Gehandicapte slaven bevrijd uit Chinese fabriek

Print
In de Chinese provincie Xinjiang zijn afgelopen maand een groep verstandelijk beperkten bevrijd uit een fabriek. De mannen waren als slaven verkocht aan de fabriek. Deze vorm van slavernij is niet uitzonderlijk in China.

De politie arresteerde Li Xinglin, de baas van een fabriek voor bouwmaterialen in Xinjiang, nadat de media hadden bericht over misstanden. Minstens twaalf werknemers, waarvan acht verstandelijk beperkt, waren aan de fabriek verkocht. Ze kregen niet betaald, moesten werken zonder beschermende kleding, moesten doorwerken bij koude wintertemperaturen en kregen hetzelfde eten als de hond van de baas. Sommigen werkten er al vier jaar.

Deze maand zijn er meer mensen aangehouden in verband met de zaak, waaronder een eigenaar van een daklozenopvang, die ervan wordt verdacht al sinds 1993 verstandelijk beperkten te verkopen aan fabrieken en zelf hun salaris te innen. Verschillende ambtenaren zijn ontslagen vanwege betrokkenheid bij de zaak. De daklozenopvang fungeerde als dekmantel voor een slavennetwerk.

Kinderen

"We kennen zo veel gevallen van ontvoering", zegt Meng Weina, oprichter van een organisatie voor moeilijk lerenden in Beijing. "Maar als daar melding van wordt gemaakt, doet niemand er echt iets mee."

De wetten voor kinderrechten zijn al wel flink verbeterd in China. Kinderen moeten genoeg slapen en verplicht vrije tijd krijgen. Maar voor mensen met een verstandelijke beperking lijkt nog weinig te zijn gedaan.

IPS

.

Nu in het nieuws