Monsterproces tegen drugsbaron opnieuw gestart

Monsterproces tegen drugsbaron opnieuw gestart

Monsterproces tegen drugsbaron opnieuw gestart

Print
De Hasseltse correctionele rechtbank is maandag opnieuw gestart met het monsterproces van de Nederlandse drugsbaron Janus Van Wesenbeeck (49) uit Lommel. Van Wesenbeeck en 16 andere beklaagden staan terecht voor hun aandeel in een internationale criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige drugshandel.

De bende van de drugsbaron was bijzonder alert en had lessen getrokken uit het verleden. Het drugkartel wou uit de handen van justitie blijven en nam dan ook ruime voorzorgsmaatregelen. "Eén keer ben ik geflikt door een telefoontap en dat is één keer te veel", zo klonk het ongeveer tijdens een vertrouwelijk gesprek dat het Nederlandse kopstuk had met de undercoveragent die hem twee jaar lang schaduwde.

Maandag is voor de Hasseltse correctionele rechtbank het proces met zeventien beklaagden hervat na een procedureslag die tot het hof van cassatie voerde, maar die uiteindelijk de rechtsgang niet kon tegenhouden.

Naar de minister

Ook nu verliep de zitting niet vlekkeloos. Andermaal was het de verdediging van Janus' broer, Tinus (47), die de kat de bel aanbond. De advocaat kondigde aan dat hij het cassatie-arrest zou aanvechten en daarvoor zelfs de minister van Justitie wil aanspreken. De drie rechters lieten zich niet uit hun lood slaan en beslisten resoluut door te gaan met het proces.

De beide procureurs legden haarfijn uit hoe de bende de politiespeurders poogde te verschalken om zo door de mazen van het net te glippen. De top van het gezelschap communiceerde nooit rechtstreeks met de basis. Er werden telefonisch geen afspraken gemaakt, maar alle mededelingen gebeurden per sms en via de rechterhand van de baas. Om de drie, vier dagen vervingen de bendeleden de sim-kaarten van hun mobieltjes. Ze kregen de contactnummers gecodeerd toegestuurd. Bij de getallen die ze aflazen, moesten ze hun eigen geboortedatum tellen om zo de juiste nummers te kennen.

Geen namen noemen

De kopstukken van het drugskartel vermeden met hun eigen wagen de baan op te gaan en leenden of huurden auto's. Op verplaatsten zich met een scooter. Ze hadden ook geen vast adres. Besprekingen werden nooit via de telefoon gevoerd, wel in voor dat doel gehuurde panden - o.m. in Eindhoven en Valkenswaard - of in hotels. Er werden nooit echte namen genoemd. Iedereen had een schuilnaam: Janus heette Harry Potter, zijn broer Bus. Een geldkoerier uit Groot-Brittannië werd met de omschrijving 'de reiziger van de overkant' aangeduid.

De bende maakte uitvoerig gebruik van elektronische technologie om te voorkomen dat ze werd opgespoord of afgeluisterd. Ze deinsde er niet voor terug om het komen en gaan van rivalen met gps-technieken te detecteren en in kaart te brengen. Zelfs de opsporings- en observatie-apparatuur die de politie had aangebracht (één camera en twee onder een auto gemonteerde gps-toestellen), wisten de alerte boys te vinden. Een geïnfiltreerde undercoveragent kreeg bij een overtocht van het Kanaal twee 'jammers' mee, die moesten beletten dat nieuwsgierige oortjes zouden meeluisteren als hij zijn telefoon gebruikte.

Verloving

Uiteindelijk duurde het twee jaar eer het 'proactief' onderzoek kon afgesloten worden met als bekroning de inval op het Parelstrand in Lommel, waar de bende net de 'verloving' van de twee undercoveragenten vierde. Die hadden een chalet gehuurd in de buurt van de verblijfplaats, waar Janus met enkele kopstukken het weekeinde doorbracht. Het duurde meer dan één jaar eer ze echt voeling kregen met de 'buren'.

Woensdag krijgt het parket de kans om de straffen te vorderen. Het proces zal nog negen dagen, gespreid over ruim drie weken, duren. Tenzij er intussen weer een kink in de kabel komt...

JaNi

MEEST RECENT