Eerste communautaire krachtmeting
12/01
Standpunt
“U kunt evengoed aan de kalkoenen
vragen wat ze van Kerstmis vinden”,
merkte Ben Weyts van de N-VA gisteren
op in het parlement. De opmerking
was bedoeld voor staatssecretaris Hendrik
Bogaert (CD&V). Hij wil de tweetaligheid
van topambtenaren doordrukken.
Daar heeft hij echter de medewerking voor
nodig van de voltallige regering-Di Rupo.
Maar twee coalitiepartners zijn tégen. Bijgevolg
zijn er gegronde redenen om aan te nemen
dat van het voornemen van Bogaert niet
veel in huis zal komen.
De PS en de MR zeggen dat ze alleen steunen
wat in het regeerakkoord staat. Toevallig
is de tweetaligheid van topambtenaren daar
niet bij. En dus hebben zij een mooi excuus
om de plannen van Bogaert af te schieten.
Dat is niet ernstig. De eis dat de hoogste
functionarissen van de staat voldoende kennis
van de tweede landstaal moeten hebben,
staat in een wet van 2002. Indien ik mij niet
vergis, zat zowel de PS als de MR toen in de
regering. Zij hebben de bewuste bepalingen
dus mee goedgekeurd.
En dat is ook niet meer dan logisch. Wie de
ambitie heeft om een hoge post in de federale
administratie te bezetten, zou er eigenlijk
automatisch zélf van uit moeten gaan dat zij
of hij tweetalig is.
Maar de toestand is natuurlijk historisch
scheefgegroeid. In het verleden was het zo
dat op vergaderingen met 19 Nederlandstaligen
en 1 Franstalige steevast alleen Frans
werd gesproken. Iedereen vond dat normaal.
Geleidelijk is daar verandering in gekomen,
maar we zijn er nog niet, zo blijkt nu
weer uit de defensieve reflex van PS en MR.
Zij weten maar al te goed dat er nog topambtenaren
zijn met een lidkaart van hun partijen
op zak die geen gebenedijd woord Nederlands
spreken. Nog veel minder dan Elio
Di Rupo…
We zijn benieuwd hoe deze communautaire
krachtmeting gaat uitdraaien. Zal CD&V
zijn staatssecretaris steunen wanneer hij een
tien jaar oude wet wil uitvoeren? En we zijn
ook nieuwsgierig naar de uitvoering van de
akkoorden over B-H-V en de staatshervorming.
Wanneer er al heibel is over een prul
dat de evidentie zelve is, wat moet het dan
worden wanneer er over ernstige zaken
wordt gesproken?
door Paul Geudens