Ook het parlement moet snel besparen
10/01
Standpunt
Is de nieuwe minister van Begroting
Olivier Chastel nog wat groen achter
zijn oren? Hij had als eerste onmiddellijk
moeten reageren op de foute
gegevens over de federale ministeriële
salarissen en de koninklijke dotaties. Het
waren anderen die de kastanjes uit het
vuur moesten halen en de lastige vragen
kregen voorgeschoteld. Vicepremier en
minister van Financiën Steven Vanackere
op kop.
Het kabinet had die stommiteiten
niet mogen begaan en had prompt de
juiste gegevens moeten leveren. Als dergelijke
relatief kleine fouten in begrotingsdocumenten
opduiken, mag je er
zeker van zijn dat de Europese Commissie
het hele budget voor dit jaar van a tot z met
de grootste argwaan zal uitpluizen.
Het Paleis heeft deze keer snel gereageerd
met de mededeling dat koning Albert
dit en volgend jaar uit eigen portemonnee
om en bij de 600.000 euro bijlegt
voor zijn uitgaven. Al zal de vorst er geen
boterham minder voor moeten eten, Laken
heeft de symboliek die aan dit dossier
hangt, goed begrepen.
Het geknoei en de warrigheid van afgelopen
weekend staan in schril contrast
met de verbluffende snelheid waamee
de pensioenhervorming voor de gewone
man werd doorgevoerd.
En wat doet het parlement intussen?
Het heeft een werkgroep opgericht om
zijn eigen gunstregimes tegen het licht te
houden. Hopelijk beseffen de leden van
die werkgroep ten volle waar ze mee bezig
zijn. Niemand wil de parlementsleden
veroordelen tot een hongerloon. Behoorlijke
bestuurders mogen aanspraak maken
op een billijke vergoeding. Niemand
wil ze veroordelen tot een pensioen waarmee
ze amper rondkomen. Hoewel velen
wél in ondankbare omstandigheden hun
oude dag moeten doorbrengen en elke
euro twee keer moeten omdraaien voor
hij wordt uitgegeven.
Als iedereen moet besparen, dan geldt
dat ook voor de politici, en niet alleen de
ministers. Daarom mag het parlement die
werkgroep niet laten aanslepen en moeten
er zo snel mogelijk ingrijpende maatregelen
worden voorgesteld. Liefst met
correcte begrotingstabellen deze keer en
dus zonder rechtzettingen of aanpassingen.
Als de regering het niet van de eerste
keer correct kan, mag dat toch wel worden
verwacht van de parlementsleden zelf.
Door Dirk Castrel