Latijns-Amerikaans verzet tegen interventie in Libië neemt toe

Latijns-Amerikaans verzet tegen interventie in Libië neemt toe

Latijns-Amerikaans verzet tegen interventie in Libië neemt toe

Print
In Latijns-Amerika groeit het verzet tegen de militaire interventie in Libië. Onder meer de twee grootste landen, Brazilië en Argentinië, zijn tegen. Tegelijk wordt de verdeeldheid in de regio duidelijker.

Brazilië, dat zich in de VN-Veiligheidsraad had onthouden bij de stemming over resolutie 1973, vraagt nu zo snel mogelijk een staakt-het-vuren. In plaats van de burgers te beschermen veroorzaakt de militaire interventie slachtoffers onder de burgers, zei de linkse president Dilma Rousseff.

Volgens de Braziliaanse media is dat standpunt ingegeven door een akkoord tussen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China). De BRIC-landen en Duitsland onthielden zich op 17 maart in de VN-Veiligheidsraad.

In Argentinië kwam er nog geen officieel communiqué voor of tegen de militaire interventie. Maar deze week begon zich wel een standpunt af te tekenen. Maandag liet minister van Buitenlandse Zaken Héctor Timerman via Twitter weten dat op het moment van de militaire interventie "nog niet alle mogelijke diplomatieke middelen waren uitgeput."

Een nieuw Irak

Volgens Khatchik Derghougassian, hoogleraar aan de Universiteit van San Andrés, vreest Argentinië net zoals Brazilië dat de interventie in Libië tot een nieuw Irak kan leiden. Het standpunt van beide landen "is geen verdediging van een regime dat het bevel geeft zijn eigen bevolking te doden", "het stelt wel de militaire weg in vraag wanneer de andere opties nog niet uitgeput zijn."

Derghougassian noemt het een "gematigd standpunt", in tegenstelling tot dat van Cuba en Venezuela, "dat meer een anti-imperialistische inhoud heeft."

Het standpunt van Uruguay en Paraguay leunt nauw aan bij dat van Brazilië en Argentinië. "Deze aanval betekent een achteruitgang in de huidige internationale orde", zei de linkse Uruguayaanse president José Mujica. "De remedie is veel erger dan de ziekte."

ALBA-landen

De ALBA-landen volgen het standpunt van de Venezolaanse president Hugo Chávez, die de militaire interventie ronduit veroordeelt. Hij beschuldigt de VS en hun Europese bondgenoten ervan vooral in de Libische olie geïnteresseerd te zijn.

ALBA staat voor de Bolivariaanse Alliantie voor de Volken van Ons Amerika. Van de alliantie maken ook Antigua en Barbuda, Bolivia, Cuba, Ecuador, Dominica, Nicaragua en Saint Vincent en de Grenadines deel uit.

"Venezuela en de ALBA-landen eisen de stopzetting van de agressie tegen Libië en tegen welke natie ter wereld ook", zei Chávez. De Venezolaanse president had vóór de militaire interventie al aangeboden te bemiddelen in het Libische conflict.

Verdeeldheid in de Unasur

Colombia, Peru, Chili en ook Mexico tonen zich voorstander van de militaire interventie. De Mexicaanse regering riep de "Libische autoriteiten op onmiddellijk een eind te maken aan de zware mensenrechtenschendingen tegen de burgerbevolking."

"Het standpunt van de regering van Felipe Calderón is geen conflicten met de Verenigde Staten te veroorzaken en de inhoud van de resolutie van de Veiligheidsraad te steunen", zegt Adalberto Santana, directeur van het Centrum voor Onderzoek over Latijns-Amerika en de Caraïben van de Autonome Nationale Universiteit.

De verdeeldheid in Latijns-Amerika rond het Libische conflict toont de huidige verdeeldheid in de Unasur, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties, zegt Félix Arellano, directeur van de school voor Internationale Studies van de Centrale Universiteit van Venezuela. "Latijns-Amerika is stukken gebroken, verdeeld, en daarbij is de ideologisering van het regionale beleid door de ALBA van grote invloed geweest. Het maakt het veel moeilijker om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen."

Derghougassian denkt dat de verdeeldheid inzake Libië de Zuid-Amerikaanse eenheid niet bedreigt. "Deel uitmaken van de Unasur betekent niet de landen altijd met één stem moeten spreken."

Bron: IPS

MEEST RECENT