Veel raakpunten tussen Vlaams Belang en Wilders
04/03/'10
Standpunt
"Niets eens zo lang geleden riepen wij
schande van de Belgen. En van de
Duitsers met hun Republikaner. Van
Frankrijk, waar Jean-Marie Le Pen bij
de presidentsverkiezingen 19 procent van de
stemmen haalde. Maar wij zijn erger. (...) De
media en de zittende politici zijn angsthazen.
Geert Wilders wordt onveranderlijk met
fluwelen handschoenen aangepakt.”
Dat zegt de Nederlandse historicus Maarten
van Rossem naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen
die gisteren bij
onze noorderburen plaatsvonden. Alle ogen
waren daarbij gericht op de Partij voor de
Vrijheid van Geert Wilders.
Zeker in het vooruitzicht van de parlementsverkiezingen
van 9 juni, nu het kabinet-
Balkenende IV is gevallen over de Nederlandse
aanwezigheid in Afghanistan.
Volgens peilingen zou de partij van Wilders
over een paar maanden wel eens als grootste
uit de stembus kunnen komen.
Geregeld worden dan vergelijkingen gemaakt
tussen het Vlaams Belang en Geert
Wilders. Zo woedt in Den Haag de oer-
Belgische vraag over de wenselijkheid van
een cordon sanitaire rond de PVV.
Zijn er raakpunten? Natuurlijk. Zeer veel
zelfs. Wilders en het Vlaams Belang hebben
een aantal zaken gemeen. Ze verkopen een
rechts-populistisch discours, verklaren dat
alles slecht en rot is, wakkeren de vrees voor
vreemdelingen en de islam aan, en koppelen
dat aan criminaliteit. Wat het Vlaams Belang
duidelijk onderscheidt, is natuurlijk de roep
naar onafhankelijkheid voor Vlaanderen.
Voor de rest hebben ze dezelfde voedingsbodem
en dezelfde ontstaansgeschiedenis.
Jan met de Pet vindt dat de politici te weinig
luisteren naar zijn dagelijkse problemen.
De mensen zijn het traditionele politieke discours
beu. Ze zijn de klassieke partijen beu.
Ze zijn de gezichten van hun topmensen beu.
Bij ons noemde dat fenomeen in 1991 met
Zwarte Zondag “de kloof met de burger”. In
Nederland begon het met het “at your service”
van Pim Fortuyn. “Wij zeggen wat u
denkt”, is de slogan van radicaal rechts. Het
wijst samenlevingsproblemen aan - die inderdaad
reëel zijn - zonder oplossingen aan
te dragen.
Net als in Vlaanderen kan zo’n programma
slechts succes hebben wanneer het wordt
vertolkt door de juiste politieke leiders. Karel
Dillen moest wachten op Filip Dewinter
en Gerolf Annemans om electoraal door te
breken. In Nederland waren dat Pim Fortuyn
en Geert Wilders.
Door Paul Geudens