Zelfstandige of schijnzelfstandige?

Print
Wie opteert om als zelfstandige te werken, wordt onder meer door Sociale Inspectie en RSZ-diensten met argusogen bekeken. Het is immers mogelijk dat hij gewoon werkt net als elke werknemer (voorbeeld: hij dient bij ziekte ook ziektebriefjes in, hij moet zich houden aan strikte uurroosters..).

De betrokkene wordt dan bestempeld als een schijnzelfstandige ofte een echte werknemer. De persoon of het bedrijf waarvoor hij werkt, zal alsnog moeten socialezekerheidsbijdragen betalen als werkgever à rato van 35%, bovenop alle bedragen die de schijnzelfstandige factureerde.

Hierbij kan de RSZ drie jaar teruggaan. De opdrachtgever zal tevens op deze factuurbedragen de werknemersbijdragen van 13,07% moeten betalen. Als kers op de taart kan er nog een bijdrageopslag komen van bv. 10% en nalatigheidsintresten.

Het levensgrote probleem is echter hoe in de praktijk nu gaan uitmaken of iemand echt zelfstandige of schijnzelfstandige is.

In een wet van 27 december 2006 heeft men geoordeeld dat door Sociale Inspectie en arbeidsgerechten altijd zeker de vier volgende algemene elementen bekeken moeten worden:

- De kwalificatie die partijen zelf aan hun overeenkomst hebben gegeven. Het is dan ook van levensbelang dat de overeenkomst de zelfstandigheid uitademt en er geen clausules zijn die veeleer wijzen op een arbeidsovereenkomst (vb. proefperiode). Dit is bij discussie het meest doorslaggevende criterium. Hier vertrekt men van de juiste premisse dat iemand in 2011 zich wel degelijk bewust is van het verschil tussen de ondertekening van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van zelfstandige samenwerking

- Het vrij zijn werk kunnen organiseren. Dit sluit echter richtlijnen niet uit. Immers ook opdrachtgever en zelfstandigen moeten informatie kunnen uitwisselen over de uit te voeren taak.

- Het vrij zijn werktijd kunnen organiseren. Dus niet gebonden zijn aan strikte uurroosters.

- Het al dan niet bestaan van hiërarchische controle. In die zin zijn disciplinaire sancties onmogelijk ten aanzien van een zelfstandige.

Naast deze algemene criteria is het de bedoeling van de wetgever om via de Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie te komen tot specifieke criteria van onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers voor een bepaald beroep of een sector. Een KB van 14 december 2010 richt hier voor een normatieve kamer op. Het zelfde KB richt ook een administratieve afdeling op die voor het eerst sociale ruling zal mogelijk maken in België. Een beginnend zelfstandige zal aan deze afdeling kunnen vragen om hem te bevestigen of hij gegeven de omstandigheden wel degelijk een zelfstandige is.

Een dergelijk advies kan echter niet wanneer er reeds een onderzoek is door sociale zekerheid inzake het statuut of indien de kwestie reeds aanhangig is bij een arbeidsrechtbank

Filip Tilleman

Advocaat

Tilleman van Hoogenbemt, Antwerpen

MEEST RECENT