partijdig over.

Sommige verdedigers van de rechten van verdachten, die vinden dat iedere verdachte altijd recht heeft op bijstand door een advocaat, pikten het niet dat de bisschoppen voor hun getuigenis door de Commissie... een advocaat hadden geraadpleegd.

En door bepaalde commissieleden wil je als verdachte liever niet verhoord worden! Bovendien: "Als rechter zou een aantal commissieleden om de haverklap gewraakt worden wegens partijdigheid", zo zegde iemand van het Openbaar ministerie na zijn getuigenis.

Naarmate de tijd verstreek werden de meeste Commissieleden kalmer, milder en rationeler tegenover de Kerk. Maar uiteindelijk blijft de partijdigheid toch nog wat te veel doorwerken in het eindrapport. De Commissie had een paar van haar initiële gebreken kunnen rechttrekken in de geplande opvolgingscommissie, maar die moet vooral dienen om arbitrage tussen de Kerk en de slachtoffers mogelijk te maken.

3. De Commissie richtte zich ook nog op een tweede "vijand": het parket. De manier waarop sommige leden van het openbaar ministerie (zoals bv. procureur Berkvens of de procureurs-generaal Visart de Bocarmé en Liégeois) de mond werden gesnoerd toen zij hun beleid wilden verdedigen, was verbazend.

In de besluiten worden de parketten bovendien op meerdere vlakken op ongemotiveerde wijze genegeerd (o.a. met betrekking tot hun visie over de benadeelde persoon en de burgerlijke partijstelling).

Maar de houding van de Commissieleden tegenover het parketten blijft dubbelzinnig. Enerzijds kreeg het openbaar ministerie bakken kritiek wegens een vermeende "te lakse houding", die overigens niet blijkt uit het beschikbare cijfermateriaal. Anderzijds werd aan de Kerk verweten dat ze met de Commissie-Adriaenssens via een protocol een "private justitie" zou uitbouwen en dus een inbreuk zou plegen op het vervolgingsmonopolie van de parketten. Enerzijds zit het parket te veel in een ivoren toren en houdt het geen rekening met het leed van slachtoffers en met de gevoeligheden van de bevolking inzake pedofilie, anderzijds moet het vooral in een ivoren toren blijven zitten.

De besluiten in het eindrapport zijn op dit vlak onsamenhangend. De Commissieleden keerden zich met vuur en verve zittingenlang tegen het protocol tussen de parketten-generaal en de Commissie-Adriaenssens omdat het aan privépersonen het recht zou geven om te beslissen of een klacht al dan niet verjaard was en omdat de Kerk hierdoor een parallele justitie zou uitbouwen. Iedere klacht moest van de parlementsleden onmiddellijk naar het gerecht gaan, want alleen dat gerecht mag oordelen omdat anders belangrijke criminelen vrij blijven rondlopen.

Toen de Nederlandse Commissie-Deetman, de evenknie van de Belgische Commissie-Adriaenssens, op een identieke manier bleek te werken als de Commissie-Adriaenssens, was er geen kritiek meer. En merkwaardig: toen de hulpverlening niet voor minder samenwerkingsakkoorden tussen parket en hulpverlening pleitte, maar net voor méér protocollen en akkoorden, zwegen de tongen eveneens. "Justitie en hulpverlening moeten gelijkwaardige partners worden. Justitie is geen ivoren toren meer, het moet seksueel misbruik niet alleen proberen op te lossen", zo zette Child Focusdirecteur Kloeck de parlementsleden op hun nummer.

Maar dat alles belette de Commissieleden niet om in de besluiten van hun rapport hun aanvankelijke kritiek te herhalen en ferm van leer te trekken tegen de privatisering van justitie door het protocol van de parketten met Adriaenssens. De Commissieleden vonden dat de vijf procureurs-generaal dat protocol allevijf verschillend interpreteerden, wat niet juist is. In plaats van hun keuze te motiveren, kiezen er gewoon partij, meer niet.

