Moslima van securitybedrijf verliest rechtszaak over hoofddoek
23/12/'11
Wilrijk (2610)
Het Antwerpse Arbeidshof vindt niet dat een vrouw die haar hoofddoek wilde dragen tijdens haar werk bij Atlas Copco, gediscrimineerd werd omdat ze dat niet mocht doen. Ze werd ook niet onterecht ontslagen omdat ze die hoofddoek toch wilde blijven dragen. Dat besloot het Hof zopas.
Een Antwerpse moslima werkte sinds februari 2003 bij G4S als receptioniste. Ze deed dat onder meer bij Agfa Gevaert en later bij Atlas Copco. Er bestond een ongeschreven regel dat mensen geen uiterlijke tekenen van een godsdienst mochten dragen tijdens hun werk. Later kwam die regel in het arbeidsreglement. De moslima volgde die regel drie jaar lang op maar in 2006 verklaarde ze dat ze een hoofddoek wilde dragen tijdens de werkuren. Dat werd geweigerd en ze werd ontslagen. Maar ze kreeg wel een correcte opzegvergoeding.
26.000 euro gevraagd
Ze dagvaardde G4S voor misbruik van het ontslagrecht: ze zegde dat ze werd ontslagen voor haar geloof en eiste 26.000 euro schadevergoeding. De arbeidsrechtbank gaf haar in eerste aanleg ongelijk en dat deed het Arbeidshof zopas ook.
Het Hof wijst erop dat de regel gold voor àlle werknemers, ook voor katholieken, atheïsten en agnosten. Niets wijst erop dat G4S zich toleranter zou opstellen tegenover die groepen dan tegenover moslims. Er is geen directe discriminatie op grond van geloof. Ook mogelijke "indirecte discriminatie" op grond van geloof is niet bewezen. Indirecte discriminatie heb je als een werkgever een ogenschijnlijk neutrale maatregel uitvaardigt, die in feite vooral een bepaalde groep viseert. Er is voor het Arbeidshof geen "onredelijk ontslag".
Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding was in deze zaak burgerlijke partij. Het moet aan de advocaat van G4S 2.200 euro rechtsplegingsvergoeding betalen.
Er is nog Cassatieberoep mogelijk.
JDW
Archieffoto Tony Van Galen