Brussels geweld willen we niet
02/02/'10
Standpunt Antwerpen
Vorig jaar is in Antwerpen het aantal
criminele feiten met negen procent
gestegen. Dat is triest nieuws, want
met lichte dalingen in 2007 en 2008
leek het de goede kant op te gaan. Niet dus,
want het is niet uitgesloten dat bij het definitief
afsluiten van de criminele boekhouding
voor 2009 het recordaantal misdrijven
- 52.246 in 2002 - zal worden geëvenaard of
zelfs overschreden.
De cijfers zijn voortijdig gelekt door VBkopman
Filip Dewinter. Hij brengt de stijging
weinig verrassend meteen in verband
met het toenemend aantal migranten op het
grondgebied. Dat is een interpretatie, want
de dienst Strategische Misdaadanalyse van
de lokale politie maakt de link tussen criminaliteit
en afkomst niet publiek. Maar elke
Antwerpenaar met enig gezond verstand
kan zijn ogen niet sluiten voor de grond van
waarheid in de woorden van Dewinter.
Uit de forse toename van het aantal inbraken
in woningen en handelszaken blijkt dat
in Antwerpen georganiseerde bendes actief
zijn. Dat zeggen overigens niet alleen de cijfers,
het strookt ook met de ervaringen van
de cel Jongerencriminaliteit van de lokale
politie. Net toen die club van ervaren politiemensen
het gevoel kreeg dat ze vat begon te
krijgen op de losgeslagen jongeren van Marokkaanse
origine, kwam de golf uit Oost-
Europa erbij. En die blijkt nog driester en nog
moeilijker te beheersen.
Hoe lossen we dit op en vermijden we toestanden
zoals die zich nu in sommige Brusselse
gemeenten afspelen? De Antwerpse politie
maakte er de jongste jaren een gewoonte
van om elk jaar een vijftal soorten misdrijven
te bepalen waarop ze zich extra ging concentreren.
Die tactiek leek enkele jaren te werken,
en daarom zijn de resultaten voor 2009
des te teleurstellender: voor het merendeel
van de korpsprioriteiten ligt het aantal misdrijven
ruim boven de streefwaarden.
Het stadsbestuur, de politie en het parket
zullen zich dus ernstig moeten beraden over
de maatregelen die nodig zijn om de Antwerpenaars
in een veilige stad te laten leven. Al
moet daar meteen aan worden toegevoegd
dat de nieuwe cijfers vooral ook een signaal
moeten zijn aan de federale regering. Want
het is niet de stad die beslist hoe het gerecht
met criminelen omgaat, op welke manier
jeugddelinquenten worden behandeld en
hoeveel gevangenissen en gesloten instellingen
er worden gebouwd. Over dus naar de
toch al veelgeplaagde minister van Justitie
Stefaan De Clerck.
Door Lex Moolenaar