In haar besluiten beveelt de Commissie zelfs aan om geen "documenten" (protocollen of niet) meer uit te vaardigen "waarin de schijn zou kunnen worden gewekt dat wezenlijke taken van het openbaar ministerie" worden overgeheveld naar privé-instanties.

Dat tientallen goed werkende samenwerkingsverbanden bij een strikte toepassing van deze regel zouden moeten stoppen en dat de Kamercommissie zelf even verderop pleit voor een gedeeld beroepsgeheim tussen al wie met seksueel misbruik beroepshalve te maken krijgt (wat toch minstens haaks staat op de aanbeveling over het protocol-Adriaenssens), schijnt niemand te storen.

4. De meeste commissieleden kozen er van in het begin voor om zich te vereenzelvigen met de slachtoffers van seksueel misbruik. Een schitterend uitgangspunt, maar al snel ontstond een dubbele verenging.

Enerzijds herleidden de commissieleden de problematiek te veel tot de financiële vergoeding van de schade door de Kerk, - waarvoor ze niet eens bevoegd zijn -, anderzijds schakelden ze zich - net als nogal wat media - probleemloos in de advocatenstrategie van Meester Van Steenbrugge in. Die vertegenwoordigde een twintigtal slachtoffers en hij wilde klachten over seks in pastorale relaties bij de Brusselse onderzoeksrechter Wim De Troy centraliseren. Hij zorgde er daardoor echter voor dat de slachtoffers die op zijn voorstellen ingingen, langer moeten wachten op de afhandeling van hun dossier omdat het op twee plaatsen tegelijk wordt behandeld en dat kan juridisch gezien niet.

De meeste commissieleden volgden deze strategie blindelings, hoewel het federaal parket al maanden voordien op de gevaren van deze strategie voor de slachtoffers had gewezen.

En verder is de slachtofferproblematiek wel wat ruimer dan rechtszaken voeren tegen de dader: er is ook de erkenning, de emotionele verwerking, het herstelproces. Daarover wordt wel iets gezegd, maar structurele voorstellen lees je niet. Dat komt voor gedeeltelijk omdat hulpverlening een bevoegheid van de Gemeenschappen is, maar het is slechts een gedeeltelijke verklaring. Deze dubbele verenging was geen goede zaak, ze was niet echt in het belang van de slachtoffers.

5. De Commissie heeft te weinig rekening gehouden met de mening van de mensen die dagdagelijks het seksueel misbruik aanpakken. Ze volgt de hulpverlening wel met betrekking tot de meldplicht, maar ze volgt ze op vele andere vlakken ook niet. En dat gebeurt ongemotiveerd. Als voorbeelden kunnen worden gegeven: de verlenging van de verjaringstermijnen, de invoering van een woonverbod, de creatie van één centraal meldpunt voor seksueel misbruik. De hoorzittingen hadden dus niet altijd zin. Het rapport biedt zeker niet de oplossing voor slachtoffers van seksueel misbruik. Daarvoor waren zowel de kennis van sommige parlementsleden over de hulpverlening als hun neiging om met de bedenkingen van de hulpverlening rekening te houden te gering. Dat is deels te begrijpen omdat het federale parlement niet bevoegd is voor hulp aan personen.

6. Een aantal andere aanbevelingen is dan weer een open deur (het parket moet iedere beslissing motiveren, de deskundigen moeten beter worden betaald, de politie mag niet zelf seponeren), nog andere zijn wat hypocriet.

Als de wetten op de internering, de TBS, de rechten van gedetineerden, de bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbanken voor kortgestraften...nog niet uitgevoerd zijn, dan komt dit toch omdat het parlement zélf die uitvoering heeft uitgesteld. Als het POKO nog niet is opgericht sinds 1999, als de experten te weinig betaald worden, als de politiedatabanken te weinig middelen krijgen, dan komt dit toch omdat het parlement daaraan zelf onvoldoende aandacht heeft geschonken bij de bespreking van de respectievelijke begrotingen.

De Kamerleden konden unaniem - in lopende zaken - een oorlog aan Libië verklaren, ze konden met grote meerderheid de BTW voor de meest frauderende sector (de horeca) verlagen, maar het POKO laten uitbouwen konden ze niet. De voorstellen mogen dan fraai klinken, in feite bewijzen sommige onder hen vooral de jarenlange onwil van het parlement om iets te doen aan justitie.

7. De uitwerking van de arbitrageregeling die aan de Kerk wordt voorgesteld, zal worden begeleid door een parlementaire opvolgingscommissie, die ook moet nagaan of de overige aanbevelingen van de Kamercommissie Seksueel Misbruik wel worden uitgevoerd. Door het parlement zelf deze commissie op poten te laten zetten, flirt de Kamercommissie Seksueel Misbruik met de grenzen van de scheiding tussen Kerk en staat.

Het blijft bovendien verbazen hoe sommige parlementsleden dit arbitrage-orgaan zien. Zo zegde een Commissielid letterlijk dat de pedofiele feiten wat hem betreft "niet zo volledig bewezen hoeven te zijn" om een schadevergoeding te krijgen.

De Kerk moet dit arbitragevoorstel overigens niet aanvaarden, ze is tot niet meer verplicht dan iedere andere organisatie of burger. Maar anderzijds werkt de Kamercommissie Seksueel Misbruik wél een voorstel uit dat door de Antwerpse bisschop Johan Bonny zelf is gesuggereerd.

Er is echter geen reden waarom slachtoffers van pedofiele pastoors recht zouden hebben op een schadevergoeding door arbitrage als hun feiten verjaard zijn of hun dader overleden, en slachtoffers van sporttrainers, geneesheren of van hun vader niét. Er is dus nog veel werk aan de winkel als de opvolgingscommissie een niet-discriminerende arbitrageregeling wil uitdokteren.

Tenslotte kan dit "collectief moreel aansprakelijk stellen" vragen oproepen. Was het nu net geen verdienste van de Franse revolutie dat men is afgestapt van collectieve verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden om ze te vervangen door ieders individuele verantwoordelijkheid? Hoever wil de Kamercommissie gaan bij de invulling van die "collectieve morele verantwoordelijkheid"? Of anders geformuleerd: hoe reactionair wil de Kamercommissie worden? Zijn in haar visie ook "de" moslims collectief moreel en financieel aansprakelijk voor de aanslagen die enkelingen uit naam van de islam plegen? Voert ons dit allemaal niet wat ver? De Commissieleden hadden deze vragen kunnen stellen in plaats van er automatisch van uit te gaan dat ze gedreven zijn door een progressief elan.

8. Is de Commissie nu een gemiste kans?

Nee, omdat ze een massa nieuwe informatie heeft ingezameld en zo de basis vormt voor verder onderzoek. Nee, omdat ze in bepaalde sectoren aan de boom heeft geschud en dat was dringend nodig.

Ja, omdat ze zich te veel en te eenzijdig gefocust heeft op de Kerk en te weinig op de andere sectoren waar de situatie momenteel veel erger is. Ja, omdat ze de zaken te amateuristisch en te emotioneel heeft aangepakt. De Commissie was te veel een bezigheidstherapie voor parlementsleden die zonder regering geen wetgevend werk durven doen.



***************************



Het volledige verslag van de Kamercommissie Seksueel Misbruik leest U hier.



***************************



Lees ook:


De hulpverlening over seks in de Kerk

Het gerecht over seks in de Kerk

Seks in de Kerk: cijfers en beleidsvoorstellen

Seksueel misbruik: drie arresten en twee hoorzittingen

De bisschoppen over seksueel misbruik in de Kerk

Seksueel misbruik in Kerk, sport en gezin

De politiek over seksueel misbruik in de Kerk

Het rapport van de Commissie-Adriaenssens

Over de Danneelstapes

Over seksueel misbruik in de Kerk



.

Nu in het nieuws